ID.nl logo
Hands-on met de nieuwe iPhone 8
© Reshift Digital
Huis

Hands-on met de nieuwe iPhone 8

We zijn een jaar verder sinds de lancering van de iPhone 7 en iPhone 7 Plus, en dat betekent dat het tijd is om de opvolger te testen. Op 22 september bracht Apple het toestel officieel in de winkel, en uiteraard heb ik hem alvast even voor je uitgeprobeerd. Over een aantal dagen vind je hier een uitgebreide recensie, maar nu alvast een iPhone 8 hands-on.

De gekte rond de nieuwe iPhone is dit jaar behoorlijk uitgebleven als het om rijen voor de winkel gaat. Dat kan twee oorzaken hebben: het toestel is voldoende op voorraad, dus rijvorming is niet nodig én er komt natuurlijk nog een iPhone uit dit jaar, de iPhone X. De grote vraag is zoals altijd: hoe fijn is de iPhone 8 nu eigenlijk.

Draadloos opladen

Nieuw qua ontwerp dit jaar is de glazen achterkant van het toestel. ‘Het meest duurzame glas in een smartphone ooit’. Als je het niet erg vindt heb ik dat niet uitgeprobeerd, het toestel moet nog even mee voor de uitgebreide recensie. Wel kan ik je zeggen dat de iPhone er mooier door vind geworden. Het glas glanst lekker, en de kleur van je iPhone komt daardoor prima tot z’n recht. Wel zorgt het glas voor vingerafdrukken, dus, tenzij je er een hoesje omheen doet, zal er veel gepoetst en geveegd moeten worden.

De keuze voor glas heeft uiteraard niets met de ontwerpwensen van Apple te maken, glas is nodig om draadloos te kunnen opladen, een optie waar iPhone-liefhebbers al jaren op wachten. Dat draadloos opladen test ik in de uitgebreide recensie, maar veel bijzonders is daar waarschijnlijk niet over te melden. De oplaadsnelheid is bekend, en Apple heeft laten weten dat een firmware upgrade die snelheid in de nabije toekomst op zal krikken.

©PXimport

Eenvoudige configuratie

Interessant tijdens het voor het eerst opstarten van de iPhone 8 (ik heb het Plus-model getest) is dat er meteen een mooie functie van iOS 11 om de hoek komt kijken. Het enige dat je hoeft te doen om je iPhone te configureren, is je oude iPhone of iPad even in de buurt houden, een code scannen en het werk is gedaan. Dat maakt overstappen wel bizar makkelijk en is wat mij betreft typisch zo’n kleine wijziging die Apple Apple maakt.

Een kleine teleurstelling volgt wanneer je (als iPhone 7 Plus-bezitter) de iPhone 8 Plus hebt geconfigureerd en in je handen hebt. Je moet jezelf dan namelijk de vraag gaan stellen: ‘Wat was er eigenlijk ook alweer nieuw aan dit toestel?’. Nu hoeft natuurlijk niet elke iPhone een compleet nieuwe set knoppen te hebben, maar het is toch wel erg lastig om het gevoel te negeren dat je eigenlijk precies hetzelfde toestel in handen hebt.

©PXimport

Betere camera

Natuurlijk is dat niet helemaal waar. Zo heeft dit toestel een Retina Display met TrueTone-technologie. Dit houdt in dat het display zich aanpast aan het omgevingslicht, zodat de kleuren altijd natuurgetrouw zijn. Apple laat tijdens de configuratie het verschil zien tussen TrueTone aan en uit en inderdaad, ik zag verschil. Het kon me alleen niet zo heel veel schelen. Ik ben geen producten aan het ontwerpen op mijn iPhone, dus het boeit me niet zo dat een foto die ik in bed bekijk net iets geler is dan een foto die ik op de bank bekijkt, en ik vermoed jou ook niet.

