ID.nl logo
Van apk tot zero-day: veelgebruikte computertermen uitgelegd
© Reshift Digital
Huis

Van apk tot zero-day: veelgebruikte computertermen uitgelegd

De digitale revolutie heeft ons leven over het algemeen een stuk eenvoudiger gemaakt. Wat minder eenvoudig is, is alle terminologie die bij iedere vernieuwing komt kijken. Wil je een beetje bij de tijd blijven, dan moet je wel op de hoogte zijn van de gebruikelijke computertermen. Wij maken de balans voor je op.

Tip 01: Opstarten

BIOS staat voor Basic Input and Output System. Het BIOS is de eerste software waarmee je computer opstart. Het controleert of de basisonderdelen van je pc goed werken. Die controle heet formeel de POST. Dat is de Power-On Self-Test, waarmee het geheugen, de videokaart en de schijven gecontroleerd worden. Het BIOS start het besturingssysteem, daarvoor kijkt het naar de harde schijf en zoekt het naar de opstartbestanden. Die opstartbestanden staan in de Master Boot Record, de eerste sector van een harde schijf waarop staat waar het bestand op de schijf te vinden is dat geladen moet worden. Dat bestand wordt vervolgens in het geheugen geladen en krijgt controle over de pc.

Het BIOS is echter verouderd. Tegenwoordig worden pc’s met UEFI verscheept, de Unified Extensible Firmware Interface. Hiermee wordt ook verteld hoe de computer moet werken, maar dit wordt door de verschillende chipfabrikanten zelf geïmplementeerd. UEFI is het stukje software dat tussen de firmware van het apparaat en het besturingssysteem, bijvoorbeeld Windows of macOS, ligt en dus net als het BIOS het besturingssysteem start. Het doet echter meer, zo kan de UEFI zelf appplicaties draaien. Applicaties speciaal voor UEFI bevinden zich in de ESP, de EFI System Partition, zeg maar de C-schijf van UEFI. Voorbeelden van applicaties in UEFI zijn bijvoorbeeld de Windows Boot Manager, de applicatie waarmee je je UEFI configureert, een webbrowser en Python 2.

©PXimport

UEFI is software dat, net als het BIOS, het besturingssysteem start

-

Tip 02: Bestandssystemen

Op een schijf kun je een heleboel enen en nullen schrijven. Dat is handig, maar verre van bruikbaar. Een schijf is voor ons, mensen, pas bruikbaar als er software op draait, specifiek: een bestandssysteem. Dit systeem moet aangeven hoe de data worden opgeslagen en hoe ze moeten worden gelezen. Zo wil je bijvoorbeeld dat bestanden namen krijgen, zodat je ze gemakkelijk terug kunt vinden. En ook zijn we gewend aan mappen, nog zo’n handige functie van het bestandssysteem. Daarnaast zijn metadata ook erg praktisch: de tijd wanneer het bestand aangemaakt is, wie het aangemaakt heeft en wie er bij het bestand kan. Al deze functies worden door het bestandssysteem geregeld. Voorbeelden van bestandssystemen zijn NTFS, FAT32, HFS, ext4, btrfs (butterfs) en exFAT.

Als je een schijf formatteert, dan betekent dat dat je de schijf voorbereidt op gebruik van een bestandssysteem. De schijf wordt dan in blokken van een bepaalde grootte ingedeeld, volgens de specificatie van het bestandssysteem. Daarnaast wordt als het ware een nieuw huishoudboekje aangemaakt, waarin bestanden en mappen worden bijgehouden. Als je de schijf al gebruikte en dan formatteert, wordt het bestaande huishoudboekje verwijderd, waardoor je niet meer weet wat er op de schijf staat. De oude bestanden zijn er wel nog steeds, deze worden vanzelf overschreven met nieuwe data. Je hebt overigens twee soorten schijven: SSD’s en HDD’s, oftewel solid state schijven en harde schijven. Die solid state schijven bevatten geen bewegende delen en zijn sneller. De oude bekende harde schijven gebruiken een draaiende magnetische plaat met een kop om data te lezen.

©PXimport

Tip 03: Hardware

RAM, dat staat voor random access memory, is het interne geheugen van de computer, niet te verwarren met de harde schijf of SSD. Het interne geheugen bevat code en data die op dit moment worden uitgevoerd en gebruikt. De processor is regelmatig bezig met het schrijven van en naar de schijf en het interne geheugen. De CPU, oftewel de central processing unit, is de processor, de chip die de berekeningen uitvoert. Dat zijn berekeningen zoals optellen en vermenigvuldigen, maar ook logische operaties zoals AND en OR.

