ID.nl logo
Zo maak je slim gebruik van kop- en voetteksten in Word en Excel
© Ingvar Björk
Huis

Zo maak je slim gebruik van kop- en voetteksten in Word en Excel

Je werkt aan een lijvig document in Word of Excel en uiteraard wil je de lezer helpen om straks niet te verdwalen. Door middel van de kop- en/of voettekst laat je de pagina’s automatisch nummeren, geef je aan om welk hoofdstuk het gaat en veel meer.

Wanneer je dit artikel gelezen hebt, weet je hoe je kop- en voetteksten in Word én Excel kunt toevoegen en wat je er allemaal in kunt zetten. Wat te denken van:

  • Paginanummer
  • Datum en tijd
  • Logo
  • Iets anders op alleen de eerste pagina
  • Per deel iets anders (sectie-einde)
  • In Excel kun je alleen een koptekst toevoegen en maak je gebruik van dynamische veldcodes

Om je Word-document er professioneel uit te laten zien, zijn ook de marges van belang. Lees meer in dit artikel: De marges in Word: hiermee bepaal je de uitstraling van je document

In Microsoft Word en Excel noemen we de informatie in de bovenmarge van een pagina de koptekst en de gegevens in de ondermarge de voettekst. In deze marges kun je informatie opnemen die op elke pagina of op specifieke pagina’s moet verschijnen. Denk aan de aanmaakdatum, het aantal woorden, een logo, een projectnaam, een hoofdstuktitel of een paginanummer. Onthoud dat wat voor de koptekst werkt, ook altijd bruikbaar is voor de voettekst. We bekijken eerst de mogelijkheden in Word, daarna die van Excel.

Invoegen op twee manieren

Het invoegen van een koptekst kan op twee manieren. Wijze één is door te dubbelklikken op het bovenste deel van de pagina. Dan verschijnt er een stippellijn met het label Koptekst. In deze marge kun je inhoud typen of een logo toevoegen. Voor de voettekst dubbelklik je onderaan de pagina. Om terug te keren naar de gewone inhoud van het document, dubbelklik je ergens anders op de pagina. Je kunt ook in het tabblad Invoegen de knop Koptekst of Voettekst gebruiken. Als je daarop klikt, verschijnen er een aantal keuzemogelijk die je nog verder kunt bewerken. Bij de voettekst staan de voorbeelden onder de streep in plaats van erboven.

Microsoft Word beschikt over enkele vooraf opgemaakte kop- en voetteksten.

Logo of grafisch element

Het tabblad Kop- en voettekst, waarmee je deze elementen kunt bewerken, krijg je pas te zien als de kop- of voettekst is geactiveerd. In dit voorbeeld hebben we bijvoorbeeld aan de bovenkant iets meer ruimte nodig om een logo te plaatsen. Dat regel je in de vakjes Koptekst vanaf boven of Voettekst vanaf onder, waar je een afstand opgeeft. Om een logo te plaatsen, klik je in dit tabblad op Afbeelding en selecteer je het afbeeldingsbestand dat op de harde schijf staat. Uiteraard kun je die afbeelding schalen door het geïmporteerde plaatje te selecteren en aan een van de handvaten eromheen te trekken. Met de knop Onlineafbeeldingen kom je via Bing in de bibliotheek met internetplaatjes. Om de kop- en voettekst te sluiten, kun je aan de rechterkant van het tabblad klikken op de knop met het rode kruis. Je keert dan automatisch terug naar de inhoud van de pagina.

Je kunt de hoogte van de koptekst aanpassen.

Eerste pagina afwijkend

Alles wat je aan de kop- of voettekst toevoegt, zal automatisch op alle andere pagina’s verschijnen. Wil je dat de eerste pagina geen koptekst/voettekst heeft of een andere koptekst/voettekst dan de rest, dan los je dat op in het tabblad Kop- en voettekst. In de sectie Opties plaats je een vinkje bij Eerste pagina afwijkend. Hierdoor zullen zaken die je in de kop-/voettekst van de eerste pagina plaatst, niet op de andere pagina’s verschijnen. Ook als je de kop- of voettekst van een andere (dan de eerste) pagina aanpast, heeft dit geen invloed op de eerste pagina.

Is de eerste pagina een titelblad, zorg er dan voor dat de kop-/voettekst daar niet wordt geplaatst.

