ID.nl logo
Samsungs nieuwe vouwbare smartphones, smartwatch en tablets: meer déjà vu dan vernieuwing
Huis

Samsungs nieuwe vouwbare smartphones, smartwatch en tablets: meer déjà vu dan vernieuwing

Samsung heeft officieel de Samsung Galaxy Flip 5, Galaxy Fold 5 en Galaxy Watch 6 (Classic) uit de doeken gedaan. Daarnaast mogen we drie nieuwe tablets binnen de Tab S9-serie verwachten. Uiteraard zijn de producten verbeterd, maar de stappen onderling zijn meestal vrij klein.

Een aantal dagen voordat Samsung heel rits aan nieuwe producten lanceert, heeft ID.nl al met de apparaten kunnen kennismaken. Daarnaast hebben we een uitgebreide presentatie gekregen van wat allemaal nieuw is onder de zon. De indruk die blijft hangen laat zich haast net zo voorspellen als de verbeteringen die Samsung doorvoert. Het gaat om een serie nicheproducten voorzien van kleine verbeteringen waarmee Samsung hoopt de markt te veroveren. Platte, rechthoekige smartphones zijn saai en achterhaald, dus moeten we allemaal aan de opvouwbare modellen. Vindt Samsung.

We moeten aan de vouwbare smartphone

Dat is geen nieuwe boodschap. En het cijfer in de namen van zowel de nieuwe Flip als Fold verhult niet dat Samsung al een aantal verwoede pogingen gedaan heeft. De markt is toe aan iets nieuws, laten we ons vertellen door verschillende Samsung-vertegenwoordigers. Daar zijn we het allemaal over eens. De smartphone zoals we hem kennen huisvest geen geheimen meer en echte innovaties laten voorlopig nog op zich wachten. De verkopen lopen terug en de prijzen gaan omhoog, maar door nieuwe categorieën te creëren kun je (hoe cynisch of bot dat ook klinkt) toch nog positieve cijfers laten zien.

Uit intern en extern onderzoek blijkt dat de markt voor opvouwbare smartphones blijft groeien. Dat laat bijvoorbeeld Counterpoint goed zien: in een jaar tijd groeide de markt met 64 procent naar 2,5 miljoen verscheepte units. Dat is een iets andere statistiek die Samsung hanteert. Uit de presentatie bleek dat in vijf jaar tijd meer dan 12,5 miljoen opvouwbare toestellen verkocht waren. Interessant om te zien op een markt waarin dalende koersen hoogtij vieren. Momenteel bestaat de markt ongeveer anderhalf miljard smartphones – dus er valt nog wat winst te behalen.

Samsung Galaxy Flip 5 en Galaxy Fold 5

Samsung wil die winst gaan pakken door de foldables, zoals de categorie opvouwbare smartphones heet, dunner en sneller te maken. Vanzelfsprekend krijgen de toestellen een nieuwe processor: dezelfde Snapdragon 8 Gen 2 die we ook in de Galaxy S23-lijn aantreffen. Daarnaast zijn de randen om de schermen dunner gemaakt en kunnen we de smartphones daadwerkelijk dichtvouwen. Dat komt door een druppelvormig design van het scharnier. Er is dus geen opening mee aanwezig wanneer je de Fold of Flip dichtvouwt. Ook moeten de toestellen tot slot steviger zijn.

Tot slot hebben beide foldables verbeterde software en AI-mogelijkheden (AI is natuurlijk dé term die ieder marketingteam nu gebruikt), plus een langere accuduur. Het verschil met de voorgangers? Ongeveer een uur aan extra gebruikstijd.

De Samsung Galaxy Fold 5 heeft de minste veranderingen gekregen en moet het vooral hebben van een veel handiger ontworpen hoesje. Dat hoesje huisvest een stylus, net als vorig jaar. Maar dit keer zit de stylus in het materiaal verwerkt. Hij zit er dus niet bovenop geplakt. Niet alleen is de Fold 5 dunner in zijn nieuwe jas, ook heb je geen last meer van een vreemde bobbel. Met een klein knopje klik je de stylus los.

