ID.nl logo
Maak van je kleine tuin een sfeervolle buitenruimte
© Barbara Helgason
Huis

Maak van je kleine tuin een sfeervolle buitenruimte

Een postzegeltuintje is natuurlijk beter dan helemaal geen tuin. Of je nu een kleine stadstuin hebt, een balkon, een paar vierkante meters aan voortuin of achtertuin (of allebei), je bent niet de enige. Maakt ook niet uit, want ook een kleine tuin kun je hartstikke leuk maken. Juist zelfs! Lees de tips over wat je kunt doen met een kleine tuin.

In dit artikel:

  • Een kleine tuin kun je optisch groter laten lijken door paden aan te leggen of spiegels op te hangen.
  • Gebruik verlichting om je tuin sfeervol te maken en groter te laten lijken.
  • Kies voor groot in klein: gebruik geen kleine tuinmeubels en accessoires, kies ook grote terrastegels.
  • Een klein moestuintje kan ook. Meer weten over moestuinieren? Lees dan: Zo maak je een moestuin - met stappenplan!

Wat kun je met een kleine tuin?

In een kleine tuin kan geen groot gazon. Maar er kan wel een stukje gras in, net als planten, struiken en zelfs bomen. In feite moet je keuzes maken: je kunt meestal geen perken aanleggen én een moestuintje maken, of een vijver én een terras. Daarom is het handig om vooraf goed over je tuin na te denken. Wat wil je er doen en wanneer maak je er het meest gebruik van? Hoe wil je dat je tuin er door de seizoenen uitziet? Ben je in de zomer veel weg, dan kun je bijvoorbeeld denken aan een kleine overkapping met buitenhaard of terrasverwarming, zodat je in het voor- en najaar lekker buiten kunt zitten. Vind je het belangrijk dat het er netjes uitziet en het hele jaar door groen is, dan kies je daar je meubels en planten op uit. Met deze tips en ideeën maken we het je hopelijk een beetje makkelijker.

Verticaal tuinieren is ideaal voor een kleine tuin

Maak gebruik van de verticale ruimte in je kleine tuin met een verticale tuin. Hang bijvoorbeeld plantenzakken aan de muur of maak een verticale tuin met behulp van een modulair systeem. Gezellig! Je kunt zelfs slimme irrigatiesystemen gebruiken die je via een app bedient, zodat je planten altijd de juiste hoeveelheid water krijgen.

Je kunt ook aan een pergola denken. Hier kun je klimplanten tegenaan laten groeien, voor een groene schaduwplek.

Lees ook: Een pergola in de tuin? Die bouw je gewoon zelf!

©MrPreecha - stock.adobe.com

Planten kunnen overal

Je hoeft je kleine tuin echt niet dicht te tegelen. Dat kan wel, naast je verticale tuin, waarbij je de wanden gebruikt, kun je dan altijd gebruikmaken van potten. Daar kunnen trouwens ook kruiden in. Of bestraat één strook niet, om te beplanten.

Je kunt ook kiezen voor bloembakken of perken. Zelfs een kleine moestuin kan.

Kies in je kleine tuin niet alleen lage plantjes, maar varieer in hoogte. Als je heesters plant, kies dan juist voor grotere exemplaren, maar ga niet voor heel dichte soorten. Dan lijkt het alsof ze meer ruimte innemen en laten ze geen licht door. Als je een boom wilt, kijk dan eens naar meerstammige bomen die minder massief zijn omdat je door de stammen heen kunt kijken naar de rest van de tuin. Ook bomen die hoog op de stam groeien werken vaak goed in een kleine tuin.

Houd rekening met de seizoenen en probeer ook voor groenblijvende vaste planten te kiezen. En bloemen in de zomer is natuurlijk in elke tuin leuk. Tuin op het noorden? Met varens en bamboe kun je nog steeds een ‘jungle-tuin’ maken. Ook op een paar vierkante meter.

Voorkom woekeren Zorg dat je planten kiest die niet woekeren. Dat is in elke tuin vervelend, maar een klein tuintje wordt al snel helemaal overgenomen door deze soorten. Plant munt in potten en kies een niet-woekerende bamboesoort. Wil je toch graag een woekerende soort in je tuin? Overweeg dan wortelbegrenzer. Dit graaf je grotendeels in om de wortels heen, zodat ze niet verder door kunnen groeien.

Eigen groente en fruit oogsten?

