ID.nl logo
Review Wahoo ELEMNT Bolt V2 & Wahoo ELEMNT Roam
© Reshift Digital
Mobiliteit

Review Wahoo ELEMNT Bolt V2 & Wahoo ELEMNT Roam

Wahoo is al jaren een populair merk op het gebied van fietscomputers en aanverwante producten. Met de Wahoo ELEMNT Bolt V2 heeft het bedrijf een relatief nieuwe fietscomputer in het assortiment, die we uitgebreid hebben getest. We vergelijken de Bolt V2 met de Wahoo ELEMNT Roam, een veelverkochte voorganger. We hebben met beide fietscomputers onze rondjes gefietst. De resultaten van onze test vind je in deze review.

Wat meteen opvalt is dat de Bolt V2 een stuk handzamer is dan de Roam. Met 69 gram is-ie ongeveer een kwart lichter dan de Roam, die ook nog eens een stuk groter is. Minder luchtweerstand en een lager gewicht dus, al moet gezegd dat het grote scherm van de Roam ook wel fijn is, als je je tenminste niet zo druk maakt om de aerodynamica. Het scherm van de Bolt V2 is slechts 2,2 inch, kleiner nog dan de fietscomputers van Garmin die we in de test hebben meegenomen. Vanwege zijn kleine formaat is de Bolt V2 wel iets dikker dan de Roam.

Waar Wahoo al sinds jaar en dag goed in slaagt, is het maken van pagina’s. Via de app op je smartphone stel je gemakkelijk in welke informatie je op het scherm van de fietscomputer wil toveren. Zo kun je specifieke pagina’s bouwen voor in de bergen en op het vlakke, maar ook een simpel trainingsritje waarin je jezelf niet wil overspoelen met data is is een optie. Pagina’s kunnen worden aan- en uitgezet, en ze worden na het aanmaken ervan meteen getoond op de Wahoo. 

Scherm en sensoren

Een ander duidelijk verschil zit ‘m in het scherm. De ELEMNT Roam beschikt al over een kleurenscherm, destijds een flinke verbetering ten opzichte van de eerste ELEMNT. Waar de Roam het moet doen met 8 kleuren – voor een gewoon fietsritje in principe prima – kan het scherm van de Bolt V2 maar liefst 64 kleuren onderscheiden, waardoor je wat meer detail in je kaart krijgt. 

De Bolt V2 moet het doen met een iets lagere resoltie, maar dat is vanwege het kleinere scherm geen enkel probleem. Dat kleinere scherm zorgt er wel voor dat je wat minder datavelden op een scherm kunt tonen: 9 bij de Bolt V2, ten opzichte van 11 bij de Roam. Het scherm van de Bolt V2 is overigens niet van glas, maar van plastic. Het is jammer dat beide Wahoos nog geen touchscreen hebben, iets wat veel andere fietscomputers wel ondersteunen.

©PXimport

Beide Wahoos zijn te koppelen met een aantal sensoren. Allereerst is er de Tickr, een verbeterde versie van de hartslagmeter uit de eerdere Wahoo die om de borstkas gedragen wordt. Het is lastig vergelijken, maar de sensor lijkt prima te werken, en laat zich makkelijk koppelen met de fietscomputers. Verder is er een snelheidsmeter (voor aan de as van het voorwiel) en een cadansmeter (voor op het pedaal) beschikbaar. 

Koppelen gebeurt via de app, en is in een handomdraai gebeurd. Tijdens de testperiode zijn we niet tegen sensorproblemen aangelopen. De Wahoos beschikken niet over valdetectie, hoewel daar wel een aparte sensor voor te koop is. Het sensorpakket kost bij aankoop van een van de fietscomputers zo’n 60 euro. Een losse aankoop van het pakket is een stuk duurder. 

Goed
Conclusie

Adviesprijs € 262,49 zonder sensoren, € 322,49 met sensorbundel, afmetingen: 89 x 54,4 x 17,8 mm, gewicht: 93,5 gram, verbinding: micro-usb, bluetooth, ANT+, wifi Website: https://eu.wahoofitness.com/

Plus- en minpunten
  • Groot scherm
  • Goede koppeling met app en Komoot
  • Fijn, relatief goedkoop sensorpakket
  • Nog vrij prijzig voor z’n leeftijd
  • Geen usb-c
  • Aan de logge kant

Accu en routes

De Wahoo ELEMNT Bolt V2 heeft een accuduur van zo’n 15 uur, natuurlijk afhankelijk van het gebruik van sensoren en achtergrondverlichting. De Roam doet het met 17 uur iets beter, maar beide gaan een stuk langer mee dan de eerste generatie fietscomputers van Wahoo. 

Een fijne toevoeging bij de Bolt V2 is de ondersteuning voor usb-c, waardoor de accu een stuk sneller oplaadt. Die accu wordt overigens beschermd door een IPX7-classificatie, wat inhoudt dat je er prima mee in de stromende regen kunt fietsen – zelfs een onverwachte valpartij in een plas water levert geen problemen op.

Routes voor op de Wahoo maak je makkelijk via bijvoorbeeld Komoot, die je met een app-koppeling simpel op het scherm van je fietscomputer tovert. Je kunt de route ook op het apparaat zelf maken, maar erg handig is dat niet. 

©PXimport

Bovendien kun je in een handomdraai GPX-bestanden inladen voor als je een bestaande route wil fietsen. Beide Wahoos ondersteunen het herberekenen van routes als je een andere afslag hebt genomen. Anders dan de meeste fietscomputers in de test is er bij de Wahoos geen verrassingsfunctie aanwezig. Hoe erg je dat vindt, hangt natuurlijk af van je persoonlijke voorkeuren. Wahoo maakt contact met alle relevante satellieten, dus waar je ook bent, je routes zouden altijd moeten werken. 

Conclusie

Zowel de Wahoo ELEMNT Bolt V2 als de Wahoo ELEMNT Roam zijn uitstekende fietscomputers. Het grootste verschil zit hem in de grootte van de computer zelf, en daarmee ook het scherm: de Bolt V2 is een stuk kleiner. Hierdoor is hij lichter, maar lever je ook wat schermoppervlak voor datavelden in. De usb-c-ondersteuning is een verademing, zelfs tegenwoordig nog geen standaard bij fietscomputers, en zorgt ervoor dat de iets verminderde accutijd geen probleem is.

Beide apparaten hebben genoeg sensoren om van je fietstocht een succes te maken, en kunnen elke denkbare vorm van data op het scherm tonen. Qua prijs verschillen de twee niet heel erg veel, dus als je een klein scherm fijn vindt, is de Bolt V2 zeker het overwegen waard. Als je liever veel informatie en een groter scherm hebt, is de Roam nog steeds een uitstekende keuze.

Uitstekend
Conclusie

Adviesprijs € 279,- zonder sensoren, € 339,- met sensorbundel, afmetingen: 77,47 x 47,2 x 21,3 mm, gewicht: 69 gram, Verbinding: usb-c, bluetooth, ANT+, wifi, website: https://eu.wahoofitness.com

Plus- en minpunten
  • Handzaam
  • Usb-c
  • 64-kleurenscherm
  • Minder ruimte voor datavelden
  • Korte accuduur
  • Geen touchscreen
▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.