ID.nl logo
Elektrische mountainbikes: welke soorten zijn er?
© Andre - stock.adobe.com
Mobiliteit

Elektrische mountainbikes: welke soorten zijn er?

E-bikes zijn al lang niet meer weg te denken uit het straatbeeld in de bebouwde omgeving, maar ook in de vrije natuur en op bospaden duiken steeds meer elektrisch aangedreven fietsen op: e-mountainbikes. Ze zijn er in allerlei soorten en maten en de technologische ontwikkeling ervan staat niet stil. Maar wat zijn e-mtb’s eigenlijk, welke types zijn er en voor wie zijn ze bedoeld?

In dit artikel lees je: Het hoe en waarom van elektrische mountainbikes | Welke verschillende types er op de markt zijn | Welke doelgroep en inzetbereik ze hebben | Wat hun respectievelijke voor- en nadelen zijn. Verder wordt uitgelegd wat de nieuwste ontwikkeling is rond e-mtb’s.

Ook leuk voor jou: Fietsroutes plannen met de Fietsersbond-app

Elektrische mountainbikes bestaan nu zo’n 10 jaar en inmiddels hebben de fietsfabrikanten een elektrische variant van alle soorten mountainbikes beschikbaar. Van de traditionele hardtail (een mountainbike zonder achtervering) tot de in ons vlakke land amper gebruikte downhill-bike (extra stevige fiets die geschikt is voor steile afdalingen), je kunt kiezen uit een versie met of zonder elektrische ondersteuning. Dat betekent dat er voor iedere ‘specialiteit’ binnen het mountainbiken wel een geschikte e-mtb te vinden is.

Geen schaamte meer

De eerste elektrische mountainbikes waren door de forse accu duidelijk herkenbaar als e-bike en ze werden daarom door sportieve fietsers maar aarzelend ontvangen. Een e-mtb zag er niet echt stoer uit maar inmiddels is de ‘schaamte’ voor trapondersteuning flink afgenomen. Dat komt mede doordat de accu van de moderne e-mtb’s in de onderbuis is geïntegreerd. Dat ziet er veel eleganter uit.

Daarnaast is het ondertussen wel duidelijk dat e-mountainbiken veel minder vanzelf gaat dan je wellicht vermoedde. Het is een andere vorm van mountainbiken en je moet net zo goed flink aan de bak. Immers, pas als je zelf trapkracht levert, begint de hulpmotor met ondersteunen. Een flinke work-out kan dus net zo goed als op een gewone mountainbike. Nu nog bepalen welk type mountainbike dan het best bij jou past!

©Sebastian Rothe | mmphoto - stock.adobe.com

Een e-hardtail heeft wel een verende voorvork, maar geen achtervering.

E-hardtail

De eerste categorie mountainbikes die ten prooi viel aan de e-bike-opmars was de hardtail, het oermodel mtb met verende voorvork maar zonder achtervering. De technische uitdagingen om van een hardtail een e-hardtail te maken, zijn beperkt: integreer een middenmotor in het frame, bevestig een accu op de onderbuis en klaar is kees.

Typische e-hardtails komen tot hun recht op vlak terrein zonder al te uitdagende oneffenheden. Daar is het comfort van een voorvork met 80-100 mm veerweg voldoende. Met snelrollende banden is een e-hardtail ook op asfalt, in de stad of naar het werk een prima keuze. E-hardtails zijn betaalbaarder en vragen relatief minder onderhoud dan een volledig geveerde mtb. Dat is zeker voor beginnende mountainbikers interessant.

✅ Voordelen e-hardtail❌ Nadelen e-hardtail
Snel en efficiëntNiet geschikt in de bergen
Veelzijdig in gebruikBeperkt comfort
Relatief weinig onderhoud
Betaalbaar

E-trail-fully

Een full suspension mountainbike (kortweg: fully) heeft niet alleen een verende voorvork, maar ook vering in het achterste deel van het frame. Bij een elektrische trail-fully is de veerweg zowel vooraan als achteraan 120-140 mm. Stap je voor het eerst op een fully dan ervaar je veel meer comfort en wordt het rijden over onverharde paden veel prettiger. Geen enkel bospad of trail is immers helemaal vlak, maar zit vol grote en kleine oneffenheden, die gemakkelijk worden weggewerkt door de vering (in plaats van door jouw lijf, zoals bij een hardtail).

De veerweg van een e-trail-fully zit precies in het juiste bereik voor op de snelle crosscountryparcoursen die je in Nederland vaak tegenkomt. Op een fully mag het ietsje meer zijn dan op een hardtail (voor het comfort), maar ook weer niet té veel (vanwege de toenemende ‘deining’ die je dan ervaart en omdat de vering dan álle hobbels gladstrijkt, wat niet bijdraagt aan een uitdagende offroad-beleving).

