ID.nl logo
Zo maak je slim gebruik van kop- en voetteksten in Word en Excel
Huis

Zo maak je slim gebruik van kop- en voetteksten in Word en Excel

Je werkt aan een lijvig document in Word of Excel en uiteraard wil je de lezer helpen om straks niet te verdwalen. Door middel van de kop- en/of voettekst laat je de pagina’s automatisch nummeren, geef je aan om welk hoofdstuk het gaat en veel meer.

Wanneer je dit artikel gelezen hebt, weet je hoe je kop- en voetteksten in Word én Excel kunt toevoegen en wat je er allemaal in kunt zetten. Wat te denken van:

  • Paginanummer
  • Datum en tijd
  • Logo
  • Iets anders op alleen de eerste pagina
  • Per deel iets anders (sectie-einde)
  • In Excel kun je alleen een koptekst toevoegen en maak je gebruik van dynamische veldcodes

Om je Word-document er professioneel uit te laten zien, zijn ook de marges van belang. Lees meer in dit artikel: De marges in Word: hiermee bepaal je de uitstraling van je document

In Microsoft Word en Excel noemen we de informatie in de bovenmarge van een pagina de koptekst en de gegevens in de ondermarge de voettekst. In deze marges kun je informatie opnemen die op elke pagina of op specifieke pagina’s moet verschijnen. Denk aan de aanmaakdatum, het aantal woorden, een logo, een projectnaam, een hoofdstuktitel of een paginanummer. Onthoud dat wat voor de koptekst werkt, ook altijd bruikbaar is voor de voettekst. We bekijken eerst de mogelijkheden in Word, daarna die van Excel.

Invoegen op twee manieren

Het invoegen van een koptekst kan op twee manieren. Wijze één is door te dubbelklikken op het bovenste deel van de pagina. Dan verschijnt er een stippellijn met het label Koptekst. In deze marge kun je inhoud typen of een logo toevoegen. Voor de voettekst dubbelklik je onderaan de pagina. Om terug te keren naar de gewone inhoud van het document, dubbelklik je ergens anders op de pagina. Je kunt ook in het tabblad Invoegen de knop Koptekst of Voettekst gebruiken. Als je daarop klikt, verschijnen er een aantal keuzemogelijk die je nog verder kunt bewerken. Bij de voettekst staan de voorbeelden onder de streep in plaats van erboven.

Microsoft Word beschikt over enkele vooraf opgemaakte kop- en voetteksten.

Logo of grafisch element

Het tabblad Kop- en voettekst, waarmee je deze elementen kunt bewerken, krijg je pas te zien als de kop- of voettekst is geactiveerd. In dit voorbeeld hebben we bijvoorbeeld aan de bovenkant iets meer ruimte nodig om een logo te plaatsen. Dat regel je in de vakjes Koptekst vanaf boven of Voettekst vanaf onder, waar je een afstand opgeeft. Om een logo te plaatsen, klik je in dit tabblad op Afbeelding en selecteer je het afbeeldingsbestand dat op de harde schijf staat. Uiteraard kun je die afbeelding schalen door het geïmporteerde plaatje te selecteren en aan een van de handvaten eromheen te trekken. Met de knop Onlineafbeeldingen kom je via Bing in de bibliotheek met internetplaatjes. Om de kop- en voettekst te sluiten, kun je aan de rechterkant van het tabblad klikken op de knop met het rode kruis. Je keert dan automatisch terug naar de inhoud van de pagina.

Je kunt de hoogte van de koptekst aanpassen.

Eerste pagina afwijkend

Alles wat je aan de kop- of voettekst toevoegt, zal automatisch op alle andere pagina’s verschijnen. Wil je dat de eerste pagina geen koptekst/voettekst heeft of een andere koptekst/voettekst dan de rest, dan los je dat op in het tabblad Kop- en voettekst. In de sectie Opties plaats je een vinkje bij Eerste pagina afwijkend. Hierdoor zullen zaken die je in de kop-/voettekst van de eerste pagina plaatst, niet op de andere pagina’s verschijnen. Ook als je de kop- of voettekst van een andere (dan de eerste) pagina aanpast, heeft dit geen invloed op de eerste pagina.

Is de eerste pagina een titelblad, zorg er dan voor dat de kop-/voettekst daar niet wordt geplaatst.