Even en oneven verschillen Wanneer je een van de sjablonen gebruikt om een koptekst of voettekst toe te voegen, zul je merken dat er soms de vermelding ‘even pagina’ staat en bij andere het label ‘oneven pagina’. Dit onderscheid is interessant als je van plan bent om het document dubbelzijdig af te drukken. Als je bijvoorbeeld de paginanummers op de oneven pagina’s rechts onderaan plaatst, dan is het mooier dat de paginanummers van de even pagina’s aan de andere kant staan. Vink daarom de optie Even en oneven pagina’s verschillend aan.

Paginanummers

In het tabblad Kop- en voettekst vind je de knop met de veelzeggende naam Paginanummer. Die brengt je bij een vervolgkeuzelijst waar je beslist of de paginanummers Bovenaan de pagina of Onderaan de pagina moeten komen. Dezelfde vervolgkeuzelijst staat trouwens ook in het tabblad Invoegen. Onderaan in de vervolgkeuzelijst vind je de opdracht Opmaak van paginanummers. Dat is een beetje verwarrend, maar hiermee bedoelt Microsoft dat je in de plaats van nummers ook letters of Romeinse cijfers kunt gebruiken. In dit venstertje zit een optie om eerst het hoofdstuknummer weer te geven, gevolgd door het paginanummer. En onderaan heb je de mogelijkheid om de nummering te laten starten vanaf een bepaalde pagina. Wanneer je klaar bent, klik je opnieuw op het kruis Koptekst en voettekst sluiten om te zien hoe Word deze instellingen heeft toegepast op het volledige document. Om het lettertype, de lettergrootte en de stijl van de paginanummers aan passen, selecteer je een nummer. Het welbekende pop-up-opmaakbalkje verschijnt dan.

Je kunt hoofdstuknummers aan de paginanummers toevoegen.

Datum en tijd

De plaats van de cursor in de kop- of voettekst bepaalt waar de datum (en/of tijd) wordt ingevoegd. Gebruik in het tabblad Kop- en voettekst de knop Datum en tijd, of ga naar de het tabblad Invoegen in de categorie Tekst naar dezelfde functie. Beide openen het venster Datum en tijd dat de verschillende manieren opsomt om deze gegevens weer te geven. Activeer eventueel het selectievakje Automatisch bijwerken als je wenst dat bij het openen of afdrukken van het document de huidige datum en tijd verschijnen en dus niet het oorspronkelijke tijdstip waarop je het datumveld hebt ingevoegd. Door op het toetsenbord een keer op Tab te drukken, wordt de kop- of voettekst gecentreerd. Druk je nog een keer op de Tab-toets, dan wordt de datum/tijd rechts uitgelijnd.

Hoe wil je dat de datum en/of tijd weergegeven wordt?

Ongestoord aan je document kunnen werken?

Een noisecancelling-koptelefoon is alles wat je nodig hebt

Documenteigenschappen en velden

Soms lees je in de voettekst of koptekst ook documenteigenschappen, zoals de naam van het bestand, het pad op de harde schijf of het aantal gebruikte woorden of letters. Die gegevens worden automatisch gegenereerd, maar dan moet je wel eerst een veld toevoegen. Stel dat je graag in de koptekst het aantal gebruikte woorden laat zien. Gebruik daarvoor in het tabblad Kop- en voettekst de knop Snelonderdelen. In het venster Veld kies je bij Categorieën de optie Documentgegevens. Hierdoor verschijnen alleen de velden die van toepassing zijn op deze categorie. Bij Veldnamen selecteer je de optie NumWords). In de beschrijving onderaan lees je: ‘het aantal woorden in het document’. Op dezelfde plaats staan ook NumChars voor het aantal letters en NumPages voor het aantal pagina’s. Klik op OK om te bevestigen. Het gaat te ver om alle opties hier te bespreken, maar met wat logisch nadenken vind je hier wel wat je zoekt.

De veldcode NumWords toont het aantal gebruikte woorden in de kop-/voettekst.

Velden automatisch bijwerken De informatie in deze velden wordt niet realtime up-to-date gehouden. Door in de kop- of voettekst op zo’n veld te klikken en F9 in te drukken, zal die info, bijvoorbeeld het aantal woorden, worden bijgewerkt. Je kunt ook eerst de gegevens in het veld selecteren en dan met de rechtermuisknop de opdracht Veld bijwerken selecteren. Wil je dat de gegevens in deze velden automatisch worden bijgewerkt wanneer je het bestand afdrukt? Ga dan naar het menu Bestand / Opties / Weergave en schakel onder Afdrukopties het selectievakje Velden bijwerken voor het afdrukken in.

