ID.nl logo
Zo maak je slim gebruik van kop- en voetteksten in Word en Excel
© Ingvar Björk
Huis

Zo maak je slim gebruik van kop- en voetteksten in Word en Excel

Je werkt aan een lijvig document in Word of Excel en uiteraard wil je de lezer helpen om straks niet te verdwalen. Door middel van de kop- en/of voettekst laat je de pagina’s automatisch nummeren, geef je aan om welk hoofdstuk het gaat en veel meer.

Wanneer je dit artikel gelezen hebt, weet je hoe je kop- en voetteksten in Word én Excel kunt toevoegen en wat je er allemaal in kunt zetten. Wat te denken van:

  • Paginanummer
  • Datum en tijd
  • Logo
  • Iets anders op alleen de eerste pagina
  • Per deel iets anders (sectie-einde)
  • In Excel kun je alleen een koptekst toevoegen en maak je gebruik van dynamische veldcodes

Om je Word-document er professioneel uit te laten zien, zijn ook de marges van belang. Lees meer in dit artikel: De marges in Word: hiermee bepaal je de uitstraling van je document

In Microsoft Word en Excel noemen we de informatie in de bovenmarge van een pagina de koptekst en de gegevens in de ondermarge de voettekst. In deze marges kun je informatie opnemen die op elke pagina of op specifieke pagina’s moet verschijnen. Denk aan de aanmaakdatum, het aantal woorden, een logo, een projectnaam, een hoofdstuktitel of een paginanummer. Onthoud dat wat voor de koptekst werkt, ook altijd bruikbaar is voor de voettekst. We bekijken eerst de mogelijkheden in Word, daarna die van Excel.

Invoegen op twee manieren

Het invoegen van een koptekst kan op twee manieren. Wijze één is door te dubbelklikken op het bovenste deel van de pagina. Dan verschijnt er een stippellijn met het label Koptekst. In deze marge kun je inhoud typen of een logo toevoegen. Voor de voettekst dubbelklik je onderaan de pagina. Om terug te keren naar de gewone inhoud van het document, dubbelklik je ergens anders op de pagina. Je kunt ook in het tabblad Invoegen de knop Koptekst of Voettekst gebruiken. Als je daarop klikt, verschijnen er een aantal keuzemogelijk die je nog verder kunt bewerken. Bij de voettekst staan de voorbeelden onder de streep in plaats van erboven.

Microsoft Word beschikt over enkele vooraf opgemaakte kop- en voetteksten.

Logo of grafisch element

Het tabblad Kop- en voettekst, waarmee je deze elementen kunt bewerken, krijg je pas te zien als de kop- of voettekst is geactiveerd. In dit voorbeeld hebben we bijvoorbeeld aan de bovenkant iets meer ruimte nodig om een logo te plaatsen. Dat regel je in de vakjes Koptekst vanaf boven of Voettekst vanaf onder, waar je een afstand opgeeft. Om een logo te plaatsen, klik je in dit tabblad op Afbeelding en selecteer je het afbeeldingsbestand dat op de harde schijf staat. Uiteraard kun je die afbeelding schalen door het geïmporteerde plaatje te selecteren en aan een van de handvaten eromheen te trekken. Met de knop Onlineafbeeldingen kom je via Bing in de bibliotheek met internetplaatjes. Om de kop- en voettekst te sluiten, kun je aan de rechterkant van het tabblad klikken op de knop met het rode kruis. Je keert dan automatisch terug naar de inhoud van de pagina.

Je kunt de hoogte van de koptekst aanpassen.

Eerste pagina afwijkend

Alles wat je aan de kop- of voettekst toevoegt, zal automatisch op alle andere pagina’s verschijnen. Wil je dat de eerste pagina geen koptekst/voettekst heeft of een andere koptekst/voettekst dan de rest, dan los je dat op in het tabblad Kop- en voettekst. In de sectie Opties plaats je een vinkje bij Eerste pagina afwijkend. Hierdoor zullen zaken die je in de kop-/voettekst van de eerste pagina plaatst, niet op de andere pagina’s verschijnen. Ook als je de kop- of voettekst van een andere (dan de eerste) pagina aanpast, heeft dit geen invloed op de eerste pagina.

Is de eerste pagina een titelblad, zorg er dan voor dat de kop-/voettekst daar niet wordt geplaatst.

