ID.nl logo
Van apk tot zero-day: veelgebruikte computertermen uitgelegd
© Reshift Digital
Huis

Van apk tot zero-day: veelgebruikte computertermen uitgelegd

De digitale revolutie heeft ons leven over het algemeen een stuk eenvoudiger gemaakt. Wat minder eenvoudig is, is alle terminologie die bij iedere vernieuwing komt kijken. Wil je een beetje bij de tijd blijven, dan moet je wel op de hoogte zijn van de gebruikelijke computertermen. Wij maken de balans voor je op.

Tip 01: Opstarten

BIOS staat voor Basic Input and Output System. Het BIOS is de eerste software waarmee je computer opstart. Het controleert of de basisonderdelen van je pc goed werken. Die controle heet formeel de POST. Dat is de Power-On Self-Test, waarmee het geheugen, de videokaart en de schijven gecontroleerd worden. Het BIOS start het besturingssysteem, daarvoor kijkt het naar de harde schijf en zoekt het naar de opstartbestanden. Die opstartbestanden staan in de Master Boot Record, de eerste sector van een harde schijf waarop staat waar het bestand op de schijf te vinden is dat geladen moet worden. Dat bestand wordt vervolgens in het geheugen geladen en krijgt controle over de pc.

Het BIOS is echter verouderd. Tegenwoordig worden pc’s met UEFI verscheept, de Unified Extensible Firmware Interface. Hiermee wordt ook verteld hoe de computer moet werken, maar dit wordt door de verschillende chipfabrikanten zelf geïmplementeerd. UEFI is het stukje software dat tussen de firmware van het apparaat en het besturingssysteem, bijvoorbeeld Windows of macOS, ligt en dus net als het BIOS het besturingssysteem start. Het doet echter meer, zo kan de UEFI zelf appplicaties draaien. Applicaties speciaal voor UEFI bevinden zich in de ESP, de EFI System Partition, zeg maar de C-schijf van UEFI. Voorbeelden van applicaties in UEFI zijn bijvoorbeeld de Windows Boot Manager, de applicatie waarmee je je UEFI configureert, een webbrowser en Python 2.

©PXimport

UEFI is software dat, net als het BIOS, het besturingssysteem start

-

Tip 02: Bestandssystemen

Op een schijf kun je een heleboel enen en nullen schrijven. Dat is handig, maar verre van bruikbaar. Een schijf is voor ons, mensen, pas bruikbaar als er software op draait, specifiek: een bestandssysteem. Dit systeem moet aangeven hoe de data worden opgeslagen en hoe ze moeten worden gelezen. Zo wil je bijvoorbeeld dat bestanden namen krijgen, zodat je ze gemakkelijk terug kunt vinden. En ook zijn we gewend aan mappen, nog zo’n handige functie van het bestandssysteem. Daarnaast zijn metadata ook erg praktisch: de tijd wanneer het bestand aangemaakt is, wie het aangemaakt heeft en wie er bij het bestand kan. Al deze functies worden door het bestandssysteem geregeld. Voorbeelden van bestandssystemen zijn NTFS, FAT32, HFS, ext4, btrfs (butterfs) en exFAT.

Als je een schijf formatteert, dan betekent dat dat je de schijf voorbereidt op gebruik van een bestandssysteem. De schijf wordt dan in blokken van een bepaalde grootte ingedeeld, volgens de specificatie van het bestandssysteem. Daarnaast wordt als het ware een nieuw huishoudboekje aangemaakt, waarin bestanden en mappen worden bijgehouden. Als je de schijf al gebruikte en dan formatteert, wordt het bestaande huishoudboekje verwijderd, waardoor je niet meer weet wat er op de schijf staat. De oude bestanden zijn er wel nog steeds, deze worden vanzelf overschreven met nieuwe data. Je hebt overigens twee soorten schijven: SSD’s en HDD’s, oftewel solid state schijven en harde schijven. Die solid state schijven bevatten geen bewegende delen en zijn sneller. De oude bekende harde schijven gebruiken een draaiende magnetische plaat met een kop om data te lezen.

