ID.nl logo
Zo kies je de juiste bandenspanning voor je elektrische mountainbike
© Getty Images/iStockphoto
Mobiliteit

Zo kies je de juiste bandenspanning voor je elektrische mountainbike

Als je sportief gaat fietsen en je wilt het maximale uit je materiaal halen, dan is niet alleen de bandenkeuze van groot belang. Ook de druk die je in de banden zet, kan een wezenlijk verschil maken. E-mountainbikes hebben vanwege hun hoge gewicht sowieso al zwaardere banden en ook de druk ligt hoger dan gewoonlijk. Voor het overige geldt net als voor niet-elektrische offroad-fietsen: de optimale bandenspanning is een compromis tussen grip en stabiliteit en ook een kwestie van persoonlijke voorkeur.

🚵 Het kiezen van de juiste bandendruk voor je elektrische mountainbike is van groot belang voor een optimale rijervaring en goede prestaties op de trails. Helaas bestaat er niet zoiets als de ideale bandendruk voor iedereen en voor overal. In dit artikel lees je hoe dat zit én hoe je desondanks toch kunt bepalen wat voor jou de ideale bandendruk is.

Lees ook: Elektrische mountainbikes: welke soorten zijn er?

Hoeveel druk pomp je in je banden? Die vraag leidt bij veel fietsers tot een aarzelend antwoord, want heel precies weten ze het meestal niet. De meesten zullen de band eens met een duim indrukken en voelen of die ‘ongeveer hard genoeg’ staat. Geen probleem bij gewone stadsfietsen en bij racefietsen, maar bij offroad-fietsen zoals mountainbikes en cyclocrossfietsen is de invloed van de bandenspanning toch wat bepalender. In het veld kom je immers veel meer oneffenheden tegen dan op verharde wegen en op asfalt, en bovendien heb je er te maken met wisselende soorten terrein, van los zand tot rotsgrond en van bospaden tot grindwegen. Als contactpunten tussen je e-mtb en de trail zijn de banden dan ook een cruciale factor als het om rijplezier gaat.

Het belang van de juiste bandenspanning

Waarom is de druk in je banden eigenlijk zo belangrijk? Om te beginnen zorgt een optimale bandendruk voor optimale grip en controle op de ondergrond. Grip en controle zorgen op hun beurt voor vertrouwen in bochten, op technische secties en natuurlijk in afdalingen. Ten tweede zorgt een juiste druk voor een minimale rolweerstand van de band. Een te lage bandendruk en slappe banden zorgen voor veel rolweerstand en leveren een zwaar trapgevoel op, en dat maakt fietsen er niet plezieriger op. Het zijn juist snelrollende banden en hoge snelheid die mountainbiken zo leuk maken.

Een te lage druk moet je dus niet hebben, maar een te hoge druk evenmin. Knalharde banden doen het niet goed als eerste verdedigingslinie tegen oneffenheden op de trail, en dat is wat de brede rubberen banden van een mountainbike in feite zijn: een soort van natuurlijke vering die schokken en schokjes opvangt. Een goed uitgebalanceerde bandenspanning helpt schokken te dempen en zorgt voor rijcomfort. Ten vierde voorkomt een juiste bandendruk overmatige belasting van je velgen en banden, waardoor het risico op velgbreuk en lekke banden afneemt. Bij te weinig druk is de kans op een stootlek en beschadiging van de velg groter.

©Pucko_NS

"Ongeveer hard genoeg" is natuurlijk geen ideale bandendruk.

Ook interessant: Een e-mtb kopen: waar moet je op letten?

Wat is de ideale bandendruk?

Om meteen maar met de deur in huis te vallen: de ideale bandendruk bestaat niet. Er zijn zoveel factoren die een rol spelen dat er altijd naar een compromis zal moeten worden gezocht. Bij een lagere druk maakt de band meer contactoppervlak met de ondergrond en heb je dus meer grip. Maar wordt de druk té laag dan verdwijnt de stabiliteit van de zijwanden en ‘rolt’ de band in bochten zijdelings over de velg, waardoor je veel minder grip hebt. Bij een hoge bandendruk heb je een lage rolweerstand maar ook een laag comfort op hobbelige ondergrond. Er moet dus altijd worden gezocht naar een optimum en dat optimum wordt misschien nog wel het meest beïnvloed door de persoonlijke smaak van de rijder. De een kan zijn krachten beter kwijt op hardere banden, de ander ervaart vooral voordeel in bochten met een zachtere set-up. Voordat we uitleggen hoe je jouw ideale bandendruk bepaalt, geven we alvast drie tips om vooraf in overweging te nemen.

