ID.nl logo
Review Tesla Model Y: Waarom dit de populairste auto ter wereld is
Mobiliteit

Review Tesla Model Y: Waarom dit de populairste auto ter wereld is

Niet alleen in Nederland en in Europa voert de Tesla Model Y de verkoopstatistieken aan, de elektrische crossover is zelfs wereldwijd de best verkochte auto. Maar wil dat zeggen dat de Model Y écht zo goed is? We stappen achter het stuur van de goedkoopste versie: de Tesla Model Y RWD met achterwielaandrijving.

Rampzalig
Conclusie

Geen elektrische auto die zo efficiënt met zijn energievoorraad omspringt als een Tesla. Maar ook de rijke standaarduitrusting in verhouding tot de messcherpe prijs is een ijzersterk aankoopargument. Verder hebben de auto’s van Elon Musk een soort ‘coolheid’ over zich. Als je kunt zeggen dat je Tesla rijdt, wordt er op een heel andere manier gereageerd dan wanneer je de sleutels van een oude Citroën of Fiat op tafel legt – bij wijze van spreken. Daarom is het des te begrijpelijker dat de Tesla Model Y inmiddels de best verkopende auto ter wereld is. Maar foutloos is hij niet. We spreken hier de hoop uit dat er bij een grondige model-update iets gedaan wordt aan de te stevige afstemming van het onderstel en dat er een wat dikkere isolatiemat rond de luidruchtige wielen wordt gelegd. Dan zullen wij ophouden met zeuren over de onzinnigheid van sommige bedieningsoplossingen en gadgets binnen het zeer uitgebreide maar o-zo doordachte infotainmentsysteem.

Plus- en minpunten
  • Tesla geeft een lesje ‘zo efficiënt kan een EV zijn’
  • Heel veel ruimte voor passagiers en bagage
  • Alle rijhulpsystemen werken (nagenoeg) feilloos
  • Uitgebreid infotainmentsysteem is makkelijk te doorgronden
  • Messcherp geprijsd en nauwelijks levertijd
  • Afstemming van onderstel mist finesse
  • Veel bandenlawaai, rammeltjes en kraakjes vanuit meubilair
  • Waarom je spiegels en stuur verstellen via het touchscreen?
  • ‘Ongezellig’ interieur
  • Heel veel gadgets zijn maar heel even leuk

In deze review van de Tesla Model Y komen de volgende onderwerpen aan bod:

  • Eerst even een rondje om de Tesla Model Y
  • Is de Tesla Model Y een praktische auto?
  • Wat kost de Model Y en wat heeft de auto voor die prijs allemaal te bieden?
  • Wat zijn de concurrenten van de Tesla Model Y?
  • De accutechniek en aandrijflijn van de Model Y onder de loep
  • Hoe presteert de Tesla Model Y RWD op onze standaard verbruiksronde?
  • En hoe bevalt de Tesla Model Y op de weg?

Eerst even een rondje om de Tesla Model Y

©Igor Stuifzand

De Tesla Model Y blijkt in de praktijk een zuinigheidswonder.

We testen de Tesla Model Y niet zozeer vanwege zijn nieuwswaardigheid, want de auto rijdt alweer twee jaar rond in Nederland en heeft inmiddels 12.250 kopers gevonden (peildatum: juli 2023). Verbeteringen worden periodiek ‘over-the-air’ doorgevoerd; dat is ongeveer het enige wat er aan de Model Y verandert. Toch blijft de auto onderwerp van veel gesprekken. Is het niet omdat Elon Musk al voorspelde dat de Model Y de best verkopende EV wereldwijd zou worden, dan is het wel een choquerende prijsverlaging die wordt doorgevoerd of het feit dat de Model Y niet alleen ’s werelds best verkopende EV is, maar zelfs de best verkopende personenauto. Inderdaad: er worden meer Tesla’s Model Y verkocht dan Toyota’s Corolla of RAV4! Wie had dat twintig jaar geleden, toen Tesla zijn autodivisie oprichtte, durven denken…

©Igor Stuifzand

Met een lengte van 4,75 meter is de Tesla Model Y een forse auto. Hij weegt 1884 kilo.