©PXimport

Tip 03: Hardware

RAM, dat staat voor random access memory, is het interne geheugen van de computer, niet te verwarren met de harde schijf of SSD. Het interne geheugen bevat code en data die op dit moment worden uitgevoerd en gebruikt. De processor is regelmatig bezig met het schrijven van en naar de schijf en het interne geheugen. De CPU, oftewel de central processing unit, is de processor, de chip die de berekeningen uitvoert. Dat zijn berekeningen zoals optellen en vermenigvuldigen, maar ook logische operaties zoals AND en OR.

MB staat voor megabyte, terwijl Mb staat voor megabit. Eén bit is één een of nul, terwijl een byte staat voor bit by eight en waar dus acht bits mee aangeduid worden. MB’s worden over het algemeen gebruikt voor schijven, omdat de pc acht bits in een keer leest. Megabits worden daarentegen gebruikt voor het web, omdat je dan een bit per keer kunt verzenden. Mega is overigens 10^6, dan is dus 1 Mb gelijk aan 1 miljoen bits. Hetzelfde geldt voor gigabytes en gigabits, alleen is giga 10^9.

Overklokken is het proces waarbij je de kloksnelheid van de processor of de grafische kaart verhoogt. De kloksnelheid van een processor is de snelheid waarmee berekeningen kunnen worden uitgevoerd. Een processor heeft een soort ingebouwde klok, een oscillator die pulseert. Bij elke puls wordt een berekening uitgevoerd. Het optellen van twee getallen gebeurt bijvoorbeeld in een clockcycle, oftewel puls, terwijl het vermenigvuldigen van twee getallen tot wel drie clock cycles, oftewel pulsen, kan duren.

©PXimport

Tip 04: Internet

Een server is een computer die met het internet verbonden is en waarmee iedereen van over de hele wereld kan verbinden om informatie uit te wisselen. Er zijn erg veel typen servers, zo heb je een webserver, een bestandsserver en een mailserver. Veel servers voeren meerdere taken tegelijk uit. Een webserver bijvoorbeeld is een server die een website aanbiedt. Als je verbinding maakt met die server, stuurt de server je een kopie van de website. Je bezoekt een website via een domeinnaam. Dat is een gebruiksvriendelijke naam om een server mee te identificeren.

Over het algemeen gebruiken we domeinnamen om websites mee te bezoeken. Elke domeinnaam wordt door een DNS-server vertaald naar een IP-adres. Dat gaat als volgt: op het moment dat je computertotaal.nl intypt in de browser en op Enter drukt, neemt de browser contact op met de DNS-server, bijvoorbeeld een server van Ziggo of KPN, en vraagt het om het bijbehorende IP-adres van die domeinnaam. Zodra het IP-adres ontvangen is, stuurt de browser een verzoek naar de webserver op dat IP-adres en vraagt om de website. Een IP-adres is een identificatienummer op het web dat door machines eenvoudig te lezen is. Je provider geeft je maar één IP-adres, waarmee je ook maar één apparaat kunt aansluiten, want alle IP-adressen zijn uniek.

©PXimport

Maar één IP-adres?

Je provider geeft je een IP-adres, waarmee je maar een apparaat kunt aansluiten. Om dat op te lossen, heb je een router. Een router is een apparaat dat netwerkpakketjes doorstuurt, van en naar de modem en het thuisnetwerk. Je router geeft je de mogelijkheid om toch meerdere apparaten aan te sluiten, door dat IP-adres aan te nemen en vervolgens aan je eigen apparaten lokale IP-adressen uit te delen, die alleen werken in je eigen netwerk.