Even en oneven verschillen Wanneer je een van de sjablonen gebruikt om een koptekst of voettekst toe te voegen, zul je merken dat er soms de vermelding ‘even pagina’ staat en bij andere het label ‘oneven pagina’. Dit onderscheid is interessant als je van plan bent om het document dubbelzijdig af te drukken. Als je bijvoorbeeld de paginanummers op de oneven pagina’s rechts onderaan plaatst, dan is het mooier dat de paginanummers van de even pagina’s aan de andere kant staan. Vink daarom de optie Even en oneven pagina’s verschillend aan.

Paginanummers

In het tabblad Kop- en voettekst vind je de knop met de veelzeggende naam Paginanummer. Die brengt je bij een vervolgkeuzelijst waar je beslist of de paginanummers Bovenaan de pagina of Onderaan de pagina moeten komen. Dezelfde vervolgkeuzelijst staat trouwens ook in het tabblad Invoegen. Onderaan in de vervolgkeuzelijst vind je de opdracht Opmaak van paginanummers. Dat is een beetje verwarrend, maar hiermee bedoelt Microsoft dat je in de plaats van nummers ook letters of Romeinse cijfers kunt gebruiken. In dit venstertje zit een optie om eerst het hoofdstuknummer weer te geven, gevolgd door het paginanummer. En onderaan heb je de mogelijkheid om de nummering te laten starten vanaf een bepaalde pagina. Wanneer je klaar bent, klik je opnieuw op het kruis Koptekst en voettekst sluiten om te zien hoe Word deze instellingen heeft toegepast op het volledige document. Om het lettertype, de lettergrootte en de stijl van de paginanummers aan passen, selecteer je een nummer. Het welbekende pop-up-opmaakbalkje verschijnt dan.

Je kunt hoofdstuknummers aan de paginanummers toevoegen.

Datum en tijd

De plaats van de cursor in de kop- of voettekst bepaalt waar de datum (en/of tijd) wordt ingevoegd. Gebruik in het tabblad Kop- en voettekst de knop Datum en tijd, of ga naar de het tabblad Invoegen in de categorie Tekst naar dezelfde functie. Beide openen het venster Datum en tijd dat de verschillende manieren opsomt om deze gegevens weer te geven. Activeer eventueel het selectievakje Automatisch bijwerken als je wenst dat bij het openen of afdrukken van het document de huidige datum en tijd verschijnen en dus niet het oorspronkelijke tijdstip waarop je het datumveld hebt ingevoegd. Door op het toetsenbord een keer op Tab te drukken, wordt de kop- of voettekst gecentreerd. Druk je nog een keer op de Tab-toets, dan wordt de datum/tijd rechts uitgelijnd.

Hoe wil je dat de datum en/of tijd weergegeven wordt?

Ongestoord aan je document kunnen werken?

Een noisecancelling-koptelefoon is alles wat je nodig hebt

Documenteigenschappen en velden

Soms lees je in de voettekst of koptekst ook documenteigenschappen, zoals de naam van het bestand, het pad op de harde schijf of het aantal gebruikte woorden of letters. Die gegevens worden automatisch gegenereerd, maar dan moet je wel eerst een veld toevoegen. Stel dat je graag in de koptekst het aantal gebruikte woorden laat zien. Gebruik daarvoor in het tabblad Kop- en voettekst de knop Snelonderdelen. In het venster Veld kies je bij Categorieën de optie Documentgegevens. Hierdoor verschijnen alleen de velden die van toepassing zijn op deze categorie. Bij Veldnamen selecteer je de optie NumWords). In de beschrijving onderaan lees je: ‘het aantal woorden in het document’. Op dezelfde plaats staan ook NumChars voor het aantal letters en NumPages voor het aantal pagina’s. Klik op OK om te bevestigen. Het gaat te ver om alle opties hier te bespreken, maar met wat logisch nadenken vind je hier wel wat je zoekt.

De veldcode NumWords toont het aantal gebruikte woorden in de kop-/voettekst.

Velden automatisch bijwerken De informatie in deze velden wordt niet realtime up-to-date gehouden. Door in de kop- of voettekst op zo’n veld te klikken en F9 in te drukken, zal die info, bijvoorbeeld het aantal woorden, worden bijgewerkt. Je kunt ook eerst de gegevens in het veld selecteren en dan met de rechtermuisknop de opdracht Veld bijwerken selecteren. Wil je dat de gegevens in deze velden automatisch worden bijgewerkt wanneer je het bestand afdrukt? Ga dan naar het menu Bestand / Opties / Weergave en schakel onder Afdrukopties het selectievakje Velden bijwerken voor het afdrukken in.

