ID.nl logo
Geen wasdroger? Met deze 6 tips worden je handdoeken toch superzacht!
© vdovin - stock.adobe.com
Huis

Geen wasdroger? Met deze 6 tips worden je handdoeken toch superzacht!

Geef toe, er zijn maar weinig dingen lekkerder dan een superzachte handdoek na het douchen. Handdoeken uit de wasdroger zijn altijd lekker fluffy, maar heb je geen wasdroger, dan kunnen ze soms aanvoelen als schuurpapier. Maar dat hóéft niet: dankzij deze zes tips voor zachte handdoeken.

🧺 Handdoeken die uit de wasdroger komen, zijn altijd heerlijk zacht. Heb je geen wasdroger? In dit artikel leggen we 6 manieren uit waarop je toch zachte handdoeken krijgt: Buiten drogen als het waait Azijn Minder wasmiddel Baking soda Wassen en (niet) strijken Direct uit de wasmachine halen

Lees ook: 9 veelgemaakte fouten bij het drogen van je was


Tip 1: Droog je was buiten als het waait

Vaak worden handdoeken hard als je ze buiten droogt. Waarschijnlijk hang je ze dan vooral op bij mooi weer, wanneer het lekker windstil is. Maar je kunt ze juist beter buiten ophangen als het waait (en dat is in Nederland gelukkig best vaak): een handdoek die wapperend in de wind droogt, wordt zachter dan eentje die stil aan het wasrek hangt. De vezels komen dan namelijk los van elkaar. Plaats je waslijn of droogrek daarom op een plek waar het wind vangt. Extra fijn: je was droogt er ook nog eens sneller van. Schud de handdoeken af en toe uit om de vezels extra los te maken.

©Liliia

Tip 2: Azijn in plaats van wasverzachter

Azijn is een natuurlijke wasverzachter. Maar dan gaan mijn handdoeken zuur ruiken, denk je misschien. Over de geur hoef je je gelukkig geen zorgen te maken. Sowieso vervliegt de zure azijnlucht heel snel én het neutraliseert ook nog eens nare geurtjes.

Je kunt azijn op twee manieren gebruiken: je kunt de handdoeken vooraf laten weken in een teiltje met warm water en azijn. Laat de handdoeken erin zitten totdat het water koud is. Dan was je de handdoeken in de machine, net zoals anders. Je kunt ook azijn in de machine gebruiken. Je kunt het direct in de trommel doen, of in het bakje. Het kan bij het wasmiddel, maar het heeft het meeste effect in het wasverzachterbakje. Als je dat doet, kun je wel azijn ruiken wanneer je de trommel opent. Maar zoals gezegd: dit vervliegt bij het drogen. Bonus: azijn beschermt kleuren en is een ontkalker, dus het is goed voor je wasgoed én wasmachine.

In principe kun je alle soorten azijn gebruiken, maar natuurazijn heeft een streepje voor. Schoonmaakazijn heeft een hogere concentratie azijnzuur en is chemisch gemaakt. Het is heel goed voor ontkalken, maar niet zo zacht voor je wasgoed. Meestal kan het geen kwaad, maar met natuurazijn zit je sowieso goed.

Wasverzachter: wel doen of niet? Wasverzachter is de meest voor de hand liggende methode om handdoeken zacht te maken zonder wasdroger. Het legt een dun laagje op de vezels van de handdoeken, waardoor ze zacht aanvoelen. Maar hoewel wasverzachter aan aantal voordelen heeft (overal verkrijgbaar, betaalbaar, makkelijk te doseren, het vermindert statische elektriciteit in handdoeken en het laat je was lekker ruiken) zitten er ook nadelen aan. Zo kan wasverzachter ervoor zorgen dat je handdoeken minder vocht opnemen, doordat het laagje op de vezels ervoor zorgt dat het water minder goed wordt geabsorbeerd. Ook komen allergieën voor de ingrediënten in wasverzachter regelmatig voor, wat kan leiden tot huidirritaties of andere allergische reacties.