Laat, voordat je het document afdrukt, de velden automatisch bijwerken.

Sectie-einden

Wanneer je document uit verschillende onderdelen bestaat en je wilt unieke kopteksten en voetteksten gebruiken voor ieder onderdeel, dan moet je daar eerst sectie-einden aanbrengen. Plaats de muisaanwijzer op de plaats waar je zo’n nieuwe sectie wilt beginnen. Ga naar het tabblad Indeling en selecteer Eindemarkeringen / Sectie-einden / Volgende pagina. Heb je het document in verschillende secties verdeeld, dan kun je een afzonderlijke paginaopmaak instellen voor de pagina’s van de desbetreffende sectie. Op het label van de koptekst en voettekst zie je trouwens voor welke sectie hij bedoeld is.

De kop- en voettekst kun je per sectie instellen.

Bewerken of verwijderen

Vaak wil je in de loop van een project nog iets aan de kop- of voettekst toevoegen of aanpassen. Dubbelklik op de koptekst of de voettekst om deze actief te maken, zodat je de inhoud kunt wijzigen. Je kunt ook naar het tabblad Invoegen gaan en het vervolgkeuzemenu Koptekst of Voettekst openen zodat je bij de opdracht Koptekst bewerken of Voettekst bewerken komt. Mocht je besluiten dat je de kop- of voettekst niet langer nodig hebt, dan kun je die eenvoudig verwijderen. Selecteer het vervolgkeuzemenu Koptekst of Voettekst op het tabblad Invoegen of het tabblad Koptekst en voettekst en gebruik de onderste optie om deze te verwijderen.

Wanneer je een kop- of voettekst verwijdert, wijzigt er niets aan de inhoud van het document.

Document thuis afdrukken? Lees dan ook: Waar voor je geld: 5 all-in-one-printers voor je thuiskantoor

In Excel: drie vakken

De kop- en voettekstsecties werken in Excel iets anders dan in Word. De opties zijn iets beperkter dan in Word. Maar het belangrijkste verschil is dat je deze gegevens niet kunt zien terwijl je aan de spreadsheet werkt. Dat is logisch, want vaak bestaan rekenbladen uit ontzettend veel cellen waarbij je uiteindelijk met de opdracht Afdrukbereik aangeeft welke kolommen en rijen je op papier wilt hebben. Zolang je niet aangeeft welke informatie op papier komt en wat de paginaverdeling wordt, heeft Excel ook geen idee waar de kop- en voetteksten moeten komen. Gelukkig betekent dat niet dat je de kop- en voettekst maar blind moet invoeren.

Ga naar het tabblad Invoegen en klik op de knop Koptekst en voettekst. Dat is dus één knop voor beide. Bovenaan in het werkblad zie je nu een kader dat in drie vakken is verdeeld. In ieder vak kun je andere informatie plaatsen. Typ bijvoorbeeld in het eerste vak je naam, in het tweede vak de naam van het project en in het derde vak de datum. Bovenaan in dit tabblad staan twee schakelknoppen: Naar koptekst en Naar voettekst. Als je bijvoorbeeld een paginanummer wilt toevoegen in de voettekst, dan gebruik je de tweede knop.

De kop- en voettekst in Excel is verdeeld in drie vakken.

Pas zichtbaar in Afdrukvoorbeeld Kop- en voetteksten worden in Excel uitsluitend weergegeven in de weergave Pagina-indeling, in het Afdrukvoorbeeld en natuurlijk ook op de afgedrukte pagina’s. Omdat je in Excel meestal in de Normale weergave werkt, zie je de kop- en voetteksten dus niet. Je kunt van weergave veranderen via het tabblad Beeld, maar sneller gaat het via de pictogrammen rechts onderaan het werkblad. Je vindt deze knoppen naast het schuifje om de weergave te vergroten en te verkleinen. Klik op het eerste pictogram om naar de Normale weergave te schakelen, het tweede toont de Pagina-indeling. Het Afdrukvoorbeeld krijg je pas te zien als je voor Bestand / Afdrukken kiest.

Op het afdrukvoorbeeld zie je de kop- en voetteksten wel.

