ID.nl logo
Zo kun je met het SMB-protocol nog altijd veilig bestanden delen
© Reshift Digital
Huis

Zo kun je met het SMB-protocol nog altijd veilig bestanden delen

Sinds Microsoft de April 2018-update heeft uitgerold, is het niet zonder meer mogelijk om verbinding te maken met je nas en bestanden te benaderen. Zelfs in de huidige Oktober 2018-update is deze optie niet beschikbaar. Met een belangrijke reden overigens, maar het behoeft wel wat uitleg. Om vanaf een Windows-computer verbinding te kunnen maken met een nas kun je verschillende protocollen gebruiken. Het SMB-protocol (Server Message Block) wordt hier het meest voor gebruikt.

Het SMB-protocol bestaat al sinds de jaren '90 en is inmiddels aanbeland bij versie 3.1.1. Veel oudere nas’en bieden nog het 1.0-protocol, ook bekend als CIFS, Common Internet Files. Het protocol is bedacht in een tijd dat dreigingen vanaf internet nauwelijks nog bestonden. Dat de tijden zijn veranderd hebben we allemaal wel eens aan den levende lijve ondervonden.

01 Lek en onveilig

Het SMB-protocol an sich is prima om te gebruiken, maar versie 1 biedt te veel beperkingen en is bovendien vatbaar voor zogeheten man-in-the-middle-aanvallen. Als jouw pc besmet raakt is het eenvoudig om de besmetting te laten verspreiden middels het 1.0-protocol van SMB, omdat extra beveiligings- en controlelagen in dit protocol ontbreken. Dat is de hoofdreden dat Microsoft het gebruik van versie 1.0 van SMB al sinds 2014 afraadt. Tot voor kort was het echter gewoon mogelijk om nas’en, maar ook bijvoorbeeld gedeelde printers of mediaspelers in je netwerk via deze versie van het protocol vanuit Windows te benaderen. Sinds april van dit jaar heeft Microsoft het SMB1.0-protocol echter uitgeschakeld. Gebruikers van apparaten met dit protocol krijgen hierdoor geen toegang meer tot gedeelde mappen (shares) op een nas, of kunnen ineens geen verbinding meer maken met een gedeelde printer in het netwerk.

02 Gebruik SMB 2.0 of hoger

Het is dan ook aan te raden om voor je nas gebruik te maken van versie 2.0 of hoger. Zoals gezegd is de laatste versie 3.1.1, maar de kans is groot dat je nas – als deze al wat ouder is – deze versie niet ondersteunt. Versie 2.0 is dan de meest logische om te kiezen, maar als je nas hogere versies heeft, dan kies je die sowieso. Windows 10 kan namelijk zonder meer overweg met versie 3.1.1. Maar hoe weet je nu welk protocol jouw nas allemaal ondersteunt? Die informatie kun je opvragen via de webinterface van je browser. Bij de meeste nas’en kom je via het ip-adres dat het apparaat heeft gekregen bij de webinterface. Je typt het ip-adres voorafgaand door https:// in de adresbalk van je browser, bijvoorbeeld https://192.168.2.10. Je moet nu inloggen met de gebruikersnaam en het wachtwoord.

Waar je de instellingen omtrent het protocol kunt vinden, hangt af van het merk nas dat je gebruikt. We geven je een tweetal voorbeelden om je op weg te helpen, maar de daadwerkelijke locatie waar je de instellingen vindt, kan per merk en model verschillen. We laten je de instellingen voor een Synology- en QNAP-nas zien.

03 Synology

Heb je een Synology-nas met DMS-software, dan ga je naar Configuratiescherm en kies je voor Bestandsservices. Klik op het tabblad SMB / AFP en vervolgens op de knop Geavanceerd. Hier kun je het protocol instellen, waarbij je voor de veiligheid bij Minimum SMB-poort voor SMB2 kiest en bij Maximum SMB-poort eveneens voor SMB2.

©PXimport

04 QNAP

Bij een QNAP-nas kies je voor Control Panel en Netwerk- en bestandsservices. Vervolgens kies je voor Win / Mac / NFS en pas je de optie bij Hoogste versie aan naar SMB 2 of SMB 3.