Tip 3: Gebruik minder wasmiddel

Veel mensen denken dat het gebruik van meer wasmiddel ervoor zorgt dat hun handdoeken schoner worden en frisser ruiken. Dat is niet zo. Integendeel: als je te veel wasmiddel gebruikt, kan er een opeenhoping van zeep-residu (zeepresten) ontstaan op je handdoeken, wat ze stijf en minder zacht maakt. Gelukkig is de oplossing vrij simpel: gebruik de helft van de hoeveelheid wasmiddel die je normaal gesproken zou gebruiken bij het wassen van handdoeken. Hierdoor zorg je ervoor dat er niet te veel zeepresten op je handdoeken achterblijven en blijven ze lekker zacht en pluizig.

©Anna Puzatykh

Tip 4: Gebruik baking soda

Baking soda (zuiveringszout of natriumbicarbonaat) werkt vooral voor het verzachten van hard water. Het is een basisch ingrediënt, wat betekent dat het de zuurgraad van het water in de wasmachine kan neutraliseren. Hierdoor kunnen de mineralen niet meer aan de vezels van de handdoeken hechten, waardoor ze zachter worden. Ook lost het eventuele zeepresten op. Hierdoor worden je handdoeken uiteindelijk zachter. Je kunt een half kopje baking soda bij het wasmiddel doen.

Nieuwe handdoeken nodig?

(die je voortaan heerlijk fluffy ☁ houdt met onze tips natuurlijk)

Tip 5: Wassen en (niet) strijken

Was niet altijd op hoge temperaturen, want dan kunnen de vezels van de handdoeken samentrekken, waardoor ze minder zacht aanvoelen. Je hoeft je handdoeken ook niet iedere keer op hoge temperaturen te wassen, tenzij ze erg vies zijn. Hiermee bespaar je ook meteen op je energierekening. Was handdoeken bij voorkeur apart van ander wasgoed en doe de trommel niet te vol. Zo bewegen de handdoeken meer, wat de vezels ruimte geeft. Dat houdt ze zacht.

Laat ook het strijkijzer links liggen. Strijken drukt de vezels plat, terwijl we er juist lucht in proberen te krijgen. Daarnaast zorgt het strijken van handdoeken ook voor slijtage van de vezels. Dit komt doordat het strijkijzer een hoge temperatuur heeft, waardoor de vezels kunnen beschadigen en dunner worden. Ze voelen dan ruwer aan en je handdoeken blijven ook nog eens minder lang mooi.

Handdoeken kun je het beste alleen met andere handdoeken wassen. Je doet de trommel niet ramvol. Dan is een wasmachine met een halve beladingsfunctie handig. Je bespaart er water en energie mee. Wil je daar meer over weten, lees dan: Zo bespaar je energie, water, wasmiddel en tijd bij het wassen.

Tip 6: Haal handdoeken direct uit de wasmachine

Als het wasprogramma klaar is, help je de zachtheid van de handdoeken door ze direct uit de machine te halen. Als handdoeken te lang vochtig blijven, kunnen er namelijk bacteriën en schimmels ontstaan die de vezels kunnen aantasten. Handdoeken gaan muf ruiken en voelen minder zacht. Door ze direct op te hangen, voorkom je schade en dus ruwheid. Vergeet ze niet eerst even te schudden.


⏩ Dit is waarom handdoeken zacht uit de droger komen

In de wasdroger worden handdoeken constant in beweging gehouden. Hierdoor ontstaat wrijving, waardoor de vezels van de stof worden losgemaakt en pluizig worden. Dit betekent dat de handdoeken minder stijf en ruw aanvoelen dan wanneer ze aan de lucht drogen.

Daarnaast speelt de warmte van de wasdroger mee. Door de warmte worden de vezels van de stof namelijk een beetje uitgerekt, waardoor ze zachter aanvoelen en meer volume krijgen. Dit zorgt er ook voor dat de handdoeken lekker donzig en dik aanvoelen.

Zonder droger moet je iets creatiever zijn, maar zachte handdoeken is zeker voor iedereen haalbaar. Kind kan de was doen!


▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.