ID.nl logo
RAW-foto’s bewerken in Lightroom voor iOS en iPadOS
© Reshift Digital
Huis

RAW-foto’s bewerken in Lightroom voor iOS en iPadOS

De uitstekende beeldschermen van iPad’s (en zeker de iPad Pro’s) maken dit apparaat verrassend geschikt voor bewerking van foto’s. En dat kan al helemaal vanaf het begin dankzij Lightroom.

We focussen ons in dit artikel op Lightroom voor de iPad, omdat het scherm groter is en het duidelijker screenshots oplevert. Maar daarbij moeten we direct melden dat de app ook prima bruikbaar is op zelfs het kleinere scherm van een iPhone! Extra praktisch is dat je desgewenst rechtstreeks van de app in RAW-formaat (DNG om precies te zijn) kunt fotograferen. Heeft als voordeel dat je alles in één app kunt regelen. Maar niets staat je in de weg om je eigen (RAW) foto-app te gebruiken.

RAW is trouwens geen must, maar je haalt er wel het onderste uit de kan mee wat betreft instel- en reparatiemogelijkheden. Laat je trouwens niet ‘afschrikken’ door de mindere kwaliteit die RAW-foto’s soms lijken te hebben. Normaliter bedenkt de iPhone de meest optimale instellingen voor zaken als contrast, helderheid, zwartpunt en veel meer. Nu moet je dat zelf doen. We hebben als voorbeeld eens een foto van een boom tegen een strakblauwe hemel geschoten. Die lucht is lang zo diepblauw niet als je zou verwachten. Gaan we maar eens wat aan doen dus!

Belichting

Eerst even nog wat spelen met belichtings-gerelateerde zaken. In deze foto valt het wel mee, maar in geval van uitgebleekte luchten komt de regelaar achter Hooglichten prima van pas. Schuif hem naar links (soms is zelfs helemaal noodzakelijk) en zie de structuur in (overbe)lichte delen terugkomen. Vergeet niet daarna om het contrast wat omhoog te zetten om een wat vlakke foto te voorkomen. Witte- en Zwarte tinten worden automatisch ingesteld. Je kunt ze aanpassen, maar vaak is dat niet direct nodig.

Kleur

Nu gaan we dan echt wat doen aan het ontbreken van sprankelende kleuren. Tik op Kleur en je ziet een nieuwe set regelaars verschijnen. Het is de regelaar achter Levendigheid waarmee je het snelst meer kleur realiseert. Verzadiging moet je niet of slechts heel spaarzaam gebruiken om een onnatuurlijk geheel te voorkomen (en dat gebeurt nogal snel met die schuif).

Soms – zoals in dit voorbeeld – geeft een heel klein beetje meer verzadiging net dat beetje extra dat een foto nodig heeft. Heb je een foto bij lamplicht gemaakt, dan zul je zien dat alles in een foto vaak wat gelig is.

Om die gelige tint in één klap te verwijderen moet je de Temperatuur-regelaar gebruiken. Of nog beter: tik op het knopje met de pipet en tik vervolgens op een onderdeel in je foto dat normaliter wit of egaal grijs is. Soms moet je nog wat van die plekken uitproberen om het mooiste resultaat te krijgen. De gele tint is dan in ieder geval helemaal weg!

Onder Effecten tref je onder meer de schuifregelaar Nevel verwijderen aan. Die kan van pas komen als je – inderdaad – een wat nevelige (al dan niet smogigge) foto hebt gemaakt en je wilt meer duidelijkheid creëren. De Vignet-regelaar is bij de gemiddelde iPhone of iPad niet direct noodzakelijk, maar soms wel als je RAW-foto’s gemaakt met een stevige telelens hebt geïmporteerd vanaf iets als een spiegelreflex.