Tip 05: Android

Een Android-app is uiteindelijk niets meer dan een bestand dat je op je telefoon installeert. Elke Android-app heeft als extensie APK, dat staat voor Android Application Package, oftewel een Android-softwarepakket. Android zelf is opensource, in ieder geval een groot gedeelte van Android, wat inhoudt dat de code van Android openbaar wordt gemaakt en voor iedereen te bekijken is. Dat heeft als voordeel dat anderen kunnen bijdragen aan het platform: ze kunnen de code bestuderen en zien hoe Android is gemaakt. Daarmee is het ook mogelijk om zelf een aanpassing te maken aan Android, diep in het systeem. Dat is niet mogelijk bij iOS en Windows. Een Android-ROM is een andere Android-versie, met bepaalde aanpassingen. De term ROM wordt hier echter verkeerd gebruikt, want het staat namelijk voor read-only memory en dat heeft hier niets mee te maken. Het installeren van een Android-ROM werkt ongeveer hetzelfde als het installeren van Windows. Voordat je dat op Android kunt doen, moet je eerst je telefoon rooten. Hieronder wordt verstaan dat je op je smartphone een administrator wordt, zodat je van alles kunt aanpassen. Je hebt normaal gesproken namelijk maar beperkte rechten op je smartphone. Fabrikanten geven echter vaak de mogelijkheid om je smartphone op die manier te unlocken. Een term die hier ook mee te maken heeft, is OEM, oftewel een Original Equipment Manufacturer, niets meer dan een mooie term voor een systeemfabrikant.

©PXimport

Android is opensource, wat inhoudt dat de code openbaar is en voor iedereen te bekijken is

-

Tip 06: iPhone

De iPhone werkt met iOS, dat is het besturingssysteem van de iPhone, iPad en iPod touch. Van origine heette het iPhone OS, maar toen de iPad erbij kwam, is er simpelweg iOS van gemaakt. Op iOS heb je onder andere iCloud, de verzamelnaam van clouddiensten van Apple. Denk hierbij aan de back-ups van je iPhone, je foto’s, Zoek iPhone en iCloud Sleutelhanger voor als je je wachtwoorden wilt opslaan. Als je telefoon problemen ondervindt, dan kun je deze herstellen met de DFU-modus. DFU staat voor Device Firmware Upgrade. Soms heb je deze modus ook nodig voor een jailbreak. Een jailbreak is vergelijkbaar met het rooten van een Android-telefoon. Al gebeurt een root in Android vaak met hulp van de fabrikant zelf, terwijl een jailbreak op de iPhone alle beveiligingen van Apple omzeilt met een lek in de software. Jailbreaks zijn vaak ook wat lastiger dan rooten, maar dat heeft ermee te maken dat Apple niet wil dat je alles met je telefoon kunt doen en de telefoon daarom ‘op slot’ heeft gezet.

OTA staat voor over-the-air-update. Een OTA-update wordt via wifi, dus door de lucht, afgeleverd. Vroeger moest je je smartphone updaten door deze met een usb-kabel te verbinden met de pc, iets wat overigens nog steeds mogelijk is. Een pushnotificatie of pushbericht is een bericht dat vanuit de Apple-server verstuurd wordt naar jouw apparaat. iOS houdt continu een verbinding open met de server van Apple om die berichten te kunnen ontvangen, zodat je altijd op de hoogte bent van nieuwigheden. Dat geldt natuurlijk ook voor Android-telefoons, alleen komt het bericht dan van Google.

Tip 07: Linux

Met Linux wordt over het algemeen een Linux-distributie bedoeld, de meest gebruikte versie is Ubuntu. Een distributie is een verzameling software dat in zijn geheel een besturingssysteem vormt en gebaseerd is op de Linux-kernel. De kernel is het hart van een besturingssysteem, daar worden de meest elementaire functies uitgevoerd die nodig zijn voor het functioneren van een besturingssysteem. De kernel heeft complete controle over het systeem en regelt bijvoorbeeld het starten van programma’s, toegang tot de hardware en spreekt de CPU aan. Software kan bijvoorbeeld aan de kernel vragen om iets op het beeldscherm weer te geven. Zo’n aanvraag wordt een system call genoemd. Een package manager of pakketbeheerder op Linux is de software om software mee te beheren. Daarmee kun je nieuwe software installeren, updaten en verwijderen.