Tip 1: Betere banden = meer rijplezier

Besparen op gewicht door lichte banden te kiezen is bij een e-mtb niet meer zo nodig omdat je ondersteund wordt door de motor. Dus kun je opteren voor zwaardere banden met meer rubber. Die hebben sterkere en stabielere zijwanden en zijn beter bestand tegen grof gebruik en puntige stenen. En dat geeft gemoedsrust.

Tip 2: Bredere banden = beter?

Hoe breder de band, hoe meer grip. Hoe breder de band, hoe lager ook de druk kan zijn, en hoe meer comfort je hebt. Echter, hoe breder de band, hoe hoger ook de rolweerstand. De breedte van je banden is dan ook altijd een compromis tussen prestaties, rijgedrag en comfort. En persoonlijke voorkeur! Voor de meeste e-mtb-rijders zullen banden van 2.6 tot 2.8 inch breed de perfecte combinatie van grip, comfort en stuurprecisie bieden. Zelf op veldonderzoek uitgaan levert je het definitieve antwoord.

Tip 3: Tubeless = top

Heeft een tubeless set-up voordelen voor een e-mtb? Absoluut! Tubeless betekent dat je zonder binnenband rijdt. Voor een dergelijke set-up heb je zogenaamde ‘tubeless ready’ buitenbanden én –velgen nodig. Die sluiten zó goed op elkaar aan dat ze samen een luchtdicht geheel vormen, net zoals dat bij autobanden het geval is. Het voordeel ervan is een hoger comfort omdat je met minder bandendruk kunt rijden. Daarnaast is bij dit systeem de kans op een stootlek nihil omdat er geen binnenband meer is die bij een harde klap geplet kan raken tussen de buitenband en de metalen randen van de velg. De speciale latexvloeistof die je binnen in de tubeless-band toevoegt, dicht bovendien gaatjes die ontstaan vanwege scherpe voorwerpen die binnendringen, zodat je gewoon kunt blijven doorfietsen mocht je lek rijden. 

De juiste bandendruk bepalen

Ga je geen KOMmetjes* najagen en wil je gewoon eenvoudige vuistregels voor de juiste bandendruk, kijk dan in onderstaande tabel.
* Wie zijn of haar prestaties bijhoudt in Strava weet precies wat dit betekent; zo niet, kijk dan hier.

Breedte band (inch)Aanbevolen druk (bar)
Tubeless set-up2.35 - 2.51,8
2.6 - 3.01,4
Met binnenband2.35 - 2.52,0
2.6 - 3.01,6

Wil je het maximale uit je e-mtb halen en met optimale grip en snelheid door bochten knallen, bereid je dan voor op wat veldwerk om de best mogelijke balans tussen grip en stabiliteit te vinden.

  • Een hoge bandenspanning zorgt voor stabiele zijwanden en hoge snelheid op rechte stukken, maar voelt minder comfortabel op oneffen terrein. De kleinere contactoppervlakte biedt bovendien minder grip in bochten.

  • Bij een lage bandenspanning vouwt de band zich meer om obstakels en heb je meer comfort, en ook meer grip in bochten en bergop. De keerzijde is een grotere kans op lekrijden en op schade aan de velgen bij harde inslagen. Daarnaast kan de band gaan lopen ‘veren’, en lijdt de stabiliteit van de fiets eronder.

  • Het optimum zit dus ergens bij een bandendruk die laag genoeg is voor tractie en grip, maar hoog genoeg voor stabiliteit en lekbestendigheid. En daarvoor moet je de trails op, gewapend met een deugdelijke fietspomp om stap voor stap naar jouw ideale druk te kunnen toewerken! (Tip: kies voor een betrouwbare pomp met nauwkeurige manometer, zodat je de precieze meterstand duidelijk kunt aflezen.)

©Roel van Schalen

Tip: gebruik een om de druk nauwkeurig te kunnen aflezen.

Plan van aanpak

Zoek een klein testrondje van enkele minuten lengte met wat vlakke bochten erin, eventueel een snelle kombocht, een pittig klimmetje en zo mogelijk verschillende soorten ondergrond. Kies voor terrein waar je vaker zult gaan fietsen en maak het jezelf technisch niet te moeilijk, zodat je je kunt concentreren op het rijgevoel dat de verschillende bandendrukken gaan opleveren.

