ID.nl logo
Is het slim om een elektrische bakfiets te leasen?
© pikselstock - stock.adobe.com
Mobiliteit

Is het slim om een elektrische bakfiets te leasen?

Een elektrische bakfiets is een flinke investering; je betaalt al snel 2.500 tot 5.000 euro voor een nieuw model. Veel verkopers bieden dan ook de mogelijkheid om een e-bakfiets te leasen. Is dat slim of kun je beter doorsparen? We zetten de belangrijkste overwegingen op een rij.

In dit artikel vertellen we je:

  • Om welke redenen je mogelijk een e-bakfiets wilt leasen

  • Wat de kosten zijn voor het leasen van een elektrische bakfiets

  • Bij welke aanbieders je een elektrische bakfiets kunt leasen

  • Of je beter kunt leasen of kopen

  • Lees ook: Veilig fietsen op een bakfiets doe je zo

Een bakfiets is ideaal om je kind(eren) mee naar school te brengen of om je zware boodschappen mee te vervoeren. Het trappen wordt met het extra gewicht van zowel de bak als de lading al snel behoorlijk zwaar. Een elektrische bakfiets met trapondersteuning kan dat voor een deel wegnemen, al is een e-bakfiets door de elektromotor van zichzelf wel zwaarder dan een reguliere bakfiets.

Waarom zou je een elektrische bakfiets willen leasen?

De prijs van een elektrische bakfiets loopt al snel op. Hoewel de prijzen per aanbieder en model verschillen, ben je vaak minstens 2.000 euro kwijt voor de aanschaf van een e-bakfiets. Er zijn ook modellen te vinden voor 4.000 tot 5.000 euro. Deze duurdere fietsen beschikken vaak over een accu met hogere capaciteit en een krachtiger motor. Daardoor kun je de trapondersteuning langer gebruiken en fiets je makkelijker heuvels op met een zwaardere lading. Ook zijn bakfietsen in het hogere segment vaak uitgerust met een versnellingssysteem van een hogere kwaliteit of een comfortabeler vering. 

Omdat zelfs een instapmodel e-bakfiets aan de prijs is, kun je overwegen om een elektrische bakfiets te leasen. Het leasen van een bakfiets werkt vergelijkbaar met het leasen van een (elektrische) auto. Voor een vast maandbedrag mag je gedurende een vooraf afgesproken looptijd gebruikmaken van de elektrische bakfiets. Na die termijn lever je de fiets weer in of wissel je hem voor een ander model. 

Bakfiets of fietskar voor je kinderen: wat past het beste bij jou?

Elektrische bakfiets leasen: wat kost dat?

Het bedrag dat je elke maand betaalt voor het leasen van de elektrische bakfiets, hangt af van de fiets die je kiest, welke looptijd het leasecontract heeft en bij welke leasemaatschappij je de fiets leaset. Meestal betaal je in het maandbedrag ook voor andere kosten. Denk bijvoorbeeld aan onderhoud en reparaties, en een verzekering voor schade en diefstal. Soms betaal je ook voor pechhulp en eventueel voor de levering en ophaling.

Een elektrische bakfiets is vaak al te leasen vanaf 100 euro per maand. De prijs varieert afhankelijk van het model dat je kiest. Na een jaar ben je dus al minstens 1.200 euro kwijt en na drie jaar heb je al minimaal 3.600 euro voor de fiets betaald. Als je je leasecontract opzegt, moet je de fiets vaak weer inleveren.

BKR-registratie bij leasecontract

Wat niet vergeten mag worden, is dat je bij leasing in principe een lening aangaat. Dat betekent dat er vooraf getoetst wordt of je het maandbedrag wel kunt betalen en dat je na het afsluiten van de overeenkomst een BKR-registratie krijgt. Als je een fiets leaset, betaal je ook rente. Dat betekent dat je uiteindelijk in totaliteit mogelijk meer geld kwijt bent dan wanneer je de fiets zelf had gekocht. 

