ID.nl logo
Bakfiets of fietskar voor je kinderen: wat past het best bij jou?
© pikselstock - stock.adobe.com
Mobiliteit

Bakfiets of fietskar voor je kinderen: wat past het best bij jou?

Ouders met bakfietsen en fietskarren zijn haast niet meer weg te denken uit ons straatbeeld. Waar vroeger de auto nog het meest voor de hand liggende vervoersmiddel was, kiezen ouders tegenwoordig steeds vaker voor de (elektrische) fiets. Wat zijn de belangrijkste verschillen tussen deze bakfietsen en fietskarren? En wanneer kies je voor de bakfiets, en wanneer juist voor de fietskar? In dit artikel zetten we de voornaamste plus- en minpunten op een rij, zodat jij als ouder een weloverwogen keuze kunt maken.

Fietsen met je kids is niet alleen beter voor het milieu, maar ook gezonder, goedkoper en vaak ook nog eens leuker dan de auto pakken. Vervoer jij je kinderen graag per fiets? Dan heb je de keuze uit een bakfiets of een fietskar. Beide opties hebben zo hun voor- en nadelen. Je vindt antwoord op de volgende vragen:

  • Hoe verschillen bakfiets en fietskar op het gebied van veiligheid?
  • Wat zijn de prijsverschillen tussen een bakfiets en fietskar?
  • Wat zijn de belangrijkste overige voor- en nadelen van beide opties?

Lees ook: Zo vervoer je kinderen veilig in een bakfiets

Alles over de bakfiets

Een bakfiets is een speciaal type fiets met een grote bak voorop om een of meerdere kinderen in te vervoeren. Kenmerkend is de hoge instap, waardoor je kinderen gemakkelijk in de bak kunt zetten. De bakfiets bestaat in verschillende varianten: de standaard bakfiets met drie wielen die je met spierkracht voortbeweegt, de elektrische bakfiets met trapondersteuning zodat je gemakkelijker langere afstanden kunt afleggen, en de extra lange long bakfiets die handig is voor grotere gezinnen. De bakfiets is vooral populair in de stad, omdat je er gemakkelijk mee door het drukke verkeer komt. Ook prettig is dat de kinderen goed beschermd en rustig in de bak zitten. Bovendien kun je naast de kids ook boodschappen of andere bagage makkelijk meenemen in de ruime bak.

©Achim Wagner

Dit moet je weten over de fietskar

Een fietskar is een aanhangwagentje dat je achter een gewone fiets kunt koppelen om kinderen te vervoeren. De kinderen zitten in dit wagentje op een bankje met gordels, dat één of twee wielen kan hebben. Sommige fietskarren kunnen ook als wandelwagen gebruikt worden, ideaal wanneer je nog geen fietsvervoer wilt gebruiken. Enkele voordelen van een fietskar ten opzichte van een bakfiets zijn dat een fietskar over het algemeen goedkoper is in aanschaf, een stuk lichter van gewicht (waardoor fietsen makkelijker gaat), eenvoudig aan- en afgekoppeld kan worden en weinig ruimte inneemt, omdat sommige modellen opvouwbaar zijn. Nadelen van een fietskar zijn dat je er maar 1 of hooguit 2 kinderen tegelijk in kunt vervoeren, terwijl in een bakfiets vaak 3 of 4 kinderen passen. Ook is een fietskar over het algemeen minder stabiel en kunnen kinderen minder beschut zitten, waardoor ze meer blootgesteld zijn aan wind en weer.

De verschillen

Wat betreft het aantal kinderen dat vervoerd kan worden, is de bakfiets favoriet. Hierin kunnen 2 tot 4 kids mee, afhankelijk van het type bakfiets, terwijl de fietskar beperkt is tot slechts 1 of 2 kinderen. Ook qua leeftijd is de bakfiets geschikter, deze kan kinderen van alle leeftijden aan, van baby tot tiener. Een fietskar is vooral geschikt voor wat oudere peuters en kindjes vanaf ongeveer 1 jaar.

Voor het vervoeren van bagage biedt de bakfiets meer mogelijkheden. Met 50 tot 100 liter aan bagageruimte kunnen naast de kinderen ook gemakkelijk boodschappen of andere spullen meegenomen worden. De fietskar daarentegen heeft hiervoor slechts zeer beperkte ruimte. Qua stalling neemt de forse bakfiets behoorlijk wat extra plek in, terwijl de fietskar vaak opvouwbaar is voor makkelijker wegzetten. En de fietskar is door het lagere gewicht makkelijker en wendbaarder te besturen dan de zwaardere bakfiets. Als laatste verschil is de fietskar met een prijs van 300 tot 800 euro een stuk voordeliger in aanschaf dan de bakfiets, die al snel 1000 tot 4000 euro kost voor een kwalitatief goed exemplaar.

©Olleg1 - stock.adobe.com

Veiligheid

Veilig vervoer van je kroost is natuurlijk een topprioriteit bij de keuze tussen bakfiets en fietskar. Over het algemeen is zowel de bakfiets als fietskar een veilige optie als je de juiste maatregelen neemt, maar er zijn wel enkele verschillen. Bij een bakfiets zitten kinderen doorgaans beter beschermd voor de omgeving, omdat ze meer omsloten zitten in de bak. Let wel altijd goed op dat ze niet met hun handen over de rand hangen tijdens het fietsen. Een valhelm is aan te raden voor meer veiligheid.

De fietskar heeft als voordeel dat deze lager bij de grond zit en een lager zwaartepunt heeft. Hierdoor is de kans op omslaan kleiner bij plotselinge bewegingen. Zorg wel dat de fietskar een stabiliseringsstang heeft, zodat hij niet gaat slingeren. Belangrijk bij zowel bakfiets als fietskar is dat kinderen altijd de beschikbare gordels gebruiken en niet los op de bank kunnen gaan staan tijdens het rijden. Ook moet de fiets technisch in orde zijn, met bijvoorbeeld goed werkende remmen en verlichting. Tot slot is het verstandig als ouder een fietsvaardigheidstraining te volgen, zodat je goed leert fietsen met je kostbare lading. Zo kun je veilig alle avonturen tegemoet!

Bescherm je bakfiets met een hoes!

Zo blijft hij langer mooi en staat hij minder in het zicht

⚡🚲 Interesse in een elektrische bakfiets? Voorkom een miskoop, kijk onze video!

Watch on YouTube
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.