ID.nl logo
De grootste misverstanden over eten opwarmen: wat is waar en wat is niet waar?
© LEONID IASTREMSKYI
Huis

De grootste misverstanden over eten opwarmen: wat is waar en wat is niet waar?

Chinees van gisteren, een overgebleven kipkluifje of een ander prakkie: kun je dat eigenlijk allemaal opwarmen? Wordt het er minder gezond van? En als je dat eten opwarmt, hoe doe je dat het beste? Eet, eeeh lees je mee?

⏱ Dit artikel in het kort:

  • Spinazie kun je gewoon veilig opwarmen. Met Chinees moet je wel een beetje oppassen. We leggen ook uit hoe het zit met kip, champignons en vis.
  • Misverstanden over het opwarmen van eten blijken vaak flauwekul.

Ook interessant voor jou: Hoelang kun je eten bewaren in de vriezer?

Van spinazie tot Chinees: is opwarmen veilig of niet?

We beginnen met etenswaren waarvan mensen zich vaak afvragen of ze veilig weer opgewarmd mogen worden. Over het opwarmen van eten bestaan nogal wat misverstanden, vooral over voedselgroepen zoals deze:

Spinazie (en andijvie)

Het is een misverstand dat gerechten met spinazie, andijvie en andere groenten die nitraat bevatten niet opgewarmd mogen worden. Er werd lang gedacht dat deze stof tijdens het opwarmen werd omgezet in het giftige nitriet, maar volgens het Voedingscentrum is dat niet zo. Er zit geen gezondheidsrisico aan. Je hoeft gerechten met deze groenten dus niet weg te gooien.

Afhaalmaaltijden (vooral Chinees)

Wees voorzichtig met restjes Chinees, vooral met rijst. Rijst kan besmet zijn met de bacterie Bacillus cereus. En die is hardnekkig, want hij gaat niet dood door verhitting. Bewaar rijst altijd in de koelkast en wees dus voorzichtig met het opnieuw opwarmen van deze gerechten. Doe het bij voorkeur niet. Tip: bestel voor één of twee personen minder, om niet te veel over te houden. Zo kom je ook niet in de verleiding.

©Tracy King - All Rights Reserved. No copies,no prints

Met het opwarmen van Chinees eten moet je voorzichtig zijn, vooral met rijstgerechten.

Champignons

Sommige mensen denken dat het opwarmen van champignons kan leiden tot spijsverteringsproblemen, maar volgens het Voedingscentrum is dit onjuist. Eet bij voorkeur geen rauwe champignons, deze bevatten namelijk een stof die kankerverwekkend kan zijn als je er te veel van binnen krijgt. Verhitten dus, dan kun je ze de volgende dag nog steeds prima opwarmen.

Kip

Kip kan gewoon veilig opgewarmd worden, maar het is belangrijk om te zorgen voor een gelijkmatige opwarming. Probeer de temperatuur in het midden van het gerecht in elk geval tot 75°C te laten komen, zodat eventuele bacteriën gedood worden. Dat kun je goed in de gaten houden met een voedselthermometer. Het is ook belangrijk om bereide kip goed te bewaren (koelkast) en niet te vaak te verwarmen en af te koelen, omdat dit de groei van bacteriën kan bevorderen.

Vis

Je kunt visgerechten tot vier dagen na bereiding veilig opnieuw opwarmen. Visgerechten met knoflook of uien smaken de tweede keer nog beter. De enige uitdaging bij het opnieuw opwarmen van zeevruchten is dat ze kunnen uitdrogen of een visgeur kunnen krijgen. Ook de meeste schaaldieren kun je opwarmen, maar die worden wel vaak droog en taai. Verwerken in een ander gerecht, zoals een salade, is misschien een betere optie.

De magnetron is niet alleen handig voor het opwarmen van kliekjes, het is ook veilig. Met de oven, pan of airfryer kan het ook ook.

- Het antwoord op de vraag: hoe warm je eten weer veilig op?

©Simon Kadula

Je kunt eten veilig opnieuw opwarmen in de magnetron. Tip: lees ook ons artikel

Broodje aap: ❌ deze opwarm-mythes zijn NIET waar!

Ook over eten opwarmen bestaan er allerlei indianenverhalen. De meeste zijn niet waar. Een greep:

Restjes kunnen alleen veilig worden gegeten als ze er goed uitzien en goed ruiken

Nou, zelfs als ze wél vies ruiken, kan het nog veilig zijn. De bacteriën die een bedorven geur veroorzaken zijn namelijk niet altijd dezelfde die je ziek maken. Niet waar dus.

Als je voedsel langer dan twee uur laat staan, kun je het veilig ‘maken’ door het heel heet te verhitten

Veel bacteriën overleven ook heel hoge temperaturen. Heel lage temperaturen ook, dus invriezen is ook geen laatste redmiddel. Zet bederfelijk voedsel binnen twee uur in een koelkast van 3/4°C of lager om het later veilig op te kunnen warmen. De bewering is in elk geval niet waar.

Je kunt voedsel niet meer dan één keer opwarmen

Ook dit is niet waar, maar het is wel belangrijk dat je de gerechten tussentijds in de koelkast bewaart, in een goed afgesloten bakje. Eet je overgebleven eten ook bij voorkeur binnen twee dagen op, met een maximale uitloop naar vier dagen. Invriezen kan ook, maar doe dat dan bij voorkeur direct, dus na de eerste bereiding.

Je kunt warm eten niet in de koelkast zetten.

Dat is niet waar, dat kan wél en beïnvloedt de kwaliteit van het eten niet. Als het om een grote pan gaat, kost het wel veel energie: de koelkast moet hard werken om de temperatuur laag te houden. Maar met de maaltijd gebeurt niets.

Watch on YouTube

Meer video's van ID.nl zien? Abonneer je dan op ons YouTube-kanaal!

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.