Daarnaast is het goed om te weten dat de fiets na afloop van de looptijd vaak eigendom blijft van de leasemaatschappij. Dat betekent dat de eventuele restwaarde van de fiets dus ook niet van jou is. Soms krijg je zodra de einddatum van je contract nadert een aanbod om de fiets tegen een bepaald bedrag over te nemen. 

Naast de private (operational) lease, zoals hierboven beschreven, kun je ook kiezen voor financial lease. Hierbij ben je fiscaal gezien wel de eigenaar van de fiets. Je koopt de elektrische bakfiets dan dus op afbetaling. Na de looptijd van de overeenkomst blijft de fiets van jou. Bij financial lease ben je per maand wel duurder uit dan bij private lease. 

©pikselstock - stock.adobe.com

Waar is leasing van een e-bakfiets mogelijk?

Bij verschillende verkopers en fabrikanten van elektrische bakfietsen kun je terecht om er een te leasen. Leaseverstrekkers zijn bijvoorbeeld Lease a Bike, Juizz, Leasemax, Leasefabriek en Fietsenwinkel.nl. Je kunt elektrische bakfietsen van verschillende merken leasen, zoals Urban Arrow, Batavus, Lovens, Gazelle, Cube, Vogue en Babboe. Laatstgenoemde is onlangs grootschalig in het nieuws geweest omdat verschillende modellen niet aan de gestelde veiligheidseisen voldoen en mag momenteel geen bakfietsen meer verkopen

Wat is slimmer: leasen of kopen?

Het leasen van een elektrische bakfiets kan slim zijn wanneer je niet genoeg financiële middelen hebt voor de initiële investering. Door te leasen hoef je niet in één keer een grote som geld neer te leggen, maar betaal je een kleiner bedrag per maand. Bovendien hoef je je weinig zorgen te maken om onderhoud, reparaties en verzekeringen, omdat die vaak zijn inbegrepen bij de lease. Aan het eind van de leaseperiode kun je de fiets bovendien weer inruilen voor een nieuw model, waardoor je altijd op een nieuwe fiets kunt rijden.

Aan de andere kant kunnen de totale kosten over de gehele leaseperiode veel hoger uitvallen dan de werkelijke aanschafwaarde van de elektrische bakfiets. Je hebt daarnaast te maken met verschillende contractuele verplichtingen. Zo kun je een boete krijgen als je het contract vroegtijdig opzegt of is het mogelijk dat je maar een maximaal aantal kilometers per jaar mag fietsen op de e-bakfiets. Wat ook niet altijd wenselijk is, is dat je een BKR-registratie krijgt omdat je een lening afsluit. Dat kan het lastiger maken om bijvoorbeeld (in de toekomst) een huis te kopen. 

Als je de investering van de bakfiets prima kunt betalen, dan is het op de lange termijn waarschijnlijk voordeliger om de fiets direct volledig af te betalen. Vind je de aanschafprijs te hoog en zie je ook leasen niet zitten? Dan kun je overwegen een fietskar aan een gewone (al dan niet elektrische) fiets te koppelen.

Toch een elektrische bakfiets kopen? Lees dan eerst deze tips!

▼ Volgende artikel
Super Mario-medley wint een Grammy
Huis

Super Mario-medley wint een Grammy

Een medley gebaseerd op soundtracks uit Super Mario-games van het Jazzorkest 8-Bit Big Band heeft afgelopen zondagnacht een Grammy gewonnen.

De medley ‘Super Mario Praise Break’ won een Grammy Award voor beste arrangement (instrumentaal of a capella). In de medley zijn nummers als Gusty Garden Galaxy uit Super Mario Galaxy en Bomb-Omb Battlefield uit Super Mario 64 te horen.

De 9-Bit Big Band is afkomstig uit New York en heeft al eens eerder een Grammy gewonnen voor gamemuziek. In 2022 won het orkest een Grammy voor het nummer Meta’s Knight’s Revenge uit de SNES-game Kirby Superstar.