©PXimport

Toch SMB 1.0 gebruiken?

We kunnen ons voorstellen dat je niet direct afscheid wilt nemen van het SMB 1.0-protocol. Bijvoorbeeld omdat je eerst bestanden wilt back-uppen van je oude nas die alleen het oudere protocol nog ondersteunt. Standaard heeft Microsoft versie 1.0 van het protocol uitgeschakeld in Windows 10, maar het is wel relatief eenvoudig in te schakelen. Dat doe je als volgt: ga naar het Configuratiescherm en kies voor Programma’s en Onderdelen. In de linkerzijde van het venster kies je vervolgens Windows-onderdelen in- of uitschakelen. Scroll door de lijst naar de optie SMB 1.0/CIFS File Sharing Support. Vervolgens zet je daar de vinkjes aan bij SMB 1.0/CIFS Client en SMB 1.0/CIFS Server. De computer moet je daarna wel even opnieuw opstarten. Na de herstart kun je het oude protocol weer gebruiken. Let wel: we raden je aan om het protocol weer uit te schakelen als je klaar bent. Dat gaat op dezelfde manier als hierboven, met als enige verschil dat je natuurlijk de vinkjes weer weghaalt bij de genoemde opties.

©PXimport

05 Gedeelde mappen in Windows

Bij het delen van bestanden in Windows zelf hoef je je niet te bekommeren om de standaard. Windows 10 gebruikt namelijk automatisch het nieuwste protocol. Het kan echter zijn dat het – bijvoorbeeld na een grote update – niet meer mogelijk is om bestanden in je netwerk te benaderen. In dat geval heeft Windows 10 de functie netwerkdetectie uitgeschakeld. Met netwerkdetectie kunnen Windows-computers elkaar binnen hetzelfde netwerk vinden en is het mogelijk om bijvoorbeeld bestanden en mappen te delen. Je controleert of netwerkdetectie is ingeschakeld door de opdracht Netwerkstatus in te typen als je Windows Startmenu hebt geopend en dan op Enter te drukken. Vervolgens kom je in het scherm van de netwerkeigenschappen. Daar kies je onderaan voor de optie Netwerkcentrum. Met links klikken op je netwerkpictogram rechtsonder in de taakbalk kan overigens ook.

©PXimport

06 Delen in netwerk

Je komt nu bij de instellingen van je netwerk. Aan de linkerzijde klik je op de link Geavanceerde instellingen voor delen wijzigen. In het daarop volgende scherm kun je voor verschillende netwerken aangeven of je het delen van mappen wilt inschakelen. Windows kan voor ieder type netwerk andere instellingen gebruiken. Als je bijvoorbeeld veel met je laptop onderweg bent en gebruikmaakt van openbare netwerken, dan wil je natuurlijk niet dat andere gebruikers bij jouw bestanden kunnen komen of je computer kunnen vinden. In dat geval zet je bij de het type netwerk Gast of Openbaar alle instellingen uit. Je selecteert dan de opties Netwerkdetectie uitschakelen en Bestands- en printerdeling uitschakelen.

Als je met je thuisnetwerk bent verbonden en je wilt je andere apparaten in jouw eigen thuisnetwerk kunnen zien, dan zet je de genoemde opties juist aan. Als je netwerkdetectie hebt uitgeschakeld is het namelijk niet mogelijk om andere computers in het netwerk te vinden op basis van de naam van die computer.

Maar als je de computernaam weet dan is het nog wel steeds mogelijk om via de Verkenner naar een zogeheten UNC-pad naar een gedeelde map op die computer te gaan, ook als netwerkdetectie is uitgeschakeld. Als je bijvoorbeeld het pad \\STUDEERPC\C$\Windows intypt in de balk in de Verkenner kun je – als je de juiste rechten hebt – alsnog bij die map komen. Die functie staat los van Netwerkdetectie, want laatstgenoemde optie geeft alleen aan dat jouw computer niet te vinden is als je in de Verkenner op Netwerk klikt.