Laat, voordat je het document afdrukt, de velden automatisch bijwerken.

Sectie-einden

Wanneer je document uit verschillende onderdelen bestaat en je wilt unieke kopteksten en voetteksten gebruiken voor ieder onderdeel, dan moet je daar eerst sectie-einden aanbrengen. Plaats de muisaanwijzer op de plaats waar je zo’n nieuwe sectie wilt beginnen. Ga naar het tabblad Indeling en selecteer Eindemarkeringen / Sectie-einden / Volgende pagina. Heb je het document in verschillende secties verdeeld, dan kun je een afzonderlijke paginaopmaak instellen voor de pagina’s van de desbetreffende sectie. Op het label van de koptekst en voettekst zie je trouwens voor welke sectie hij bedoeld is.

De kop- en voettekst kun je per sectie instellen.

Bewerken of verwijderen

Vaak wil je in de loop van een project nog iets aan de kop- of voettekst toevoegen of aanpassen. Dubbelklik op de koptekst of de voettekst om deze actief te maken, zodat je de inhoud kunt wijzigen. Je kunt ook naar het tabblad Invoegen gaan en het vervolgkeuzemenu Koptekst of Voettekst openen zodat je bij de opdracht Koptekst bewerken of Voettekst bewerken komt. Mocht je besluiten dat je de kop- of voettekst niet langer nodig hebt, dan kun je die eenvoudig verwijderen. Selecteer het vervolgkeuzemenu Koptekst of Voettekst op het tabblad Invoegen of het tabblad Koptekst en voettekst en gebruik de onderste optie om deze te verwijderen.

Wanneer je een kop- of voettekst verwijdert, wijzigt er niets aan de inhoud van het document.

Document thuis afdrukken? Lees dan ook: Waar voor je geld: 5 all-in-one-printers voor je thuiskantoor

In Excel: drie vakken

De kop- en voettekstsecties werken in Excel iets anders dan in Word. De opties zijn iets beperkter dan in Word. Maar het belangrijkste verschil is dat je deze gegevens niet kunt zien terwijl je aan de spreadsheet werkt. Dat is logisch, want vaak bestaan rekenbladen uit ontzettend veel cellen waarbij je uiteindelijk met de opdracht Afdrukbereik aangeeft welke kolommen en rijen je op papier wilt hebben. Zolang je niet aangeeft welke informatie op papier komt en wat de paginaverdeling wordt, heeft Excel ook geen idee waar de kop- en voetteksten moeten komen. Gelukkig betekent dat niet dat je de kop- en voettekst maar blind moet invoeren.

Ga naar het tabblad Invoegen en klik op de knop Koptekst en voettekst. Dat is dus één knop voor beide. Bovenaan in het werkblad zie je nu een kader dat in drie vakken is verdeeld. In ieder vak kun je andere informatie plaatsen. Typ bijvoorbeeld in het eerste vak je naam, in het tweede vak de naam van het project en in het derde vak de datum. Bovenaan in dit tabblad staan twee schakelknoppen: Naar koptekst en Naar voettekst. Als je bijvoorbeeld een paginanummer wilt toevoegen in de voettekst, dan gebruik je de tweede knop.

De kop- en voettekst in Excel is verdeeld in drie vakken.

Pas zichtbaar in Afdrukvoorbeeld Kop- en voetteksten worden in Excel uitsluitend weergegeven in de weergave Pagina-indeling, in het Afdrukvoorbeeld en natuurlijk ook op de afgedrukte pagina’s. Omdat je in Excel meestal in de Normale weergave werkt, zie je de kop- en voetteksten dus niet. Je kunt van weergave veranderen via het tabblad Beeld, maar sneller gaat het via de pictogrammen rechts onderaan het werkblad. Je vindt deze knoppen naast het schuifje om de weergave te vergroten en te verkleinen. Klik op het eerste pictogram om naar de Normale weergave te schakelen, het tweede toont de Pagina-indeling. Het Afdrukvoorbeeld krijg je pas te zien als je voor Bestand / Afdrukken kiest.

Op het afdrukvoorbeeld zie je de kop- en voetteksten wel.

