ID.nl logo
Wandel- en fietsroutes uitstippelen met Viking
© Reshift Digital
Huis

Wandel- en fietsroutes uitstippelen met Viking

Wil je heerlijk ontspannen wandelen of fietsen, maar dan zonder dat je steeds de verkeerde kant opgaat? Of zonder dat je de mooiste plekken overslaat of verdwaalt in een onbekend gebied? De oplossing is simpel: je kunt gewoon vooraf de ideale route uitstippelen. Dat kan op de computer met het gratis Viking.

In plaats van zomaar op de bonnefooi ergens een wandeling of fietstocht maken, kun je met Viking thuis alvast een mooie route uitstippelen. Zo kun je een afwisselende route in elkaar zetten en weet je zeker dat je de mooiste plekken niet overslaat. Of misschien ken je een prachtige route en wil je deze graag vastleggen, zodat je die met anderen kunt delen. Of je wilt misschien gedownloade routes van een wandel- en fietswebsites eerst thuis op de computer uitpluizen. In al deze gevallen biedt Viking uitkomst. Want met dit programma zet je met het grootste gemak je eigen routes uit of bekijk je bestaande. Op die manier hoef je je dus nooit meer af te vragen hoe je moet lopen of fietsen. Je kunt je aandacht volledig op leuke dingen richten. Zoals lekker om je heen kijken en optimaal genieten. Uiteraard kun je de routes overzetten naar je smartphone. Benieuwd hoe dit allemaal werkt? We gaan het je vertellen.

Maak je eigen fiets- en wandelroutes met Google Maps

©PXimport

Kaartlaag

Viking is opensource en dus volledig gratis. Het programma ziet er in het begin wat kaal uit. Dat komt doordat Viking met lagen werkt die je naar eigen inzicht aan en uit kunt zetten. Om routes in te tekenen heb je een laag met kaartmateriaal nodig, zodat je ziet waar je bent. Deze topografische kaart maak je zichtbaar via Edit / Layer Defaults / Kaart. In het venster dat nu verschijnt, kies je bij Kaarttype voor OpenStreetMap (Mapnik). Herstart het programma en de kaart wordt zichtbaar.

Zoek vervolgens het gebied op waar je de route wilt uitzetten. Dat kan door de kaart met een ingedrukte muisknop te verschuiven. Om snel grote afstanden af te leggen, is het handig om eerst flink uit te zoomen en pas op de plaats van bestemming weer in te zoomen. Dat zoomen kan op elk moment met het muiswieltje. Let er wel op dat in de gereedschapsbalk bovenin het gereedschap Pan Tool moet zijn geselecteerd, want hiermee navigeer je vrij over de kaart.

Een alternatieve methode om een gebied te vinden, is door via View, Go to Location een plaatsnaam of de naam van een bekende locatie op te geven. Dan spring je daar in een keer naartoe. Wil je snel naar jouw favoriete locatie springen? Dat kan door dit als jouw thuislocatie te markeren via Edit / Set the Default Location. Dat kan bijvoorbeeld het parkeerterrein van een natuurgebied zijn, een lokaal parkje of je eigen huis. Daarna kun je er op elk moment naartoe springen via View / Go to the Default Location. Om hier ook na een programmastart te beginnen, ga je naar Edit / Preferences en kies je op tabblad Startup bij Startup Method voor Home Location.

©PXimport

Routelaag

Om een route uit te zetten, heb je een extra laagsoort nodig. Klik met rechts op Top Layer en kies New Layer / TrackWaypoint. Om de route te plannen zoek je eerst het startpunt van de wandeling of fietstocht op de kaart op. Klik één keer op de laag TrackWaypoint, zodat dit de actieve laag wordt, en activeer daarna het gereedschap Edit track in de gereedschapsbalk bovenin.

Klik met dit gereedschap op de plek waar de route moet beginnen en geef een naam op in het venster Voeg route toe. Vervolgens is het een kwestie van de route stap voor stap intekenen op de kaart, bijvoorbeeld door op elke kruising en splitsing te klikken waar je van richting wilt veranderen.

Twee punten worden altijd verbonden door een rechte lijn. Rechte wegen en paden zijn daardoor lekker makkelijk in te tekenen. Voor bochtige wegen en kronkelpaadjes heb je tussenpunten nodig om de contouren enigszins te volgen. Je hoeft ze ook weer niet minutieus te volgen, zolang tijdens je wandeling of fietstocht maar duidelijk is waar je naartoe moet. Dat je niet schuin over een weiland moet fietsen, maar over het fietspad ernaast mag duidelijk zijn.

