ID.nl logo
'Apps leiden tot ondergang van huidige kapitalisme'
© Reshift Digital
Huis

'Apps leiden tot ondergang van huidige kapitalisme'

Mobiele apps veranderen ons digitale gedrag dramatisch. Bedrijven die daarmee geen rekening houden, gaan ten onder. Transparantie en 'socialisme' leidt tot de vorming van 'sociale' organisaties.

Bedrijven moeten zich transformeren in een Social Business, waarbij de organisatie mee moet in de digitalisering van het leven van zijn werknemers en zijn klanten. Bestaande organisaties moeten onder druk meer transparantie toestaan. “Die druk komt van twee kanten", zegt Sander Duivestein, een van de auteurs van het boek Het App-Effect.

“Van de ene kant komt de druk van medewerkers en klanten, die via allerlei apps gewend zijn overal over te kunnen discussiëren, informatie te delen en daardoor de 'ouderwetse' bedrijfsculturen niet meer accepteren. Van de andere kant zijn het de internetactivisten als Anonymous, die op brute manier openheid afdwingen."

Duivestein werkt bij het Verkenningsinstituut Nieuwe Technologie (VINT), onderdeel van Sogeti. Die ict-dienstverlener levert onder meer apps voor bijvoorbeeld de Eerste Kamer. Senatoren zijn sinds afgelopen zomer uitgerust met een iPad waarop een app draait die alle benodigde stukken en andere informatie bevat die de politici nodig hebben voor uitoefening van hun deeltijdbaan. Om de effecten van het gebruik van apps te voorspellen, heeft VINT een onderzoek gedaan naar het gebruik ervan en daarover het boek Het App-Effect geschreven.

'Revolutionaire verandering'

Daarin komen de auteurs tot de conclusie dat de effecten van het succes van smartphones, tablets en apps zal leiden tot revolutionaire verandering van bedrijfsmodellen. Gedwongen van binnenuit en van buitenaf, zegt Duivestein. “Het afschermen van informatie wordt niet meer gepikt. Informatie komt nu vaak eerder naar de werknemer toe van buiten de organisatie dan vanuit het eigen management", zegt Duivestein. “Maar de werknemers is gewend dat alle informatie al onder zijn vingertoppen zit. Die tegenstelling leidt tot botsingen in de bedrijfscultuur."

Mobiele apps nemen steeds meer de taken over van de grote logge applicaties die op de desktop en notebook draaien. De laptop past zich al aan onder de druk van de veranderende digitale consumptie en krijgt eveneens een multitouchscherm en toegang tot appstores. Maar die altijd aanwezige informatietoegang onder de vingertippen heeft ook lastige bij-effecten. Zoals de informatieverslaving.

“Let maar eens op in het openbare leven, of tijdens vergaderingen", zegt Duivestein. “Te pas en te onpas wordt in de broek- of jaszak gegrepen naar de telefoon. Soms omdat je denkt te voelen dat er een bericht is binnengekomen maar is dat niet zo. Maar zelfs zonder dat je denkt het trillen te voelen, pak je je toestel." Mobiele toegang tot Facebook en Twitter heeft die verslaving alleen maar aangewakkerd, zegt hij. In het boek wordt social media ook wel asociaal genoemd. Aandacht kan je maar een keer uitgeven, waardoor mensen de omgeving met de levende wezens daarin compleet links laten liggen.

Bedrijven moeten alert worden

In het boek worden tien directe effecten van de tomeloze inzet van apps beschreven. Een ervan is dat bedrijven hun alertheid moeten opvoeren. Altijd en overal kunnen mensen via mobiele apps direct reageren op zaken die ze niet bevallen. “Dat alles onmiddellijk kan gebeuren is een enorme extra versnelling. Dit app-effect is slopend voor trage bedrijfsprocessen", zo schrijven de vier VINT-auteurs.

Die directe mogelijkheid om te reageren op anderen of op situaties, gaat volgens de auteurs zelfs door tot in de slaapkamer. “Een fikse meerderheid van de iPad-bezitters gaat in de slaapkamer vrolijk door met hun digitale verslavingsgedrag." Duivestein haalt zelfs een voorbeeld aan van een doorgaans niet wakker te krijgen vrouw, die midden in de nacht wakker wordt van het piepje van Wordfeud en direct nog slaapdronken een nieuw woord neerlegt.

De toename van informatie die we zo altijd en overal ontvangen doet wel de vrees opkomen dat het allemaal te veel wordt. Aan de ene kant zijn alle antwoorden te krijgen of te vindenn en hoeven we steeds minder zelf te weten (“worden we dommer of slimmer", is al jaren de vraag), aan de andere kant zijn er steeds meer afhakers, mensen die door de information overload een “brain freeze" krijgen. Dat betekent dat door het teveel aan informatie de brein verlamd raakt en er geen prikkels meer doorkomen om tot actie over te gaan. Betere filters zijn dus nodig.

'Eigentijdse aanbevelingen'

Het boek eindigt met een aantal “eigentijdse aanbevelingen", die zich voornamelijk richten op het aanpassen van organisaties aan de veranderende digitale maatschappij. Verzet ertegen is geen optie, zeggen de auteurs. Artsen bijvoorbeeld moeten er maar aan wennen dat patiënten ongezouten kritiek kunnen spuien via sociale mediasites. Kritiek hierop is “van een elite die nog niet gewend is aan de onopgesmukte polyloog die het nieuwe digitale gedrag kenmerkt."

Verder volgen er een aantal aanbevelingen over hoe bedrijven een nieuwe digitale en vooral mobiele strategie kunnen toepassen, waarbij het draait om de wetenschap dat de klant altijd bereikbaar is, tot aan de slaapkamer aan toe. “Het argument dat echt mensencontact altijd beter is dan virtueel contact, houdt geen stand meer", zeggen de schrijvers. Verder wordt gepleit voor het wegsnijden van directie- en managementlagen. “De sprong naar een Social Business onder leiding van mensen die nauwelijks iets weten van Facebook of Twitter is eigenlijk bij voorbaat kansloos."

Medewerkers moeten dus eigenhandig beslissingen kunnen nemen om voor het bedrijf van waarde te kunnen zijn. Daarbij is transparantie in en buiten de organisatie van belang. Zakelijke informatie delen met klanten kan bijvoorbeeld een nieuwe basis vormen voor allerhande zelfserviceconcepten, schetsen de auteurs. “Zo kan het 'socialisme' het nieuwe 'kapitalisme' worden."

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.