Dynamische veldcodes

Uiteraard kun je zelf tekst typen in de drie vakken die Excel aanbiedt, maar handiger zijn de kant-en-klare veldcodes die je tot je beschikking hebt in het tabblad Kop- en voettekst. Door dergelijke codes te gebruiken, worden de kop- en voetteksten dynamisch. Dat betekent dat de inhoud zich aanpast wanneer je wijzigingen in het werkblad aanbrengt. Veronderstel dat je in de voettekst graag het paginanummer wilt zien, samen met het totaal aantal pagina’s waaruit het werkblad bestaat. Het resultaat moet dus iets worden als ‘1 van 12’. Plaats de muisaanwijzer in het vak waar je deze gegevens wilt combineren en klik daarna op de knop Paginanummer. Excel plaatst dan zelf de veldcode &[Pagina]. Daarachter typ je dan een spatie gevolgd door het woord ‘van’ en weer een spatie. Vervolgens klik je in het lint op de knop Aantal pagina’s waardoor Excel de veldcode &[Pagina’s] invult. De combinatie &[Pagina] van &[Pagina’s] zal worden omgezet tot bijvoorbeeld 1 van 12, 2 van 12 enzovoort.

Er zijn trouwens twee eigenaardigheden die je moet weten als je eigenhandig gegevens in de vakken van de kop- en voettekst wilt typen. Om in zo’n vak een nieuwe regel te beginnen, moet je op Enter drukken. En als je het &-teken in de kop- of voettekst wilt plaatsen, dan moet je dit symbool tweemaal typen. Wil je dus ‘inkomsten&uitgaven’ zien, dan moet je ‘inkomsten&&uitgaven’ typen.

De veldcodes zorgen ervoor dat de inhoud dynamisch wordt ingevuld.

Datum, tijd en afbeelding

Behalve het paginanummer en het totaal aantal pagina’s staan in het tabblad nog andere knoppen die veldcodes produceren, zoals Huidige datum, Huidige tijd en Bestandsnaam. Als je de knop Bestandsnaam gebruikt, zal op die plaats het pad naar het document op de harde schijf verschijnen. De knop Afbeelding gebruik je logischerwijs om een plaatje in te voegen. Pas nadat de afbeelding is toegevoegd, wordt de laatste knop actief: Afbeelding opmaken. Hiermee pas je de hoogte en breedte van de afbeelding aan, kun je het plaatje omzetten naar grijswaarden en de helderheid en het contrast instellen.

Je kunt de hoogte, breedte en andere eigenschappen van de afbeelding aanpassen.
Watch on YouTube
▼ Volgende artikel
Router of powerline-adapter: wat is de beste keuze voor betere wifi?
© ER | ID.nl
Huis

Router of powerline-adapter: wat is de beste keuze voor betere wifi?

Haperende streams en trage downloads op zolder zijn grote ergernissen in veel huishoudens. Om dat op te lossen twijfelen veel mensen tussen een krachtiger router of een set powerline-adapters. In dit artikel leggen we precies uit wanneer je voor welke oplossing moet kiezen, zodat je geen geld verspilt aan de verkeerde apparatuur.

Voordat je naar de winkel rent: je moet eerst begrijpen wat er precies misgaat met je verbinding. Wifi-problemen kun je doorgaans opdelen in twee categorieën: een gebrek aan bereik of een gebrek aan capaciteit. Bij een gebrek aan bereik komt het signaal simpelweg niet ver genoeg, bijvoorbeeld omdat dikke betonnen muren of plafonds het signaal blokkeren. Je hebt dan op zolder één streepje bereik of zelfs helemaal geen verbinding. Bij een gebrek aan capaciteit is het signaal wel sterk, maar is de router niet krachtig genoeg om alle data te verwerken. Dat merk je als het internet traag wordt zodra iedereen thuis tegelijk online is. Het onderscheid tussen deze twee oorzaken bepaalt of je een router of een powerline-adapter nodig hebt.

Wanneer is een nieuwe router de oplossing?

De router is het hart van je thuisnetwerk en regelt al het verkeer. Vaak gebruiken mensen het standaardmodem dat ze van hun internetprovider hebben gekregen, maar deze apparaten blinken zelden uit in prestaties. Een losse, hoogwaardige router kopen is de beste keuze wanneer je merkt dat de verbinding in de buurt van het modem al niet optimaal is of wanneer je regelmatig met veel apparaten tegelijk online bent.

Als je in de woonkamer zit en de verbinding hapert zodra de kids op hun tablets zitten, is je huidige router waarschijnlijk niet krachtig genoeg om al die gelijktijdige datastromen te verwerken. Een moderne router met ondersteuning voor wifi 6 kan veel meer apparaten tegelijk bedienen en zorgt voor een hogere, stabielere snelheid op de verdieping waar hij staat.