Een rondje om de Tesla Model Y RWD levert weinig nieuwe zienswijzen op. De goede stroomlijn spat van de auto af, al begint de tijd op sommige designelementen wel wat vat te krijgen. Naar verluidt wordt er hard gewerkt aan een facelift, waarbij de basisvorm echter niet zal veranderen. Vroeger struikelden we bij Tesla’s nog weleens over de bouwkwaliteit, met schots en scheef gemonteerde onderdelen, maar dat tijdperk ligt inmiddels allang achter ons. Zeker nu er veel Tesla’s onze kant op komen vanuit China en Duitsland, waar de auto’s schijnbaar met meer liefde voor detail (en degelijkheid) in elkaar worden gezet dan vroeger in de VS.

Nu de Model Y ook in Tesla’s Gigafactory in Berlijn wordt gebouwd, zijn er twee nieuwe lakkleuren beschikbaar: Quicksilver (meerprijs: 3.000 euro) en Midnight Cherry Red (à 3.200 euro). Onze testauto is gespoten in Deep Blue Metallic, waarvoor je 1.600 euro extra moet betalen ten opzichte van standaard wit.

©Igor Stuifzand | ID.nl

Het dashboard van de Model Y is erg 'clean'. In deze kleurstelling straalt het geheel weinig gezelligheid uit.

Over het interieur valt evenmin iets nieuws te vertellen. Het centrale beeldscherm van het infotainment- en bedieningssysteem heeft de hoofdrol, verder valt er eigenlijk niet zo heel veel te zien. Strak en minimalistisch, en daardoor gespeend van sfeer. Het vermaak moet dus uit het centrale aanraakscherm komen. Iemand zin in karaoke, of lig je slap van de lach als je de richtingaanwijzers laat knipperen met het geluid van een scheetkussen? Dan heb je het in een Tesla algauw naar je zin.

Puur kijkend naar functionaliteit blijven we ons afvragen wat nou het voordeel is van elektronische spiegel- of stuurverstelling via het centrale scherm. Waarbij wel moet worden benadrukt, dat Tesla heel veel functies in het systeem heeft geïntegreerd die al heel snel hun nut bewijzen. Zoals de gong die klinkt wanneer het verkeerslicht op groen springt. Aan de foutloze spraakbediening kunnen nog heel veel merken een voorbeeld nemen.

©Igor Stuifzand | ID.nl

Ondanks de schuin aflopende achterkant kan er 854 tot 2.158 liter bagage achterin

Is de Tesla Model Y een praktische auto?

Absoluut! Maar dat mag ook wel bij een auto van 4,75 meter lang. Vier volwassenen zitten riant, zowel voorin als achterin is er meer dan genoeg armslag en ruimte voor je benen, en ondanks het standaard glazen panoramadak (dat niet open kan) zit je met je hoofd centimeters van de dakspant verwijderd. Tesla heeft het over een bagageruimte van 854 liter, aan weerzijden van de laadvloer zitten achter de wielkuipen nog diepe bakken en onder de laadvloer zelf kun je behalve de laadkabels nog een heleboel kleine spulletjes kwijt. Met de achterbank in z’n geheel neergeklapt ontstaat een laadruim van 2.158 liter.

Maar dat is nog niet alles: in de ‘frunk’ voorin past ook nog eens 117 liter aan bagage. En voor wie dát nog niet genoeg is: de Model Y RWD kan worden besteld met een trekhaak waaraan een aanhanger met oploopremmen van 1.600 kilo aan mag worden gehangen.

©Igor Stuifzand | ID.nl

In de 'frunk' voorin past ook nog eens 117 liter bagage. Een prima plek om de vuile laadkabel van schone bagage te scheiden.

Wat kost de Model Y en wat heeft de auto voor die prijs allemaal te bieden?

Begin 2023 waren de prijsverlagingen die Tesla had doorgevoerd het gesprek van de dag in de autowereld. Het ging niet om een klein bedrag: de korting kon oplopen tot wel 12.000 euro. Uitermate zuur als je nét nog voor de oude prijs een auto had besteld ... Zo hoog was de prijsverlaging van de Tesla Model Y RWD trouwens niet, maar de 3.000 euro die in mindering werd gebracht op de toenmalige instapprijs van 49.990 euro was toch mooi meegenomen.

©Igor Stuifzand | ID.nl

Zachte, comfortabele stoelen met verwarming en kunstleren bekleding zijn standaard, evenals het grote glazen dakpaneel.

De Tesla Model Y RWD heeft momenteel nog steeds een basisprijs van 46.990 euro, exclusief de kosten voor aflevering, tenaamstelling en verwijderingsbijdrage à 1.003 euro. Daarmee komt de auto (in tegenstelling tot de Model 3) niet in aanmerking voor SEPP-aanschafsubsidie, maar het blijft een bijzonder scherpe prijs, zeker als je kijkt naar de rijke standaarduitrusting.