Let wel, als gebruiker moet je wel toegang hebben gekregen tot die map van de beheerder van de pc waarmee je verbinding maakt. Standaard verschijnt er bij het openen van een UNC-pad dan ook een inlogscherm van Windows, waarin je je gebruikersnaam en wachtwoord moet opgeven.

©PXimport

07 Toegang geven tot mappen

Om anderen toegang te geven tot jouw mappen, moet je dus toestemming hebben gegeven. Een uitzondering hierbij zijn computers die zijn aangemeld op een domein op een Windows-netwerk, waarbij een domein-administrator altijd toegang heeft tot de mappen op computers binnen het netwerk. Thuis maak je normaliter geen gebruik van een domein, maar een werkgroep. Een werkgroep heeft geen algemeen administrator-account, waardoor toegang tot computers per machine geregeld moet worden. Rechten aan een map geven kan ook alleen via een administrator-account. Een gewone gebruiker kan de deelactie wel starten, maar krijgt daarna een melding dat het administrator-wachtwoord ingevuld moet worden. Toegang geven gaat als volgt: selecteer met de rechtermuisknop de map die je wilt delen en kies voor de optie Toegang verlenen tot. Je kunt nu iemand anders toegang geven. Je kunt rechten toekennen aan iemand die al een account op de computer van de te delen map heeft; je kunt dus niet een naam van een account van een andere computer kiezen. Standaard geeft Windows 10 de huidige gebruikersaccount al op (aangeduid met Eigenaar), die heeft immers sowieso toegang. Kies het gewenste account uit het lijstje en klik erop. Vervolgens komt er een bevestigingsscherm in beeld, bevestig de vraag met Ja, deze items delen. Daarna moet je nog eenmaal je eigen administrator-account opgegeven om de instellingen door te voeren.

08 Geavanceerd delen

De gebruiker die nu toegang heeft gekregen heeft nu standaard leesrechten tot de map. Tijdens het toewijzen van een gebruiker kun je dat niet wijzigen, maar als je nu opnieuw naar Toegang verlenen tot gaat, en vervolgens kiest voor Specifieke personen, kun je de lees- en schrijfrechten aanpassen. Klik op het pijltje bij Machtigingsniveau om de rechten van de geselecteerde gebruiker te wijzigen.

Kies je voor de optie lezen en schrijven, dan mag een gebruiker bestanden openen, plaatsen en verwijderen. Bij de optie alleen lezen mag een gebruiker de bestanden alleen bekijken of openen, maar geen wijzigingen opslaan of nieuwe bestanden aanmaken.

©PXimport

Thuisgroep

Het is je misschien opgevallen dat je in het contextmenu in de Verkenner ook de optie Thuisgroep ziet staan. Een Thuisgroep was eigenlijk een versimpelde versie van een domeinnetwerk in een thuisomgeving, waarbij je meerdere computers aan elkaar kon koppelen middels een centraal administrator-account. Microsoft heeft de optie Thuisgroep echter weggehaald uit de laatste Windows 10-versie (April 2018-update), maar is blijkbaar vergeten deze optie overal te verwijderen. Als je klikt op Toegang verlenen tot > Thuisgroep dan zul je echter zien dat er niks gebeurt. Het heeft dus geen zin om deze optie te gebruiken.

©PXimport

Iedereen toegang geven

Alhoewel deze optie niet voorkomt in de lijst met gebruikersaccounts, kun je gedeelde mappen ook delen met iedereen in je thuisnetwerk. Windows heeft namelijk ook een account Iedereen. De optie Iedereen kan handig zijn als je geen zin hebt om lokale accounts toe te kennen of niet wil dat andere computer zich moeten aanmelden om toegang te krijgen tot een gedeelde map. Iedereen toegang geven doe je als volgt: klik met de rechtermuisknop op de map, kies voor Toegang verlenen tot en vervolgens Specifieke personen. In het invoerveld kun je nu Iedereen typen en daarna op de knop Toevoegen klikken. De optie verschijnt nu in de lijst. Je kunt nu ook de rechten aan alle gebruikers toekennen: lezen of lezen en schrijven. Let wel, gebruik deze optie nooit als je verbinding maakt met een openbaar netwerk en je in het Netwerkcentrum hebt aangegeven dat je bestands- en printerdeling wilt inschakelen voor dat netwerk. Iedereen die jouw computer op dat netwerk kan zien, kan dan in theorie bij de algemeen gedeelde map komen. De optie Iedereen geeft immers aan dat er geen specifiek gebruikersaccount aan de gedeelde map is gekoppeld.