©Andrii

Internet via het stopcontact met powerline

Een powerline-adapter, ook wel homeplug genoemd, werkt volgens een totaal ander principe. Dit systeem maakt gebruik van het bestaande stroomnet in huis om het internetsignaal te verplaatsen. Je stopt één adapter in het stopcontact bij je router en de tweede adapter in een stopcontact op de plek waar je internet nodig hebt, bijvoorbeeld op zolder of in het tuinhuis.

Dit is de ideale oplossing wanneer het wifi-signaal door dikke betonnen muren of plafonds moet dringen. Waar wifi-golven afketsen op gewapend beton, stuurt de powerline het signaal simpelweg via de koperdraden in de muur naar boven. Dat maakt powerline-adapters uitermate geschikt voor specifieke 'dode zones' die te ver weg liggen voor het bereik van een gewone router.

Populaire merken voor netwerkoplossingen

Als je op zoek gaat naar powerline-adapters, kom je al snel uit bij Devolo. Dit Duitse merk is de onbetwiste marktleider op het gebied van homeplugs en staat bekend om de Magic-serie die zeer stabiele verbindingen via het stroomnet garandeert.

Voor routers en mesh-systemen is TP-Link een zeer populaire keuze vanwege de goede balans tussen prijs en prestaties, met modellen voor elk budget. Netgear richt zich met de Nighthawk-serie vaak op de veeleisende gebruiker en gamers die maximale snelheid wensen. Tot slot is AVM, bekend van de FRITZ!Box, een merk dat zowel uitstekende routers als powerline-oplossingen biedt die naadloos met elkaar samenwerken in één netwerk.

Stabiliteit versus snelheid

Bij de keuze tussen deze twee speelt ook het gebruiksdoel een rol. Powerline-adapters zijn vaak de favoriete keuze voor gamers of mensen die thuiswerken op een vaste pc. De reden hiervoor is dat de tweede adapter vaak beschikt over een netwerkafsluiting, waardoor je je computer met een kabel kunt aansluiten. Een bekabelde verbinding via powerline is doorgaans stabieler en heeft een lagere vertraging (ping) dan wifi, wat cruciaal is bij online gamen. Een nadeel is wel dat de snelheid van powerline afhankelijk is van de kwaliteit van je stroomnet. Oude bedrading of zware apparaten zoals een wasmachine kunnen storing veroorzaken, waardoor de snelheid soms fluctueert. Een high-end router biedt daarentegen vaak een hogere topsnelheid, maar is dus gevoeliger voor afstand en obstakels.

De opkomst van mesh-systemen

Tegenwoordig is er een hybride oplossing die de traditionele router steeds vaker vervangt: Multiroom Wifi of Mesh. Dit zijn feitelijk meerdere routers die met elkaar communiceren. Als je een groot huis hebt en overal perfecte wifi wilt zonder kabels te trekken, is dit vaak een betere, maar ook duurdere oplossing dan een simpele powerline-set. Kies je echter voor een budgetvriendelijke oplossing om snel internet op één specifieke, lastig bereikbare kamer te krijgen, dan wint de powerline-adapter het vaak op prijs-kwaliteitverhouding. Is je doel echter om de algehele snelheid en capaciteit in de woonkamer en keuken te verbeteren, investeer dan in een goede router.

▼ Volgende artikel
Professioneel en gratis video's bewerken? Aan de slag met VSDC Free Video Editor
Huis

Professioneel en gratis video's bewerken? Aan de slag met VSDC Free Video Editor

Maak jij tijdens een welverdiende vakantie talloze video’s? Met VSDC Free Video Editor giet je de leukste fragmenten in een gelikte film. Dankzij het gebruik van mooie overgangen en fraaie effecten oogt het resultaat zeer professioneel. Het kost je bovendien geen cent, want je installeert deze zeer uitgebreide videobewerker gratis op een Windows-computer.

Tegenwoordig liggen er best wat goede gratis videobewerkers voor het oprapen. Zeker wanneer je geen torenhoge eisen aan de videomontage stelt, heb je niet per se een betaald programma als Adobe Premiere Elements of Magix Video Deluxe nodig. Zo krijg je met het gebruiksvriendelijke VSDC Free Video Editor al een heleboel voor elkaar. In tegenstelling tot diverse gratis alternatieven voegt dit programma geen lelijk watermerk toe aan jouw film. Deze freeware heeft daarnaast een verrassend uitgebreide gereedschapskist.