©PXimport

Optische zaken

We slaan even een categorie over en gaan naar Optica. Handig is het om hier de schakelaar achter Lenscorrectie inschakelen aan te laten staan. Optische vervorming wordt hiermee volledig glad gestreken. De schakelaar Kleurafwijking rekent af met chromatische aberratie, ook wel bekend als ‘purple fringe’. Die Engelse benaming omschrijft het echter veel beter (al is het niet altijd paars maar vaak ook blauw of zelfs groen). Wat we bedoelen is een blauwe rand langs scherp afgetekende objecten tegen een heldere en egale achtergrond.

Denk aan bijvoorbeeld een antenne tegen een witte lucht of iets dergelijks. Soms zie je daar – na inzoomen – een vervelend gekleurd lijntje bij verschijnen. Dat is een optisch fenomeen en je kunt dit foutje snel verwijderen door de schakelaar Kleurafwijking aan te zetten.

©PXimport

Verscherpen en detail

Dan brengen we tot slot nog een bezoekje aan de categorie Detail. Hier vind je onder meer een regelaar Verscherpen. Die kan – mits niet te enthousiast gebruikt – zorgen voor een scherper ogende foto. Zet je de regelaar teveel naar rechts, dan wordt ruis ook meer zichtbaar. Met mate doen dus. Wazige foto’s (echt) scherp maken met deze regelaar gaat je trouwens niet lukken, daar is ie niet voor bedoeld.

Prettig voor als je een wat oudere iPhone of iPad hebt die een minder lichtgevoelige camera aan boord heeft is de regelaar Ruisreductie. Gebruik deze met mate, teveel ruisreductie levert wazige foto’s zonder detail op. Dat kun je dan weer deels ondervangen met de regelaar Detail en eventueel ook Verscherpen. Vooral de regelaar Reductie kleurruis kan soms flink helpen bij avondfoto’s gemaakt in een stedelijke omgeving.

Perspectiefcorrectie

De categorie Geometrie tot slot komt mooi van pas als je eens een foto van een schilderij hebt gemaakt. Sta je daar niet exact voor, dan ontstaat vertekening. Met de regelaars alhier – al dan niet gebruik makend van hulplijnen – zet je alles weer zo neer alsof je er kaarsrecht voor staat. Zou zouden we onze van beneden naar boven gefotografeerde boom zelfs zo neer kunnen zetten dat ’t lijkt alsof we er met een drone vanaf grotere hoogte een plaatje van gemaakt hebben. Zet in dat geval wel de schakelaar Uitsnijden behouden aan om de nieuwe gecorrigeerde afbeelding netjes te kaderen. In dit voorbeeld hebben we hem juist uitgezet om te laten zien wat er nou precies gebeurt.

©PXimport

Weg met ongewenste zaken

Helemaal rechts – in het verticale knoppenbalkje – vind je nog meer onderdelen die Lightroom te bieden heeft. De pleisterknop kan bijvoorbeeld van pas komen als je een object in beeld hebt staan dat je liever niet zou zien. Zou zou je deze in het gras liggende zonnebril snel weg kunnen halen. Kwestie van op de pleister tikken en dan stapsgewijs steeds een stukje op de zonnebril. Vergroot of verklein het aanpasgebied via de schuifregelaar Grootte.

©PXimport

Is je foto eenmaal bewerkt, dan is het tijd om hem te exporteren naar je filmrol. Dat kan op verschillende manieren. Kies ten eerste op de deelknop rechtsboven in beeld. Voor een snelle opslag klik je op Exporteren naar Filmrol. Of bewaar de foto ergens in een map via de daarvoor bestemde optie. Wil je meer controle over het eindresultaat, dan tik je op Exporteren als. Nu kun je kiezen uit verschillende ondersteunde bestandstypen, de mate van compressie en nog veel meer. Door op Meer opties te tikken zijn bijvoorbeeld ook metagegevens uit een foto te verwijderen. Denk aan bijvoorbeeld locatiegegevens en dergelijke!

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.