ID.nl logo
Zeven kledingtips voor een nóg fijnere fietstocht
© sergo321 - stock.adobe.com
Mobiliteit

Zeven kledingtips voor een nóg fijnere fietstocht

Of je nu een dagtocht op de fiets maakt, of een meerdaagse fietstrip of echte fietsvakantie: de juiste kleding maakt enorm verschil. Je zult niet alleen relaxter fietsen, maar ook meer genieten van de omgeving. Laat de fietszomer maar komen!

We zijn op zoek gegaan naar fijne fietskleding die niet alleen meer comfort biedt tijdens het fietsen, maar ook een goede bescherming geeft tegen allerlei weersinvloeden.

  1. Temperatuurregulerend fietsshirt
  2. Alledaagse fietsbroek
  3. Fietsschoenen met sneakeruiterlijk
  4. Regenjack met combifunctie
  5. Fietsbril met groot gezichtsveld
  6. Armstukken tegen verbranding
  7. Multifunctionele fietssjaal

Lees ook: Ik ga op fietsvakantie en neem mee …

Temperatuurregulerend fietsshirt

Een fietsshirt roept al snel een beeld op van een strak tenue met reclame. Het spreekt voor zich dat niet iedereen de weg op wil als fietsende reclamezuil. Gelukkig zijn er ook fietsshirts zonder reclame te koop en die hetzelfde comfort bieden als de shirts van de renners uit het peloton. Zo’n shirt zit goed aangesloten om je lichaam en gaat niet wapperen. Op de rug heb je handige insteekzakken voor kleine spullen.

Een andere absolute aanrader is een shirt van merinowol. Naast dat merinowol erg comfortabel draagt en temperatuurregulerend is, heeft het ook als voordeel dat het langdurig fris blijft ruiken. De shirts zijn verkrijgbaar als wielershirt (vaak een combinatie van merinowol en polyester) en als gewoon T-shirt. Kies voor een model met korte en lange mouw, zodat je voorbereid bent op wisselende omstandigheden.

©AGU

Alledaagse fietsbroek

Net als bij een fietsshirt denk je bij een fietsbroek al snel aan de zwarte koersbroek die door wielrenners wordt gedragen. Op zich is daar niets mis mee, want zo’n broek zit zeer comfortabel en is bovendien voorzien van een zeem die het zitcomfort aanzienlijk verhoogt. De zeem zorgt er voor dat je zitvlak perfect aansluit op het zadel zodat irritatie van billen, kruis en benen zoveel mogelijk wordt vermeden. Draag daarbij liever geen onderbroek onder je fietsbroek.

Vroeger waren veel koersbroeken uitgerust met een natuurzeem, tegenwoordig zorgt een kunstzeem voor hetzelfde zitcomfort. De kunstzeem heeft als voordeel dat hij na een wasbeurt veel sneller droogt. Je hoeft ook niet per se een strakke koersbroek te kiezen. Er zijn ook halflange fietsshorts met zeem te koop. Wil je helemaal casual gaan, combineer dan een gewone korte of lange broek met een onderbroek voorzien van een zeem.

©Odlo

Fietsschoenen met sneakeruiterlijk

Naast een fijn fietsshirt en een comfortabele fietsbroek vormen ook fietsschoenen een belangrijk onderdeel van de fietsuitrusting. Natuurlijk zijn er allerlei fietsschoenen te koop, maar het gros is meer geschikt voor wielrenners en mountainbikers, en zijn vaak voorzien van plaatjes die in een pedaal moeten klikken. Voor de recreatieve fietser zijn er ook fietsschoenen met het uiterlijk van een normale sportschoen. De zool is daarbij voorzien van een verstevigingsplaat waardoor er een directer contact is met het pedaal. Ook zijn deze fietsschoenen voorzien van een goede afwatering, drogen ze snel en kun je er makkelijk op lopen.

©Adidas

Ook interessant: Welke soorten fietsendragers zijn er?

Regenjack met combifunctie

Als basisuitrusting van een fietser mag een goed fietsjack niet ontbreken. Daarbij moet het jack over twee eigenschappen beschikken: waterdichtheid en ademend vermogen. Waterdichte en ademende fietskleding is gemaakt van een waterafstotende stof waarop een membraan is aangebracht. Dit membraan kan waterdamp (zweet) vanuit de binnenkant naar buiten doorlaten. De buitenste stof houdt vocht juist tegen waardoor je tijdens het fietsen perfect droog blijft. Het bekendste membraan is Gore-Tex, die door de jaren heen toegepast is door talloze kledingmerken.

Veel gerenommeerde outdoormerken hebben in de loop der jaren echter ook een eigen membraan ontwikkelt en toegepast in regenjacks. Laat je bij de aankoop van een goed fietsjack vooral goed voorlichten bij een speciaalzaak. De forse aanschafprijs betaalt in de praktijk zeker terug en van een kwalitatief goed regenjack zul je jarenlang plezier hebben.

©Hans de Looij

Fietsbril met groot gezichtsveld

Wie denkt dat een fietsbril alleen beschermt tegen fel zonlicht heeft het mis. Natuurlijk is het hoofddoel wel om het zonlicht te verminderen, maar de fietsbril houdt ook rondvliegend vuil als zand en modder uit je ogen. Daarnaast beschermt de bril ook uitstekend tegen pollen, insecten en tranende ogen. Fietsbrillen zijn er in allerlei variëteiten, zo heb je modellen met verwisselbare lenzen en met lenzen op sterkte. Wil je optimale bescherming kijk dan uit naar een zogenoemde shield-fietsbril, de lens van dit model is uit één stuk en veel groter dan bij een normale zonnebril. Daardoor heb je een groter gezichtsveld en valt de bril mooi om het gezicht.

©Van Rysel

Armstukken tegen verbranding

Nu de zon weer krachtiger wordt en de temperaturen oplopen, is de kans op verbranden tijdens het fietsen erg groot. Aangezien we in de zomer vaak een shirt met korte mouwen dragen, kunnen je armen snel verbranden. Met speciale armstukken bescherm je je armen tijdens een fietsrit en blijf je toch gewoon je shirt met korte mouwen dragen. De armstukken zijn gemaakt van een elastische stof, zijn makkelijk mee te nemen en voelen aan als een tweede huid. Je kunt ze niet alleen gebruiken als bescherming tegen de zon, maar ook bieden ze warmte tijdens een kille ochtendrit.

©Decathlon

Multifunctionele fietssjaal

Wie kent ’m niet, de kolomvormige fietssjaal die je om je nek doet bij kou of warmte, maar ook je hoofd beschermt tegen te fel zonlicht? Zeker tijdens zomerse dagen is het verstandig om als fietser iets om je nek te doen tegen verbranding. Daarbij kan de colsjaal zelf over het hoofd onder de helm worden gedragen. Ook zorgt zo’n veelzijdige fietssjaal voor verkoeling tijdens extreem warme dagen. Dompel de sjaal onder in koud water en doe ’m daarna weer om je nek: verkoeling gegarandeerd!

©Murat Tellioglu

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.