Even en oneven verschillen Wanneer je een van de sjablonen gebruikt om een koptekst of voettekst toe te voegen, zul je merken dat er soms de vermelding ‘even pagina’ staat en bij andere het label ‘oneven pagina’. Dit onderscheid is interessant als je van plan bent om het document dubbelzijdig af te drukken. Als je bijvoorbeeld de paginanummers op de oneven pagina’s rechts onderaan plaatst, dan is het mooier dat de paginanummers van de even pagina’s aan de andere kant staan. Vink daarom de optie Even en oneven pagina’s verschillend aan.

Paginanummers

In het tabblad Kop- en voettekst vind je de knop met de veelzeggende naam Paginanummer. Die brengt je bij een vervolgkeuzelijst waar je beslist of de paginanummers Bovenaan de pagina of Onderaan de pagina moeten komen. Dezelfde vervolgkeuzelijst staat trouwens ook in het tabblad Invoegen. Onderaan in de vervolgkeuzelijst vind je de opdracht Opmaak van paginanummers. Dat is een beetje verwarrend, maar hiermee bedoelt Microsoft dat je in de plaats van nummers ook letters of Romeinse cijfers kunt gebruiken. In dit venstertje zit een optie om eerst het hoofdstuknummer weer te geven, gevolgd door het paginanummer. En onderaan heb je de mogelijkheid om de nummering te laten starten vanaf een bepaalde pagina. Wanneer je klaar bent, klik je opnieuw op het kruis Koptekst en voettekst sluiten om te zien hoe Word deze instellingen heeft toegepast op het volledige document. Om het lettertype, de lettergrootte en de stijl van de paginanummers aan passen, selecteer je een nummer. Het welbekende pop-up-opmaakbalkje verschijnt dan.

Je kunt hoofdstuknummers aan de paginanummers toevoegen.

Datum en tijd

De plaats van de cursor in de kop- of voettekst bepaalt waar de datum (en/of tijd) wordt ingevoegd. Gebruik in het tabblad Kop- en voettekst de knop Datum en tijd, of ga naar de het tabblad Invoegen in de categorie Tekst naar dezelfde functie. Beide openen het venster Datum en tijd dat de verschillende manieren opsomt om deze gegevens weer te geven. Activeer eventueel het selectievakje Automatisch bijwerken als je wenst dat bij het openen of afdrukken van het document de huidige datum en tijd verschijnen en dus niet het oorspronkelijke tijdstip waarop je het datumveld hebt ingevoegd. Door op het toetsenbord een keer op Tab te drukken, wordt de kop- of voettekst gecentreerd. Druk je nog een keer op de Tab-toets, dan wordt de datum/tijd rechts uitgelijnd.

Hoe wil je dat de datum en/of tijd weergegeven wordt?

Ongestoord aan je document kunnen werken?

Een noisecancelling-koptelefoon is alles wat je nodig hebt

Documenteigenschappen en velden

Soms lees je in de voettekst of koptekst ook documenteigenschappen, zoals de naam van het bestand, het pad op de harde schijf of het aantal gebruikte woorden of letters. Die gegevens worden automatisch gegenereerd, maar dan moet je wel eerst een veld toevoegen. Stel dat je graag in de koptekst het aantal gebruikte woorden laat zien. Gebruik daarvoor in het tabblad Kop- en voettekst de knop Snelonderdelen. In het venster Veld kies je bij Categorieën de optie Documentgegevens. Hierdoor verschijnen alleen de velden die van toepassing zijn op deze categorie. Bij Veldnamen selecteer je de optie NumWords). In de beschrijving onderaan lees je: ‘het aantal woorden in het document’. Op dezelfde plaats staan ook NumChars voor het aantal letters en NumPages voor het aantal pagina’s. Klik op OK om te bevestigen. Het gaat te ver om alle opties hier te bespreken, maar met wat logisch nadenken vind je hier wel wat je zoekt.

De veldcode NumWords toont het aantal gebruikte woorden in de kop-/voettekst.