Dat kan zelfs in de kleinste achtertuin + op je balkon

Spiegels en verlichting

Optische illusies kunnen wonderen verrichten in een kleine tuin. Hang strategisch geplaatste spiegels op om de ruimte groter te laten lijken en gebruik buitenverlichting om bepaalde gebieden te accentueren. Slimme verlichtingssystemen helpen je om sfeer te creëren en zelfs de kleur van het licht aan te passen. Je kunt ook paadjes aanleggen die je smaller laat weglopen. Daarmee lijkt het pad langer. Je kunt hagen zetten, langs zo’n pad maar ook haaks erop. Een spiegel aan het einde zorgt dat je tuin groter lijkt. Tip: om energie te besparen kun je veel tuinverlichting toepassen die gebruikmaakt van zonne-energie.

©Marat Yakhin

Denk groot

Net als in kleine woningen kun je het beste groot denken. Daar worden veel kleine meubeltjes rommelig, wat trouwens voor een kleine tuin ook geldt. Ook kleine tegels of klinkers maken je tuin optisch kleiner. Kies voor grote terrastegels, allemaal in dezelfde kleur. Zet je potten neer? Doe dan een paar grote potten, met bijpassend formaat plant (of boompje), bij voorkeur in dezelfde kleur of tint. Een paar grote potten staan beter dan een heleboel kleintjes. Je kunt ook kiezen voor grote plantenbakken op wielen. Die zet je gemakkelijk ergens anders neer.

Kleine of grote tuin? In 2020 was het gemiddelde oppervlakte van een tuin in Nederland 236 vierkante meter. De meeste hoveniers rekenen van 100 tot 500 meter als een middelgrote tuin. In de provincies is het gemiddelde tuinoppervlak groter dan in de Randstad. De gemiddelde oppervlakte van tuinen gaat omhoog, want in de jaren ‘80 was het maar 150 vierkante meter.

Tuinmeubels met een functie

Dat geldt ook voor je tuinmeubels: het is verleidelijk om voor kleine tuinmeubels te kiezen, maar een paar slim gekozen grotere stukken staan meestal beter. Eigenlijk moet je bij een kleine tuin keuzes durven maken. Meestal is er geen plaats voor een loungehoek en eettafel. Wel kun je een uitschuifbare tuintafel kiezen. Of klapstoelen, die je aan een haak aan de schutting kunt hangen, bijvoorbeeld. Je pakt ze erbij als ze nodig zijn. Een hangende stoel neemt geen terrasruimte in, waardoor het ook ruimtelijker oogt. Zorg dat je tuinmeubels passen in de ruimte. Als je steeds tegen de schutting stoot wanneer je je stoel naar achteren schuift, voelt je tuin echt klein aan.

Maak gebruik van slimme technologie

Een kleine tuin moet je nog steeds onderhouden. Maak gebruik van technologie om het onderhoud makkelijker te maken. Overweeg bijvoorbeeld het gebruik van een robotmaaier om het gras automatisch te maaien, of een weerstation om neerslag en luchtvochtigheid te meten. Er zijn zelfs vochtmeters voor planten, die je laten weten wanneer je water moet geven.

©Joanne Dale

Doorkijkjes

De meeste stadstuintjes zijn ingesloten door schuttingen, heggen of muurtjes. Maar heb je aan één kant een park, weiland of andere vorm van ruimte? Overweeg dan om je schutting of heg (deels) open te laten. Je maakt dan gebruik van de ruimte buiten je tuin. Dit geeft meer ‘lucht’ en geeft het idee dat je tuin groter is. Natuurlijk moet de ruimte zich hiervoor lenen; als jij naar buiten kunt kijken, kunnen mensen van buiten ook naar binnen kijken.

Gebruik alle buitenruimte

Als je geen ruimte hebt voor wat je wilt met je kleine tuin, dan kun je misschien uitwijken naar… het dak! Dit is een geweldige manier om je buitenruimte maximaal te benutten en tegelijkertijd de isolatie van je huis te verbeteren.

Neem ook je balkon mee. Plantenbakken onder een raam met groenblijvende planten geven ook direct een groene opkikker aan je tuin en huis.

Een kleine tuin is snel sfeervol

Een kleine tuin is een leuke uitdaging. Door slim met de ruimte om te gaan benut je de beschikbare ruimte, terwijl je de tuin optisch zo groot mogelijk maakt. Met sfeerlicht en leuke meubels in je eigen stijl maak je het gezellig. Kun je lekker buiten zijn, genietend van het groen, in jouw kleine postzegeltje.


Professionele hulp nodig in jouw tuin?

Vraag een offerte aan voor hovenier:

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.