Elektrische stoelbediening, (kunst)leren bekleding, stoelverwarming, automatische airco met luchtreiniging, het glazen panoramadak, een audiosysteem met dertien luidsprekers en een subwoofer, een uitgebreid pakket veiligheids- en rijhulpsystemen, een draadloze telefoonlader, navigatie en regelmatig een software-update ‘over-the-air’ zijn allemaal bij de prijs inbegrepen.

©Igor Stuifzand | ID.nl

Met Premium Connectivity is het centrale touchscreen een karaoke-tv, gameconsole, scheetkussen, noem maar op...

Met Premium Connectivity krijg je via een maandabonnement live-verkeersweergave en satellietkaarten voor de navigatie, video en muziek streamen en internet browsen. Tegen vaste meerprijzen kun je kiezen voor een andere lakkleur dan wit, 20-inch wielen, de trekhaak, witte interieurbekleding, Enhanced Autopilot, volledig autonoom rijden (al blijft dat systeem nadrukkelijk bedoeld ter ondersteuning van de bestuurder) en een wallbox voor thuisladen. Tesla houdt niet van lange levertijden. Vandaag besteld is binnen een tot anderhalve maand thuis voor de deur. De private-leasebedragen die Tesla in rekening brengt beginnen bij 684 euro per maand (op basis van 10.000 km per jaar voor 60 maanden).

©Igor Stuifzand | ID.nl

In de windtunnel werden voor een zo laag mogelijk energieverbruik aalgladde vormen gecreëerd.

Wat zijn de concurrenten van de Model Y?

Heeft de auto die wereldwijd het best verkoopt concurrenten, of moet je dat auto’s noemen die graag met de Tesla Model Y zouden willen concurreren? Laten we daarom maar de modellen noemen die qua formaat goed met de Tesla te vergelijken zijn. Te beginnen met de Skoda Enyaq iV, die in de Nederlandse verkoopstatistieken dicht in de buurt komt van de Model Y. De basisprijs van de Skoda is lager, qua vermogen en accuprestaties moet hij in de Tesla zijn meerdere erkennen. Wat dan meteen ook opgaat voor de Audi Q4 e-tron en de Volkswagen ID.4 en ID.5, die op hetzelfde elektrische platform staan als de Skoda.

Vanuit Japan steekt de Toyota bZ4x de Model Y naar de troon, al geldt ook voor dit model dat hij qua prestaties van accu en motor onderdoet voor de Tesla. Idem dito voor de voorwielaangedreven Nissan Ariya, die ongeveer dezelfde proporties heeft. BMW levert de iX1 en iX3, maar die zijn een stuk duurder en hun aandrijflijnen zijn veel minder efficiënt.

©Igor Stuifzand | ID.nl

De laadpoort zit bij het linker achterlicht. Handig als de laadpaal recht achter de auto staat, niet als je parallel aan de rijrichting moet parkeren.

De accutechniek en aandrijflijn van de Tesla Model Y onder de loep

De Tesla Model Y RWD is de basisversie van de reeks. ‘RWD’ staat voor ‘Rear Wheel Drive’, oftewel: de auto heeft alleen een elektromotor op de achteras. Tesla zelf strooit niet met vermogenscijfers, daarom hebben we de kentekengegevens van de testauto opgezocht: ‘Netto maximum vermogen elektrisch: 220 kW’. Omgerekend: 300 pk. Hoewel andere bronnen zelfs speculeren over 347 pk. Hoe dan ook: Tesla geeft wel de tijd op voor de acceleratie van 0 tot 100 km/u, en dat doet auto in 6,9 seconden. Snel genoeg, als je niet verlegen zit om vierwielaandrijving, een grotere accu of nog meer snelheid, die de duurdere Model Y Long Range en Performance wel hebben.

©Igor Stuifzand | ID.nl

Het navigatiesysteem berekent aan de hand van het stroomniveau precies waar je op je route het best een laadstation kunt opzoeken.

Ook over het formaat van de batterij geeft Tesla zelf weinig prijs. In de kentekengegevens wordt een gemiddeld energieverbruik van 15,7 kWh/100 km vermeld, Tesla geeft een actieradius op van 430 kilometer. Dus moet de batterij een netto capaciteit van ongeveer 67,5 kWh hebben. Maar dat is berekend op de achterkant van een doorgescheurde blauwe envelop (want wegenbelasting hoef je voor de Tesla nog steeds niet te betalen). Aan de Supercharger, Tesla’s eigen snellaadnetwerk, haalt de Model Y RWD een hoogste laadkracht van 170 kW.

