ID.nl logo
Muggen? Deze planten houden ze op afstand!
© CharMoment - stock.adobe.com
Huis

Muggen? Deze planten houden ze op afstand!

Zeg zomeravond en je zegt (helaas): muggen. Zorgen die zoemende prikkers ervoor dat je niet meer lekker buiten kunt zitten? Door de juiste planten neer te zetten, wordt de overlast een stuk minder. In dit artikel lees je van welke planten muggen (en veel andere) insecten níet houden. En jij dus wel!

Dit artikel in het kort: 🦟 Hierom worden muggen aangetrokken door geur. 🦟 Planten waarvan de geur muggen juist afstoot.

Lees ook: Acht manieren om je tuin te beschermen tegen ongedierte

Muggen en geur: zo zit het

Geuren spelen een belangrijke rol in de interactie tussen muggen en mensen. Muggen hebben een namelijk een erg goed ontwikkeld reukvermogen. Ze pikken geursignalen op die worden uitgezonden door levende wezens, waaronder mensen. Deze signalen helpen hen bij het uitkiezen van hun doelwitten.

Geuren trekken muggen aan, maar kunnen ze ook juist afstoten. Daar kun je dus slim gebruik van maken! Bijvoorbeeld in de tuin, zodat je lekker van dat zomerzonnetje kunt genieten.

Muggen zijn niet alleen bloedirritant, het zijn ook de dodelijkste dieren ter wereld. In Nederland ben je vooralsnog veilig, al gooit klimaatverandering in de toekomst misschien roet in het eten. In tropische gebieden verspreiden muggen ziektes als malaria en knokkelkoorts. In gebieden waar deze ziekten voorkomen moet je dan ook extra voorzorgsmaatregelen nemen om te zorgen dat je niet gestoken wordt.

©ReitNN - stock.adobe.com

Deze planten vinden muggen niet fijn (gelukkig):

Knoflook

Knoflook (Allium sativum) bevat een krachtige verbinding genaamd allicine, die verantwoordelijk is voor de karakteristieke geur. Wanneer knoflookplanten groeien, verspreiden ze deze geur in de omgeving. Voor muggen is deze geur een grote afknapper. Ze blijven weg.

Je kunt knoflook in de tuin (of bak) planten, maar ook bollen in huis hangen (heel Frans) of een paar teentjes laten trekken in heet water en deze afgekoelde ‘knoflookthee’ strategisch neerzetten.

Knoflook planten is makkelijk. Je kiest een paar grote tenen van een bol knoflook en zet ze in de grond, met de punt naar boven. Je kunt dit in november doen, maar ook in het voorjaar. In het voorjaar kunnen ze harder groeien, waardoor de ondergrondse knoflookbol iets minder goed ontwikkelt. Er groeit loof uit (kun je ook eten, smaakt naar knoflook en verjaagt inderdaad muggen). Als het loof bruin wordt, kun je de knoflook oogsten.

Citroenmelisse / citroengras)

Citroengeur op een zomerse avond, nét of je op vakantie bent. De meeste mensen vinden het in elk geval lekker fris ruiken. Aan wasmiddelen wordt bijvoorbeeld ook weleens citroengeur toegevoegd.

De essentiële oliën die in deze planten voorkomen bevatten stoffen als citronellal, geraniol en limoneen, die zorgen voor het kenmerkende citroenachtige aroma. Daar houden muggen dus niet van. Denk maar aan de bekende citronellakaarsen.

Meestal is het neerzetten van de planten genoeg. Voor een extra aroma boost kun je de blaadjes een beetje knijpen of er over wrijven.

Rozemarijn / basilicum / munt

Zet tuinkruiden op je terras en je hebt niet alleen altijd lekkere smaakmakers bij de hand, ook muggen blijven weg. Je kunt wat kruiden butsen om de oliën vrij te laten komen, of even met je handen en armen door de planten heen gaan. Een takje rozemarijn op de barbecue houdt wespen op afstand. De lekkere geur is een bijkomend voordeel.

Ook munt is muggenwerend. Munt is een enorme woekeraar, dus zet deze plant in potten neer. Anders heb je binnen no-time overal munt. Je kunt de munt gebruiken om thee van te zetten, in een lekkere cocktail (hello, mojito) of in een kan koud water.

Tuin? Kruiden!

(ook voor op je balkon natuurlijk)

Lavendel tegen muggen in de tuin

Het ruikt lekker en met zijn paarse bloemetjes fleurt het elke tuin op: lavendel. De plant bevat natuurlijke oliën die muggen niet kunnen uitstaan. De geur van lavendel, die wij zo aangenaam vinden, is voor muggen juist verwarrend en níet lekker. Wanneer lavendel in bloei staat, verspreidt het zijn geur in de omgeving. Het blad zelf heeft ook geur, maar de geur komt vooral vrij wanneer je het kneust. Het is deze geur die muggen afschrikt: ze raken in de war en het verstoort hun vermogen om menselijke geursporen te detecteren. Ze komen minder snel dichterbij om je lastig te vallen.