Dynamische veldcodes

Uiteraard kun je zelf tekst typen in de drie vakken die Excel aanbiedt, maar handiger zijn de kant-en-klare veldcodes die je tot je beschikking hebt in het tabblad Kop- en voettekst. Door dergelijke codes te gebruiken, worden de kop- en voetteksten dynamisch. Dat betekent dat de inhoud zich aanpast wanneer je wijzigingen in het werkblad aanbrengt. Veronderstel dat je in de voettekst graag het paginanummer wilt zien, samen met het totaal aantal pagina’s waaruit het werkblad bestaat. Het resultaat moet dus iets worden als ‘1 van 12’. Plaats de muisaanwijzer in het vak waar je deze gegevens wilt combineren en klik daarna op de knop Paginanummer. Excel plaatst dan zelf de veldcode &[Pagina]. Daarachter typ je dan een spatie gevolgd door het woord ‘van’ en weer een spatie. Vervolgens klik je in het lint op de knop Aantal pagina’s waardoor Excel de veldcode &[Pagina’s] invult. De combinatie &[Pagina] van &[Pagina’s] zal worden omgezet tot bijvoorbeeld 1 van 12, 2 van 12 enzovoort.

Er zijn trouwens twee eigenaardigheden die je moet weten als je eigenhandig gegevens in de vakken van de kop- en voettekst wilt typen. Om in zo’n vak een nieuwe regel te beginnen, moet je op Enter drukken. En als je het &-teken in de kop- of voettekst wilt plaatsen, dan moet je dit symbool tweemaal typen. Wil je dus ‘inkomsten&uitgaven’ zien, dan moet je ‘inkomsten&&uitgaven’ typen.

De veldcodes zorgen ervoor dat de inhoud dynamisch wordt ingevuld.

Datum, tijd en afbeelding

Behalve het paginanummer en het totaal aantal pagina’s staan in het tabblad nog andere knoppen die veldcodes produceren, zoals Huidige datum, Huidige tijd en Bestandsnaam. Als je de knop Bestandsnaam gebruikt, zal op die plaats het pad naar het document op de harde schijf verschijnen. De knop Afbeelding gebruik je logischerwijs om een plaatje in te voegen. Pas nadat de afbeelding is toegevoegd, wordt de laatste knop actief: Afbeelding opmaken. Hiermee pas je de hoogte en breedte van de afbeelding aan, kun je het plaatje omzetten naar grijswaarden en de helderheid en het contrast instellen.

Je kunt de hoogte, breedte en andere eigenschappen van de afbeelding aanpassen.
Watch on YouTube
▼ Volgende artikel
Check de eerste trailer van de Peaky Blinders-film
Huis

Check de eerste trailer van de Peaky Blinders-film

De eerste trailer van Peaky Blinders: The Immortal Man - de film die de Peaky Blinders-serie opvolgt - is online gedeeld.

Eind vorig jaar kwam er al een korte teaser online, maar nu is de eerste volledige trailer te zien, die meer dan tweeënhalve minuut lang is.

Peaky Blinders: The Immortal Man speelt zich af in 1940, net zoals de serie in Birmingham. Daarin speelt de Tweede Wereldoorlog een grote rol. Hoofdpersonage Tommy Shelby heeft gedurende de serie die zich voor de film afspeelt immers last van zijn ervaringen met de Eerste Wereldoorlog, dus de Tweede Wereldoorlog zal ook een grote impact op hem maken.

Tegelijkertijd worstelt hij ook met zijn verleden als leider van de gevreesde Peaky Blinders-bende. Zeker wanneer hij verneemt dat zijn zoon de bende nieuw leven in wil blazen, moet hij uit zijn isolement komen om daar een stokje voor te steken.

Watch on YouTube

Natuurlijk speelt Cillian Murphy weer de rol van Tommy Shelby. Verder zijn ook acteurs als Tim Roth, Barry Keoghan, Rebecca Ferguson en Sophie Rundle te zien. Peaky Blinders: The Immortal Man draait vanaf 6 maart in selecte bioscopen, en is vanaf 20 maart te zien op Netflix.

Vorig jaar werd ook aangekondigd dat Netflix met een nieuwe Peaky Blinders-serie komt, die verdergaat waar de serie eindigt. Om precies te zijn gaat die serie zich in 1953 afspelen, rondom een nieuwe generatie van de Shelby-familie.

▼ Volgende artikel
Schijfopruiming: zo vind en verwijder je overbodige bestanden
© MG | ID.nl
Huis

Schijfopruiming: zo vind en verwijder je overbodige bestanden

Zelfs een royaal bemeten schijf raakt ooit weer vol met bestanden, van freeware en tijdelijke systeembestanden tot foto’s en vergeten downloads. Dat is niet alleen hinderlijk voor jezelf, maar kan ook problemen geven. Hoog tijd dus om schijfruimte vrij te maken en je ruimte voortaan ook beter te beheren.