Tesla heeft zijn eigen snellaadstations. Bij geselecteerde 'Superchargers' kun je ook met een EV van een ander merk terecht.

Hoe presteert de Tesla Model Y op onze standaard verbruiksronde?

We hebben de kaart erbij gepakt en een testroute uitgestippeld van zo’n 170 kilometer, waar we voor een goede praktijkindicatie voortaan het verbruik van elke elektrische testauto zullen meten. De route leidt door de stad met veel verkeer en verkeerslichten, via provinciale en secundaire wegen en over enkele snelwegtrajecten, waar we de cruisecontrol zowel op 100 km/u als op 130 km/u vastzetten. We rijden onze verbruiksronde na de avondspits, zodat we bij 130 km/u geen snelheidsovertredingen riskeren en nauwelijks te maken hebben met druk (vracht)verkeer. Invloed op het weer hebben we niet; auto’s die we in het najaar of in de winter rijden, zullen een hoger stroomverbruik noteren dan auto’s die in de lente en de zomer aan bod komen. Belangrijkste verbruiksfactor bij een EV blijft echter de rijstijl van de bestuurder. Wij houden ons overal aan de voorgeschreven snelheid en maken van de test geen race of recordpoging 'zuinig rijden'. We zetten de airco op 21 graden Celsius en schakelen (indien aanwezig) het regeneratief remmen of ‘one-pedal driving’ in.

De Tesla Model Y RWD had het makkelijk tijdens onze verbruikstest. Op een mooie windstille zomeravond bij 24 graden ging er weinig energie verloren aan randsystemen zoals de airco. We weten dat Tesla op het gebied van efficiënte batterijen een voorsprong heeft op de concurrenten, maar de Model Y RWD legt de lat voor alle toekomstige test-EV's meteen wel heel hoog tijdens onze verbruiksronde. Na 170 kilometer noteert de boordcomputer een totaalverbruik van 23 kWh, oftewel een gemiddelde van 13,2 kWh/100 kilometer. Dat is ongekend zuinig, een staande ovatie waard. Uitgaande van de (geschatte) netto capaciteit van de batterij à 67,5 kWh zou gemakkelijk 510 kilometer op een volle accu kunnen worden afgelegd.

©Igor Stuifzand | ID.nl

Stille motor, nauwelijks windgeruis, maar wel veel bandenlawaai. Een dikker isolatiematje om de wielkuipen zou welkom zijn.

En hoe bevalt de Tesla Model Y op de weg?

Er is een heleboel om vrolijk van te worden bij de Tesla Model Y, maar we hebben ook een lijstje met ‘punten waar we over vallen’. Na een weekje rijden, noteren we de afstemming van het onderstel als grootste minpunt. De vering is stug, de schokdemping stevig. Dat wekt misschien de indruk van een sportieve wegligging, maar de Model Y gunt zichzelf geen moment van rust. Ongeacht de conditie van het wegdek, voel je de auto voortdurend hobbelen.

Zelfs op de kleinste en kortste oneffenheden maken de grote wielen harde klappen. En van die veerbewegingen wordt beslist geen geheim gemaakt. Bovendien hoor je ook nog eens heel goed wat er zich allemaal onder de brede banden afspeelt, de afrolgeluiden zijn nadrukkelijk aanwezig. Maar we horen helaas ook andere bijgeluiden: uit het meubilair van de testauto klinken rammeltjes en kraakjes. Tesla heeft de afgelopen jaren heel grote kwaliteitswinst geboekt, maar we constateren toch nog ruimte voor verbetering.

©Igor Stuifzand | ID.nl

Met de hendel rechts aan de stuurkolom kies je de rijrichting en activeer je de cruisecontrol en (indien aanwezig) Auto Pilot.

Het centrale beeldscherm kan een beetje overdonderende uitwerking hebben op mensen die niet eerder met een Tesla hebben gereden, maar de bediening van het uitgebreide infotainmentsysteem steekt heel begrijpelijk in elkaar. Toch is het raadzaam om de tijd te nemen voor de kennismaking met de bediening. Er zijn zó veel verschillende functies in ondergebracht dat het weken of zelfs maanden kan duren voordat je alles gedachteloos vindt. Zodra je weet waarvoor alles dient en waar alles zit, is de digitale Tesla-wereld een heel ontspannen omgeving.