MB staat voor megabyte, terwijl Mb staat voor megabit. Eén bit is één een of nul, terwijl een byte staat voor bit by eight en waar dus acht bits mee aangeduid worden. MB’s worden over het algemeen gebruikt voor schijven, omdat de pc acht bits in een keer leest. Megabits worden daarentegen gebruikt voor het web, omdat je dan een bit per keer kunt verzenden. Mega is overigens 10^6, dan is dus 1 Mb gelijk aan 1 miljoen bits. Hetzelfde geldt voor gigabytes en gigabits, alleen is giga 10^9.

Overklokken is het proces waarbij je de kloksnelheid van de processor of de grafische kaart verhoogt. De kloksnelheid van een processor is de snelheid waarmee berekeningen kunnen worden uitgevoerd. Een processor heeft een soort ingebouwde klok, een oscillator die pulseert. Bij elke puls wordt een berekening uitgevoerd. Het optellen van twee getallen gebeurt bijvoorbeeld in een clockcycle, oftewel puls, terwijl het vermenigvuldigen van twee getallen tot wel drie clock cycles, oftewel pulsen, kan duren.

©PXimport

Tip 04: Internet

Een server is een computer die met het internet verbonden is en waarmee iedereen van over de hele wereld kan verbinden om informatie uit te wisselen. Er zijn erg veel typen servers, zo heb je een webserver, een bestandsserver en een mailserver. Veel servers voeren meerdere taken tegelijk uit. Een webserver bijvoorbeeld is een server die een website aanbiedt. Als je verbinding maakt met die server, stuurt de server je een kopie van de website. Je bezoekt een website via een domeinnaam. Dat is een gebruiksvriendelijke naam om een server mee te identificeren.

Over het algemeen gebruiken we domeinnamen om websites mee te bezoeken. Elke domeinnaam wordt door een DNS-server vertaald naar een IP-adres. Dat gaat als volgt: op het moment dat je computertotaal.nl intypt in de browser en op Enter drukt, neemt de browser contact op met de DNS-server, bijvoorbeeld een server van Ziggo of KPN, en vraagt het om het bijbehorende IP-adres van die domeinnaam. Zodra het IP-adres ontvangen is, stuurt de browser een verzoek naar de webserver op dat IP-adres en vraagt om de website. Een IP-adres is een identificatienummer op het web dat door machines eenvoudig te lezen is. Je provider geeft je maar één IP-adres, waarmee je ook maar één apparaat kunt aansluiten, want alle IP-adressen zijn uniek.

©PXimport

Maar één IP-adres?

Je provider geeft je een IP-adres, waarmee je maar een apparaat kunt aansluiten. Om dat op te lossen, heb je een router. Een router is een apparaat dat netwerkpakketjes doorstuurt, van en naar de modem en het thuisnetwerk. Je router geeft je de mogelijkheid om toch meerdere apparaten aan te sluiten, door dat IP-adres aan te nemen en vervolgens aan je eigen apparaten lokale IP-adressen uit te delen, die alleen werken in je eigen netwerk.

Tip 05: Android

Een Android-app is uiteindelijk niets meer dan een bestand dat je op je telefoon installeert. Elke Android-app heeft als extensie APK, dat staat voor Android Application Package, oftewel een Android-softwarepakket. Android zelf is opensource, in ieder geval een groot gedeelte van Android, wat inhoudt dat de code van Android openbaar wordt gemaakt en voor iedereen te bekijken is. Dat heeft als voordeel dat anderen kunnen bijdragen aan het platform: ze kunnen de code bestuderen en zien hoe Android is gemaakt. Daarmee is het ook mogelijk om zelf een aanpassing te maken aan Android, diep in het systeem. Dat is niet mogelijk bij iOS en Windows. Een Android-ROM is een andere Android-versie, met bepaalde aanpassingen. De term ROM wordt hier echter verkeerd gebruikt, want het staat namelijk voor read-only memory en dat heeft hier niets mee te maken. Het installeren van een Android-ROM werkt ongeveer hetzelfde als het installeren van Windows. Voordat je dat op Android kunt doen, moet je eerst je telefoon rooten. Hieronder wordt verstaan dat je op je smartphone een administrator wordt, zodat je van alles kunt aanpassen. Je hebt normaal gesproken namelijk maar beperkte rechten op je smartphone. Fabrikanten geven echter vaak de mogelijkheid om je smartphone op die manier te unlocken. Een term die hier ook mee te maken heeft, is OEM, oftewel een Original Equipment Manufacturer, niets meer dan een mooie term voor een systeemfabrikant.