Voor een installatie zorgt de pakketbeheerder er bijvoorbeeld voor dat de juiste extra benodigde software automatisch mee wordt geïnstalleerd en ook weer wordt verwijderd als het niet meer nodig is. Een pakketbeheerder haalt zijn software uit een aantal repository’s. Dat zijn servers met daarop een heleboel software die eenvoudig te indexeren is door een pakketbeheerder. Bijna elke Linux-distributie heeft zijn eigen repository, maar er zijn ook vele repository’s van derden. Daarnaast heeft elke ‘Linux-distro’ een desktopomgeving: de omgeving die de grafische interface bouwt en daarop iconen, vensters, werkbalken, je bureaublad en meer laat zien. Er zijn een aantal grote desktopomgevingen: GNOME, KDE en Unity. Een terminal is de shell of command-line interface, waar je systeemcommando’s in kunt voeren.

De kernel is het hart van een besturingssysteem

-

Tip 08: Windows

Onderaan in Windows bevindt zich de taakbalk. Dat is een balk waarop je je taken terugvindt, de actieve programma’s. Vroeger was die naam relevanter dan vandaag de dag, omdat de Windows-taakbalk eigenlijk meer een dock is, waar je programma’s aan vast kunt maken. Het systeemvak van Windows bevindt zich rechtsonder in de taakbalk en bevat kleine pictogrammen waarmee je snel bij bepaalde systeemfuncties kunt komen, zoals het geluid, de netwerkinstellingen en de klok. Het systeemvak wordt gebruikt door software die op de achtergrond werkt en weinig gebruikersinteractie vereist, zodat het niet onnodige ruimte inneemt op je taakbalk. Sinds Windows 8.1 hebben we Moderne apps, inmiddels opgevolgd door UWP oftewel het Universal Windows Platform. Beide zijn een API voor ontwikkelaars om apps te schrijven. Het voordeel van die nieuwe API is dat de apps ook werken op mobiel en tablet. De oude Win32-API, waarmee van oudsher Windows-applicaties worden geschreven, ondersteunt dat niet. DirectX is de API van Microsoft om videogames mee te maken. Daarmee is het eenvoudig om op Windows-systemen onder andere 3D-beelden te tekenen, de grafische kaart aan te spreken en geluid af te spelen.

©PXimport

Wat is een API?

Een API is een application programming interface. Je kunt dat simpelweg zien als een stuk software dat een bepaalde functionaliteit levert, zodat je zelf niet steeds opnieuw het wiel hoeft uit te vinden. Zo kun je met een API bijvoorbeeld met een regel code een venster weergeven. De API doet dan al het moeilijke werk, zoals het instellen van de grootte en het tekenen van de pixels. Jij hoeft je daar geen zorgen meer over te maken.

Tip 09: Beveiliging

Er zijn heel veel soorten dreigingen. Phishing is inmiddels bij de meesten bekend: aanvallers maken een mooie inlogpagina na en hopen dat je je wachtwoord erop invult. Een man-in-the-middle-aanval is een aanval waarbij een aanvaller zich tussen jouw computer en de server bevindt en die verbinding kan manipuleren. Dat is bijna alleen mogelijk op websites die geen SSL gebruiken. Een exploit is een stukje code dat een lek in een bepaald programma kan uitbuiten. Zo kun je bijvoorbeeld een exploit hebben voor Adobe Flash.

De exploit gebruikt een bepaalde functie van Flash op een manier waar de ontwikkelaars niet op gerekend hebben, met in sommige, lees: veel, gevallen tot gevolg dat toegang tot de pc wordt verkregen. Malware, kort voor malicious software, is de algemene verzamelterm voor kwaadaardige software. Ransomware is bijvoorbeeld een bepaald type malware dat je bestanden versleutelt. Ontsleuteling is vaak alleen mogelijk door te betalen. Een zero-daylek is een lek dat al openbaar is gemaakt terwijl de fabrikant er nog geen oplossing voor heeft en ook geen tijd heeft gekregen om een patch te maken. Een DoS-aanval is niets meer dan dat de aanvaller de website zo vaak bezoekt dat deze het te zwaar krijgt en offline gaat. DoS staat voor Denial of Service-aanval. De meeste aanvallen zijn echter DDoS-aanvallen, Distributed Denial of Service-aanvallen. De aanvaller heeft dan de beschikking over gehackte apparaten of een botnet, een heleboel computers van over heel de wereld die geïnfecteerd zijn met malware. Recent werd de sterkste DDoS-aanval gemeten, uitgevoerd door 145.000 gehackte webcams die aangesloten waren op het internet.