Met dit nieuwe hoesje wil Samsung de Note-gebruiker opnieuw naar zich toetrekken. De Galaxy Note was een zakelijke smartphone waar veel mensen dankbaar gebruik van maakten (100.000 stuks nog in Nederland). In de behuizing zat een stylus, die je dus altijd bij de hand had. Door die S Pen nu naar het hoesje te verplaatsen, kun je een Note-achtige ervaring realiseren. Maar dat kost je dan nog wel 99,95 euro extra – zo duur is de hoes met stylus. Tenminste, mits je niet al een Galaxy S23 Ultra gekocht hebt, die Samsung eerder dit jaar uitbracht met Note-gebruikers in het achterhoofd.

De Samsung Galaxy Flip 5 heeft aanzienlijk meer aandacht gekregen. Het scherm voorop is gegroeid van 1,8 naar 3,4 inch. Ook zit er een merkwaardig knikje in de linkerhoek, maar dat geeft het toestel juist een speels karakter. Prima, gezien de jonge doelgroep. Samsung belooft ook dat die designkeuze in de toekomst functioneel gaat zijn. Op het schermpje voorop krijg je een kernachtige smartphone-ervaring. Je maakt foto’s, beantwoordt berichten, opent je agenda en gebruikt zelfs Google Maps. Later komen er meer opties aan, maar daarvoor moeten appmakers hun apps wel updaten.

Galaxy Watch 6 brengt gezondheid in kaart

Wanneer iemand eenmaal een smartphone van een bepaald merk heeft, haalt zo’n persoon ook vaak een smartwatch van dezelfde fabrikant (mits diegene daar interesse in heeft). En anders is de smartwatch wel een goed lock-in-apparaat: heb je eenmaal een smartwatch van merk X, dan stap je niet meer snel over naar een ander merk als je in de markt bent voor een nieuwe smartphone. Vaak komt dat doordat slimme horloges ‘exclusieve’ functies aanbieden die niet beschikbaar zijn op andere platformen of apparaten. Onderdelen die vaak bewust achter een bepaalde muur geplaatst worden.

Net zoals je gezondheidsdata... Toegegeven, Samsung is hier niet alleen in. Maar als je al jaren als trouwe Samsung-gebruiker veel gegevens over je eigen lichaam en leven hebt verzameld, dan is het zuur om te bedenken dat je die data kwijtraakt wanneer je eens een ander merk wil uitproberen.

De Galaxy Watch 6 (Classic) zet de huidige trend in elk geval voort en wil mensen nog meer inzicht over hun eigen gezondheid aanbieden. Dat kunnen ze doen met een processor die achttien procent sneller en een scherm dat twintig procent groter is. Ook kan het scherm helderder ingesteld worden.

Meer van alles

Er komen nieuwe wijzerplaten aan en je kunt uit nieuwe bandjes kiezen. Die bandjes zijn dankzij het one-click-systeem tevens veel gemakkelijker te vervangen dan bij hun voorgangers. Heb je dus een apart bandje voor het sporten of het dagelijks leven, of wil je eens gek doen tijdens een speciale dag, dan wissel je dus moeiteloos van band. Verder is de batterij meer dan twintig procent groter (maar moeten we nog zien of die daadwerkelijk langer meegaat) en is er meer opslaggeheugen aanwezig: maar liefst 33 procent. Qua hardware dus prima doch voorspelbare aanpassingen.

Op het gebied van software mogen we ook vooral meer verwachten. Wat dacht je van een slaapcoach, die je kan helpen betere nachtrust te behalen? Of het feit dat de Samsung Galaxy Watch 6 (Classic) nu meer informatie over je prestaties en gezondheid kan laten zien, zonder dat je daarvoor een smartphone nodig hebt? Met meer dan negentig workoutopties, die je kunt personaliseren door bijvoorbeeld je eigen gewichten in te vullen, en gepersonaliseerde hartritmezones moet je ook meer uit het sporten kunnen halen. En de terugkerende menstruatiecyclus is fijn voor vrouwen.