©PXimport

Android is opensource, wat inhoudt dat de code openbaar is en voor iedereen te bekijken is

-

Tip 06: iPhone

De iPhone werkt met iOS, dat is het besturingssysteem van de iPhone, iPad en iPod touch. Van origine heette het iPhone OS, maar toen de iPad erbij kwam, is er simpelweg iOS van gemaakt. Op iOS heb je onder andere iCloud, de verzamelnaam van clouddiensten van Apple. Denk hierbij aan de back-ups van je iPhone, je foto’s, Zoek iPhone en iCloud Sleutelhanger voor als je je wachtwoorden wilt opslaan. Als je telefoon problemen ondervindt, dan kun je deze herstellen met de DFU-modus. DFU staat voor Device Firmware Upgrade. Soms heb je deze modus ook nodig voor een jailbreak. Een jailbreak is vergelijkbaar met het rooten van een Android-telefoon. Al gebeurt een root in Android vaak met hulp van de fabrikant zelf, terwijl een jailbreak op de iPhone alle beveiligingen van Apple omzeilt met een lek in de software. Jailbreaks zijn vaak ook wat lastiger dan rooten, maar dat heeft ermee te maken dat Apple niet wil dat je alles met je telefoon kunt doen en de telefoon daarom ‘op slot’ heeft gezet.

OTA staat voor over-the-air-update. Een OTA-update wordt via wifi, dus door de lucht, afgeleverd. Vroeger moest je je smartphone updaten door deze met een usb-kabel te verbinden met de pc, iets wat overigens nog steeds mogelijk is. Een pushnotificatie of pushbericht is een bericht dat vanuit de Apple-server verstuurd wordt naar jouw apparaat. iOS houdt continu een verbinding open met de server van Apple om die berichten te kunnen ontvangen, zodat je altijd op de hoogte bent van nieuwigheden. Dat geldt natuurlijk ook voor Android-telefoons, alleen komt het bericht dan van Google.

Tip 07: Linux

Met Linux wordt over het algemeen een Linux-distributie bedoeld, de meest gebruikte versie is Ubuntu. Een distributie is een verzameling software dat in zijn geheel een besturingssysteem vormt en gebaseerd is op de Linux-kernel. De kernel is het hart van een besturingssysteem, daar worden de meest elementaire functies uitgevoerd die nodig zijn voor het functioneren van een besturingssysteem. De kernel heeft complete controle over het systeem en regelt bijvoorbeeld het starten van programma’s, toegang tot de hardware en spreekt de CPU aan. Software kan bijvoorbeeld aan de kernel vragen om iets op het beeldscherm weer te geven. Zo’n aanvraag wordt een system call genoemd. Een package manager of pakketbeheerder op Linux is de software om software mee te beheren. Daarmee kun je nieuwe software installeren, updaten en verwijderen.

Voor een installatie zorgt de pakketbeheerder er bijvoorbeeld voor dat de juiste extra benodigde software automatisch mee wordt geïnstalleerd en ook weer wordt verwijderd als het niet meer nodig is. Een pakketbeheerder haalt zijn software uit een aantal repository’s. Dat zijn servers met daarop een heleboel software die eenvoudig te indexeren is door een pakketbeheerder. Bijna elke Linux-distributie heeft zijn eigen repository, maar er zijn ook vele repository’s van derden. Daarnaast heeft elke ‘Linux-distro’ een desktopomgeving: de omgeving die de grafische interface bouwt en daarop iconen, vensters, werkbalken, je bureaublad en meer laat zien. Er zijn een aantal grote desktopomgevingen: GNOME, KDE en Unity. Een terminal is de shell of command-line interface, waar je systeemcommando’s in kunt voeren.

De kernel is het hart van een besturingssysteem

-

Tip 08: Windows

Onderaan in Windows bevindt zich de taakbalk. Dat is een balk waarop je je taken terugvindt, de actieve programma’s. Vroeger was die naam relevanter dan vandaag de dag, omdat de Windows-taakbalk eigenlijk meer een dock is, waar je programma’s aan vast kunt maken. Het systeemvak van Windows bevindt zich rechtsonder in de taakbalk en bevat kleine pictogrammen waarmee je snel bij bepaalde systeemfuncties kunt komen, zoals het geluid, de netwerkinstellingen en de klok. Het systeemvak wordt gebruikt door software die op de achtergrond werkt en weinig gebruikersinteractie vereist, zodat het niet onnodige ruimte inneemt op je taakbalk. Sinds Windows 8.1 hebben we Moderne apps, inmiddels opgevolgd door UWP oftewel het Universal Windows Platform. Beide zijn een API voor ontwikkelaars om apps te schrijven. Het voordeel van die nieuwe API is dat de apps ook werken op mobiel en tablet. De oude Win32-API, waarmee van oudsher Windows-applicaties worden geschreven, ondersteunt dat niet. DirectX is de API van Microsoft om videogames mee te maken. Daarmee is het eenvoudig om op Windows-systemen onder andere 3D-beelden te tekenen, de grafische kaart aan te spreken en geluid af te spelen.