View post on X

De Grammy Awards

De Grammy Awards worden al sinds 1959 georganiseerd en worden gezien als een van de belangrijkste prijzen voor muziek ter wereld. Ze worden vaak vergeleken met de Oscars, die worden uitgereikt aan films. Dit jaar won Bad Bunny de prijs van album van het jaar, en ging Billie Eilish er vandoor met een Grammy voor nummer van het jaar. Overigens won Austin Wintory een Grammy in de categorie beste gamesoundtrack voor de soundtrack van Sword of the Sea.

De Super Mario-reeks van Nintendo valt op diverse spelcomputers van het bedrijf te spelen, waaronder de Nintendo Switch 2 en Nintendo Switch. Onder de meest recente grote hoofddelen vallen Super Mario Wonder en Super Mario Odyssey.

Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.

▼ Volgende artikel
Column: De PlayStation 6 mag nog jaren op zich laten wachten
Huis

Column: De PlayStation 6 mag nog jaren op zich laten wachten

De PlayStation 6 zou wel eens pas ergens na 2028 uit kunnen komen, zo claimde een analist onlangs. Dat betekent dat we minstens acht jaar met de PlayStation 5 opgescheept zitten. Maar niet getreurd: dat is juist goed nieuws voor de gemiddelde gameliefhebber.

Dat de PlayStation 6 in ontwikkeling is bij Sony, mag voor zich spreken. Nadat een nieuwe spelcomputer is uitgekomen, beginnen consolebedrijven vaak al snel met de research voor diens opvolger. Onderzoek naar de juiste specificaties en features van consoles beslaat vaak meerdere jaren, om nog maar te zwijgen over het maken van afspraken met bedrijven die de componenten daadwerkelijk leveren, en natuurlijk het produceren ervan.

Het is dan ook waarschijnlijk dat de specificaties van de PlayStation 6 al geruime tijd vastliggen, en dat Sony intern ook een schatting heeft gemaakt voor een releaseperiode voor de langverwachte console. Misschien was het bedrijf er zelfs van overtuigd dat het de console volgend jaar uit zou kunnen brengen.

Watch on YouTube

Verlengde levenscyclus

Onlangs meldde MST Financial-analist David Gibson dat Sony nu echter overweegt om de PS6 pas ergens na 2028 te leveren. “Sony verwacht dat de levenscyclus van de PlayStation 5 wordt verlengd, en dat de PlayStation 6-release langer op zich laat wachten dan de meesten voorspellen.” Dat zou betekenen dat de PS6 misschien pas ergens in 2029 of zelfs later in de winkels ligt.

De eerdere voorspellingen van ingewijden mikten voorheen vooral op eind 2027 of in de loop van 2028, op basis van wanneer de productie oorspronkelijk zou beginnen. De PlayStation 5 kwam in het najaar van 2020 uit, dus dat zou de console al een levenscyclus van ruim zeven jaar geven voordat de opvolger op de markt komt. Dat is in principe een zeer ruime levensloop voor een spelcomputer, en een release in 2027 of 2028 zou dan ook volkomen logisch zijn.

©PXimport

Stijgende RAM-prijzen

Maar de wereld houdt geen rekening met consolereleases, en gezien de huidige ontwikkelingen is de komst van een PlayStation 6 in 2027 of 2028 helemaal niet zo logisch meer. Dat heeft voor een groot deel te maken met de prijzen van RAM (Random Access Memory), die steeds hoger oplopen. RAM is namelijk in grote getale nodig om de alsmaar populairder wordende AI-assistenten als ChatGPT en Gemini draaiende te houden.

Als gevolg daarvan wordt RAM steeds schaarser en dus duurder, en laten spelcomputers nu ook net RAM nodig hebben. In deze periode een nieuwe spelcomputer uitbrengen zou dan ook betekenen dat de prijs van de console mogelijk erg hoog komt te liggen, wat de verkoop niet bepaalt stimuleert. Een dergelijke ‘valse’ start van de levenscyclus van een spelcomputer is iets dat veel bedrijven willen vermijden.