Velden automatisch bijwerken De informatie in deze velden wordt niet realtime up-to-date gehouden. Door in de kop- of voettekst op zo’n veld te klikken en F9 in te drukken, zal die info, bijvoorbeeld het aantal woorden, worden bijgewerkt. Je kunt ook eerst de gegevens in het veld selecteren en dan met de rechtermuisknop de opdracht Veld bijwerken selecteren. Wil je dat de gegevens in deze velden automatisch worden bijgewerkt wanneer je het bestand afdrukt? Ga dan naar het menu Bestand / Opties / Weergave en schakel onder Afdrukopties het selectievakje Velden bijwerken voor het afdrukken in.

Laat, voordat je het document afdrukt, de velden automatisch bijwerken.

Sectie-einden

Wanneer je document uit verschillende onderdelen bestaat en je wilt unieke kopteksten en voetteksten gebruiken voor ieder onderdeel, dan moet je daar eerst sectie-einden aanbrengen. Plaats de muisaanwijzer op de plaats waar je zo’n nieuwe sectie wilt beginnen. Ga naar het tabblad Indeling en selecteer Eindemarkeringen / Sectie-einden / Volgende pagina. Heb je het document in verschillende secties verdeeld, dan kun je een afzonderlijke paginaopmaak instellen voor de pagina’s van de desbetreffende sectie. Op het label van de koptekst en voettekst zie je trouwens voor welke sectie hij bedoeld is.

De kop- en voettekst kun je per sectie instellen.

Bewerken of verwijderen

Vaak wil je in de loop van een project nog iets aan de kop- of voettekst toevoegen of aanpassen. Dubbelklik op de koptekst of de voettekst om deze actief te maken, zodat je de inhoud kunt wijzigen. Je kunt ook naar het tabblad Invoegen gaan en het vervolgkeuzemenu Koptekst of Voettekst openen zodat je bij de opdracht Koptekst bewerken of Voettekst bewerken komt. Mocht je besluiten dat je de kop- of voettekst niet langer nodig hebt, dan kun je die eenvoudig verwijderen. Selecteer het vervolgkeuzemenu Koptekst of Voettekst op het tabblad Invoegen of het tabblad Koptekst en voettekst en gebruik de onderste optie om deze te verwijderen.

Wanneer je een kop- of voettekst verwijdert, wijzigt er niets aan de inhoud van het document.

Document thuis afdrukken? Lees dan ook: Waar voor je geld: 5 all-in-one-printers voor je thuiskantoor

In Excel: drie vakken

De kop- en voettekstsecties werken in Excel iets anders dan in Word. De opties zijn iets beperkter dan in Word. Maar het belangrijkste verschil is dat je deze gegevens niet kunt zien terwijl je aan de spreadsheet werkt. Dat is logisch, want vaak bestaan rekenbladen uit ontzettend veel cellen waarbij je uiteindelijk met de opdracht Afdrukbereik aangeeft welke kolommen en rijen je op papier wilt hebben. Zolang je niet aangeeft welke informatie op papier komt en wat de paginaverdeling wordt, heeft Excel ook geen idee waar de kop- en voetteksten moeten komen. Gelukkig betekent dat niet dat je de kop- en voettekst maar blind moet invoeren.

Ga naar het tabblad Invoegen en klik op de knop Koptekst en voettekst. Dat is dus één knop voor beide. Bovenaan in het werkblad zie je nu een kader dat in drie vakken is verdeeld. In ieder vak kun je andere informatie plaatsen. Typ bijvoorbeeld in het eerste vak je naam, in het tweede vak de naam van het project en in het derde vak de datum. Bovenaan in dit tabblad staan twee schakelknoppen: Naar koptekst en Naar voettekst. Als je bijvoorbeeld een paginanummer wilt toevoegen in de voettekst, dan gebruik je de tweede knop.

De kop- en voettekst in Excel is verdeeld in drie vakken.

Pas zichtbaar in Afdrukvoorbeeld Kop- en voetteksten worden in Excel uitsluitend weergegeven in de weergave Pagina-indeling, in het Afdrukvoorbeeld en natuurlijk ook op de afgedrukte pagina’s. Omdat je in Excel meestal in de Normale weergave werkt, zie je de kop- en voetteksten dus niet. Je kunt van weergave veranderen via het tabblad Beeld, maar sneller gaat het via de pictogrammen rechts onderaan het werkblad. Je vindt deze knoppen naast het schuifje om de weergave te vergroten en te verkleinen. Klik op het eerste pictogram om naar de Normale weergave te schakelen, het tweede toont de Pagina-indeling. Het Afdrukvoorbeeld krijg je pas te zien als je voor Bestand / Afdrukken kiest.