Videobewerker installeren

VSDC Free Video Editor heeft relatief lage systeemeisen. Zeker voor video’s tot een resolutie van 1920 × 1080 pixels heb je geen supersnelle pc of laptop nodig. Wil je haarscherpe 4K-video’s bewerken? In dat geval adviseren de makers een systeem met 8 of 16 GB werkgeheugen. Daarnaast is een krachtige processor met meerdere rekenkernen geen overbodige luxe.

Particulieren mogen VSDC Free Video Editor voor nop installeren. Ga naar de site via www.kwikr.nl/vsdc en download het installatiebestand. Je hebt keuze tussen de 32bit- en 64bit-versie. De meeste computers kunnen met de 64bit-versie uit de voeten. Dubbelklik op het gedownloade exe-bestand en doorloop de stappen van de installatie. 

Nieuw project starten

Zodra je de videobewerker voor de eerste keer opstart, verschijnt er een pop-upvenster met een aanbeveling voor de betaalde Pro-versie (zie kader). Je klikt dat via het kruisje weg. Laat de ietwat drukke gebruikersomgeving even op je inwerken. Het beginscherm toont diverse instructies voor geavanceerde bewerkingen. Laat die als beginnende gebruiker links liggen. Je kunt wel alvast even de tabbladen doornemen, want die herbergen verschillende bruikbare functies.

Je gaat nu eerst een nieuw (video)project starten. Klik op het tabblad Projects en daarna op New project. Er verschijnt een nieuw venster waarin je diverse instellingen voor de videomontage kunt bepalen. Het belangrijkste is de waarde achter Resolution. Voor een scherp beeld en soepele montage laat je de huidige waarde van 1920 × 1080 pixels (16:9) staan. Filmt jouw smartphone of videocamera in een hogere resolutie, dan kun je een andere waarde overwegen. Laat de overige opties ongewijzigd. Je typt achter Project title een relevante projectnaam en kiest onderaan voor Blank project. Bevestig tot slot met Finish.

Welke resolutie ken je aan de videomontage toe?
VSDC Pro

Naast de hier besproken gratis versie bestaat er met VSDC Pro (www.videosoftdev.com/video-editor-pro) ook een betaalde variant. Die bevat allerlei extra snufjes voor geavanceerde gebruikers. Je kunt bijvoorbeeld een achtergrondkleur verwijderen, gesproken commentaar toevoegen en trillende beelden stabiliseren. Daarnaast ondersteunt de Pro-versie hardwareversnelling door een geschikte grafische kaart. Dit leidt tot betere prestaties, omdat de processor minder hoeft te rekenen. Je merkt dat bijvoorbeeld aan kortere wachttijden en een vloeiendere videoweergave. VSDC Pro kost op het moment van schrijven circa 31 euro. 

Video’s toevoegen

Nu ga je met het zojuist aangemaakte videoproject aan de slag. Merk op dat het tabblad Editor is geopend. Je zit nu dus in de videobewerker. Zoals je ziet, zijn er flink wat opties beschikbaar. Laat je hierdoor niet afschrikken, want we nemen de basisfuncties stap voor stap met je door.

Je dient eerst relevante videoclips aan het programma toe te voegen. Gunstig is dat VSDC Free Video Editor alle bekende beeldformaten ondersteunt. Klik bovenaan in de werkbalk op Add object / Video en navigeer naar de map met de bestanden. Je selecteert één of meer video’s, waarna je bevestigt met Openen / OK. Wanneer je minimaal twee fragmenten toevoegt, kies je Add to layer.

Wegens de talloze toeters en bellen ziet deze videobewerker er nogal imponerend uit.

De videoclips verschijnen allemaal in de tijdlijn onderaan het venster. Deze tijdlijn is belangrijk, want die bepaalt welke momenten er in de uiteindelijke film terechtkomen. Verder kun je hieraan bijvoorbeeld ook titels, overgangen, speciale effecten en audiotracks toevoegen. Vind je de tijdlijn te klein? Je kunt dit onderdeel eenvoudig vergroten. Zweef onder Layer 1 op de scheidslijn totdat er een dubbele pijl verschijnt. Beweeg de muis nu met ingedrukte muisknop omlaag. In VSDC Free Video Editor pas je op soortgelijke wijze de grootte van alle deelvensters aan. Kortom, richt op die manier het bewerkvenster naar eigen wens in.

Alle geïmporteerde videobestanden belanden op de tijdlijn.