Ook de importheffingen die de Amerikaanse president Donald Trump op producten die buiten de Verenigde Staten worden gemaakt doorvoert, zorgen voor veel onzekerheid. Eerder moesten de prijzen van diverse spelcomputers, waaronder de PlayStation 5, al stijgen om dit op te vangen. Trump is – unieke politieke ontwikkelingen buiten beschouwing gelaten – de komende jaren nog aan de macht, dus ook dat maakt het uitbrengen van een nieuwe console bepaald geen veilige onderneming. De komende jaren een console lanceren is kortom dus een gigantisch risico, dat Sony volgensgeruchten zo klein mogelijk wil houden.

Trage consolegeneratie

Sony hoopt wellicht dat de economie eind dit decennium kalmeert. Dat zou echter wel betekenen dat we nog meerdere jaren op de komst van de PlayStation 6 moeten wachten. Wat mij betreft is dat niet iets om over te treuren, maar juist goed nieuws. Het geeft ontwikkelaars namelijk de kans om echt alles uit de PlayStation 5 te halen. Een kans die ze hopelijk met beide handen aangrijpen.

Hoewel de PS5 in november van 2020 uitkwam – ruim vijf jaar geleden – heb ik nog altijd het gevoel dat deze consolegeneratie nog maar net is begonnen. De generatie kwam sowieso vrij traag op gang, omdat deze middenin de coronapandemie viel. Dat was ook voor spelontwikkelaars een ingewikkelde tijd waarin halsoverkop naar thuiswerkmogelijkheden gekeken moest worden, waardoor veel games die in ontwikkeling waren vertraging op liepen.

Sony’s eigen game-line-up is de afgelopen vijf jaar ook wat karig geweest. Dat heeft deels te maken met een focus op liveservicegames, waarbij diverse projecten die bij Sony’s meest prominente studio’s in ontwikkeling waren uiteindelijk werden geannuleerd. Denk bijvoorbeeld aan de The Last of Us-multiplayergame die na jaren productie in de prullenbak werd gegooid.

Daarbij is de ‘cross-generation’-periode van deze generatie uitzonderlijk lang. Nog altijd komen diverse games niet alleen op PlayStation 5, maar ook op PlayStation 4 uit. Nu is dat iets wat in de toekomst alleen maar vaker voor zal komen – de grenzen tussen consolegeneraties vervagen en daarmee is het ook makkelijker om de prestaties van games terug of juist op te schalen.

Toch zorgt het er ook voor dat er onder gamers een gevoel groeit dat nog lang niet het uiterste uit de PS5 is gehaald. Er is méér met dat apparaat mogelijk, vooral met de bestaande PS5 Pro in het achterhoofd. Een verlengde levenscyclus voor de console geeft ontwikkelaars de kans om een aantal schitterende spellen af te leveren in de laatste jaren van de spelcomputer – de ontwikkeltijd van games wordt immers ook steeds langer. Met toppers als Grand Theft Auto 6, The Witcher 4 en Intergalactic: The Heretic Prophet nog in het verschiet, is er meer dan genoeg potentie om het de komende jaren uit te zingen met de PS5.

Niet zonder risico’s

Natuurlijk brengt het uitstellen van een consolelancering ook risico’s met zich mee, zowel voor Sony als voor de consument. Het is namelijk helemaal niet zeker dat de wereldeconomie er eind dit decennium beter voor staat. Daarnaast zet het Sony voor een moeilijke keuze: gooit het jaren aan research voor de PS6 weg om de console eind dit decennium met moderne specificaties uit te kunnen brengen, of behoudt het simpelweg de huidige specs zodat deze op release mogelijk al deels zijn verouderd?

De eventuele keuze om de PlayStation 6 uit te stellen zal dan ook niet over één nacht ijs gaan. Het is aan de goedbetaalde mensen in topposities binnen het bedrijf om die knoop door te hakken. Maar puur vanuit mijn eigen, egoïstische liefde voor games gezien, heb ik er totaal geen moeite mee om nog een jaar of drie, vier op de PlayStation 5 te spelen. Laat maar eens zien wat die console nog kan, en blaas ons in 2029 of 2030 weg met een nieuwe consolegeneratie die écht een flinke technologische stap zet!