Wanneer de vrije schijfruimte tot minder dan circa 15 procent van de totale capaciteit zakt, is het hoog tijd om ruimte vrij te maken. Windows heeft namelijk ruimte nodig voor tijdelijke bestanden, updates, caches, herstelpunten en het wisselbestand (pagefile). Een nagenoeg volle schijf dwingt het systeem om voortdurend data te herschikken, wat merkbare vertraging veroorzaakt. Bovendien kan Windows bij ruimtegebrek updates of systeembescherming pauzeren, en ook de (indexering van de) ingebouwde zoekfunctie kan trager werken. Voor ssd’s komt daar nog bij dat de controller eerst oude datablokken moet wissen voordat hij nieuwe kan schrijven, wat bij een nagenoeg volle schijf extra vertraging geeft.

Maar ook met meer dan 15 procent vrije ruimte blijft schijfopruiming zinvol, al zal dit dan weinig invloed hebben op de (systeem)prestaties. Een opgeruimde schijf zonder oude downloads, dubbele bestanden en ongebruikte apps biedt namelijk meer overzicht, je vindt sneller wat je zoekt en ook je back-ups worden kleiner en sneller. Bovendien kunnen oude documenten, browserdata en caches gevoelige informatie bevatten, waardoor opruimen ook je privacy ten goede komt.

Bij minder dan 20 procent vrije schijfruimte kan Windows in ademnood raken.

Opslaganalyse

Voor je begint met opruimen, controleer je eerst hoeveel vrije schijfruimte je nog hebt en welke bestanden de meeste ruimte gebruiken. Klik in Verkenner in het navigatievenster op Deze pc om meteen te zien hoeveel ruimte er op elk station nog vrij is.

Wil je weten welke bestandscategorieën de meeste ruimte innemen, open dan Instellingen in Windows en kies Systeem / Opslag. Bovenaan zie je hoeveel ruimte op je systeempartitie in gebruik is. Daaronder toont Windows verschillende categorieën, zoals Geïnstalleerde apps, Tijdelijke bestanden en E-mailberichten, telkens met de hoeveelheid ingenomen ruimte. Klik op Meer categorieën weergeven voor alle categorieën. Let op: bij categorieën als Documenten, Afbeeldingen, Video’s en Muziek controleert Windows enkel de standaardmappen, zoals C:\Users\<accountnaam>\Afbeeldingen. Klik op een categorie voor meer details en voor mogelijke verwijderacties.

Windows toont je de gebruikte schijfruimte per datacategorie.

Analyse met TreeSize Free

De ingebouwde opslaganalyse beperkt zich tot de systeemschijf, terwijl je vaak ook het ruimteverbruik op andere partities of schijven wilt zien. Dit kan met een tool als TreeSize Free (www.kwikr.nl/treesize2). Start de app als administrator, open het tabblad Start en kies bij Selecteer map het station of de map. Na de scan verschijnen de (sub)mappen en bestanden in het bovenste venster, met onder meer hun grootte, aantal mappen en bestanden, en het opslagpercentage binnen de bovenliggende map. Je kunt op elke kolomkop klikken om te sorteren. Via de knoppenbalk bepaal je wat in het onderste deelvenster wordt getoond. Klik bijvoorbeeld op Grootte om elke (sub)map weer te geven als een rechthoek waarvan het oppervlak overeenkomt met de gebruikte schijfruimte, zodat je meteen ziet welke mappen het grootst zijn. Je kunt ook kiezen voor Aantal bestanden of Percentage. De Personal-versie (gratis proefversie van 14 dagen, daarna 27 euro) biedt ten opzichte van de Free-versie extra functies, zoals wizards om snel de grootste, oudste of dubbele bestanden te vinden.

Met TreeSize vind je snel welke mappen veel ruimte innemen.

Schijfopruiming

Met een tool als TreeSize kun je makkelijker overtollige opslagverbruikers vinden en ze verplaatsen of verwijderen, maar dit handmatig doen kost tijd. Het kan ook ‘semiautomatisch’ via de ingebouwde tool Schijfopruiming, die Microsoft helaas steeds minder prominent maakt. Typ schijf in het startmenu, open Schijfopruiming en kies het station dat je wilt opruimen. Na bevestiging met OK verschijnt een lijst met items die je kunt selecteren en verwijderen via OK / Bestanden verwijderen, zoals Windows Update opschonen, Tijdelijke internetbestanden en Prullenbak. Je ziet ook telkens hoeveel ruimte elk item inneemt.

