ID.nl logo
XPENG G9 - Chinese super-SUV combineert luxe en betaalbaarheid
Mobiliteit

XPENG G9 - Chinese super-SUV combineert luxe en betaalbaarheid

De Chinese autofabrikant XPENG gooit hoge ogen met zijn nieuwe elektrische SUV, de G9. Deze auto biedt een indrukwekkende hoeveelheid luxe en innovatieve tech, maar dan voor een fractie van de prijs van Europese concurrenten als Mercedes, BMW en Audi. Met zijn enorme actieradius, supersnelle laadsnelheid en uitgebreide connected features zet de G9 de gevestigde orde flink onder druk.

Watch on YouTube

Ontdek jouw ideale elektrische auto

Vergelijk en vind de beste deals op Kieskeurig.nl!

Je kunt er niet omheen: Chinese automerken maken een enorme opmars. Logisch ook, want de vraag naar EV’s was niet eerder zo hoog en de gevestigde orde heeft moeite om voldoende te innoveren tegen een ook nog eens schappelijke eindprijs. Toch hanteren ook de nieuwkomers allemaal een eigen strategie. Waar BYD kiest voor toegankelijke luxe, mikt NIO duidelijk op de premiumklasse. Het hier nog redelijk onbekende merk XPENG probeert van beide markten een graantje mee te pikken. Onze partner Irwin Versteegh van InstaAutoVlog reed onlangs met één van de voorlopig twee modellen: de G9.

Vleugeldeuren? Ja echt!

XPENG heeft vier vestigingen in Nederland: een Flagship Store in The Westfield Mall of the Netherlands in Leidschendam en drie zogenoemde 'Centers' in Amsterdam, Rotterdam en Utrecht. Vanuit die laatste worden voorlopig twee modellen geleverd: de P7 en G9.

De P7 is een chique sedan die concurreert met de Tesla Model 3 en de Polestar 2. Het onderscheidende vermogen? Snufjes als een XPENG-assistent in de auto, hoogwaardige technologie die onder meer wordt ingekocht bij merken als Brembo en de mogelijkheid om voor een 'Wing edition' te kiezen. In dat geval rust het merk jouw P7 uit met vleugeldeuren.

Het andere model, de G9, is een behoorlijk forse SUV in de klasse van de Mercedes EQE en de NIO EL7. Wapenfeiten? Heel veel voor relatief weinig. Zo bedraagt de instapprijs net geen 58.000 euro. En dan krijg je niet alleen een forse accu, maar vooral een auto van net geen 4,90 meter lang, 1,94 meter breed en 1,68 meter hoog. Daarmee is-ie op de lengte na net iets forser dan een EQE, maar ook compacter dan de EL7 van NIO.

Wat je nog meer krijgt, standaard? Ledkoplampen en dito dagrijverlichting met een kenmerkende signatuur aan de voor- en achterkant, privacy glass vanaf de B-stijl, 19-inch lichtmetalen wielen en zogenaamde frameloze portieren met een automatische soft close-functie.

Twee 15-inch displays

Er is nergens op bespaard, en dat geldt ook voor het interieur. In de G9 stijg je aan boord van een echte SUV. Je zit op chique fauteuils en kijkt uit over een fraai gestileerd binnenste. Wat direct opvalt? De brede middentunnel, maar voornamelijk een gigantische aflegruimte met twee draadloze telefoonladers. En o ja, de twee aan elkaar geplakte 15-inch lcd-schermen natuurlijk: een voor de bestuurder en de andere voor de passagier. Dankzij een speciale coating kun je als bestuurder niet op het rechter display kijken, en dat is niet zonder reden. Apps als YouTube, TikTok en een browser zorgen namelijk voor het nodige vertier voor de bijrijder.

Sterker nog: dankzij een speciale make-upfunctie kun je via het scherm zelfs de kleurtemperatuur van de extra grote make-upspiegel instellen. Eén druk op de knop en de stoel gaat zelfs naar een speciale make-upstand. Om de neus op deze manier te poederen dien je overigens wel een kleine 4000 euro af te tikken voor het Premium Seat&Audio Pack.

Dan krijg je extra comfortabele stoelen met een verlengbaar zitvlak, een serieus goede massagefunctie, maar ook zaken als nappaleren bekleding. Niet alleen op de stoelen, maar ook op het dashboard. Muziekliefhebber? XPENG monteert in dat geval ook een 2000 watt audiosysteem van Dynaudio, en dat klinkt absoluut fenomenaal. Zuiver, vol, maar vooral in balans.

Ruime caravantrekker

Het Premium Seat&Audio Pack zorgt er ook voor dat de zeer riante tweede zitrij niet wordt overgeslagen. Je krijgt dan twee individueel verstelbare buitenste zitplaatsen met een verlengbaar zitvlak en een massagefunctie.

De bagageruimte meet een inhoud van 660 liter en is eenvoudig te vergroten naar een maximum van net geen 1,6 kuub. Een kofferruimte onder de motorkap heeft-ie ook, en daar kan ook nog eens 71 liter worden opgeborgen. Iets te trekken? Elke G9 mag maximaal 1500 kg trekken en er kan zelfs af-fabriek worden geopteerd voor een keurig elektrisch wegklapbare trekhaak. Kies je voor de Performance-versie, dan kent de luchtvering zelfs een speciale ‘trekmodus’.

Huzarenstukje

Qua afwerking? Geweldig, zij het niet zo verfijnd als de NIO EL7 of de Duitse concurrentie. De XPENG presteert op dat vlak net even iets minder, maar nog steeds bovengemiddeld. De werking van de twee touchscreens? Beter dan al zijn concurrenten! Dankzij de krachtige processor vlieg je in een razend tempo door alle instellingen en mogelijkheden. De navigatie werkt duidelijk en snel, en is zelfs in staat tot het uitstippelen van een route via snelladers. Oké, eerlijk is eerlijk: in de praktijk liet-ie op dat vlak wel wat steken vallen, maar continue updates middels een internetverbinding moeten hier soelaas bieden.