Begin je test met een hoge bandendruk, dat wil zeggen 0,5 bar hoger dan de aanbevolen waarde in bovenstaande tabel als je tot 80 kg weegt en 0,7 bar hoger als je meer dan 80 kg zwaar bent.

Rijd een rustig rondje en neem in je op hoeveel grip je in de bochten voelt en hoe de fiets zich houdt op stenen en wortels (comfortabel, hard?). Probeer het rondje op hogere snelheid en onthoud de verschillen. Laat nu lucht ontsnappen uit beide banden totdat de druk 0,2 bar lager is en rijd opnieuw een rondje. Ga na wat het effect ervan is in de bochten en op obstakels.

Herhaal de stappen totdat je op zeker moment begint te voelen dat de toenemende grip van een lagere bandendruk ten koste begint te gaan van de stabiliteit van de band (de band wil zijdelings van de velg af rollen). Op dit punt krijg je in wezen een afname van de grip, want in bochten lijk je weg te schuiven. Verder dan hier hoef je niet te gaan; het kan nodig zijn om opnieuw 0,1-0,2 bar bij te pompen. Wil je nog verdere fijnafstelling bereiken, probeer dan een set-up met in het voorwiel 0,2 bar minder druk dan in het achterwiel.

Belangrijk is dat jij je prettig voelt bij de gekozen waarden omdat je de controle voelt om met vertrouwen elke bocht aan te vallen.  

Conclusie

Of je nu een set-up kiest met persoonlijk getunede verschillende drukwaarden voor en achter of een standaard aanbevolen bandendruk, bij banden draait het altijd om een compromis tussen grip en comfort enerzijds en stabiliteit en lekbestendigheid anderzijds. Wat voor jou persoonlijk ideaal is, ondervind je alleen maar door het op de trails uit te proberen. Maar als je de moeite daarvoor neemt, zul je merken dat het toegenomen vertrouwen in je fiets en daarmee je rijplezier die moeite helemaal waard maakt.


👇🏻Met een goede fietsendrager kun je overal naartoe met je mtb! 🚵🏻
▼ Volgende artikel
Je smartphone als afstandsbediening voor je slimme huis: zo werkt dat
© ImageFlow - stock.adobe.com
Huis

Je smartphone als afstandsbediening voor je slimme huis: zo werkt dat

Je smartphone gebruik je wellicht voor allerlei handige zaken, maar wist je dat je je telefoon ook kunt gebruiken om apparaten in je huis te bedienen? Vaak heb je daar niet eens zoveel voor nodig. Maar hoe begin je en waar moet je allemaal op letten?

In dit artikel

Je ziet hoe je je telefoon inzet als afstandsbediening voor verlichting, verwarming, tv en andere slimme functies in huis. We laten je stap voor stap zien hoe je apparaten toevoegt, kamers indeelt, routines bouwt en je slimme huis laat reageren op tijd, locatie en aanwezigheid. Ook lees je waar je op let bij compatibiliteit en hoe je alles netjes en veilig houdt met onderhoud en updates. 

Lees ook: Starten met smarthome in één middag: een stappenplan voor beginners

We gebruiken thuis steeds meer slimme apparaten die het leven moeten vergemakkelijken. Bijna alle apparaten die je op internet aansluit, zoals een televisie of een basisstation voor slimme lampen, kun je op afstand bedienen of in ieder geval via je wifi-verbinding thuis aansturen. Dat hangt natuurlijk af van het merk en type producten dat je gebruikt en via welke protocollen dit gaat, maar het heeft ook te maken met je telefoon.

Wanneer is een apparaat slim?

Een slim apparaat is een lamp, thermostaat, tv, stekker, gordijnmotor of sensor die via wifi, bluetooth of een standaard als Matter verbonden is met internet en op afstand te bedienen is. Dat bedienen kan bijvoorbeeld via een app van de fabrikant van de apparatuur, maar het is ook mogelijk met de app van Google, Google Home. Deze app is op de meeste Android-toestellen aanwezig, maar als dat bij jou niet het geval is, kun je deze downloaden via de Google Play Store. De app is er ook voor de iPhone en werkt vrijwel hetzelfde. We gebruiken in dit artikel de Android-versie voor alle uitleg en afbeeldingen.