©PXimport

Een zero-daylek is een lek dat al openbaar is gemaakt terwijl er nog geen oplossing voor is

-

Tip 10: Encryptie

Met encryptie of versleuteling is het mogelijk om data geheim te houden tussen de ontvanger en de verzender. Dat is echter niet genoeg om veilig te communiceren. Cryptografie zorgt ervoor dat de data daadwerkelijk afkomstig zijn van de verzender en dat de data onderweg niet zijn gewijzigd door een derde partij. Er bestaat asymmetrische en symmetrische encryptie. Bij asymmetrische encryptie wordt er gebruikgemaakt van een publieke sleutel én een privésleutel waarmee de data worden versleuteld. Als iemand jou een bericht wil sturen, kan deze de plaintext, de leesbare tekst, met de publieke sleutel versleutelen. Na het versleutelen heet het bericht een ciphertext. Vervolgens kun alleen jij de data lezen met je privésleutel. Bij symmetrische encryptie wordt de data simpelweg versleuteld met een wachtwoord dat je zelf kunt bedenken. Enkele symmetrische algoritmes zijn AES en RC4. Bekende asymmetrische algoritmes zijn RSA en Diffie-Hellman.

SSL en TLS zijn protocollen die veilige communicatie mogelijk maken in een netwerk. SSL staat voor Secure Sockets Layer en is de voorganger van TLS, dat staat voor Transport Layer Security. Met SSL wordt vaak beide bedoeld. Er wordt mee voorkomen dat derde partijen de verbinding kunnen afluisteren en data kunnen manipuleren. De encryptie is een combinatie van asymmetrische encryptie, waarmee in het begin een gedeeld wachtwoord wordt gegenereerd, met symmetrische encryptie die voor de rest van de communicatie wordt gebruikt.

©PXimport

Tip 11: Web

Een website is een plek waar informatie beschikbaar is op het web. Het web maakt gebruik van url’s, uniform resource locators, manieren om een bepaalde bron op een computernetwerk te identificeren. Websiteadressen zijn een variant op url’s: bijvoorbeeld http://computertotaal.nl. In dit geval geeft het eerste gedeelte http:// het protocol aan en het tweede gedeelte is de domeinnaam. Een cookie is een stukje informatie in de vorm van tekst dat een website op je computer plaatst, waarmee deze je de volgende keer kan identificeren. Het probleem is dat die cookies ook gebruikt kunnen worden om je online activiteiten te kunnen volgen.

Javascript is een programmeertaal voor websites, hiermee kan een website op jouw computer bepaalde websitespecifieke code uitvoeren. Html is de taal van webpagina’s. Dat is een afgesproken standaard gemaakt door het W3C, het World Wide Web Consortium. Het staat voor de hypertext mark-up language. Een van de redenen dat het wereldwijde web zo succesvol geworden is, is door het gebruik van links. In html zien die er als volgt uit:<a href="http://tipsentrucs.nl">Mijn eerste link</a>.

De browser is het programma waarmee je websites kunt bekijken. Een browser zorgt ervoor dat de domeinnaam omgezet wordt naar het bijbehorende IP-adres en downloadt vervolgens de website, specifiek de html-, css- en javascript-code. Daarna wordt de html geïnterpreteerd, dat wil dus zeggen dat het linkje ‘Mijn eerste link’ omgezet wordt van platte tekst naar een link waar je op kunt klikken.

©PXimport

Hoe maak je een website?

Het proces voor het maken van een statische website zit als volgt in elkaar. Als eerste begin je met html-document, daarin beschrijf je de inhoud van de website, de tekst, de afbeeldingen en meer. Met css, oftewel cascading stylesheets, kun je de webpagina opmaken: lettertypes, tekstkleur, elementen op de juiste plek zetten. Dat is in principe genoeg om online te plaatsen, maar veel ontwikkelaars willen ook graag wat interactiviteit, wat mogelijk is met javascript. Een dynamische website daarentegen maakt gebruik van een programmeertaal als Python, C# of PHP. Die talen genereren automatisch html-pagina’s, wat veel werk bespaart.