Met de knop Systeembestanden opschonen start je een nieuwe scan, met op het extra tabblad Meer opties twee knoppen Opruimen: een om overbodige programma’s te verwijderen en een om oude herstelpunten te wissen. Verder in dit artikel komen we op deze onderdelen terug.

Je kunt ook opruimprofielen maken, waarbij telkens andere onderdelen worden opgeschoond. Druk op Windows-toets+Ren voer cleanmgr /sageset:<n>uit (vervang <n> door een willekeurig profielnummer, bijvoorbeeld 1), zet de gewenste vinkjes en bevestig met OK. Herhaal dit voor een ander profiel (zoals cleanmgr /sageset:<n+1>). Voer Schijfopruiming later opnieuw uit met een bestaand profiel via bijvoorbeeld cleanmgr

De tool Schijfopruiming is ook in Windows 11 nog goed bruikbaar.

De-junking

Er bestaan ook gratis tools die zich richten op het opsporen en verwijderen van tijdelijke en andere ongewenste bestanden (junk). Zulke tools zijn niet strikt noodzakelijk, maar wel handig om in één keer alle webbrowsers en andere applicaties schoon te maken. Maak vooraf wel een systeemherstelpunt: klik in het startmenu op Een herstelpunt maken en volg de instructies.

Bekende tools zijn CCleaner (www.ccleaner.com) en het opensource BleachBit (www.bleachbit.org). We nemen hier BleachBit als voorbeeld. Na het opstarten zie je in het linkervenster de onderdelen die kunnen worden opgeschoond, met rechts telkens een korte toelichting. Selecteer de gewenste items, zoals Google Chrome, Microsoft Edge, Microsoft Office en Systeem, en klik op Voorvertonen om te zien wat er precies wordt verwijderd en hoeveel ruimte dat oplevert. Je kunt ook met rechts op een item klikken en hier Voorvertonen kiezen om direct te zien hoeveel schijfruimte je ermee vrijmaakt. Bevestig met Opruimen om het opschoonproces te starten.

Heel wat programma’s laten sporen na die je wellicht liever opgeruimd ziet.

Programma’s verwijderen

Er is zoveel goede freeware dat je waarschijnlijk al regelmatig een gratis programma uitprobeert en installeert. Zulke programma’s kosten wel schijfruimte. Gebruik je een applicatie niet langer, dan verwijder je die bij voorkeur. Dat kan via Instellingen / Apps / Geïnstalleerde apps. Klik op het knopje met drie puntjes naast de app en kies Verwijderen (twee keer). Oudere of complexere toepassingen haal je weg via het Configuratiescherm met Een programma verwijderen.

Een nadeel van de Windows-procedures is dat je slechts één toepassing tegelijk verwijdert en niet altijd alle sporen meeneemt. Gratis alternatieven als IObit Uninstaller (www.kwikr.nl/uninst) en het opensource Bulk Crap Uninstaller (www.bcuninstaller.com) ondersteunen batchverwijdering en ruimen grondiger op. Omdat IObit nogal opdringerig is, focussen we hier op BCU, gericht op iets gevorderde gebruikers.

Sommige programma’s kun je vanuit het Configuratiescherm verwijderen.

BCU

Installeer BCU en start het programma. De eerste keer verschijnt een wizard die je in een zevental stappen door de initiële configuratie leidt; de voorgestelde opties kun je gerust laten staan. Daarna zie je een lijst met gedetecteerde programma’s die je kunt sorteren op bijvoorbeeld Naam, Installatiedatum of Grootte.

Met de Ctrl- of Shift-toets selecteer je meerdere ongewenste programma’s tegelijk, waarna je op De-installeer (stil) klikt. In het dialoogvenster dat volgt kun je het verwijderproces eventueel nog aanpassen, of zelfs kiezen voor De-installatie simuleren. Na bevestiging kun je eventueel nog aangeven welke programma-onderdelen je alsnog wilt behouden. BCU maakt automatisch een herstelpunt en zoekt na afloop naar restanten, zoals registersleutels, die je desgewenst kunt laten verwijderen. Via Help / Help openen krijg je toegang tot een uitgebreide Engelstalige handleiding.

