ID.nl logo
Dit moet je weten als je een e-foil kopen wilt
Mobiliteit

Dit moet je weten als je een e-foil kopen wilt

Een e-foil is een door een elektromotor aangedreven surfboard met ingebouwde hydrofoil. Dat laatste betekent dat het board een eind boven het water wordt geduwd tijdens het voortbewegen.

Dit artikel in het kort:

  • Wat is een e-foil? Een surfplank met een draagvleugel (hydrofoil) eronder, een motor en een accu.
  • Hoe bestuur je een e-foil? Met een afstandsbediening.
  • Waar let je op bij aanschaf? Of de e-foil bij je past; accucapaciteit; demontabel of niet; laadtijd; grootte.
  • Hoe je precies kunt surfen op een e-foil, lees je in DIT artikel.

Gewoon op een surfplank staan: voor sommige surfers werd dat te saai. En dus werd het foilboard bedacht: een surfplank met een draagvleugel (hydrofoil) eronder. Wellicht ken je die constructie nog van waterbussen in Amsterdam. De draagvleugel tilt een boot of plank boven een bepaalde snelheid uit het water. Dat heeft als voordeel dat de weerstand die het vaartuig normaliter ondervindt drastisch verminderd wordt. En dat leidt dan weer tot hogere snelheden en lager energieverbruik. Dat laatste speelt vanzelfsprekend niet bij een zeilplank, maar wel bij een nog weer nieuwere variant van het foilboard: de e-foil.

E-foil: zwevend surfen met een elektromotor

De e-foil heeft een ingebouwde elektromotor en bijbehorende accu als energiebron. Je hebt er dus noch wind, noch golven voor nodig om mee vooruit te komen. Hoge snelheden zijn haalbaar, terwijl het geheel ook goed manoeuvreerbaar is. Volgens gebruikers en leveranciers is het leren beheersen van de e-foil (en foilboards) niet bijzonder moeilijk. Iedereen met surf- of snowboard-ervaring moet er snel mee overweg kunnen. Wel is het goed oppassen dat je niet in drukbevaarde wateren aan de slag gaat; door de hoge snelheden kan dat gevaar voor anderen en jezelf opleveren. Zoek dus de ruimte op.

E-foils van het merk LiftFoils ()

Zo bestuur je een e-foil

Je bestuurt een efoil met de meegeleverde afstandsbediening. Het is daarbij handig als dit er eentje is met een polsbandje, of iets dat desnoods aan je board vastzit met een touwtje of iets dergelijks. Is dat niet zo, dan loop je bij een val in het water (en dat zal zeker bij beginners ongetwijfeld wel eens gaan gebeuren) het risico om je remote kwijt te raken.

Verder zijn er ook losse afstandsbedieningen te koop, vaak specifiek ontworpen voor een bepaald merk e-foils. Kijk er - als je meer gevorderd bent - eens naar; soms bieden die net weer wat meer functionaliteit en (of) gebruiksgemak dan het standaard-exemplaar.

©RODRIGO DONOSO

Een e-foil van van het merk LiftFoils in volle actie; let op de afstandsbediening in de hand.

Aandachtspunten bij aanschaf van een e-foil

Belangrijk is, dat je een passend board koopt. Alleen dan beleef je echt plezier aan een e-foil en blijft het geheel goed stuurbaar. Bedenk verder dat e-foils tamelijk aan de prijs zijn, momenteel wisselen ze vanaf circa 6000 euro van eigenaar. Dat die prijs zo hoog is, ligt onder meer aan het feit dat het (nog) een nichemarkt is. Bovendien verandert de techniek razendsnel, dus de modellen volgen elkaar vrij snel op. Uiteindelijk zal de prijs wel omlaaggaan als de techniek wat meer uit-ontwikkeld is en de boards nog meer aan populariteit winnen. Let ook op de accucapaciteit, net als bij andere elektrische voer- en vaartuigen bepaalt die hoe lang en ver je kunt varen. Ga in het begin ook zeker niet te ver van de kant af, leer eerst de actieradius van het geheel goed inschatten.

Tip: Safety first! Draag áltijd een helm, terwijl ook een wetsuit een vereiste is. Zeker als je in minder zonnige omstandigheden en bij lagere temperaturen het water op gaat. Verder is een paar schoenen eveneens onontbeerlijk.

Makkelijk demonteerbaar?

Check verder of de e-foil die jij op het oog hebt eenvoudig demonteerbaar is. Dat is handig als je een wat kleinere auto hebt, want daar krijg je een volledig opgebouwde e-foil mogelijk niet in. Op het dak vervoeren met alle uitstekende onderdelen is verre van een goed alternatief!

Laadtijd?

Nog een aandachtspunt betreft de laadtijd. Een snellader maakt dat je na relatief korte tijd het water weer op kunt. Maar je moet dan wel een stopcontact in de buurt hebben. Laden via de sigarettenaansteker-aansluiting in de auto kan niet, daarvoor is het vereiste vermogen veel te hoog. Wat wél kan, is gebruik maken van een mobiele generator van minstens een kilowatt (vaak is meer nodig, check daarvoor het benodigde vermogen van je lader of vraag dit na bij je dealer). Feitelijk is dit de enige optie als je ergens op een strand in de weer bent en je wilt mobiel kunnen laden. Houd er wel rekening mee dat een dergelijke generator aan de prijs is.

Een andere mogelijkheid is een of meer extra accu’s voor je e-foil aanschaffen. Als je zorgt dat die voor vertrek allemaal volgeladen zijn, kun je een tijd achter elkaar door surfen.

Welke grootte?

Welke maat e-foil jij nodig hebt, hangt van diverse zaken af. Natuurlijk spelen gewicht en (gewenste) surfstijl een grote rol. Maar ook de locatie waar je je board gaat gebruiken is belangrijk. Rustig water op een plas of in een brede kreek vereist een andere boardgrootte dan surfen op zee met golven. Een algemeen recept is er niet echt; praat voor aanschaf met je leverancier en bepaal daar welk board qua grootte bij jouw wensen past. Het is in ieder geval een belangrijk aandachtspunt, om vervelende teleurstellingen achteraf te voorkomen. Nog beter is het als je (zie hierna) je eerst een wat lessen pakt en verschillende boards uitprobeert.

Pak wat lessen

Of je je nog aan het oriënteren bent op een board of er al eentje hebt: het is niet onverstandig om wat lessen te nemen. Dat kan op diverse plekken in Nederland. Zeker als je weinig tot geen surf-ervaring hebt, is een serie lessen eigenlijk verplichte kost om ongelukken en teleurstellende ervaringen te voorkomen. Zoals beloofd is het allemaal niet heel moeilijk, maar wat basisbeginselen moet je wel even weten.

Neem wat lessen en probeer verschillende boards uit; deze drie zijn  van het merk SiFly ().

Vaarbewijs

In principe heb je voor een e-foil geen vaarbewijs nodig. Tenminste, als je een board hebt dat tot een maximum snelheid van 20 km/u is begrensd. Kan jouw board sneller (tot 45 km/u), dan heb je wel degelijk een klein vaarbewijs nodig. Alleen dan mag je sneller gaan dan die standaard 20 km/u. Iets om goed in het achterhoofd te houden, want anders loop je het risico vervelende boetes te moeten betalen als je te snel vaart zonder vaarbewijs.

©CIDimport

Let op de maximale snelheid die je e-foil kan halen; is deze begrensd tot maximaal 20 km/u, dan heb je géén vaarbewijs nodig.
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.