▼ Volgende artikel
3 Windows-instellingen die je direct moet aanpassen voor een snellere en veiligere pc
© ID.nl
Huis

3 Windows-instellingen die je direct moet aanpassen voor een snellere en veiligere pc

Frustraties over een trage pc of ongewenste advertenties? Grote kans dat de standaard Windows-instellingen de boosdoener zijn. Met drie simpele ingrepen optimaliseer je direct de snelheid, privacy en veiligheid van je systeem. Wij zetten de belangrijkste aanpassingen op een rij, zodat je direct weer vlot en zorgeloos aan de slag kunt!

Of je nu net een gloednieuwe laptop uit de doos haalt of al jaren op dezelfde vertrouwde desktop werkt, de standaardinstellingen van Windows zijn zelden optimaal. Microsoft kiest vaak voor opties die hun eigen diensten promoten in plaats van jouw gebruiksgemak centraal te stellen. Gelukkig kun je met een paar gerichte ingrepen direct winst behalen. Pas deze drie essentiële instellingen aan voor meer privacy, snelheid en overzicht.

Schakel onnodige opstart-apps uit

Niets is zo frustrerend als een computer die er minutenlang over doet om startklaar te zijn. De grootste boosdoener hiervoor is vaak een overdaad aan programma's die automatisch opstarten zodra je de pc aanzet. Veel applicaties, van Spotify tot samenwerkingstools als Microsoft Teams, nestelen zich tijdens de installatie ongevraagd in je opstartproces. Dat vreet direct aan je systeemgeheugen en vertraagt de opstarttijd aanzienlijk.

Je lost dit eenvoudig op door naar de instellingen van Windows te navigeren en te zoeken naar de optie Opstart-apps. Hier zie je een duidelijk overzicht van alle software die met Windows mee start, inclusief de impact die elk programma heeft op de prestaties. Loop kritisch door deze lijst heen. Programma's die je niet dagelijks direct na het inloggen nodig hebt, kun je zonder risico uitschakelen door het schuifje om te zetten. Je verwijdert de software hiermee niet; je voorkomt alleen dat ze op de achtergrond draaien zonder dat je erom gevraagd hebt. Je pc zal hierdoor merkbaar vlotter reageren.

Weg met die advertenties en suggesties!

Windows is in de loop der jaren steeds meer veranderd in een platform waarop Microsoft eigen en gesponsorde diensten probeert te verkopen. Dat uit zich in zogenaamde 'suggesties' in je Startmenu, op je vergrendelingsscherm en zelfs in de Verkenner. Voor de meeste gebruikers voelt dat – terecht – als ongewenste reclame binnen een besturingssysteem waarvoor al betaald is. Het zorgt bovendien voor ruis en leidt af van waar je eigenlijk mee bezig bent.

Om deze stroom aan prikkels te stoppen, duik je in het menu Persoonlijke instellingen. Bij de instellingen voor het Startmenu en het Vergrendelingsscherm vind je opties die verwijzen naar het tonen van suggesties, tips of leuke weetjes. Vink deze opties uit om een schonere, rustigere interface te krijgen. Vergeet ook niet bij de privacy-instellingen de optie uit te zetten die Windows toestaat om je Instellingen-app te gebruiken voor het tonen van voorgestelde inhoud. Het resultaat is een professionelere werkomgeving die doet wat hij moet doen, zonder je continu te proberen te verleiden tot extra klikken.

Maak bestandsextensies zichtbaar

Een van de meest riskante standaardinstellingen in Windows is het verbergen van bestandsextensies voor bekende bestandstypen. Standaard zie je alleen de naam van een bestand, bijvoorbeeld 'factuur', maar niet of het een .pdf, .docx of een .exe is. Cybercriminelen maken daar dankbaar gebruik van door virussen te vermommen als onschuldige documenten. Een bestand dat 'foto.jpg.exe' heet, wordt door Windows dan getoond als 'foto.jpg', waardoor je denkt een afbeelding te openen terwijl je in werkelijkheid schadelijke software installeert.