De camera is sterk verbeterd volgens Apple, meer lichtinval, betere sensor enzovoort. Ik heb een paar vergelijkende foto’s geschoten.Je ziet verschil (links is de iPhone 8 Plus, rechts de 7 Plus, maar om dat verschil wereldschokkend te noemen gaat wat ver. Uiteraard zal dat zich in de uitgebreide recensie uitwijzen, als ik ook ga testen bij weinig licht en met intense kleuren, maar voor mij is die nieuwe camera geen selling point. Ben je gek van slow-motion video, dan ligt dat natuurlijk wel iets anders, omdat deze iPhone slow-motion schiet in 1080 met 240 fps, in plaats van 720 met 240 fps zoals de iPhone 7 Plus.

©PXimport

Portrait Lighting Modus

Natuurlijk was ik vooral nieuwsgierig naar de Portrait Lighting Modus, vooral omdat de gewone Portretmodus zo fenomenaal goed werkt. Het werkt nu nóg beter volgens Apple, maar ik zie niet in hoe, het werkte al vrij perfect. Over Portrait Lighting Modus ben ik helaas iets minder enthousiast. Tijdens de presentatie liet Apple zien dat je de belichting op de achtergrond helemaal kon wegdraaien, en dat kan, maar het effect laat nogal wat te wensen over (tenzij je het prima vindt dat je kinderen zonder oren op de foto staan). In alle eerlijkheid, de app geeft aan dat er veel licht nodig is, maar als ik studiolampen moet gebruiken om dit goed te laten werken, dan schiet de functie uiteraard z’n doel een beetje voorbij (tenzij Apple écht alleen richt op professionele fotografen, maar die indruk werd niet gewekt).

De luidsprekers in deze iPhone zouden 25 procent luider zijn dan die in de iPhone 7 Plus en dat kan ik absoluut bevestigen. Het is bizar wat voor een volume er uit het relatief kleine apparaat komt, en daar heeft Apple wat mij betreft echt punten gescoord

©PXimport

Augmented Reality

Tot slot natuurlijk Augmented Reality. Apple vertelde vol trots over de A11 Bionic Processor en alle geweldige AR-functies die daardoor mogelijk werden. Benchmark tests wijzen inderdaad uit dat de iPhone 8 Plus belachelijk veel sneller is dan de iPhone 7 Plus. Ik heb een paar AR apps gedownload en in alle eerlijkheid, het is fantastisch. Mijn kinderen vermaakten zich met een draakje in de huiskamer, terwijl ik over ze heen moest stappen omdat ik in een battle verwikkeld was in de app Machines.

Wat? Had ik dan twee iPhone 8 Plus-toestellen? Nee, en dat is dus direct een beetje de dooddoener. De apps die ik had gedownload op de 8 Plus, heb ik ook uitgeprobeerd op de iPhone 7 Plus en die draaiden probleemloos. De AR-positionering was perfect, er waren nagenoeg geen glitches (wel iets meer dan op de iPhone 8 Plus) en de games speelden zonder haperen. Dat zegt natuurlijk niet alles, AR staat in de kinderschoenen, het kan prima zo zijn dat over een half jaar zulke loodzware apps verschijnen dat de iPhone 7 Plus ze niet meer trekt, maarja, dan staat de volgende iPhone alweer voor de deur.

©PXimport

Conclusie

In alle eerlijkheid? Ik ben een klein beetje teleurgesteld. Draadloos opladen vind ik supertof, maar niet voldoende om er een nieuwe iPhone voor aan te schaffen (immers, voor minder geld koop ik een inductiehoesje voor mij iPhone 7 Plus). Van Portrait Lighting Modus ben ik niet onder de indruk, TrueTone vind ik totaal niet boeiend en de verbeteringen aan de camera zijn op het eerste gezicht marginaal, terwijl ik AR-apps ook prima op mijn iPhone 7 Plus kan spelen. De iPhone 8 Plus is een uitstekende smartphone, en als je een 5s of een 6 hebt, raad ik de aanschaf zeker aan. Heb je echter al een 7 Plus, dan zou ik zeker nog een jaartje skippen, tenzij de uitgebreide recensie onthult dat die camera echt fenomenaal beter is.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.