BCU laat je het verwijderproces van applicaties nauwkeurig sturen.

Bloatware

De kans is groot dat Windows al vooraf geïnstalleerd was toen je je pc of laptop kocht. In dat geval heeft de fabrikant waarschijnlijk flink wat ‘crapware’ oftewel ‘bloatware’ toegevoegd, zoals proefversies en extra software naast de standaard Windows-apps. Je kunt deze handmatig verwijderen zoals eerder beschreven, maar er bestaan ook gratis tools die zich specifiek op bloatware richten.

Een daarvan is O&O AppBuster (www.kwikr.nl/appbuster). De app toont alle gedetecteerde programma’s en geeft per item in de kolom Recommendation een aanbeveling om het al dan niet te verwijderen. Kies je vervolgens de optie Computer, dan verdwijnen de geselecteerde apps ook bij toekomstige Windows-accounts. Beantwoord de vraag om eerst een herstelpunt te maken met Yes.

Voor iets gevorderde gebruikers is er Bloatware Removal Utility (www.kwikr.nl/bru). Klik op de groene Code-knop en kies Download ZIP. Pak het archief uit, navigeer naar de map, klik met rechts op Bloatware-Removal-Utility.bat en kies Als administrator uitvoeren. Dit start een PowerShell-script dat de aanwezige applicaties oplijst. Via Toggle Suggested Bloatware krijg je suggesties voor te verwijderen apps. Laat in het Options-menu de standaardinstellingen staan, zodat automatisch ook een herstelpunt wordt gemaakt. Selecteer de ongewenste items, klik op Remove Selected en bevestig met Y in het PowerShell-venster.

Op een Windows-pc is vaak veel ‘bloatware’ geïnstalleerd die je wellicht liever kwijt dan rijk bent.

Dubbele bestanden

Na verloop van tijd stapelen zich niet alleen overtollige bestanden op, maar vaak ook dubbele exemplaren. Wanneer je deze opspoort en verwijdert, moet je er zeker van zijn dat het echt om exacte kopieën gaat en dat het systeem of andere applicaties ze niet nodig hebben, wat geregeld voorkomt.

Handmatig dubbele bestanden opruimen is haast onmogelijk, maar met een hulpmiddel als het gratis opensource dupeGuru (https://dupeguru.voltaicideas.net) lukt dat wel. Installeer de app en start deze bij voorkeur als administrator. Met het plusknopje onderaan voeg je de mappen toe die je wilt laten analyseren. De Toepassingsmodus laat je bij voorkeur staan op Standaard, tenzij je specifiek dubbele muziek- of beeldbestanden zoekt. Bij Onderzoekstype kies je wellicht Bestandsnaam, maar je kunt ook Inhoud (duurt langer) of Mappen selecteren.

Je kunt direct op Onderzoeken klikken, rechtsonder, maar via Meer Opties pas je indien gewenst eerst zoekfilters aan. Zo kun je bijvoorbeeld Negeer bestanden kleiner dan x KB instellen om je op grote ruimtevreters te concentreren. Na de scan toont dupeGuru alle mogelijke dubbele bestanden met een zekerheidspercentage. Via Acties kun je geselecteerde bestanden kopiëren, verplaatsen of verwijderen. Nogmaals, wees hierbij wel voorzichtig.

Dubbele bestanden opsporen doe je liever niet helemaal handmatig.

Extra ruimte

We belichten graag nog enkele specials: onderdelen die vaak over het hoofd worden gezien, maar waarmee je toch flink wat schijfruimte kunt winnen.We doelen hier niet op allerlei ‘optimizer tools’ en ‘registry cleaners’, die zelden extra ruimte of betere systeemprestaties opleveren en soms zelfs schade veroorzaken. Wat wél merkbaar ruimte kan besparen is het uitschakelen van de sluimerstand. Tijdens deze energiemodus wordt de inhoud van het werkgeheugen opgeslagen in het verborgen systeembestand C:\hiberfil.sys voordat de pc wordt afgesloten. Dit bestand kan tot zo’n 75 procent van het totale RAM-geheugen groot zijn. Kun je zonder sluimerstand, open dan de Opdrachtprompt als administrator en voer powercfg -h off uit (h staat voor hibernation). Na bevestiging verdwijnt hiberfil.sys. Met de parameter -on kun je de sluimerstand desgewenst later weer inschakelen.