Google Home tref je aan in Google Play, maar kan soms al geïnstalleerd zijn. Check sowieso altijd op updates als je de app al hebt.
Google Home

Google Home is de app die al die apparaten verzamelt en bestuurt; je bedient ze met tikken op je scherm, via het snelle bedieningspaneel van Android en met spraak via de Google Assistant. Wanneer je apparaten in de Google Home-app toevoegt, kun je er routines mee bouwen: vaste acties die automatisch of met één tik worden uitgevoerd, zoals alle lampen uit zodra je het huis verlaat of de verwarming lager zodra iedereen slaapt. Inmiddels kun je met Google Home al meer dan 50.000 apparaten aansturen; je herkent ze aan de Works with Google Home of Matter-logo's.

Starten met aansturen

Om je slimme apparaten te kunnen aansturen, gebruik je een Android-telefoon met Android 11 of hoger. Het werkt in principe ook met oudere versies, maar sinds versie 11 kun je de meeste opties voor slimme apparaten direct vanaf je vergrendelingsscherm benaderen en hoef je dus niet eerst de app te openen om je apparaten te bedienen. Installeer de Google Home-app uit de Play Store en meld je aan met je Google-account. Aanmelden is vereist zodat de instellingen voor al je apparaten worden opgeslagen en ook via andere Android-toestellen zijn te bereiken. Je kunt er ook voor kiezen om een nieuw account aan te maken, dat je dan bijvoorbeeld met je huisgenoten kunt delen. Op die manier kan iedereen in huis bij dezelfde instellingen voor je slimme apparaten en hoef je je persoonlijke data niet met je huisgenoten te delen. Met de Google Home-app kun je eenvoudig schakelen tussen meerdere accounts, dus het is in theorie mogelijk om meerdere slimme huizen te beheren.

Met de Google Home-app kun je - net als alle andere Google-apps - eenvoudig schakelen tussen meerdere accounts.

Systemen zijn niet altijd compatibel

Voordat je een slim apparaat kunt toevoegen aan Google, moet dat apparaat eerst al zijn ingesteld met de app van de fabrikant, bijvoorbeeld Philips Hue, IKEA Home smart, Tado of de app van je gordijnmotor. Daarna koppel je ze in Google Home. Het is handig om minstens één slimme lamp of slimme stekker te hebben om mee te oefenen, plus bijvoorbeeld een televisie met Chromecast-functionaliteit. Heb je een smartspeaker of smartdisplay met ingebouwde Google Assistant (zoals de Nest Hub), dan kun je die gebruiken als extra microfoon in huis, maar strikt nodig is die niet, omdat je ook via je telefoon tegen de Assistant kunt praten. Apple-gebruikers hebben een vergelijkbaar systeem via Apple HomeKit en de Apple Home-app. Apple gebruikt een gesloten systeem, waardoor je niet kunt communiceren met Google Home en moeten de apparaten die je met een Apple-smartphone wilt aansturen, ook specifiek compatibel zijn met Apple HomeKit. Via Home Assistant - een losstaand protocol voor slimme apparaten - is het mogelijk om een koppeling te maken tussen Android-apparaten en Apple-apparaten, maar daar gaan we in dit artikel niet verder op in.

©sdx15 - stock.adobe.com

Ook Apple heeft een Home-app, maar die is niet compatibel met Android.

Lees ook: Philips Hue SpatialAware: dit is het en zo gebruik je het

Apparaten toevoegen en huis indelen

Om Google Home te gebruiken voeg je je eerste apparaten toe aan de Google Home-app en deel je ze logisch in kamers in, zodat aansturen en automatiseren later veel eenvoudiger wordt. Je opent eerst Google Home, controleert of het juiste huis geselecteerd is; als dit nog niet is aangemaakt, maak je dat aan. Vervolgens voeg je een nieuw apparaat toe met de +-knop, rechts bovenin. Tot slot kies je voor Apparaat.

Een nieuw apparaat toevoegen aan Google Home doe je hier.

Koppelen

Je krijgt nu de mogelijkheid om een apparaat direct toe te voegen door middel van een QR-code, die je vaak achter op een product vindt. Apparaten die Matter of Nest ondersteunen, kun je op deze manier dus direct toevoegen. Wil je een apparaat toevoegen dat geen Matter-ondersteuning biedt, dan kan dat alleen als je het betreffende apparaat hebt geconfigureerd via het systeem van dat merk, bijvoorbeeld een lamp van Philips Hue die aan de Hue-bridge is gekoppeld. In dat geval kies je voor de optie Apps of services koppelen. Vervolgens krijg je een overzicht van alle compatibele diensten die met Google Home werken.