Volgorde clips wijzigen

Waarschijnlijk heb je een bepaalde volgorde voor de videoclips in gedachten. Geen probleem, want je kunt de clips op de tijdlijn verplaatsen. Sleep het beoogde fragment met ingedrukte muisknop één laag omlaag. De overgebleven video’s schuif je daarna naar links of rechts. Creëer op die manier een ‘gat’ en sleep het fragment ernaartoe. Het is belangrijk dat er geen loze ruimtes op de tijdlijn achterblijven. Anders zie je namelijk zwart beeld.

Sleep videoclips naar onder, boven, rechts en links om de volgorde op de tijdlijn te wijzigen.

Scènes inkorten

Vanzelfsprekend wil je alleen boeiende scènes in de film tonen. Saaie passages snijd je daarom resoluut weg. Dat doe je door een videoclip in te korten. Gebruik hiervoor wederom de tijdlijn. Selecteer een fragment en beweeg de rode schuifregelaar naar deze clip. Het bijbehorende beeld verschijnt nu in de voorbeeldweergave. Vind je dit beeld te klein? Klik dan helemaal rechtsonder in het programma op het kleine plusteken. Je past daarmee het zoomniveau aan. Klik nu onder de voorbeeldweergave op de rode afspeelknop (PijltjeRechts) om de video te starten. Begint of eindigt het saaie gedeelte? Via dezelfde rode knop (twee verticale streepjes) pauzeer je de video.

Inkorten is vrij eenvoudig. Een geselecteerde videoclip heeft op de tijdlijn aan weerszijden twee piepkleine vierkanten. Klik daarop en houd de muisknop ingedrukt. Beweeg de muis nu naar links of rechts tot de rode schuifregelaar. Laat de muisknop als laatste los. Het fragment is nu een kopje kleiner gemaakt! 

Fragmenten splitsen

Je kunt een lang fragment ook in twee (of meer) delen opsplitsen. Dat is nuttig wanneer je deze videootjes op verschillende momenten in de film wilt tonen. Selecteer in de tijdlijn een videoclip en bepaal met de rode schuifregelaar een geschikt ‘splitmoment’. Overigens kun je met de mediaknoppen onder de voorbeeldweergave dit moment heel precies bepalen. Spoel bijvoorbeeld een seconde voor- of achteruit. Het is zelfs mogelijk om een video frame voor frame door te nemen. Staat de rode schuifregelaar exact op de goede plek? Klik dan in de werkbalk boven de tijdlijn op het pictogram met de twee rode haakjes. Je ziet vervolgens twee aparte clips.

Maak via de optie Split into parts van één clip twee losse fragmenten.

Roteren en bijsnijden

Soms is het noodzakelijk om een video negentig graden te roteren, omdat het beeld in VSDC Free Video Editor is gedraaid. Gelukkig herstel je deze ‘fout’ simpel. Je selecteert in de tijdlijn de juiste video en klikt helemaal bovenaan bij de sectie Tools op het pictogram met de gebogen pijl. De video draait meteen.

Staat er een ongewenst persoon, lelijk logo of storend object in beeld? Gooi de videoclip dan nog niet weg! Je kunt het fragment namelijk nog bijsnijden. Beslis welk deel van de video je wilt gebruiken en gooi het overtollige beeldmateriaal weg. Je klikt met de rechtermuisknop op een videoclip in de tijdlijn en kiest Crop tools / Custom region. Bepaal in het nieuwe venster welk deel uit beeld moet verdwijnen. Je regelt dat door de zwarte vierkantjes aan de randen van de voorbeeldweergave te verslepen. Tevreden? Met OK voer je de actie definitief uit.

Nuttig om te weten is dat je met deze functie de oorspronkelijke resolutie verkleint. Zeker wanneer je de uiteindelijke film op een grote televisie of pc-monitor bekijkt, zie je mogelijk korrelige beelden. Snijd daarom liever niet te veel beeldmateriaal weg.

Alles buiten de rechthoekige selectie verdwijnt uit de video.

Video-effecten

Wie dat wil, gaat in deze videobewerker helemaal los met speciale effecten. Klik maar eens bovenaan in de werkbalk op Video effects. Er verschijnt een uitgebreid menu. Voordat je iets uitkiest, selecteer je eerst een clip op de tijdlijn. Via Quick styles pas je heel makkelijk een effect toe, omdat hiervoor geen extra instellingen zijn vereist. Laat de video bijvoorbeeld op een gedateerde film uit de jaren ‘70 lijken of pas automatisch de contrastwaarden aan.