Verder gaat er een hoop aandacht uit naar nieuwe apps. Denk dan aan Google Maps en Stocard. Je kunt op afstand de camera op je smartphone bedienen en via smarthomeplatform SmartThings (dat Samsung zelf ontwikkeld heeft) zelfs alles uitschakelen in huis wanneer je naar bed gaat. De slaapmodus zet bovendien het scherm en de notificaties uit.

Al deze opties zijn exclusief voor de Watch 6 (Classic) en komen niet naar de Watch 4 en Watch 5 Pro. Het 40mm-model van de Watch 4 en de 5 Pro (het sportmodel) blijven beschikbaar, maar blijven verder zoals ze zijn.

Drie nieuwe tablets binnen Tab S9-lijn

Tot slot kijken we nog even naar de drie nieuwe tablets die Samsung presenteert: de Samsung Galaxy Tab S9, Tab S9 Plus en Tab S9 Ultra. Deze lijn heeft minimale verbeteringen gekregen. De grootste aanpassing is het ip68-certificaat. Daardoor is de tabletreeks, na negen series, eindelijk bestand tegen water en stof. Ook is het scherm verbeterd en kan het super amoled-scherm dynamisch schalen tussen 60 en 120 Hertz. Bovendien kunnen de tablets rekenen op Vision Booster (waardoor het scherm heel helder ingesteld kan worden) en zijn de speakers dit keer twintig procent groter.

Een belangrijke aanpassing tot slot is de nieuwe Vapor Chamber. Daardoor beschikken de tablets over een goede hitte-afvoer. Dat moet de hardware niet alleen koel, maar ook de prestaties op peil houden. En hoewel er al een S Pen bij de tablets geleverd wordt, kun je los nog een S Pen Creator Edition aanschaffen. Die heeft een betere grip dankzij zachter materiaal en ondersteunt verschillende tips en hoeken. De kosten: 110 euro. Een opvallende wijziging aan het uiterlijk van de drie tablets is dat het camera-eiland verdwenen is en dat de lenzen voortaan in de behuizing verwerkt zitten.

Nee, de upgrades zijn ook voor de tablet niet enorm denderend. Maar als je naar de markt kijkt, dan zijn ze wel logisch. Uit Samsungs eigen onderzoek blijkt namelijk dat mensen vooral waarde hechten aan een goed scherm, fijne accuduur, ecosysteem en genoeg opslagruimte en werkgeheugen. Daarom komt het Zuid-Koreaanse bedrijf met nieuwe opslag- en geheugenopties. De gewone Tab S9 is met 8 GB werkgeheugen en 128 GB opslagruimte te koop, maar de overige tablets gaan vanaf 12 GB/256 GB. De Tab S9 Ultra is tot slot met 16 GB werkgeheugen en 1 TB aan opslagruimte te koop.

Maar hoe bevallen de producten?

De producten die we in dit artikel noemen zijn voornamelijk nicheproducten. Tenminste, als je ze vergelijkt met de wereldwijde smartphonemarkt, bijvoorbeeld. Foldables zijn nog niet van de grond gekomen (maar de markt groeit gestaag door), terwijl de markten voor smartwatches en tablets te maken krijgen met neerwaartse cijfers. Of mensen hebben al zo’n product of ze zijn er niet in geïnteresseerd. En of Samsung die laatste groep mensen gaat overtuigen, is nog maar de vraag. Maar één ding staat wel vast en dat kunnen we na deze middag met een gerust hart claimen.

De producten die Samsung maakt zijn ontzettend premium. We moeten ze uiteraard nog testen, maar de eerste indrukken zijn positief, ondanks de kritische noten. Aan de kwaliteit ligt het niet. Als dit de eerste keer is dat je één van de genoemde producten aanschaft, dan gaat er een wereld voor je open. Samsungs producten voelen stevig aan, hebben fijne en snelle software en communiceren naadloos met elkaar. Maar als je ieder jaar overstapt, dan moet je er dus rekening mee houden dat de stappen tussen de producten (zelfs binnen de nieuwe categorie) alsmaar kleiner en kleiner worden.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.