Kies uit de lijst met compatibele merken om een koppeling te maken.

Lees ook: Matter uitgelegd: de nieuwe standaard voor een zorgeloos slim huis

Toestemming verlenen

Om een apparaat via deze route toe te voegen aan Google Home, moet je inloggen bij het account van de fabrikant waarvan je de dienst afneemt, bijvoorbeeld Philips Hue. Er komen nog wat meldingen in beeld omtrent de mogelijkheden die Google krijgt met betrekking tot de data van je externe account.

Wanneer de apparaten zichtbaar zijn als tegels, houd je een tegel even vast en kies je voor het tandwieltje. Vervolgens tik je op Ruimte en kun je het apparaat eventueel nog in een andere ruimte plaatsen. Dat kan door de betreffende ruimte aan te tikken uit de lijst, of zelf een nieuwe ruimte aan te maken. Het is handig om je apparaten onder te verdelen in ruimtes, omdat je - bijvoorbeeld in het geval van lampen - deze per ruimte in één keer kunt uitschakelen. Zo kun je dan bij je bedtijdroutine eerst de lichten in de woonkamer uitschakelen en daarna die op de overloop, zonder dat je je hele huis in duisternis brengt of juist iedere lamp afzonderlijk moet uitzetten.

Soms moet je extra toestemmingen goedkeuren om een apparaat te kunnen gebruiken.

Apparaten handmatig en met spraak bedienen

Heb je al je apparaten toegevoegd en eventueel onderverdeeld in verschillende ruimtes, dan kun je ze nu bedienen via je Google Home-app. Open de app, tik op de knop Alle apparaten bovenaan en je ziet alle tegels van de in Google Home aanwezige apparaten. Tik bijvoorbeeld op een lamptegel om die direct aan of uit te schakelen, of houd de tegel even vast om een schuifregelaar voor helderheid of kleur te zien.

Voor een slimme thermostaat tik je op de thermostaat-tegel en verschuif je de temperatuur hoger of lager; vaak kun je ook kiezen tussen de modi Verwarmen of Verkoelen, maar dat is afhankelijk van de aangeboden functies in het apparaat zelf, want niet alle functies zijn ook altijd te benaderen vanuit Google Home. Ook een andere handige optie is het bedienen van je televisie. Heb je een tv of Chromecast gekoppeld, dan kun je via de tegel media pauzeren of stoppen. Vervolgens activeer je spraakbediening door op je Android-telefoon de Google Assistant op te roepen, bijvoorbeeld via de Assistant-knop, een veegbeweging of door "Hey Google" te zeggen. Vervolg die aanroep dan door concrete opdrachten als "Doe de lampen in de woonkamer uit", "Zet de thermostaat op 20 graden" of "Speel Netflix op tv woonkamer". Omdat de Google Assistant de door jou opgegeven namen en kamers uit Google Home gebruikt, loont het dat je die eerder netjes hebt ingesteld.

Tik je op een slimme lamp in de Google Home-app, dan zie je de opties die geboden worden, bijvoorbeeld het aanpassen van de kleurtoon en de helderheid.

Slimme routines maken

Nu je weet hoe je apparaten direct bedient, laten we je zien dat je ook automatiseringen of routines kunt instellen, zodat combinaties van acties met één tik of automatisch worden uitgevoerd. Om dat voor elkaar te krijgen in de Google Home-app tik je onderaan op de knop Automatisering en kun je kiezen uit een aantal voorgestelde routines, zoals wat er gebeurt als je van huis weggaat, of juist aankomt. Het nadeel hiervan is dat je wel de locatie-instellingen op je telefoon moet aanzetten en je huisadres in Google Home moet instellen, maar we kunnen goed voorstellen dat je daar niet op zit te wachten, privacytechnisch gezien dan. Als je een nieuwe routine wilt maken, tik je rechtsboven op de knop Nieuw > Automatisering. Geef de automatisering eerst een naam, zodat deze alvast kan worden opgeslagen nog voordat je iets instelt. Een routine bestaat altijd uit drie delen: een starter, een voorwaarde (die is optioneel) en een actie. Een starter kun je het beste zien als een gebeurtenis, bijvoorbeeld: het is 20:00, er wordt een beweging gedetecteerd, of de temperatuur van de slimme thermostaat is lager dan 16 graden. Een starter kan ook een spraakopdracht zijn. Stel dat je een 'Alles uit'-routine wilt: je geeft de routine een naam, kiest als trigger bijvoorbeeld het spraakcommando "Ik ga weg" en voegt als acties toe dat alle lampen uit moeten, de thermostaat naar 17 graden gaat en de tv wordt uitgezet.

