ID.nl logo
Zo werken stemwijzers
© Reshift Digital
Huis

Zo werken stemwijzers

Politiek is complex. Een keuze maken tussen al die partijen (er staan er op het moment van schrijven vijftig geregistreerd) is een lastig karwei. Want wat zeggen al die partijen precies? En doen ze ook wat ze zeggen? In Nederland kun je al jaren gebruikmaken van diverse online stemhulpmiddelen. Maar hoe werken deze precies? Wij spraken met de mensen achter Kieskompas en Stemwijzer om te ontdekken wat er achter de vragenlijsten schuilgaat.

De eerste versie van de StemWijzer was niet online, maar kwam in 1989 uit op diskette. Voor wie toen nog geen computer had was er zelfs een papieren versie, waar je dankzij een vragenlijst kon bepalen welke politieke partij het dichtst bij jouw voorkeur lag. StemWijzer is dus al decennialang een begrip in de Nederlandse politiek en als er verkiezingen zijn, gebruiken miljoenen Nederlanders dit hulpmiddel. Vooral sinds de dienst online beschikbaar is (1998, www.stemwijzer.nl) nam de populariteit alleen maar toe. Maar hoe werkt dit nou precies?

Selectie

Matthijs van Tuijl is projectleider bij StemWijzer. Het hart van de site is uiteraard de lijst met stellingen. Van Tuijl: “Het doel van de stellingen is om te bepalen wat het verschil is tussen de partijen. Partijprogramma’s liggen vaak dicht bij elkaar. Om als burger een goede keuze te kunnen maken, is het belangrijk om te weten waar de verschillen zitten. We formuleren in eerste instantie een honderdtal stellingen die we naar alle partijen sturen, en waarvan zij mogen zeggen of ze het met een stelling eens of oneens zijn.”

Van die eerste honderd stellingen blijft er uiteindelijk een derde over. Dat aantal verschilt per verkiezing, maar bij een Tweede Kamerverkiezing zijn het er gemiddeld dertig. “Uit ervaring en onderzoek blijkt dat dertig stellingen genoeg zijn om mensen te helpen bij het maken van hun keuze, zonder dat het invullen te lang duurt.”

Met het opstellen van de stellingen is het team maanden bezig. Van Tuijl: “We beginnen met het doorspitten van alle verkiezingsprogramma’s. Daarnaast hebben we drie burgerpanels waar we mee in gesprek gaan. Het doel van dit onderzoek en die gesprekken is om vast te stellen wat de belangrijkste thema’s zijn in de komende verkiezingen. Daarbij kijken we naar wat de partijen zelf belangrijk vinden, maar natuurlijk ook naar wat volgens de burgers het meest relevant is.” Het is dus niet zo dat de stellingen rechtstreeks uit de verkiezingsprogramma’s komen. De stellingen zijn zo geformuleerd dat het de partijen ‘dwingt’ om zelf een duidelijke keuze over een bepaalde kwestie te maken. StemWijzer checkt vervolgens of de antwoorden van de partijen overeenkomen met hun verkiezingsprogramma en openbare uitspraken. Zo niet, dan volgt er een gesprek om tot een antwoord te komen dat de standpunten van de partij zo eerlijk mogelijk vertegenwoordigt.

©PXimport

Steffie helpt met Kieskompas

Politiek is nóg lastiger voor mensen met een verstandelijke beperking. Daarom ontwikkelt Kieskompas een kieshulp voor deze doelgroep, waarbij elke stelling duidelijk wordt toegelicht. Steffie geeft bij elke stelling een neutrale uitleg. Dat is voor de makers een extra uitdaging. Want iets uitleggen doe je vaak met voorbeelden. Hoe doe je dat zonder de stelling te kleuren? Het Kieskompas met Steffie is voor het eerst beschikbaar voor de Tweede Kamerverkiezingen van 2021.

©PXimport

Wijze van formuleren

Dat formuleren van de stellingen is overigens nog een hele uitdaging. Daarom buigt een team van wetenschappers (taalkundigen en politicologen) zich over de stellingen om deze zo goed mogelijk te formuleren.

Van Tuijl: “De manier waarop je een vraag stelt kan een bepaalde kleur hebben. Een vraag kan bijvoorbeeld links of rechts georiënteerd zijn. Dat is op zich niet erg, als er een balans is tussen de vragen. Je wilt in de lijst een balans met even veel ‘rechts’ georiënteerde vragen als vragen vanuit een ‘links’ perspectief.”

Daar komt bij dat er bepaalde psychologische factoren zijn bij een vragenlijst, en ook daar moet StemWijzer rekening mee houden. “Uit allerlei onderzoek blijkt dat mensen bij een lijst met stellingen eerder geneigd te zijn om het ergens mee eens te zijn dan oneens. Daarom moeten we ook daar een balans in vinden, door vragen zo te formuleren dat dit geen factor meer is. Het doel is tenslotte om mensen helpen te ontdekken met welke partij ze de meeste affiniteit hebben.

Ook is het taalkundig soms een puzzel. Van Tuijl: “Ooit hadden we het in een stelling over ‘plezierjacht’. Sommige mensen dachten hierbij aan een bootje, terwijl anderen juist dachten dat het over recreatief jagen ging.”