©PXimport

▼ Volgende artikel
3 Windows-instellingen die je direct moet aanpassen voor een snellere en veiligere pc
© ID.nl
Huis

3 Windows-instellingen die je direct moet aanpassen voor een snellere en veiligere pc

Frustraties over een trage pc of ongewenste advertenties? Grote kans dat de standaard Windows-instellingen de boosdoener zijn. Met drie simpele ingrepen optimaliseer je direct de snelheid, privacy en veiligheid van je systeem. Wij zetten de belangrijkste aanpassingen op een rij, zodat je direct weer vlot en zorgeloos aan de slag kunt!

Of je nu net een gloednieuwe laptop uit de doos haalt of al jaren op dezelfde vertrouwde desktop werkt, de standaardinstellingen van Windows zijn zelden optimaal. Microsoft kiest vaak voor opties die hun eigen diensten promoten in plaats van jouw gebruiksgemak centraal te stellen. Gelukkig kun je met een paar gerichte ingrepen direct winst behalen. Pas deze drie essentiële instellingen aan voor meer privacy, snelheid en overzicht.

Schakel onnodige opstart-apps uit

Niets is zo frustrerend als een computer die er minutenlang over doet om startklaar te zijn. De grootste boosdoener hiervoor is vaak een overdaad aan programma's die automatisch opstarten zodra je de pc aanzet. Veel applicaties, van Spotify tot samenwerkingstools als Microsoft Teams, nestelen zich tijdens de installatie ongevraagd in je opstartproces. Dat vreet direct aan je systeemgeheugen en vertraagt de opstarttijd aanzienlijk.

Je lost dit eenvoudig op door naar de instellingen van Windows te navigeren en te zoeken naar de optie Opstart-apps. Hier zie je een duidelijk overzicht van alle software die met Windows mee start, inclusief de impact die elk programma heeft op de prestaties. Loop kritisch door deze lijst heen. Programma's die je niet dagelijks direct na het inloggen nodig hebt, kun je zonder risico uitschakelen door het schuifje om te zetten. Je verwijdert de software hiermee niet; je voorkomt alleen dat ze op de achtergrond draaien zonder dat je erom gevraagd hebt. Je pc zal hierdoor merkbaar vlotter reageren.

Weg met die advertenties en suggesties!

Windows is in de loop der jaren steeds meer veranderd in een platform waarop Microsoft eigen en gesponsorde diensten probeert te verkopen. Dat uit zich in zogenaamde 'suggesties' in je Startmenu, op je vergrendelingsscherm en zelfs in de Verkenner. Voor de meeste gebruikers voelt dat – terecht – als ongewenste reclame binnen een besturingssysteem waarvoor al betaald is. Het zorgt bovendien voor ruis en leidt af van waar je eigenlijk mee bezig bent.

Om deze stroom aan prikkels te stoppen, duik je in het menu Persoonlijke instellingen. Bij de instellingen voor het Startmenu en het Vergrendelingsscherm vind je opties die verwijzen naar het tonen van suggesties, tips of leuke weetjes. Vink deze opties uit om een schonere, rustigere interface te krijgen. Vergeet ook niet bij de privacy-instellingen de optie uit te zetten die Windows toestaat om je Instellingen-app te gebruiken voor het tonen van voorgestelde inhoud. Het resultaat is een professionelere werkomgeving die doet wat hij moet doen, zonder je continu te proberen te verleiden tot extra klikken.

Maak bestandsextensies zichtbaar

Een van de meest riskante standaardinstellingen in Windows is het verbergen van bestandsextensies voor bekende bestandstypen. Standaard zie je alleen de naam van een bestand, bijvoorbeeld 'factuur', maar niet of het een .pdf, .docx of een .exe is. Cybercriminelen maken daar dankbaar gebruik van door virussen te vermommen als onschuldige documenten. Een bestand dat 'foto.jpg.exe' heet, wordt door Windows dan getoond als 'foto.jpg', waardoor je denkt een afbeelding te openen terwijl je in werkelijkheid schadelijke software installeert.