✅ Voordelen e-trail-fully❌ Nadelen e-trail-fully
Snel en efficiëntMinder geschikt voor hooggebergte
Hoog comfort
Allround inzetbaar in Benelux en laaggebergte

©Uwe - stock.adobe.com

Op fraaie grindwegen volstaat een e-hardtail, maar op uitdagende geitenpaadjes is een e-fully beter.

Benieuwd naar de verschillende soorten e-mtb's?

Bij Amazon kun je ze makkelijk vergelijken

E-allmountain-fully

Zoals de naam al aangeeft, kun je met een all-mountainbike met een gerust hart het gebergte in. Wie graag het serieuze daalwerk op uitdagend terrein in de Eifel of in de Alpen opzoekt, moet investeren in een robuuste fiets en in bijpassende kleding. Met een veerweg vooraan en achteraan van 150-170 mm houdt een all-mountainbike ook op stukken met vrijliggende boomwortels of rotsachtige ondergrond genoeg contact met de ondergrond om tractie en daarmee controle te behouden. Frame, wielen en banden zijn berekend op flinke klappen en in de wilde natuur voelt deze categorie bikes zich dan ook helemaal thuis. 

✅ Voordelen e-allmountain-fully❌ Nadelen e-allmountain-fully
Allround bike voor trails en afdalingenVeerweg-overkill in het grootste deel van de lage landen
Robuuste onderdelen

E-enduro-fully

Endurofietsen gaan nog een stapje verder in veerweg. Met vering die tot 180 mm diep kan inveren, zijn ze gemaakt voor snelheid. Vooral bergaf, maar ook bergop, want tussen de tijdproeven van een endurowedstrijd door moet je wel weer op tijd boven zien te komen. Met de krachtige motor en de grote accu van een e-endurobike is dat geen probleem. Integendeel, de gevorderde mountainbiker en buitenlandreiziger die voor een dergelijke snelheidsduivel kiest, zal er op een dagje bikepark heel wat meer downhill runs mee kunnen maken dan zonder die trapondersteuning. 

✅ Voordelen e-enduro-fully❌ Voordelen e-enduro-fully
Snelheidsmonster met uitstekende daalcapaciteitenVeerweg-overkill in het grootste deel van de lage landen
Wedstrijdklaar

©Dangubic - stock.adobe.com

Hoe uitdagender de afdaling, hoe meer veerweg wenselijk is.

E-downhill-bike

Wie tot een paar jaar geleden nog meewarig had gekeken bij de vraag of een elektrisch ondersteunde downhill-bike interessant zou zijn (rijdt een downhiller sowieso niet alleen maar bergaf?) zal nu moeten erkennen dat die hulpmotor toch wel handig is, omdat hij de noodzaak van een skilift in de buurt opheft, zodat je zelf kunt kiezen waar op de berg je naar boven rijdt, en welke route naar beneden je weer neemt. Bikeparks en wereldbekerparcoursen zijn de natuurlijke habitat van deze mtb’s met tot 200 mm veerweg. In Nederland en omstreken zijn ze als een speedboot in een zwembad: een beetje te veel van het goede.

✅ Voordelen e-downhill-fully❌ Nadelen e-downhill-fully
Geschikt voor de lastigste afdalingenNiet voor in Nederland
Bijzonder sterke constructie en componenten

E-mtb light

Bij de start van de elektrificatie van mountainbikes was het vooral zaak om mtb’s van een trapondersteuningssysteem te voorzien, maar de nieuwste ontwikkeling is dat e-mtb’s vooral het sportieve gevoel van mountainbiken moeten benadrukken. Het gevoel van actief bezig zijn in de rust van en met respect voor de natuur. Het gevoel dat je had op een gewone mountainbike.

Om die ervaring met een e-mtb te hebben, worden er lichtere motoren en minder zware accu’s ontwikkeld. Die brengen niet alleen het totaalgewicht van de fiets omlaag maar zijn vooral ook veel stiller in gebruik. En dat is precies wat je wilt als sportieveling: een flinke work-out kunnen doen zonder storend motorgezoem en zonder het idee te krijgen dat het e-systeem je alle inspanning uit handen neemt. De light-uitvoering zie je steeds vaker bij alle genoemde categorieën e-mtb’s.

Conclusie

Alle soorten mountainbikes die er zijn, zijn er tegenwoordig ook in een elektrische variant. Toch worden e-mountainbikes gewoon doorontwikkeld. Motoren worden stiller, kleiner en krachtiger. Accu’s worden lichter, sterker en efficiënter. Steeds meer mensen ontdekken dan ook het plezier van mountainbiken. Na het lezen van dit artikel heb je een indruk van de verschillende types e-mtb die er zijn en wat de voor- en nadelen ervan zijn.


👇🏻Met een goede fietsendrager kun je overal naartoe met je mtb! 🚵🏻
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.