Met de adaptieve cruise control op een relaxte snelheid laat je alle systemen het werk verrichten. Wil je de temperatuur een graadje hoger of lager hebben, of gaat je voorkeur uit naar een andere radiozender? Dan wordt je verzoek via de uitstekende spraakbediening zonder denkpauze of wedervraag beantwoord, terwijl de auto keurig tussen de wegbelijning wordt gehouden. Een aangename manier van autorijden. En het idee dat je zo ongeveer de zuinigste EV op de weg hebt, is al net zo prettig. Hoewel je daarin beslist niet meer alleen bent.

©Igor Stuifzand | ID.nl

Kom maar eens voor een ruime en energiezuinige gezins- of zaken-EV die zoveel waar voor zijn geld te bieden heeft.

Ontdek jouw perfecte elektrische auto

Vergelijk en vind de beste deals op Kieskeurig.nl
▼ Volgende artikel
Column: Overwatch 2 heeft juist nu een PvE-modus nodig
© Blizzard
Huis

Column: Overwatch 2 heeft juist nu een PvE-modus nodig

Liveservicegames en hero shooters waren in 2016 niet per se nieuw. Destiny ging al twee jaar hard, en hoewel nieuwkomer Overwatch erg goed ontvangen werd, trokken sommigen al snel vergelijkingen met Valve’s inmiddels oude Team Fortress 2. Toch wist de hero shooter van Blizzard een Game of the Year Award voor de neus van onder andere Uncharted 4: A Thief’s End weg te grissen. Het was een glorieus begin van een moeizaam traject.

In de afgelopen tien jaar onderging Overwatch grote veranderingen. Na een groot succes met ruim 50 miljoen totale spelers in de eerste drie jaar kondigde Blizzard in 2019 aan dat er een vervolg zou komen, dat ‘naast het originele Overwatch’ moest bestaan en uitgebreid werd met Player-versus-Environment-content. De 6-tegen-6 Player-versus-Player-gameplay waar Overwatch om bekendstaat, zou blijven bestaan en voorzien worden van dezelfde content in de twee games. Ook zou Overwatch 2 een exclusieve PvE-modus met een verhaallijn en skill-trees krijgen, waarmee ieder personage op zowel grote als subtiele wijze aangepast kon worden.

©Blizzard

Nee, toch niet

Wie Overwatch 2 sinds de early access-verschijning eind 2022 heeft gespeeld, weet dat daar maar bar weinig van is waargemaakt. Overwatch en Overwatch 2 werden ten eerste geen aparte titels: laatstgenoemde heeft de plaats van het origineel simpelweg ingenomen. Die verhaalmodus? Voor 15 euro kreeg je met de 1.0-release van Overwatch 2 in augustus 2023 toegang tot drie missies. Die verkochten niet goed genoeg voor Blizzard – volgens bronnen Bloomberg - waarmee de mogelijkheid van meer PvE-content direct werd begraven.

Het was toen zelfs al bekend dat de PvE-modus grotendeels geschrapt was, gezien de modus volgens regisseur Aaron Keller ‘de focus tijdens het ontwikkelproces van de game belemmerde’. Dat is geen vreemde redenering, maar PvE was wel juist datgene dat Overwatch 2… nou ja, Overwatch 2 maakte. Uiteindelijk was de lancering van de ‘nieuwe’ game vooral een grote update, met drie nieuwe personages, wat extra arena’s en een nieuwe 5v5-opzet in plaats van 6v6. Er stond nu slechts een ‘2’ achter.

©Blizzard

Een alternatieve toekomst

Recent werd aangekondigd dat Overwatch 2 het cijfer van de naam afknipt met het twintigste seizoen en dus weer gewoon Overwatch heet – we zijn dus weer terug bij af. Ik stapte zelf destijds op de Overwatch-trein door juist de belofte van PvE in het vervolg, en heb uiteindelijk pakweg 300 uren tussen beide games verdeeld. Hoewel ik naarmate de tijd vorderde wat uren in de competitieve modus stak, maakte het spelen met vrienden de ervaring écht vermakelijk.

Gezellig kletsen, schreeuwen tegen willekeurige teamgenoten en de mix van tactiek en variatie die de vele personages in Overwatch bieden: dat staat mij bij. Een PvE-modus waarin juist dat samenspel en de speelwijze van de verschillende heroes aan te passen zijn naar jouw speelstijl was een soort heilige graal, die uiteindelijk dus nooit verscheen. Dat is eeuwig zonde. De competitieve e-sportscene van Overwatch is al sinds het begin een belangrijk aspect van de game, dus ergens is het begrijpelijk dat het team dit niet uit het oog wilde verliezen.