Op het afdrukvoorbeeld zie je de kop- en voetteksten wel.

Dynamische veldcodes

Uiteraard kun je zelf tekst typen in de drie vakken die Excel aanbiedt, maar handiger zijn de kant-en-klare veldcodes die je tot je beschikking hebt in het tabblad Kop- en voettekst. Door dergelijke codes te gebruiken, worden de kop- en voetteksten dynamisch. Dat betekent dat de inhoud zich aanpast wanneer je wijzigingen in het werkblad aanbrengt. Veronderstel dat je in de voettekst graag het paginanummer wilt zien, samen met het totaal aantal pagina’s waaruit het werkblad bestaat. Het resultaat moet dus iets worden als ‘1 van 12’. Plaats de muisaanwijzer in het vak waar je deze gegevens wilt combineren en klik daarna op de knop Paginanummer. Excel plaatst dan zelf de veldcode &[Pagina]. Daarachter typ je dan een spatie gevolgd door het woord ‘van’ en weer een spatie. Vervolgens klik je in het lint op de knop Aantal pagina’s waardoor Excel de veldcode &[Pagina’s] invult. De combinatie &[Pagina] van &[Pagina’s] zal worden omgezet tot bijvoorbeeld 1 van 12, 2 van 12 enzovoort.

Er zijn trouwens twee eigenaardigheden die je moet weten als je eigenhandig gegevens in de vakken van de kop- en voettekst wilt typen. Om in zo’n vak een nieuwe regel te beginnen, moet je op Enter drukken. En als je het &-teken in de kop- of voettekst wilt plaatsen, dan moet je dit symbool tweemaal typen. Wil je dus ‘inkomsten&uitgaven’ zien, dan moet je ‘inkomsten&&uitgaven’ typen.

De veldcodes zorgen ervoor dat de inhoud dynamisch wordt ingevuld.

Datum, tijd en afbeelding

Behalve het paginanummer en het totaal aantal pagina’s staan in het tabblad nog andere knoppen die veldcodes produceren, zoals Huidige datum, Huidige tijd en Bestandsnaam. Als je de knop Bestandsnaam gebruikt, zal op die plaats het pad naar het document op de harde schijf verschijnen. De knop Afbeelding gebruik je logischerwijs om een plaatje in te voegen. Pas nadat de afbeelding is toegevoegd, wordt de laatste knop actief: Afbeelding opmaken. Hiermee pas je de hoogte en breedte van de afbeelding aan, kun je het plaatje omzetten naar grijswaarden en de helderheid en het contrast instellen.

Je kunt de hoogte, breedte en andere eigenschappen van de afbeelding aanpassen.

Watch on YouTube
▼ Volgende artikel
Wat betekenen die ovenicoontjes? Zo haal je alles uit je (combi-)oven!
© MENDIFOTO
Huis

Wat betekenen die ovenicoontjes? Zo haal je alles uit je (combi-)oven!

Wie een moderne oven of combi-magnetron in huis haalt, krijgt er meteen een reeks functies en symbolen bij. Handig, maar in het begin soms wat verwarrend. Wat doen al die icoontjes precies? En hoe weet je welke stand je moet kiezen voor jouw gerecht? In dit artikel leggen we het je uit.

Eerlijk is eerlijk: een pizza laten draaien op volle magnetronkracht of per ongeluk grillen in plaats van ontdooien: het overkomt de beste. Door de symbolen op je oven te leren kennen, voorkom je dat soort keukenmissers. We nemen de negen meestgebruikte icoontjes op jouw oven onder de loep.

Lees ook: Hoe kies je de juiste inbouwoven?

Zodra je een moderne oven of combi-magnetron in gebruik neemt, valt één ding meteen op: de hoeveelheid knopjes en symbolen. Sommige herken je meteen, andere lijken meer een soort hiëroglyfen. Toch zijn die icoontjes er niet voor niets: ze helpen je het maximale uit je apparaat te halen. Tenminste, als je weet wat ze betekenen...