©PXimport

Wat is een API?

Een API is een application programming interface. Je kunt dat simpelweg zien als een stuk software dat een bepaalde functionaliteit levert, zodat je zelf niet steeds opnieuw het wiel hoeft uit te vinden. Zo kun je met een API bijvoorbeeld met een regel code een venster weergeven. De API doet dan al het moeilijke werk, zoals het instellen van de grootte en het tekenen van de pixels. Jij hoeft je daar geen zorgen meer over te maken.

Tip 09: Beveiliging

Er zijn heel veel soorten dreigingen. Phishing is inmiddels bij de meesten bekend: aanvallers maken een mooie inlogpagina na en hopen dat je je wachtwoord erop invult. Een man-in-the-middle-aanval is een aanval waarbij een aanvaller zich tussen jouw computer en de server bevindt en die verbinding kan manipuleren. Dat is bijna alleen mogelijk op websites die geen SSL gebruiken. Een exploit is een stukje code dat een lek in een bepaald programma kan uitbuiten. Zo kun je bijvoorbeeld een exploit hebben voor Adobe Flash.

De exploit gebruikt een bepaalde functie van Flash op een manier waar de ontwikkelaars niet op gerekend hebben, met in sommige, lees: veel, gevallen tot gevolg dat toegang tot de pc wordt verkregen. Malware, kort voor malicious software, is de algemene verzamelterm voor kwaadaardige software. Ransomware is bijvoorbeeld een bepaald type malware dat je bestanden versleutelt. Ontsleuteling is vaak alleen mogelijk door te betalen. Een zero-daylek is een lek dat al openbaar is gemaakt terwijl de fabrikant er nog geen oplossing voor heeft en ook geen tijd heeft gekregen om een patch te maken. Een DoS-aanval is niets meer dan dat de aanvaller de website zo vaak bezoekt dat deze het te zwaar krijgt en offline gaat. DoS staat voor Denial of Service-aanval. De meeste aanvallen zijn echter DDoS-aanvallen, Distributed Denial of Service-aanvallen. De aanvaller heeft dan de beschikking over gehackte apparaten of een botnet, een heleboel computers van over heel de wereld die geïnfecteerd zijn met malware. Recent werd de sterkste DDoS-aanval gemeten, uitgevoerd door 145.000 gehackte webcams die aangesloten waren op het internet.

©PXimport

Een zero-daylek is een lek dat al openbaar is gemaakt terwijl er nog geen oplossing voor is

-

Tip 10: Encryptie

Met encryptie of versleuteling is het mogelijk om data geheim te houden tussen de ontvanger en de verzender. Dat is echter niet genoeg om veilig te communiceren. Cryptografie zorgt ervoor dat de data daadwerkelijk afkomstig zijn van de verzender en dat de data onderweg niet zijn gewijzigd door een derde partij. Er bestaat asymmetrische en symmetrische encryptie. Bij asymmetrische encryptie wordt er gebruikgemaakt van een publieke sleutel én een privésleutel waarmee de data worden versleuteld. Als iemand jou een bericht wil sturen, kan deze de plaintext, de leesbare tekst, met de publieke sleutel versleutelen. Na het versleutelen heet het bericht een ciphertext. Vervolgens kun alleen jij de data lezen met je privésleutel. Bij symmetrische encryptie wordt de data simpelweg versleuteld met een wachtwoord dat je zelf kunt bedenken. Enkele symmetrische algoritmes zijn AES en RC4. Bekende asymmetrische algoritmes zijn RSA en Diffie-Hellman.

SSL en TLS zijn protocollen die veilige communicatie mogelijk maken in een netwerk. SSL staat voor Secure Sockets Layer en is de voorganger van TLS, dat staat voor Transport Layer Security. Met SSL wordt vaak beide bedoeld. Er wordt mee voorkomen dat derde partijen de verbinding kunnen afluisteren en data kunnen manipuleren. De encryptie is een combinatie van asymmetrische encryptie, waarmee in het begin een gedeeld wachtwoord wordt gegenereerd, met symmetrische encryptie die voor de rest van de communicatie wordt gebruikt.