De twee lcd-displays mogen dan deels het onderscheid maken, het werkelijke huzarenstukje van de G9 is de aandrijftechniek. De instapper, de Standard Range, beschikt over een net geen 80kWh-accu waarmee je maximaal 460 km kunt rijden, terwijl de Long Range-variant met zijn 100kWh-batterij er zelfs 570 km uit kan persen.

Beide auto’s hebben dan een 313 pk en 430 Nm sterke elektromotor op de achteras. Er is ook een Performance-versie met een extra elektromotor op de vooras en een totaal vermogen van 550 pk en 717 Nm. De Standard en Long Range doen 6,4 seconden over het sprintje naar de 100 km/u, terwijl de Performance daar slechts 3,9 seconden voor nodig heeft. Voor deze test reden we met de middelste uitvoering, de Long Range voorzien van het Premium Seat&Audio Pack, een auto die onderaan de streep net geen 66.000 euro kost.

Oplaadkanon: 318 kW!

Net als de Porsche Taycan en diverse Kia's en Hyundais, beschikt de G9 standaard over 800volt-technologie. Dat zorgt ervoor dat de auto's in een razendsnel tempo zijn bij te laden met minimaal 260 kW vermogen voor de instap-accu en maar liefst 300 kW voor de grote accupakketten. In de praktijk? 318 kW! De G9 bleek gedurende de test – die gedurende de winterkou plaatsvond – een absolute recordhouder.

Niet eerder zagen we dergelijke snelheden passeren. Het zorgt dan ook voor een 10-80%-lading in slechts 20 minuten. Dat is razendsnel voor een auto met een 100kWh-accu. Ter vergelijking: de BMW iX heeft het dubbele nodig, en ook de Mercedes EQE heeft bijna een kwartier langer nodig. Premium hoogwaardige technologie die XPENG je dus geeft, en dat voor letterlijk een fractie van de prijs. Het opladen gaat daarnaast stabiel dankzij de actieve batterijverwarming én -koeling, zodat je ook in de winterkou niet voor verrassingen komt te staan.

Matige rechtuit-stabiliteit

Eenmaal op pad met de G9 valt al snel op dat de vrij lage zitpositie in de auto in combinatie met de hogere carrosserie een erg prettige is. Je hebt aan de ene kant een fijn overzicht over het verkeer en zelfs de carrosserie dankzij de grote spiegels, maar je zit ook uitgerust en naar wens zelfs enigszins sportief achter het stuur.

Het sturen gaat vrij licht, maar precies en met voldoende feedback. De hele set-up doet op dat vlak denken aan die van Mercedes. En daar blijft het niet bij, want ook de rijeigenschappen sluiten hierbij aan. Er is sprake van een prettig en uitgebalanceerd geheel waar genoeg ruimte voor rij- en veercomfort wordt gecombineerd met voldoende wendbaarheid en dynamiek.

Het enige waar XPENG echt even aan moet werken, is de matige – en soms zelfs dramatische – rechtuit-stabiliteit. Er lijkt gewicht in de neus te ontbreken en vooral met een stevig windje wil de hoge koets al snel een loopje nemen met de toch dik 2 ton zware G9. 

Zuinig of liever beestachtig?

De 313 pk sterke elektromotor op de achteras is meer dan adequaat en past prima bij het karakter van de auto. Zeker in combinatie met de verrassend lage energieconsumptie van gemakkelijk 21 à 22 kWh/100 km in de praktijk. Dat betekent een reële range van 450 km op een volle acculading voor de Long Range RWD.

De Performance-versie rijdt nagenoeg hetzelfde, zij het op de limieten iets harder gedempt. De intelligente twee-kamer luchtvering is echter kundig genoeg om comfort en dynamiek te combineren, en dat is zeker met de grotere 21-inch wielen een welkome feature. Met 550 pk is de Performance daarnaast een absoluut beest, en zeker in de sportmodus is de G9 in staat tot het verzetten van bergen.

De stuurinstallatie geeft net even iets meer feedback, en ook de rechtuit-stabiliteit van de Performance is beter. Uiteraard lust de Performance wel wat meer stroom, maar met een gemiddeld testverbruik van 24 kWh/100 km haal je nog steeds een kleine 400 km met een volle accu.

Goed, maar niet perfect

De XPENG G9 mag dan een zeer interessante auto zijn, zeker als je kijkt naar formaat, uitrusting, techniek én de prijs, maar perfect is-ie zeker niet. Met name de autonome technologie, zoals de overgevoelige adaptieve cruisecontrol bijvoorbeeld, of de hyperactieve bestuurdersmonitor die bij een klein gaapje al begint te miepen, is ronduit ondermaats. Tel daar de matige rechtuitstabiliteit bij op en we hebben een aantal verbeterpunten te pakken. Niettemin is de G9 een ronduit concurrerende auto die op het vlak van efficiency en oplaadtechniek de concurrentie in het stof laat bijten. En dat is een verdraaid knappe prestatie.

Download nu GRATIS het EV Duurtest-rapport 2024!

In het EV Duurtest-rapport zijn nieuwe elektrische auto's door verschillende consumenten getest. Alle resultaten vind je terug in dit digitale rapport. Door het invullen van je naam en e-mailadres meld je je aan voor ontvangst van het Kieskeurig EV Duurtest-rapport. Tevens ben je ingeschreven voor de Kieskeurig.nl EV-nieuwsbrief.

Vraag een offerte aan voor laadpalen:

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.