ID.nl logo
Laden met 800 volt: Hyundai maakt het mogelijk
Mobiliteit

Laden met 800 volt: Hyundai maakt het mogelijk

Hyundai heeft met het e-GMP-platform een nieuwe standaard voor elektrische auto's neergezet. Deze gepatenteerde hoogvoltage-technologie biedt allerlei voordelen, zoals sneller laden, een grotere actieradius en een langere levensduur van de accu. In dit artikel lees je hoe deze innovatie van Hyundai – en binnenkort ook andere merken – de toekomst van e-mobiliteit vormt.

In dit artikel gaan we onder meer dieper in op:

📌 Het innovatieve 800 volt e-GMP-platform van Hyundai 📌 Hoe 800V-technologie sneller laden en een betere actieradius mogelijk maakt 📌 De voordelen van 800 volt voor efficiëntie, warmtehuishouding en levensduur van de accu 📌 Praktijkervaring: 3000 km roadtrip in een Hyundai IONIQ 5 met 800 volt 📌 De toekomst van 800V-EV's en wat andere merken hiermee doen

Ook lezen: XPENG G9 - Chinese super-SUV combineert luxe en betaalbaarheid

Download nu GRATIS het EV Duurtest-rapport 2024!

In het EV Duurtest-rapport zijn nieuwe elektrische auto's door verschillende consumenten getest. Alle resultaten vind je terug in dit digitale rapport. Door het invullen van je naam en e-mailadres meld je je aan voor ontvangst van het Kieskeurig EV Duurtest-rapport. Tevens ben je ingeschreven voor de Kieskeurig.nl EV-nieuwsbrief.

Je hebt ‘m misschien voorbij zien komen, mijn eerste rijtest met Hyundais krachtigste productie-auto ooit: de IONIQ 5 N. Een 650 pk sterke EV die er niet alleen tof en onderscheidend uitziet, maar dankzij slimme technologie een compleet andere kant van elektrisch rijden heeft laten zien. Gadgets waarmee het merk een kunstmatige doch zeer overtuigende ziel heeft gecreëerd. En dat alles met een basis die al bekendstond om zijn vooruitstrevende aard: het 800 volt e-GMP-platform. In dit artikel vertelt Irwin Versteegh van InstaAutoVlog aan de hand van 3000 km (in drie dagen!) wat die technologie zo bijzonder en doeltreffend maakt.

©Irwin Versteegh - Duijnstee

Terug naar 2016

Acht jaar geleden lanceerde Hyundai de IONIQ, een auto die als hybride, plug-in hybride of als volledig elektrische auto op de markt kwam. Met name de Electric was bijzonder. Let wel, destijds was de EV nog niet zo ingeburgerd als nu en was de keuze verder beperkt tot een Nissan Leaf, BMW i3, Kia Soul of een Tesla Model S.

Het bijzondere was dat de Hyundai IONIQ uit een relatief compact accupakket van 28 kWh een range van 280 km wist te persen. Gemeten volgens de inmiddels verouderde NEDC-methode, dat wel, maar we hebben het hier desondanks over een riante middenklasser met een grote kofferruimte. Het meeste bijzondere? Je kon deze auto in zo'n 25 minuten van 10 naar 80 procent bijladen.

©Hyundai

Net even anders

Dat zorgt ervoor dat de IONIQ Electric zelfs vandaag de dag nog een auto is die qua snelladen, energieverbruik en de standaard aanwezigheid van een warmtepompinstallatie nog steeds een prima keus is. Het merk was er dan ook vroeg bij, en met name dat stukje snelladen leek naar meer te smaken.

Eind 2020 verscheen er een persbericht: "Hyundai onthult uniek BEV-platform genaamd e-GMP: het Electric Global Modular Platform." Op zich niet heel spannend, een modulair EV-platform; Volkswagen toonde een paar jaar eerder al het MEB-platform voor onder meer de complete iD-serie, zij het dat Hyundai en daarmee ook Kia en diens luxemerk Genesis het net even anders aanpakte.

Het persbericht vertelde namelijk dat de innovatieve basis standaard is voorzien van een 'multi-oplaadsysteem'. Klinkt wellicht wat wazig, maar deze gepatenteerde technologie maakt het mogelijk dat EV's op deze basis met zowel 400 als 800 volt kunnen worden bijgeladen. En dan hebben we het niet over 'traag' opladen aan een oplaadstation thuis of in de straat, maar aan snelladers van bijvoorbeeld Fastned of Ionity. Hoe dat werkt? Een ingenieuze omvormer verhoogt de eventuele 400V-input naar 800V met een stabiele hoogvoltage-snellaadsessie tot gevolg.

©Hyundai

De Koreanen waren hun tijd vooruit

Maar de Porsche Taycan heeft toch ook 800 volt? Klopt, net als de Audi eTron GT bijvoorbeeld, zij het dat die auto’s – zeker in het begin – optioneel met een DC-DC-omvormer waren uitgerust die tot 150 kW snelladen mogelijk maakte aan een 400V-laadinstallatie. Had je deze omvormer niet, dan kwam je niet verder dan 50 kW. In beide gevallen in elk geval een stuk trager dan de potentiële 270 kW die de Taycan of eTron GT moet kúnnen hebben. De Koreanen waren dus behoorlijk inventief, en dat voor letterlijk de helft van het geld.