Je kunt dit veiligheidsrisico direct verhelpen via de Bestandsverkenner. Zoek in de menubalk naar de optie Weergeven en navigeer vervolgens naar de instellingen voor weergeven. Hier vind je een optie genaamd Extensies voor bestandsnamen. Zorg dat deze optie aangevinkt staat. Hoewel het in het begin even wennen kan zijn om achter elk bestand een punt en drie of vier letters te zien staan, geeft het je volledige controle en inzicht. Je ziet nu in één oogopslag met wat voor type bestand je écht te maken hebt, en dat verkleint de kans op een succesvolle malware-infectie drastisch.

Populaire merken voor Windows-laptops

Wie op zoek is naar hardware die het meeste uit Windows haalt, komt al snel uit bij een aantal gevestigde namen die de markt domineren. Een van de grootste spelers is Lenovo, dat met name met de ThinkPad-serie een ijzersterke reputatie heeft opgebouwd in de zakelijke markt dankzij robuuste bouwkwaliteit en uitstekende toetsenborden. Voor consumenten die design en innovatie zoeken, is HP (Hewlett-Packard) een veelgekozen merk, mede dankzij de Omnibook- en Envy-lijnen die esthetiek combineren met krachtige prestaties. Ook Acer blijft een vaste waarde, waarbij vooral de Aspire-modellen steevast hoge ogen gooien in reviews vanwege hun interessante prijs-kwaliteitverhouding. Tot slot biedt het Taiwanese ASUS vaak veel rekenkracht voor een scherpe prijs en durven zij met hun ZenBook-serie vaak te experimenteren met nieuwe technologieën zoals dubbele schermen.

▼ Volgende artikel
Dekbed in de wasdroger: helpt een tennisbal echt?
© ID.nl
Huis

Dekbed in de wasdroger: helpt een tennisbal echt?

Wanneer je je dekbed gewassen hebt, wil je dat het natuurlijk weer lekker dik en luchtig aanvoelt. Maar wanneer je hem gewoon in de droger gooit, kan de vulling gaan klonteren, zodat er dunne stukken en dikke stukken ontstaan. Dat slaapt niet echt lekker. Om dat te voorkomen, gooien veel mensen er een paar tennisballen bij. Helpt dat echt?

In dit artikel

Je leest wat tennisballen in de droger doen en bij welke dekbedden dat wel of juist minder goed werkt. We leggen uit hoeveel ballen je nodig hebt, waar je op let bij het type tennisbal en waarom voldoende ruimte in de trommel belangrijk is. Ook staan we stil bij alternatieven zoals speciale drogerballen en geven we praktische tips om je dekbed gelijkmatig te laten drogen en mooi in vorm te houden.

Lees ook: 9 veelgemaakte fouten bij het drogen van je was

Wat tennisballen in de droger doen

Tijdens het drogen raken de tennisballen telkens het dekbed. Dat helpt vooral bij dons en veren. Als die nat zijn, blijven ze aan elkaar plakken en zakt de vulling in. Door de constante beweging vallen die samengepakte delen weer uiteen, waardoor de vulling zich opnieuw verspreidt. Zo kan de warme lucht overal beter bij en droogt het dekbed gelijkmatiger. De droogtijd wordt er niet korter van, maar het dekbed komt wel duidelijk voller uit de droger.

Hoe vaak moet je je dekbed eigenlijk wassen?

Een dekbed hoeft niet vaak in de was. Voor de meeste mensen is één tot twee keer per jaar genoeg. Dat komt omdat het meeste vuil (denk bijvoorbeeld aan zweet of huidschilfers) niet in het dekbed zelf terechtkomt, maar in het dekbedovertrek. Dat overtrek was je regelmatig, meestal eens per één à twee weken. Het dekbed blijft daardoor relatief schoon.

Soms is vaker wassen wel logisch. Bijvoorbeeld als je veel zweet in je slaap, last hebt van een huisstofmijtallergie of het overtrek niet zo vaak verschoont. Ook na ziekte of bij zichtbare vlekken is een extra wasbeurt verstandig.