©Blizzard

Maar juist in de laatste jaren zien we een interessante verschuiving naar PvE, of in ieder geval multiplayer-ervaringen die niet geheel om competitie draaien. Denk aan Helldivers 2 van een paar jaar terug, waarin vrienden en willekeurige spelers het opnemen tegen legioenen aan vijanden – en zelfs wereldwijd samen naar een doel werken. Of de explosie aan zogenaamde ‘friendslop’ games als Peak en Lethal Company, die geheel draaien om het samen uitvoeren van taken als een berg beklimmen of het verzamelen van schroot. Een game als Arc Raiders bevat daarbij ook PvP-elementen, maar staat ook bij omdat meerdere spelers samen kunnen komen om een gigantische robot te verslaan. Video’s waarbij spelers plots oude vrienden tegenkomen in de game tonen aan waarom PvE momenteel zó ontzettend leuk kan zijn.

De realiteit

Het is achteraf makkelijk te zeggen, maar de originele visie voor Overwatch 2 had best een prominente rol in het huidige gamelandschap kunnen bekleden. Met de aankondiging werden uitgebreide skilltrees getoond voor de verschillende personages waar Overwatch om bekendstaat.

©Blizzard

Een van Mei’s speciale vaardigheden is bijvoorbeeld het veranderen in een ijspegel, om zo health terug te verdienen en een paar seconden onverwoestbaar te zijn. Met een van de skills die getoond werd veranderde deze ijspegel in een ijsbal, waarmee ze op spectaculaire wijze door groepen vijanden kan kegelen. De PvE-modus had de potentie om een soort zandbak voor dergelijke ideeën en ingrijpende veranderingen voor het klassieke Overwatch te worden. Een speelsere mix van skills en samenwerking om juist die avonturen uit bijvoorbeeld een Helldivers 2 te nabootsen. De tactische teamgameplay had dan ook niet hoeven verdwijnen, het zou juist vet geweest zijn om met vrienden verschillende skills af te stemmen en los te laten op de robots van Null Sector.

Dat is nog zoiets: de lore en verhaallijn van Overwatch zijn ontzettend interessant, en had meer in de schijnwerpers kunnen staan met de PvE-insteek. Nog voordat ik de games überhaupt had aangeraakt, verslond ik de prachtig geanimeerde filmpjes van Blizzard en verhalen die ze voor de personages uitbrachten.

Watch on YouTube

Wat ik dan ook zie van de nieuwe update wringt met mijn gevoel. Ja, het lijkt erop dat Blizzard een inhaalslag maakt en sneller met nieuwe personages komt om de game fris te houden. Het wekt de indruk dat we weer terug zijn bij het ‘oude’ Overwatch, en dat de ontwikkelaar nog altijd een sterke hero shooter wil behouden nu concurrenten als Marvel Rivals het speelveld hebben betreden. Toch kan ik het niet laten om te fantaseren over hoe Overwatch meer had kunnen zijn dan een hero shooter.

De realiteit is dat het Overwatch-team geen goede balans wist te vinden tussen het bijhouden van de PvP- en competitieve scene van Overwatch en de ontwikkeling van de PvE. Zonde, want zeker in het huidige multiplayerklimaat, waar mensen steeds meer achterover lijken te hangen om met elkaar te spelen in plaats van tegen elkaar, had het originele Overwatch 2 perfect gepast.

▼ Volgende artikel
We geven Mario Tennis Fever weg voor de Switch 2
Huis

We geven Mario Tennis Fever weg voor de Switch 2

Samen met onze vrienden van bol geven we wekelijks een nieuwe game weg, en deze week is dat natuurlijk Mario Tennis Fever.

Fever verscheen namelijk deze week voor de Nintendo Switch 2 en is volgens onze Simon een uitstekende Mario-sportgame. Met z'n Fever Rackets - die speciale slagen vol onvoorspelbare effecten mogelijk maken - goede basisgameplay en flink wat content weet Fever boven de afgelopen delen uit te stijgen:

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Winnen

Wat moet je doen om te winnen? Ga naar de website van bol, vind de productcode in de url (bestaande uit zestien cijfers) en vul die hieronder in het invulformulier in! Vergeet ook niet je naam en emailadres in te vullen, dan sturen we je zo snel mogelijk een code om de game fysiek op bol.com te bestellen!

Werkt het formulier niet? Klik dan hier.

Watch on YouTube