©PXimport

Schuiven en verfijnen

Af en toe moet je de kaart over het scherm verschuiven om door te kunnen gaan met het plannen van de route. Activeer dan tijdelijk het gereedschap Pan Tool om een vers stukje kaart op te zoeken. Daarna ga je gewoon weer verder met bouwen van de route via Edit track. Je gaat dan automatisch verder vanaf het laatste ingetekende punt. Voeg je de verkeerde plek toe aan jouw route? Klik dan met rechts om de laatste actie ongedaan gemaakt. Herhaal dit eventueel om stap voor stap terug te gaan in de tijd.

Is jouw route compleet? Druk op Esc of klik met rechts op de laag TrackWaypoint en kies Finish Track. De route blijft daarna gewoon zichtbaar op de kaart. Heb je de route per ongeluk te vroeg afgesloten? Klik met een ingedrukte Shift-toets op het laatste punt en je kunt meteen weer verdergaan met bouwen.

Om de route te verfijnen heb je het gereedschap Select Tool nodig. Klik maar eens op een van je routepunten om het te selecteren en sleep het daarna naar een wat betere plek. De route past zich automatisch aan zodra je de muisknop loslaat. Wil je extra routepunten toevoegen om bijvoorbeeld nauwkeuriger een bocht te volgen? Selecteer op die locatie dan eerst een van je bestaande punten. Klik met rechts (gewoon ergens op de kaart), kies Insert Points en geef aan of je het nieuwe punt voor of na het geselecteerde punt wilt toevoegen. Dit kun je herhalen zo vaak als nodig is. Nieuwe punten worden altijd midden tussen twee bestaande punten toegevoegd. Daarna sleep je ze zelf naar de gewenste plek toe. Om een bestaand punt te verwijderen selecteer je het, klik je met rechts en kies je Delete Points / Delete Selected Point.

©PXimport

Kleurtje kiezen

Is jouw route niet duidelijk genoeg te zien op de kaart? Of wil je gewoon liever een ander kleurtje hebben? Klik dan met rechts op jouw route in het onderdeel Sporen van de laag TrackWaypoint en kies Properties. Kleur uitgekozen? Ga daarna meteen even naar het tabblad Statistics in ditzelfde venster om te zien hoe lang de uitgezette route bij benadering is. Al leg je wandelend of fietsend waarschijnlijk vaak wel wat meer kilometers af.

Bezienswaardigheden

Onderweg is er van alles en nog wat te zien. Om te voorkomen dat je daar straks zomaar aan voorbij fietst, is het een idee om deze plekken te markeren op je route. Zodat je een herinnering op de kaart ziet zodra je de tocht maakt. Dit doe je door een zogeheten waypoint aan te maken. Dat wordt ook wel een point of interest (POI) genoemd. Kies om dit te doen het gereedschap Maak Waypoint en klik op de kaart waar je de markering wilt neerzetten.

In het venster Eigenschappen van Waypoint tik je vervolgens een naam in, zodat je weet waar het om gaat. Je mag ook een opmerking en een omschrijving toevoegen, al is het niet zeker dat je deze extra informatie op je smartphone te zien krijgt. Hetzelfde geldt voor het pictogram dat je aan een waypoint kunt toekennen via het veld Symbool. In ieder geval heeft het wel zeker meerwaarde tijdens het bekijken van je routes in Viking zelf. Om een waypoint te veranderen, activeer je weer het gereedschap Select Tool. Klik vervolgens op de waypoint om het te selecteren en klik daarna met rechts gewoon ergens op de kaart en kies voor Properties. Om deze te verplaatsen, sleep je de geselecteerde waypoint naar een andere plek toe.

©PXimport

Delen hergebruiken

Wil je een nieuwe route uitzetten die voor een deel een eerder door jou gemaakte route volgt? Dan hoef je hem niet helemaal vanaf scratch op te bouwen. Klik in dat geval met rechts op de bestaande route en kies Copy. Klik daarna met rechts op Sporen en kies Paste. Hiermee maak je een kloon.

Selecteer de kopie, klik er nogmaals op en pas de naam aan zodat je de nieuwe route makkelijk herkent. Haal voor de zekerheid ook het vinkje achter de originele route weg, zodat die tijdelijk niet meer op de kaart is te zien. Dan weet je honderd procent zeker dat je de kopie bewerkt.