Hoe vaak je kunt wassen, hangt ook af van de vulling. Niet elk dekbed kan namelijk even goed tegen veel wasbeurten. Dons- en verendekbedden kunnen meestal in de wasmachine, mits je het waslabel volgt en ze daarna goed laat drogen. Synthetische dekbedden zijn in dat opzicht wat vergevingsgezinder en kunnen vaak vaker gewassen worden zonder dat de vulling daaronder lijdt.

Twijfel je of wassen echt nodig is? Dan is luchten een goed alternatief. Hang je dekbed regelmatig buiten of bij een open raam. Daarmee kun je een wasbeurt vaak nog maanden uitstellen.

View post on TikTok

Hoeveel tennisballen zijn genoeg?

Met één tennisbal in de wasdroger merk je vaak weinig, zeker bij een groot dekbed. Die verdwijnt al snel in de stof en heeft dan weinig effect. Met twee tot vier ballen werkt het beter, omdat ze het dekbed op meerdere plekken tegelijk in beweging houden. Zolang de ballen vrij kunnen bewegen en niet vast blijven zitten in de vulling, doen ze hun werk.

Kun je elke tennisbal gebruiken bij het drogen van een dekbed in de droger?

iet elke tennisbal is even geschikt. Vooral nieuwe of felgekleurde ballen kunnen bij hogere temperaturen kleur afgeven en kleine pluisjes verliezen van de vilten buitenlaag. Dat komt niet vaak voor, maar het risico is wel aanwezig. Gebruik je oudere tennisballen, dan is de kans hierop kleiner. Wil je dat verder beperken, dan kun je de ballen in een oude witte sok stoppen en die dichtknopen. Het effect blijft grotendeels hetzelfde, al is het iets minder uitgesproken dan met losse ballen.

Speciale drogerballen

Er bestaan ook speciale drogerballen van wol of kunststof. Die zijn bedoeld voor gebruik in de droger en geven geen kleur af. Ze doen hetzelfde als tennisballen: ze zorgen dat het dekbed tijdens het drogen in beweging blijft. Wolballen maken minder lawaai en zijn milder voor stoffen. Stop je je dekbed regelmatig in de droger? Dan kun je beter deze speciale bollen gebruiken in plaats van tennisballen.  

Geef het dekbed genoeg ruimte in de droger

Tennisballen helpen alleen als het dekbed voldoende ruimte heeft om te bewegen. Is de trommel te vol, dan draait alles als één geheel rond en gebeurt er weinig. Wil je grote tweepersoonsdekbedden drogen, dan heb je een droger met een ruime trommel nodig. Heb je die niet zelf? Kijk dan of er een wasserette bij je in de buurt is. Meer ruimte zorgt voor meer beweging en daarmee voor een beter eindresultaat.

Niet elk dekbed kan in de droger

Tennisballen hebben vooral effect bij dons- en verendekbedden. Bij synthetische vulling is dat verschil kleiner en kan de constante beweging van de ballen de vulling na verloop van tijd zelfs vervormen. Wol, zijde en andere natuurlijke materialen mogen meestal helemaal niet in de droger. Check daarom altijd eerst het waslabel voordat je het dekbed in de trommel legt.

Even tussendoor opschudden helpt

Haal het dekbed halverwege het programma even uit de droger en schud het los, alsof je het bed opmaakt. Leg het daarna omgedraaid terug in de trommel. Zo verdeelt de vulling zich opnieuw en kan het dekbed gelijkmatiger drogen.

Wat kun je van het eindresultaat verwachten?

Tennis- of drogerballen zijn vooral een hulpmiddel, geen vervanging voor de juiste drooginstellingen. Droog het dekbed niet te vaak of te heet: kies een lage of middelhoge temperatuur en selecteer een speciaal dons- of beddengoedprogramma als dat op je droger zit. Zorg ook voor voldoende ruimte in de trommel. Als je dan ook nog eens ballen laat meedraaien, heb je er alles aan gedaan om te zorgen dat je dekbed weer lekker vol uit de droger komt!