De opbouw van een routine in Google Home.

Lampen automatisch aanpassen

Voor een filmavond-scenario maak je een automatisering die handmatig start of op een spraakzin als "Filmavond": je selecteert dan bij Actie bewerken de lampen in de woonkamer en zet de helderheid naar bijvoorbeeld 20 procent, je zet eventueel gekleurde lampen op warm wit en schakelt een slimme stekker van de sfeerverlichting in. Heb je gordijnen met een slimme motor, dan voeg je toe dat die naar 100 procent dichtgaan. Tot slot wijs je de tv- of Chromecast-tegel toe om een bepaalde app te starten of in elk geval de tv in te schakelen. Omdat deze routines gebruikmaken van de apparaten en kamers die je eerder hebt ingericht, zie je direct hoe belangrijk een goede basisconfiguratie is.

De kleur en helderheid van de lampen kun je automatisch aanpassen bij het inschakelen van de tv.

Automatiseren op tijd, locatie en aanwezigheid

Nu je basisroutines hebt, ga je een stap verder door je huis zichzelf te laten aanpassen op tijd, locatie en aanwezigheid, zodat je smartphone meer regisseur dan bedieningspaneel wordt. In Automatisering kun je een routine laten starten op vaste tijden, bij zonsopkomst of zonsondergang of wanneer de toestand 'Thuis' of 'Afwezig' verandert. Stel bijvoorbeeld een ochtendroutine in die op werkdagen om 7:00 uur de thermostaat naar 20 graden zet, de gordijnen in de woonkamer op 50 procent opent en de keukenlampen op 60 procent helderheid inschakelt. In de avond kun je een routine laten starten rond zonsondergang, zodat de buitenlamp en de lamp bij de voordeur automatisch aangaan. Aanwezigheidsdetectie gaat nog een stap verder: Google Home kan via de locatie van je telefoon en sensors van bijvoorbeeld een Nest-thermostaat of Nest-speakers bepalen of er iemand thuis is. Wanneer iedereen weg is, kan de Afwezig-routine lampen uitzetten, de thermostaat terugschakelen en eventueel een robotstofzuiger starten. Je stelt dat in via de Instellingen in Google Home onder aanwezigheidsdetectie, waar je toestemming geeft voor gebruik van je telefoonlocatie en aangeeft welke apparaten mogen 'meekijken'.

Concrete scenario's

Nu je de algemene principes beheerst, richt je je op drie alledaagse toepassingen die samen veel comfort opleveren: licht, warmte en entertainment. Voor verlichting maak je in Google Home aparte scènes aan via Automatisering, zoals 'Thuiswerken' met helder wit licht op 80 procent in je werkkamer en 'Ontspannen' met warm licht op 30 procent in de woonkamer. Je roept ze op met "Hey Google, thuiswerken" of via een tegel in het bedieningspaneel. Voor verwarming stel je in de Google Home-app temperatuurschema's in voor je Nest-thermostaat, bijvoorbeeld overdag 20 graden en 's nachts 17 graden; voor warm water kun je eveneens schema's instellen, zodat de slimme boiler niet onnodig aanstaat. De routine 'We zijn weg' verlaagt de temperatuur en zet lampen uit. Voor tv-bediening koppel je je Chromecast of ingebouwde Chromecast-tv aan Google Home en wijs je die toe aan de kamer 'Woonkamer'. Daarna werkt "Hey Google, speel YouTube op tv woonkamer" of je tikt in de app op de tv-tegel om afspelen te pauzeren of te stoppen. Als je deze drie functies eenmaal soepel bedient, zie je hoe makkelijk het is om extra apparaten, zoals gordijnen of een slimme stekker voor je koffiezetapparaat, in bestaande routines in te passen.