Selecteer nu het punt waar de nieuwe route begint af te wijken van het origineel, klik met rechts en kies Split / Split at Trackpoint. Alles na dit punt wordt nu gesplitst. Dat zie je aan de extra route die nu onder het kopje Sporen verschijnt. Kun je ook daar een gedeelte nog van gebruiken, bijvoorbeeld voor de terugweg? Selecteer dan het punt waar de nieuwe route straks weer op moet aansluiten en splits opnieuw. Het stuk van de route dat je niet meer nodig hebt, gooi je weg door er met rechts op te klikken en Delete te kiezen. Het is verstandig eerst even via de vinkjes te controleren welk exemplaar je moet hebben.

©PXimport

Aansluiting zoeken

Stel dat je het begin- en eindstuk van een route hebt overgehouden. Dan zijn dit nu twee losse segmenten geworden. Nu is het zaak om de route vanaf het eindpunt van het beginsegment te vervolgen, om uiteindelijk weer netjes aan te sluiten op het slotsegment. Dat lijkt ingewikkelder dan het is.

Klik eerst met Select Tool op het eindpunt van het eerste segment, klik daarna met rechts en kies Extend Track End. Nu kun je vanaf hier de nieuwe route intekenen zoals je dat eerder hebt gedaan. Zodra je bij het eindsegment aankomt, klik je met een ingedrukte Shift-toets op het dichtstbijzijnde punt van dit segment. Vanaf dat moment heb je weer één mooie lange route. Dat kun je controleren in het onderdeel Sporen.

©PXimport

Route of spoor?

We hebben het steeds over routes, terwijl je in Viking een spoor (track) aan het maken bent. Hoe zit dat? Officieel is een spoor een eerder afgelegd traject dat je met een gps-ontvanger of met een app op je smartphone hebt vastgelegd. Dat is dus historische data. Terwijl een route iets is wat je van plan bent te gaan doen. Nu kun je in Viking allebei maken, dus waarom maken we een spoor aan en geen route? Simpelweg omdat bij een route meteen het begrip navigeren om de hoek komt kijken. Terwijl onze insteek is dat je een vooraf bedachte wandeling of fietstocht maakt via de mooiste weggetjes en paadjes. Het doel is dus niet om via de snelste of kortste weg naar je eindbestemming te navigeren. Mocht je liever een route willen aanmaken, dat kan met het gereedschap Edit Route. Het werkt verder hetzelfde als Edit Track, behalve dat in gereedschappen en opties het woordje Track is vervangen door Route. Daarnaast kun je een spoor altijd nog omzetten in een route door er met rechts op te klikken en Transform / Convert to a Route te kiezen. Andersom kan ook, dus van een route een track maken.

Met je telefoon

Om jouw route naar een smartphone over te zetten of te delen met anderen, klik je met rechts op TrackWaypoint en kies je Export Layer / Export as GPX. Kies een map en geef het bestand een naam. Hiermee bewaar je alle in deze routelaag aanwezige routes en waypoints.

Wil je één specifieke route opslaan? Klik daar dan met rechts op en kies Export Track as GPX. Daarna is het een kwestie van het gpx-bestand overzetten naar je telefoon. Bijvoorbeeld door het op DropBox te plaatsen en daarna op je telefoon in de Dropbox-app aan te geven met welke app je het wilt openen. Zoals het veelzijdige OsmAnd. In de app zie je jouw route als een gekleurde lijn die je volgt tijdens het fietsen of wandelen.

©PXimport

Bestaande routes

Wat ook kan is kant-en-klare gpx-routes downloaden vanaf een van de vele wandel- en fietswebsites die ons land rijk is. Of je neemt zelf een wandeling of fietstocht op met je smartphone en een app zoals OsmAnd, en slaat dit vervolgens op als gpx-bestand.

In beide gevallen open je het gpx-bestand in Viking via menu-optie File, Open. Erg handig om iemands route alvast te bekijken voordat je ermee op pad gaat, of om het aan te passen aan jouw eigen wensen. Elk gpx-spoor dat je in Vinking opent, komt in een eigen laag onder Top Layer / Sporen te staan.

Het programma is tot slot erg handig om fouten in zelf opgenomen sporen te corrigeren. Stel dat je een route met anderen wilt delen die je vanaf huis hebt gedaan, maar je wilt liever niet dat vreemden weten waar jij woont. Of je hebt een tocht opgenomen, maar bent vergeten om hem te stoppen toen je uitgewandeld was, waardoor de complete autorit naar huis ook is opgenomen. Zonde, want dan is niet meer te zien hoelang je hebt gewandeld en hoeveel kilometer je hebt afgelegd. Geen probleem, laad het gpx-bestand gewoon in Viking, splits de route zoals we eerder hebben besproken om ongewenste stukken kwijt te raken, en sla de aangepaste route op als een nieuw gpx-bestand.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.