Je kunt dit veiligheidsrisico direct verhelpen via de Bestandsverkenner. Zoek in de menubalk naar de optie Weergeven en navigeer vervolgens naar de instellingen voor weergeven. Hier vind je een optie genaamd Extensies voor bestandsnamen. Zorg dat deze optie aangevinkt staat. Hoewel het in het begin even wennen kan zijn om achter elk bestand een punt en drie of vier letters te zien staan, geeft het je volledige controle en inzicht. Je ziet nu in één oogopslag met wat voor type bestand je écht te maken hebt, en dat verkleint de kans op een succesvolle malware-infectie drastisch.

Populaire merken voor Windows-laptops

Wie op zoek is naar hardware die het meeste uit Windows haalt, komt al snel uit bij een aantal gevestigde namen die de markt domineren. Een van de grootste spelers is Lenovo, dat met name met de ThinkPad-serie een ijzersterke reputatie heeft opgebouwd in de zakelijke markt dankzij robuuste bouwkwaliteit en uitstekende toetsenborden. Voor consumenten die design en innovatie zoeken, is HP (Hewlett-Packard) een veelgekozen merk, mede dankzij de Omnibook- en Envy-lijnen die esthetiek combineren met krachtige prestaties. Ook Acer blijft een vaste waarde, waarbij vooral de Aspire-modellen steevast hoge ogen gooien in reviews vanwege hun interessante prijs-kwaliteitverhouding. Tot slot biedt het Taiwanese ASUS vaak veel rekenkracht voor een scherpe prijs en durven zij met hun ZenBook-serie vaak te experimenteren met nieuwe technologieën zoals dubbele schermen.

▼ Volgende artikel
Dekbed in de wasdroger: helpt een tennisbal echt?
© ID.nl
Huis

Dekbed in de wasdroger: helpt een tennisbal echt?

Wanneer je je dekbed gewassen hebt, wil je dat het natuurlijk weer lekker dik en luchtig aanvoelt. Maar wanneer je hem gewoon in de droger gooit, kan de vulling gaan klonteren, zodat er dunne stukken en dikke stukken ontstaan. Dat slaapt niet echt lekker. Om dat te voorkomen, gooien veel mensen er een paar tennisballen bij. Helpt dat echt?

In dit artikel

Je leest wat tennisballen in de droger doen en bij welke dekbedden dat wel of juist minder goed werkt. We leggen uit hoeveel ballen je nodig hebt, waar je op let bij het type tennisbal en waarom voldoende ruimte in de trommel belangrijk is. Ook staan we stil bij alternatieven zoals speciale drogerballen en geven we praktische tips om je dekbed gelijkmatig te laten drogen en mooi in vorm te houden.

Lees ook: 9 veelgemaakte fouten bij het drogen van je was

Wat tennisballen in de droger doen

Tijdens het drogen raken de tennisballen telkens het dekbed. Dat helpt vooral bij dons en veren. Als die nat zijn, blijven ze aan elkaar plakken en zakt de vulling in. Door de constante beweging vallen die samengepakte delen weer uiteen, waardoor de vulling zich opnieuw verspreidt. Zo kan de warme lucht overal beter bij en droogt het dekbed gelijkmatiger. De droogtijd wordt er niet korter van, maar het dekbed komt wel duidelijk voller uit de droger.

Hoe vaak moet je je dekbed eigenlijk wassen?

Een dekbed hoeft niet vaak in de was. Voor de meeste mensen is één tot twee keer per jaar genoeg. Dat komt omdat het meeste vuil (denk bijvoorbeeld aan zweet of huidschilfers) niet in het dekbed zelf terechtkomt, maar in het dekbedovertrek. Dat overtrek was je regelmatig, meestal eens per één à twee weken. Het dekbed blijft daardoor relatief schoon.

Soms is vaker wassen wel logisch. Bijvoorbeeld als je veel zweet in je slaap, last hebt van een huisstofmijtallergie of het overtrek niet zo vaak verschoont. Ook na ziekte of bij zichtbare vlekken is een extra wasbeurt verstandig.