Na het invullen van de lijst, krijgt de gebruiker de score. Die wordt heel rechtstreeks berekend. Van Tuijl: “Voor elke overeenkomst tussen de invuller en een partij krijgt die partij een punt. Aan het eind zie je dan hoeveel overeenkomsten jouw mening heeft met de verschillende partijen. Mensen vragen weleens hoe het kan dan je het met twee partijen bijvoorbeeld 60% eens kan zijn. Want dan zou je toch uitkomen op meer dan 100%? Maar zo werkt het niet. Je kan het bijvoorbeeld 60% eens zijn met partij A en 60% met partij B, maar dan met verschillende onderdelen van die partijen. Daarom is het goed om niet alleen naar de score te kijken, maar ook naar de stellingen zelf. Als kiezer bepaal je tenslotte zelf welke aspecten jij het belangrijkst vindt.”

©PXimport

Kieskompas.nl

De grote ‘concurrent’ van StemWijzer is het Kieskompas. Deze werd in 2006 opgericht in door politicoloog André Krouwel van de Vrije Universiteit, omdat hij kritiek had op de StemWijzer. Hij ontwikkelde in samenwerking met dagblad Trouw een eigen stemhulp. Volgens Jeroen van Lindert, projectmanager van Kieskompas heeft de stemhulp zijn succes eigenlijk een beetje te danken aan de huidige minister-president. Mark Rutte (toen nog fractievoorzitter van de VVD, red.) vulde bij het lanceringsevent de StemWijzer in en bleek de meeste affiniteit met D66 te hebben. De VVD lag volgens deze test niet eens dicht bij zijn voorkeur.” Kieskompas was op dat moment al in ontwikkeling, en die uitslag zorgde er wel meteen voor dat dat deze alternatieve stemhulp meteen opviel. Van Lindert geeft trouwens zelf ook onmiddellijk toe dat StemWijzer intussen flink verbeterd is, maar de aanpak van Kieskompas is volgens hem toch nog steeds fundamenteel beter.

“Bij ons krijg je geen ‘ranking’ van hoeveel jouw mening lijkt op de stellingen van de partijen, maar krijg je te zien wat jouw positie is in het politieke landschap.” Kieskompas visualiseert dat landschap door de invuller in een grafiek te plaatsen met twee assen: links-rechts en progressief-conservatief. Dat is volgens de makers van Kieskompas een veel eerlijker manier om te laten zien hoe dicht jouw denkbeelden liggen bij die van verschillende partijen. De links-rechts as gaat over economie. Over geld dus. Ben je voor lage belastingen of voor een sterk sociaal vangnet? De andere as gaat over je culturele voorkeur. Ben je progressief, (voor de legalisering van softdrugs) of juist conservatief (traditionele Christelijke waarden zijn belangrijk)? Partijen (en burgers) zitten namelijk nogal eens op verschillende plekken in die assen. En zelfs binnen die assen kun je verschillende meningen hebben. Het is zomaar mogelijk dat je best links bent en toch conservatief. En omgekeerd. Zelfs binnen een as kan het zijn dat je over bepaalde dingen conservatief denkt en over andere zaken juist weer progressief.

©PXimport

Stemmentracker

Politici beloven natuurlijk van alles, maar wat maken ze waar? Een heel interessant online hulpmiddel is de Stemmentracker van ProDemos (dezelfde organisatie achter de StemWijzer). Stemmentracker houdt bij hoe politieke partijen over bepaalde wetsvoorstellen gestemd hebben. Het gaat er hierbij niet om of die voorstellen zijn aangenomen, want zelfs als een partij ergens voor is, kan een meerderheid nog steeds tegen zijn. De Stemmentracker is zo in elk geval een goede weergave van de intenties van de partijen: stemden ze net zoals ze in hun programma beloofden of deden ze in de praktijk wat anders?

©PXimport

Nuance

Van Lindert: “Als je Kieskompas invult, hoef je een stelling niet zwart-wit met ‘eens’ of ‘oneens’ te beantwoorden. Je kiest uit een schaal van vijf punten, dus van ‘helemaal niet mee eens’ tot ‘helemaal mee eens’. Volgens van Lindert blijkt deze vijfpuntsschaal uit onderzoek het beste te werken. Er is genoeg ruimte voor nuance terwijl toch duidelijk is wat de punten precies betekenen. Niemand heeft er wat aan als je kunt kiezen tussen 72% eens en 74% eens. Maar het verschil tussen ‘mee eens’ en ‘helemaal mee eens’ is voor iedereen helder.”

Net zoals StemWijzer checkt Kieskompas de antwoorden van de partijen. “Wij sturen onze stellingen naar de partijen, en vragen hen ze op dezelfde manier op de vijf-puntsschaal te beantwoorden als de gebruiker later ook moet doen. Maar we vragen hen ook om aan bronvermelding te doen: kun je aantonen dat het antwoord strookt met jullie verkiezingsprogramma en eigen uitspraken?”

Hulp

Volgens zowel Van Lindert als Van Tuijl is het overigens niet de bedoeling dat gebruikers blind varen op de uitslag van hun respectievelijke vragenlijsten. Van Tuijl: “We zijn een hulpmiddel voor mensen om te ontdekken welke partij het dichtst bij hen ligt.” Naast vierkiezingsprogramma’s is ook een emotioneel component. Ook de voorkeur voor bepaalde personen speelt een rol. Van Lindert: “En dat is natuurlijk ook prima! Je kiest een volksvertegenwoordiger. Als jij een bepaalde politicus vertrouwt, zelfs als de partijstandpunten niet helemaal bij je passen, dan kan dat ook een belangrijke factor zijn om op die persoon te stemmen.”

Kieskompas en StemWijzer moet je volgens beiden dus vooral zien als een hulpmiddel, maar niet het enige hulpmiddel. De persoon die uiteindelijk de beslissing neemt in het stemhokje, ben je zelf.

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.