Noodzakelijk onderhoud en uitbreiden

Nu je smartphone de centrale afstandsbediening van je slimme huis is, is het belangrijk dat je installatie veilig, overzichtelijk en toekomstbestendig blijft. Controleer regelmatig in Google Home onder Settings en Devices of er geen oude of dubbele apparaten meer staan, bijvoorbeeld een lamp die je hebt vervangen; verwijder ongebruikte apparaten, zodat routines niet breken en blijven hangen omdat een bepaald apparaat niet meer bestaat. Kijk af en toe ook kritisch naar machtigingen: in aanwezigheidsdetectie bepaal je expliciet welke apparaten en telefoons mogen meedoen aan 'Thuis' en 'Afwezig' en dus jouw locatie kunnen opvragen. Dat is misschien niet altijd gewenst. Koop je uitbreidingen, test die nieuwe apparaten eerst in een simpele routine, zoals een losse scène voor één kamer, voordat je ze in al je automatiseringen opneemt. Controleer daarnaast ook op updates: Google Home wordt bijvoorbeeld regelmatig bijgewerkt, zeker nu er ook steeds meer AI-functies worden toegevoegd. En ook je slimme apparatuur: vaak wordt er nieuwe firmware uitgebracht, maar die kun je niet vanuit Google Home updaten; dat moet doorgaans via het slimme apparaat zelf of de aangesloten hub. Tot slot kun je, mocht je later voor het Apple-ecosysteem kiezen, veel apparaten dankzij Matter eenvoudig ook aan Apple Home koppelen, al beheer je ze dan in een aparte app. Door regelmatig op te ruimen, updates te installeren en je routines te finetunen, blijft je slimme huis betrouwbaar en voelt je smartphone echt als een krachtige, maar toch overzichtelijke universele afstandsbediening.

Het updaten van de firmware van aangesloten apparaten gaat doorgaans via de app van de fabrikant zelf, niet via Google Home.
View post on TikTok
▼ Volgende artikel
It Takes Two- en Split Fiction-maker bezig met opnames voor nieuwe game
Huis

It Takes Two- en Split Fiction-maker bezig met opnames voor nieuwe game

Hazelight Studios, de ontwikkelaar van de succesvolle coöperatieve games It Takes Two en Split Fiction, heeft een nieuwe game in ontwikkeling en is op dit moment bezig met de opnames ervoor.

Enige tijd geleden gaf regisseur Josef Fares al aan dat er een nieuwe game in ontwikkeling was bij de studio, maar nu heeft hij op social media een foto geplaatst waarop Fares te zien is met drie acteurs in motion capturing-pakken. Daarmee wordt dus duidelijk gemaakt dat de opnames voor de game in ieder geval al in volle gang zijn.

Overigens is de identiteit van de acteurs niet bekend. Fares houdt zijn arm voor de gezichten van de acteurs. Mogelijk zijn het dus bekende acteurs en wil hij dat nog verhullen, al is dat speculatie. Over speculatie gesproken: het feit dat er drie acteurs te zien zijn, doet sommige fans vermoeden dat de nieuwe game van Hazelight mogelijk met drie spelers tegelijk te spelen valt in plaats van twee, maar ook dat is nog alles behalve bevestigd.

View post on X

Over de games van Hazelight Studios

Hazelight Studios is gespecialiseerd in het creëren van games die coöperatief doorlopen moeten worden. No Way Out, It Takes Two en Split Fiction vergen allen twee spelers. Daarbij draait het om samenwerken, wat hun games een populaire bezigheid maakt voor gamende koppels en vrienden.

It Takes Two bleek een grote hit voor de studio. In het spel spreekt een dochter van een ruziënd stel een vloek over het tweetal uit, waardoor ze minuscuul worden. Ze zullen moeten leren communiceren en samenwerken om zich uit deze hachelijke situatie te redden, terwijl ze als kleine poppen door een uitvergrote versie van hun huis en tuin reizen.

Na het succes van It Takes Two bracht Hazelight het conceptueel vergelijkbare Split Fiction uit. Die game draait om twee schrijvers, Mio en Zoe, die worden ingehuurd om verhalen te creëren voor een technologie die deze verhalen levensecht kan simuleren. De vrouwen worden door het bedrijf achter de technologie echter gevangen in een simulatie, en in de game wordt er constant tussen de twee verhalen van Mio en Zoe geschakeld. Dat levert zowel fantasievolle als futuristische settings op.

Zowel It Takes Two als Split Fiction komen met een Friend Pass. Dat houdt in dat maar één speler de game hoeft te kopen, en de tweede speler gratis online mee kan spelen. De games zijn ook via splitscreen samen op de bank speelbaar.

Watch on YouTube