In dit artikel leggen we stap voor stap uit waar de belangrijkste symbolen voor staan en hoe je ze in de praktijk gebruikt. Zo voorkom je veelgemaakte fouten en maak je koken weer overzichtelijk!

Uit

De oven staat in de veilige standby-stand. 

©DD | ID.nl

Boven- en onderwarmte

Bij deze stand komt de warmte gelijkmatig van boven en onder. Het is de klassieke ovenmodus die je voor bijna alles kunt gebruiken – van ovenschotels tot het bakken van taarten. Betrouwbaar en veelzijdig.

©DD | ID.nl

Onderwarmte

Hierbij verwarmt alleen het element aan de onderkant van de oven. Ideaal als je een gerecht hebt dat onderin goed heet moet worden, zonder dat de bovenkant al te snel kleurt of verbrandt. Denk aan een lasagne met een dikke kaaslaag. Je kunt ook afwisselen tussen deze modus en de gecombineerde boven- en onderwarmte, afhankelijk van hoe snel het gaat.

©DD | ID.nl

Grillen

De grillstand wordt meestal aangegeven met een kartelig lijntje. Deze functie is bedoeld om vlees een mooie, knapperige buitenkant te geven, terwijl het vanbinnen goed gaart. Het resultaat doet denken aan wat je van een barbecue verwacht: ideaal voor spareribs of een sappige steak. 

©DD | ID.nl

Hetelucht

Steeds meer ovens hebben naast de elektrische standen ook een heteluchtfunctie. Die verdeelt de warmte met behulp van een ventilator, wat zorgt voor een gelijkmatige temperatuur. Voor gevoelige baksels als cakes en taarten is het beter om voor een elektrische stand te kiezen, omdat daar de temperatuur preciezer is. Voor ovenschotels of een plaat vol koekjes is hetelucht dan weer ideaal.

©DD | ID.nl

Lees ook: Wat is het verschil tussen een combi-oven en een combi-magnetron?

Magnetron

Heb je een combi-oven, dan is de kans groot dat die ook een magnetronfunctie heeft. Die herken je aan drie golvende lijntjes. Meestal staat dit symbool voor de standaardstand, vaak rond de 700 watt. Soms zie je varianten met een bordje of mok erbij; die zijn bedoeld voor het opwarmen van specifieke dingen zoals dranken of maaltijden, vaak op een aangepast vermogen.

©DD | ID.nl

Magnetron + oven

Deze stand combineert de magnetronfunctie met de klassieke ovenwarmte van boven en onder. Handig als je iets sneller wilt garen én verwarmen. Maar wees voorzichtig: niet elk gerecht kan goed tegen die combinatie van directe hitte en microgolven. Er bestaat ook een variant die de heteluchtfunctie in plaats van de elektrische ovenstand gebruikt.

©DD | ID.nl

Lees ook: Waar voor je geld: 5 vrijstaande combimagnetrons van max 200 euro

Magnetron + grill

Bij combi-ovens met grillfunctie kun je ook kiezen voor een gecombineerde stand. Terwijl de magnetron de binnenkant van je eten snel opwarmt, zorgt de grill voor een krokante bovenkant. Vooral handig als je iets gratineert of een knapperig korstje wilt.

©DD | ID.nl

Ontdooien

Bevroren producten ontdooien kan prima in de magnetron, mits op laag vermogen – meestal rond de 200 watt. Zo voorkom je dat je gerecht al begint te garen terwijl het nog ontdooit. Sommige ovens geven dit aan met een sneeuwvlokje of ijskristal.

©DD | ID.nl

Tot slot

Het lijkt misschien een wirwar aan icoontjes, maar zodra je weet waar elk symbool voor staat, wordt koken met je oven of combi-magnetron een stuk leuker én eenvoudiger. Je kiest gerichter de juiste stand en voorkomt zo halfgare ovenschotels, aangebrande vleesgerechten of te droge taarten. Of je nu iets wilt ontdooien, gratineren of perfect wilt bakken: met een beetje kennis van de symbolen ben je goed voorbereid. Zo wordt je oven pas echt een hulp in de keuken in plaats van een bron van frustratie.