Wil je zelf meer invloed op in hoeverre het programma een video-effect toepast? Bij veel filters stel je naar eigen inzicht de intensiteit in. Bekijk hiervoor de mogelijkheden via Video effects / Adjustments. Zo wijzig je onder andere de kleurverzadiging en helderheid. Daarnaast kun je ook een stijlvol sepia- of zwart-wit-effect op de video loslaten. Zodra je eenmaal iets hebt gekozen, pas je in het deelvenster Properties window aan de rechterkant de waarden aan. Als je dit deelvenster niet ziet, klik je achtereenvolgens op het tabblad View en Properties. Tot slot zijn ook de video-effecten binnen de rubrieken Filters en Nature de moeite waard. Spijt van een bepaalde keuze? Met de sneltoets Ctrl+Z maak je de laatste handeling weer ongedaan. Experimenteer er dus lustig op los!

Met het Auto contrast-filter optimaliseer je heel eenvoudig de contrastwaarden.
Gebruik het deelvenster Properties window om de instellingen van een video-effect te wijzigen.

Overgangen

Tijdens de montage van een video ontkom je eigenlijk niet aan het gebruik van overgangen. Doe je dat niet, dan lopen de fragmenten nogal abrupt in elkaar over. Dat is onprettig voor de kijker. Met een overgang wordt een nieuwe videoclip op subtiele wijze geïntroduceerd.

Klik in de tijdlijn op de videoclip waarbij je aan het einde een overgang wilt toevoegen. Je opent zo nodig eerst het tabblad Editor en navigeert daarna naar Video effects / Transitions. Probeer nu één van de beschikbare overgangen uit. Zo laat je het oude fragment bijvoorbeeld in vlammen opgaan (Paper burn) of in scherven uit elkaar vallen (Shattered glass). Kies een overgang en controleer in het pop-upvenster of de optie To the end of scene is geselecteerd. Klik op OK.

Merk op dat er op de tijdlijn een verse laag met de gekozen overgang verschijnt. Klik op de rode afspeelknop onder de videoweergave om de overgang te bekijken. Je past in het eigenschappenvenster aan de rechterkant diverse zaken aan, waaronder de tijdsduur en transparantie.

Deze videobewerker heeft een aantal spectaculaire overgangen in huis.

Geluid

De audiokwaliteit van zelfgeschoten video’s is vaak matig. Stond er toentertijd tijdens de opname een stevig briesje, dan hoor je waarschijnlijk voornamelijk windgeruis. Zet het geluid van dergelijke videoclips daarom gewoon uit. Klik in de tijdlijn op een fragment om de bijbehorende eigenschappen aan de rechterkant te tonen. Verschijnt dat niet, dan klik je op View / Properties. Je scrolt zo nodig een stukje omlaag totdat je de optie Audio track tegenkomt. Klik achter Track 1 op het kleine pijltje en kies Don’t use audio.

Je kunt eventueel zelf audio aan de videomontage toevoegen, zoals achtergrondmuziek of een voice-over. Klik zo nodig op het tabblad Editor en kies Add object / Audio. Je selecteert nu pakweg een mp3-, wma-, wav- of flac-bestand op de computer. Via Openen / OK belandt de audiotrack als nieuwe laag op de tijdlijn. Kies een geschikte plek en pas diverse eigenschappen in het Properties window desgewenst aan. Denk hierbij onder meer aan de snelheid en het volumeniveau.

Schakel bij video’s met slecht geluid het audiospoor eenvoudig uit.

Film opslaan

Deze workshop is slechts een bescheiden introductie van VSDC Free Video Editor. Je kunt namelijk nog veel meer met deze veelzijdige videobewerker doen. Ga er dus vooral ook zelf mee stoeien. Ben je eenmaal klaar, dan sla je het resultaat op. Je kunt de film daarna op verschillende schermen bewonderen.

Klik in de werkbalk op het tabblad Export project en speel zekerheidshalve de volledige videomontage nog eens af. Ben je helemaal tevreden, dan geef je in de werkbalk het gewenste videoformaat aan. Kies bijvoorbeeld voor mp4, mkv, mov, flv of mts. Het is ook mogelijk om de film op een dvd te branden. Wijzig via Change name zo nodig de bestandsnaam en opslaglocatie. Je bevestigt bovenaan ten slotte met Export project / Continue.

VSDC Free Video Editor ondersteunt een heleboel exportformaten.