Ook door systeemherstelpunten te verwijderen kun je tijdelijk veel ruimte vrijmaken. Druk op Windows-toets+R en voer systempropertiesprotection uit. In het venster Systeemeigenschappen open je het tabblad Systeembeveiliging, klik je op Configureren en daarna op Verwijderen en Doorgaan. Zodra het kan, kun je via de knop Maken opnieuw een herstelpunt creëren.

Bij acute schijfnood kun je eventueel ook de gemaakte herstelpunten verwijderen.

Acuut

Bij acute schijfnood kun je overwegen de schijfinhoud te comprimeren. Windows biedt hier standaard tools voor. Open de Verkenner, klik met rechts op de gewenste stationsletter en kies Eigenschappen. Plaats op het tabblad Algemeen een vinkje bij Dit station comprimeren om schijfruimte te besparen. Bevestig met OK en geef aan of je dit ook op alle onderliggende mappen wilt toepassen. De compressie start dan meteen. Je kunt het vinkje later weer weghalen om de data te decomprimeren. Compressie kun je ook via de opdrachtprompt starten, uitgevoerd als administrator. Met:

compact /compactos:always


comprimeer je een aantal Windows-systeembestanden, wat enkele gigabytes ruimte kan opleveren. Met:

/compactos:never

maak je dit ongedaan. .Ook afzonderlijke mappen kun je op deze manier comprimeren met:

compact.exe /c /s:<pad_naar_map>

waarbij /s ook submappen meeneemt. Vervang /c (compress) door /u (uncompress) om bestanden weer te decomprimeren. Houd er rekening mee dat het automatisch decomprimeren van bestanden bij gebruik een licht prestatieverlies kan veroorzaken, vooral op oudere pc’s.

Als de nood het hoogst is, is compressie nabij.
Cloudopslag

Een extra tip voor wie de synchronisatiefunctie van cloudopslagdiensten als Google Drive of Microsoft OneDrive gebruikt: je kunt instellen dat lokale bestanden enkel verwijzingen zijn naar de exemplaren in de cloud. Pas wanneer je zo’n bestand opent, wordt het tijdelijk gedownload en op je systeem beschikbaar. Dit bespaart veel ruimte, maar het betekent wel dat je data fysiek alleen in de cloud staan en dat je een internetverbinding nodig hebt om nog niet gedownloade bestanden te openen.

In Microsoft OneDrive bijvoorbeeld stel je dit als volgt in. Klik op het OneDrive-pictogram in het systeemvak van de taakbalk, klik op het tandwielpictogram en kies Instellingen. Ga onderaan naar Geavanceerde instellingen en klik op Schijfruimte vrijmaken bij Bestanden op aanvraag. Bevestig met Doorgaan. Je herkent de verwijzingen aan een wolkicoontje; een wit bolletje met vinkje betekent tijdelijk offline opgeslagen, een groen bolletje wijst op altijd lokaal beschikbaar.

Proactief

Tot nu toe hebben we ons vooral gericht op tools en technieken om overtollige bestanden gericht op te sporen en te verwijderen, maar je kunt ook proactiever te werk gaan. Een handig hulpmiddel daarvoor vind je in de Instellingen van Windows. Kies Systeem / Opslag en klik bij Opslagbeheer op Opslaginzicht. Plaats een vinkje bij Windows probleemloos laten werken door […], zodat tijdelijke bestanden voortaan automatisch worden opgeschoond. Je kunt ook de optie Gebruikersinhoud automatisch opschonen activeren.

Bij Opslaginzicht uitvoeren bepaal je zelf wanneer deze functie actief wordt. De standaardinstelling Bij weinig vrije schijfruimte lijkt ons prima. Daarnaast kun je instellen dat bestanden in de prullenbak automatisch worden verwijderd zodra ze langer dan een instelbaar aantal dagen (tussen 1 en 60) aanwezig zijn. Voor bestanden in de map ‘Downloads’ geldt hetzelfde: ook die kunnen automatisch verdwijnen na een bepaald aantal dagen ongeopend te zijn gebleven. Tot slot kun je, aanvullend op wat we in het kaderstuk schreven, instellen dat bestanden uit OneDrive alleen nog online beschikbaar blijven als je ze gedurende een instelbaar aantal dagen niet hebt geopend. Klik op Opslaginzicht nu uitvoeren om de ingestelde opruimacties meteen te starten.

Je kunt diverse opschoonoperaties bij een tekort aan schijfruimte automatisch laten uitvoeren.