Als we naar het laadproces kijken, dan draait het in de basis om volt en ampère. Volt (A) x ampère (A) = (kilo)watt (kW). Voorbeeld: 400V x 500A = 200.000 W, oftewel 200 kW. Met deze rekensom zouden we een 400V-auto zoals een Tesla Model 3 met maximaal 200 kW snel kunnen opladen. Het nadeel? Hoe meer ampère, hoe hoger de warmteontwikkeling. En te veel warmte vinden accu's niet fijn. Dat is bijvoorbeeld waarom Fastned van die dikke, met olie gevulde laadkabels gebruikt. En die hitte, inclusief het onvermijdelijke energieverlies, ontstaat dus ook in de accu van je auto, waardoor extra vloeistofkoeling nodig is.

En als we hetzelfde vermogen van 200 kW willen bewerkstelligen met 800 volt? Dan verandert de rekensom en zien we een halvering van het aantal ampères: 800V x 250A = 200 kW! Iets meer ampères? 800V x 350A = 280 kW. Het gevolg? Een hoger voltage betekent een lager ampèrage, en dus minder warmteontwikkeling, minder energieverlies en per definitie een betere efficiëntie. Omdat er minder hitte ontstaat, is dat bovendien gunstiger voor de levensduur van je batterij. Maar wees gerust, moderne EV’s zijn voorzien van actieve – vloeistofgekoelde – accu’s waardoor je je ook daar geen zorgen over hoeft te maken.

Sneller laden, meer range

Toch biedt deze nog steeds wat prijzige technologie nog meer voordelen. Zo geniet je niet alleen van sneller laden, maar ook van (in theorie) een lager energieverbruik. Ook de elektromotor werkt namelijk op 800V-hoogspanning, die daardoor meeprofiteert van het lagere ampèrage. Er is sprake van minder weerstand en minder hitteverlies, en daardoor een lager energieverbruik van de elektromotor.

Effect? Een in potentie betere range! Daarnaast zorgt 800 volt ervoor dat snelladers kunnen worden uitgerust met dunnere kabels, waardoor er dus minder zeldzame en prijzige materialen als koper nodig zijn. Dit geldt namelijk ook voor het complete netwerk aan boord van je auto.

Op naar Barcelona

Terug naar het begin: de 3000 km in de IONIQ 5. Het allereerste model van Hyundai dat debuteerde op die innovatieve e-GMP-basis. Die 3000 kilometer reed ik trouwens niet zomaar, maar was het directe gevolg van mijn aanwezigheid bij de internationale persintroductie van de IONIQ 5 N. Niet in Appelscha of Tiel, maar het altijd fijne Barcelona. In navolging van mijn reis per Volvo XC40 naar de Spaanse metropool, eind 2023, vertrok ik een paar weken geleden opnieuw richting het zuiden. In stijl uiteraard, want per IONIQ in AWD Lounge-uitvoering.

Met de Volvo XC40 Single Motor Extended Range reed ik destijds onder vergelijkbare omstandigheden: 1380 kilometer met 's nachts temperaturen van net boven het vriespunt en overdag tussen de 15 à 20 graden. Totale reistijd: 17 uur, inclusief 5 laadstops. Dat was het uiteindelijke resultaat met een beschaafde rijstijl en snelheden die nauwelijks de 120 km/u passeerden. De XC40 bleek bovendien een fijne reisauto en presteerde wat betreft het snelladen keurig met een 10-80%-vulling in circa 31 minuten.

Verschil moet er zijn

Hoe de reis met de IONIQ 5 is verlopen? Om te beginnen was de afstand op 3 km na hetzelfde: die bedroeg nu 1383 kilometer. En ook nu was er sprake van vijf laadstops. Niettemin heb ik volop kunnen profiteren van de 800 volt aan laadpower, want na vijf snellaadsessies arriveerden we al na 15 uur reistijd op onze bestemming. Inderdaad, twee uur sneller dan met de Volvo.

Het was het directe gevolg van het aan kunnen houden van een hogere gemiddelde snelheid (minimaal 130 km/u op de Franse Péage met soms geregeld 140 op de teller), maar vooral het snellere opladen van de batterij. Met name de mogelijkheid om langer een hoger snellaadvermogen te handhaven bleek nuttig. Zo heeft de IONIQ 5 slechts 18 minuten nodig om van 10 naar 80 procent te worden bijgeladen, en een paar minuten extra om door te trekken naar 90 procent.

800 volt zal steeds belangrijker worden

De meerwaarde van 800 volt zul je in ons kleine landje dan misschien niet op dagelijkse basis ervaren of opmerken, maar op een dergelijke rit maakt het echt een verschil. Je bent in staat om een gemiddelde reistijd van 100 km/u te realiseren, zeker met een nóg efficiënter model als bijvoorbeeld de IONIQ 6.

Zijn Hyundai, Kia en Porsche de enige? Nee, ook XPENG heeft met de G9 momenteel een 800V-auto in huis, en met de op handen zijnde G6 lanceert het merk binnenkort een tweede 800V-model. Eén ding mag hoe dan ook duidelijk zijn: zeker in combinatie met de solid state-accu zal de 800V-techniek in de toekomst een steeds prominentere rol gaan spelen. Maar voordat het zover is, maken de genoemde merken deze toekomst alvast realiteit.

Vraag een offerte aan voor laadpalen:

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.