ID.nl logo
De 5 meest gemaakte fouten bij het kopen van een matras
© Copyright (C) Andrey Popov
Huis

De 5 meest gemaakte fouten bij het kopen van een matras

Zodra je bent neergeploft op dat heerlijke zachte bed in de showroom weet je het: dit wordt jouw nieuwe matras. Maar ho, niet zo snel: een nieuw matras koop je niet zomaar even. Voorkom in elk geval het maken van deze vijf veelvoorkomende fouten.

Om jou aan het perfecte matras te helpen, sommen we in dit artikel de fouten op die veel mensen maken bij het kopen van een nieuw matras. Zodat jij die fouten niet hoeft te maken en iedere ochtend fris en pijnvrij wakker wordt. Dit zijn ze: 1. Niet proefslapen 2. Afgaan op de prijs 3. Niet naar het materiaal kijken 4. Geen rekening houden met slaaphouding 5. Geen rekening houden met partner

Lees ook: Da's relaxed: 10 tips voor de aankoop van het perfecte bed

Goed slapen betekent herstellen. Zonder een goede nachtrust hebben we weinig energie, presteren we slechter, krijgen we last van pijntjes en worden we sneller ziek. Als je je daarbij bedenkt dat we maar liefst eenderde van ons leven in bed doorbrengen, snap je waarom het kopen van een nieuw matras niet iets is wat je even tussen de bedrijven door doet. Toch is dat wel wat er vaak gebeurt: mensen kiezen al gauw een matras dat lekker ligt of dat met veelbelovende claims wordt verkocht, om er vervolgens thuis achter te komen dat het toch niet het comfort of de ondersteuning biedt waar ze naar zochten. Dat gaat jou natuurlijk niet gebeuren, mits je de volgende fouten niet maakt.

Fout 1: Niet proefslapen

Het is een klassieke fout bij het kopen van een nieuw matras: op basis van vijf minuutjes proefliggen in de showroom besluiten dat een matras goed is. Vaak gaat het immers om een momentopname. En zeg nou eerlijk: ligt niet elk matras lekker na een dagje shoppen op de woonboulevard? Natuurlijk is een eerste indruk ook belangrijk, maar een periode proefslapen is bij het kiezen van het juiste matras absoluut geen overbodige luxe. Veel fabrikanten bieden een proefslaapperiode van zo'n drie maanden aan, wat het ideale tijdsbestek is om te beslissen of je tevreden bent met je nieuwe matras. Is er geen mogelijkheid tot proefslapen? Bedenk dan goed of je het risico wilt nemen. Vooral als je een moeilijke slaper bent of snel last hebt van lichamelijke klachten, is proefslapen echt een must.

©Kaspars Grinvalds

Fout 2: Afgaan op de prijs

Matrassen zijn doorgaans niet goedkoop, vooral niet als je voor kwaliteit gaat. Het kan dan verleidelijk zijn om een budgetmatras te kopen, maar daarmee is de kans groot dat je jouw lichaam niet geeft wat het nodig heeft. Houd hierbij wel in het achterhoofd dat niet elk goedkoop matras van slechte kwaliteit is, en dat ook zeker niet elk duur matras goed is. Maar vaak zegt de prijs van een matras wel iets over de kwaliteit van het materiaal waarvan het is gemaakt. Kies je een matras puur vanwege het gunstige prijskaartje dat eraan hangt, dan zou het zomaar kunnen dat je binnen relatief korte tijd alweer een nieuw matras nodig hebt, bijvoorbeeld omdat je last krijgt van rug-, nek- of schouderklachten. Slimmer is om één keer een grotere investering te doen, waar je vervolgens wél jarenlang plezier van hebt.

Fout 3: Niet naar het materiaal kijken

Met claims als 'extra zacht' en 'optimale ondersteuning' proberen matrassenfabrikanten potentiële klanten over de streep te trekken, maar trap hier niet te snel in. Zo betekenen termen als 'zacht' en 'hard' voor iedereen wat anders. Daarnaast kan een zacht matras in het begin heerlijk liggen, maar op den duur ook lichamelijke klachten veroorzaken. En een matras dat veel ondersteuning biedt, kan voor veel mensen juist weer te hard en daarmee oncomfortabel zijn. Het is altijd het beste om een nieuw matras zelf uit te proberen en er minstens een paar weken op te proefslapen, maar vergeet ook niet te kijken naar het materiaal waarvan het is gemaakt. Soms is een combinatie van materialen (hybride matras) nodig voor de beste ondersteuning.

©africa-studio.com (Olga Yastremska and Leonid Yastremskiy)

Populaire materialen voor matrassen zijn koudschuim, traagschuim en pocketvering. Koudschuimmatrassen worden het meest verkocht en niet voor niets: dit veelzijdige materiaal combineert comfort, ondersteuning én ventilatie. Ook traagschuim is bij veel mensen geliefd, omdat dit zachte materiaal zich perfect naar het lichaam vormt en zo drukverlagend werkt. Traagschuim wordt dan ook vaak aangeraden aan mensen met gewrichtsklachten. Matrassen met pocketvering zijn erg veerkrachtig en bieden daarmee een goede ondersteuning, wat bijvoorbeeld fijn is voor zijslapers of voor mensen die veel draaien in hun slaap. Omdat dit materiaal bijzonder goed ventileert, zijn pocketveringmatrassen ook ideaal voor wie het snel warm heeft in bed.

Fout 4: Geen rekening houden met slaaphouding

Voor een kwalitatieve nachtrust is een gezonde slaaphouding belangrijk. Dat houdt in dat de nek- en rugwervels recht uitgelijnd liggen. Slaap je vooral op je zij? Dan heb je een wat zachter, maar goed ondersteunend matras nodig dat de druk van jouw schouders, heupen en knieën kan opvangen. Buikslapers hebben juist baat bij een wat harder matras dat voorkomt dat de rug hol trekt, en rugslapers liggen vaak het lekkerst op een middelhard matras dat de natuurlijke kromming van de ruggenwervel ondersteunt. Heb je geen uitgesproken slaaphouding? Zoek dan een veelzijdig matras dat zowel ondersteunend als drukverlichtend werkt. Dit kan bijvoorbeeld een pocketveringmatras of een hybride matras van meerdere materialen zijn.

Fout 5: Geen rekening houden met partner

Voor koppels is het kiezen van het juiste matras een extra uitdaging, want hoe kies je een matras dat perfect aansluit op twee verschillende lichaamstypen? Nou, er is een eenvoudigere oplossing: twee losse matrassen kopen en daar met een topmatras één geheel van maken. Vooral voor twee mensen met verschillende slaapbehoeften (denk daarbij aan postuur, maar ook aan slaaphouding) is dat de beste optie. Geven jullie toch de voorkeur aan een tweepersoonsmatras, kies dan een matras dat voor beiden stevig genoeg is en dat geschikt is voor verschillende slaaphoudingen. Houd ook rekening met het ventilerend vermogen, zodat het matras de warmte van beide lichamen goed kan afvoeren. Ook prettig: een matras dat de bewegingen van de ander goed dempt. Zo maken jullie elkaar niet onbedoeld wakker.

Uitgeslapen idee:

Toppers van topmatrassen
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.