Hoe vaak je kunt wassen, hangt ook af van de vulling. Niet elk dekbed kan namelijk even goed tegen veel wasbeurten. Dons- en verendekbedden kunnen meestal in de wasmachine, mits je het waslabel volgt en ze daarna goed laat drogen. Synthetische dekbedden zijn in dat opzicht wat vergevingsgezinder en kunnen vaak vaker gewassen worden zonder dat de vulling daaronder lijdt.

Twijfel je of wassen echt nodig is? Dan is luchten een goed alternatief. Hang je dekbed regelmatig buiten of bij een open raam. Daarmee kun je een wasbeurt vaak nog maanden uitstellen.

View post on TikTok

Hoeveel tennisballen zijn genoeg?

Met één tennisbal in de wasdroger merk je vaak weinig, zeker bij een groot dekbed. Die verdwijnt al snel in de stof en heeft dan weinig effect. Met twee tot vier ballen werkt het beter, omdat ze het dekbed op meerdere plekken tegelijk in beweging houden. Zolang de ballen vrij kunnen bewegen en niet vast blijven zitten in de vulling, doen ze hun werk.

Kun je elke tennisbal gebruiken bij het drogen van een dekbed in de droger?

iet elke tennisbal is even geschikt. Vooral nieuwe of felgekleurde ballen kunnen bij hogere temperaturen kleur afgeven en kleine pluisjes verliezen van de vilten buitenlaag. Dat komt niet vaak voor, maar het risico is wel aanwezig. Gebruik je oudere tennisballen, dan is de kans hierop kleiner. Wil je dat verder beperken, dan kun je de ballen in een oude witte sok stoppen en die dichtknopen. Het effect blijft grotendeels hetzelfde, al is het iets minder uitgesproken dan met losse ballen.

Speciale drogerballen

Er bestaan ook speciale drogerballen van wol of kunststof. Die zijn bedoeld voor gebruik in de droger en geven geen kleur af. Ze doen hetzelfde als tennisballen: ze zorgen dat het dekbed tijdens het drogen in beweging blijft. Wolballen maken minder lawaai en zijn milder voor stoffen. Stop je je dekbed regelmatig in de droger? Dan kun je beter deze speciale bollen gebruiken in plaats van tennisballen.  

Geef het dekbed genoeg ruimte in de droger

Tennisballen helpen alleen als het dekbed voldoende ruimte heeft om te bewegen. Is de trommel te vol, dan draait alles als één geheel rond en gebeurt er weinig. Wil je grote tweepersoonsdekbedden drogen, dan heb je een droger met een ruime trommel nodig. Heb je die niet zelf? Kijk dan of er een wasserette bij je in de buurt is. Meer ruimte zorgt voor meer beweging en daarmee voor een beter eindresultaat.

Niet elk dekbed kan in de droger

Tennisballen hebben vooral effect bij dons- en verendekbedden. Bij synthetische vulling is dat verschil kleiner en kan de constante beweging van de ballen de vulling na verloop van tijd zelfs vervormen. Wol, zijde en andere natuurlijke materialen mogen meestal helemaal niet in de droger. Check daarom altijd eerst het waslabel voordat je het dekbed in de trommel legt.

Even tussendoor opschudden helpt

Haal het dekbed halverwege het programma even uit de droger en schud het los, alsof je het bed opmaakt. Leg het daarna omgedraaid terug in de trommel. Zo verdeelt de vulling zich opnieuw en kan het dekbed gelijkmatiger drogen.

Wat kun je van het eindresultaat verwachten?

Tennis- of drogerballen zijn vooral een hulpmiddel, geen vervanging voor de juiste drooginstellingen. Droog het dekbed niet te vaak of te heet: kies een lage of middelhoge temperatuur en selecteer een speciaal dons- of beddengoedprogramma als dat op je droger zit. Zorg ook voor voldoende ruimte in de trommel. Als je dan ook nog eens ballen laat meedraaien, heb je er alles aan gedaan om te zorgen dat je dekbed weer lekker vol uit de droger komt!