Om je lavendel mooi te houden, snoei je twee keer per jaar. In maart of april, voordat de lavendel groeit, snoei je het meeste. Als je meerdere lavendelplanten hebt, kun je hier het best een heggenschaar voor gebruiken. Snoei niet in het hout, maar net daarboven. Anders loopt de plant niet meer uit. Na de bloei snoei je de toppen nog eens weg, om je lavendel winterklaar te maken.

©Javier Cabrio Fotografia

Bijen houden gelukkig wel van de geur van lavendel.

Kattenkruid (Nepeta)

Katten zijn er dol op, muggen juist totaal niet: kattenkruid. Kattenkruid, ook wel bekend als Nepeta cataria, is een plant uit de muntfamilie die van nature voorkomt in Europa en Azië. Het is de stof nepetalacton die muggen afschrikt. Het heeft een verwarrend effect op hen en houdt ze op veilige afstand. Er is zelfs muggenwerende spray die kattenkruid als hoofdingrediënt heeft. Sterker nog, in 2001 is er onderzoek gedaan, waaruit bleek dat kattenkruid een sterker muggenwerend middel is dan DEET, een van de effectiefste insectenwerende middelen ter wereld. Op kattenkruid na dus, blijkbaar.

De plant woekert ook nog weleens, dat is iets om rekening mee te houden. Zet de plant in de zon en knip de bloemen weg na de bloei. Waarschijnlijk bloeit hij dan nog eens. Kattenkruid kan ook prima in potten.

Misschien een open deur, maar: als je niet van katten houdt, plant dan geen kattenkruid.

Niet alle katten reageren op dezelfde manier op kattenkruid. Ongeveer 50-75 procent van de katten vertoont een reactie op kattenkruid, terwijl de rest er helemaal niet op reageert. De reactie kan variëren van snuffelen, likken, wrijven, rollen, miauwen, spinnen tot springen en rennen. De stof nepetalacton, die dus muggen verjaagt, zou overeenkomen met feromonen. Dat zijn hormonen die ervoor zorgen dat katten zich tot elkaar aangetrokken voelen. Vandaar dus dat ze erop af komen.

Goudsbloem (Calendula)

Goudsbloemen hebben een sterke en kenmerkende geur die muggen niet kunnen waarderen. Niet alleen muggen, ook andere plaagdiertjes houden helemaal niet van de geur van goudsbloem. Denk aan bladluizen, mieren en witte vliegen. Bijen juist wel. Mooi, voor de bestuiving. En de wereld.

Het kweken van goudsbloemen is vrij eenvoudig. Ze gedijen goed op een zonnige plek en hebben matige waterbehoeften. Je kunt ze in de tuin (in de volle grond) planten, in potten plaatsen of zelfs gedroogde bloemblaadjes gebruiken om een natuurlijk muggenafweermiddel te maken. Goudsbloemen fleuren je tuin in elk geval op!

©Aleksey Patsyuk | Aleks_ei - stock.adobe.com

Waarom muggen altijd net jou weten te vinden

Ben jij ook gezegend met een onweerstaanbare aantrekkingskracht op de vrouwtjes? Muggen, welteverstaan. Alleen vrouwelijke muggen prikken namelijk.

Hoe komt het dat de een ‘s ochtends vol zit met jeukende bultjes (als je al een oog dicht had gedaan door het irritante gezoem) en de ander nergens last van heeft? Ongeveer 20 procent van de mensen blijkt bijzonder aantrekkelijk voor muggen en wordt consequent vaker gebeten.

Er doen veel broodje-aapverhalen de ronde over waarom dat zo is. Wetenschappers hebben wel ideeën over waarom sommigen van ons meer gevoelig zijn voor muggenbeten. Bloedtype, kooldioxide, lichaamsbeweging, huidbacteriën en zwangerschap kunnen allemaal een rol spelen. Muggen komen in eerste instantie af op de kooldioxide die we uitademen. Ligt er één persoon in een kamer, dan wordt diegene gewoon geprikt. Of diegene nu lekker ruikt (in de ogen van de mug) of niet. Zijn er twee personen, dan komt ons persoonlijke geurprofiel om de hoek kijken. Dat geurprofiel heeft een chemische samenstelling die voor iedereen uniek is. Grotendeels is het genetisch bepaald, maar lichaamsgewicht, dieet en je temperatuur hebben er ook wat invloed op. Toch is nooit wetenschappelijk aangetoond dat iets wel of niet eten invloed heeft op muggenbeten.

Binnenshuis kun je het beste een luchtstroom creëren om muggen te verjagen, met een stevige ventilator bijvoorbeeld. Voor buiten raden we de plantjes aan. Je kunt, naast de planten, een goede muggenlamp overwegen. Die werken vooral wanneer je geen andere (buiten)verlichting aan hebt.

Laat die zomeravonden maar komen!

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.