▼ Volgende artikel
Galaxy Tab S10 Lite: lichtgewicht instapper met slimme foefjes
© Samsung
Huis

Galaxy Tab S10 Lite: lichtgewicht instapper met slimme foefjes

De Samsung Galaxy Tab S10 Lite is een lichte tablet die ideaal is voor studie, werk en entertainment. Met een helder scherm, lange accuduur en de meegeleverde S Pen richt dit model zich op iedereen die een veelzijdige tablet zoekt voor dagelijks gebruik.

Samsung heeft een nieuw model toegevoegd aan zijn tabletserie: de Galaxy Tab S10 Lite. Waar de krachtigste tablets vaak stevig geprijsd zijn, positioneert Samsung dit toestel als een lichtere en toegankelijkere optie. De Tab S10 Lite is voorzien van een 10,9-inch scherm, een slank ontwerp en een S Pen die je deze keer standaard erbij krijgt. Daarmee wil het merk vooral studenten, jonge professionals en alledaagse gebruikers aanspreken die een tablet zoeken die overal mee naartoe kan.

©Samsung

Scherm staat z'n mannetje

Het scherm is een van de belangrijkste troeven van dit nieuwe model. Met zijn 10,9 inch is het groot genoeg om comfortabel te multitasken, aantekeningen te maken of een serie in bed te bingen. Dankzij Vision Booster blijft het beeld echter ook in de felle zon prima zichtbaar. Dat maakt het een handige keuze voor wie vaak onderweg werkt of studeert, of gewoon graag buiten zit met een kop koffie en een tablet op schoot. Een extra pluspunt is de blauwlichtreductie: die zorgt ervoor dat je ogen minder vermoeid raken, zelfs als je langer achter elkaar leest of kijkt.

Slank design in drie tinten

Met een dikte van 6,6 millimeter en een gewicht van 524 gram is de Tab S10 Lite opvallend handzaam. Hij glijdt moeiteloos in je rugzak of laptoptas en neemt nauwelijks meer ruimte in dan een notitieboek. Samsung brengt het toestel uit in drie kleuren: grijs, zilver en koraalrood. Daarmee spreekt de Tab S10 Lite zowel de zakelijke gebruiker aan als degene die liever kiest voor een opvallend tintje.

©Samsung

Prestaties en uithoudingsvermogen

Onder de motorkap draait de Exynos 1380-processor, die volgens Samsung voldoende vermogen levert om soepel te multitasken en populaire apps vlot te draaien. De tablet komt in versies met 128 of 256 GB opslag, uitbreidbaar tot 2 TB via microSD. Voor wie zijn complete filmcollectie of een berg studieprojecten wil meenemen, is er dus ruimte genoeg. De 8000 mAh-accu is ontworpen om een volle dag mee te gaan. En mocht de batterij onverhoopt toch leeg zijn, dan zorgt de snellaadfunctie ervoor dat je niet lang stil hoeft te zitten.

Schrijven en tekenen met de S Pen

Wat de Tab S10 Lite onderscheidt van veel andere tablets in zijn klasse, is dat de S Pen standaard wordt meegeleverd. Daarmee kun je direct aan de slag: notities maken tijdens college, lekker tekenen, aantekeningen in een document zetten of gewoon even een idee schetsen dat anders op een servetje zou belanden. Handwriting Assist zet handschrift razendsnel om in digitale tekst en Math Solver biedt ondersteuning bij formules en berekeningen. Circle to Search maakt het zoeken naar extra informatie makkelijker dan ooit: omcirkel iets op je scherm en je krijgt direct meer context, zonder van app te wisselen.

Van studie tot streaming

Hoewel Samsung de Tab S10 Lite duidelijk in de markt zet als een productieve tablet, is er ook aan ontspanning gedacht. Stereo luidsprekers zorgen voor vol geluid bij films en muziek, terwijl apps als Goodnotes, Clip Studio Paint en LumaFusion de creatieve kant bedienen. Dankzij wifi 6 en bluetooth 5.3 zijn verbindingen stabiel, of je nu samenwerkt aan een project of draadloos muziek streamt.

Prijs en beschikbaarheid

De Galaxy Tab S10 Lite ligt vanaf 5 september in de winkel. De instapversie met 128 GB opslag en wifi heeft een adviesprijs van rond de 399 euro. Voor wie meer opslag nodig heeft, is er de 256 GB-variant, en wie onderweg altijd online wil zijn: er verschijnen ook modellen met 5G.