©PXimport

Tip 11: Web

Een website is een plek waar informatie beschikbaar is op het web. Het web maakt gebruik van url’s, uniform resource locators, manieren om een bepaalde bron op een computernetwerk te identificeren. Websiteadressen zijn een variant op url’s: bijvoorbeeld http://computertotaal.nl. In dit geval geeft het eerste gedeelte http:// het protocol aan en het tweede gedeelte is de domeinnaam. Een cookie is een stukje informatie in de vorm van tekst dat een website op je computer plaatst, waarmee deze je de volgende keer kan identificeren. Het probleem is dat die cookies ook gebruikt kunnen worden om je online activiteiten te kunnen volgen.

Javascript is een programmeertaal voor websites, hiermee kan een website op jouw computer bepaalde websitespecifieke code uitvoeren. Html is de taal van webpagina’s. Dat is een afgesproken standaard gemaakt door het W3C, het World Wide Web Consortium. Het staat voor de hypertext mark-up language. Een van de redenen dat het wereldwijde web zo succesvol geworden is, is door het gebruik van links. In html zien die er als volgt uit:<a href="http://tipsentrucs.nl">Mijn eerste link</a>.

De browser is het programma waarmee je websites kunt bekijken. Een browser zorgt ervoor dat de domeinnaam omgezet wordt naar het bijbehorende IP-adres en downloadt vervolgens de website, specifiek de html-, css- en javascript-code. Daarna wordt de html geïnterpreteerd, dat wil dus zeggen dat het linkje ‘Mijn eerste link’ omgezet wordt van platte tekst naar een link waar je op kunt klikken.

©PXimport

Hoe maak je een website?

Het proces voor het maken van een statische website zit als volgt in elkaar. Als eerste begin je met html-document, daarin beschrijf je de inhoud van de website, de tekst, de afbeeldingen en meer. Met css, oftewel cascading stylesheets, kun je de webpagina opmaken: lettertypes, tekstkleur, elementen op de juiste plek zetten. Dat is in principe genoeg om online te plaatsen, maar veel ontwikkelaars willen ook graag wat interactiviteit, wat mogelijk is met javascript. Een dynamische website daarentegen maakt gebruik van een programmeertaal als Python, C# of PHP. Die talen genereren automatisch html-pagina’s, wat veel werk bespaart.

▼ Volgende artikel
Vuurwerk fotograferen met je smartphone: zo krijg je de mooiste foto's
© ID.nl
Huis

Vuurwerk fotograferen met je smartphone: zo krijg je de mooiste foto's

De jaarwisseling 2025/2026 is het laatste keer dat we zelf vuurwerk mogen afsteken. Reken maar dat er dus heel wat siervuurwerk de lucht in gaat op oudejaarsavond! Natuurlijk wil je daar foto's van maken, maar het blijft lastig om dit spektakel goed vast te leggen met een telefoon. Vaak eindig je met bewogen strepen of een overbelichte waas op je scherm. Met de juiste voorbereiding en instellingen maak je dit jaar foto's die wél de moeite waard zijn om te bewaren.

In dit artikel

Vuurwerk fotograferen met je smartphone vraagt om een goede voorbereiding en de juiste instellingen. Je leest hoe je je telefoon stabiel houdt, waarom een schone lens verschil maakt en welke instellingen helpen om lichtsporen scherp vast te leggen. Ook leggen we uit hoe Live Photos op de iPhone en de Pro-modus op Android werken, en waar je op let bij timing en compositie voor een sterker eindresultaat. 

Lees ook: Betere foto's met je smartphone? 5 fouten die je nooit moet maken! (Plus: de beste camera-smartphones 2025)

Begin met een schone lens door er even een microvezeldoekje overheen te halen. Vette vingers veroorzaken namelijk vlekken waardoor het felle licht van het vuurwerk minder goed wordt vastgelegd. Controleer daarnaast of je nog voldoende opslagruimte vrij hebt op je toestel. Omdat je waarschijnlijk veel beelden achter elkaar schiet, loopt je geheugen sneller vol dan je denkt. Vergeet ook niet om je batterij volledig op te laden, want als het koud is, gaat de accu van je smartphone sneller leeg.  

Stabiliteit voor scherpe beelden

Lichtflitsen in het donker fotograferen vraagt om een langere sluitertijd. Hierdoor is elke kleine beweging van je handen direct zichtbaar als een onscherpe vlek. Gebruik bij voorkeur een klein statief of een smartphonehouder om je toestel stil te houden. Heb je die niet bij de hand? Leun dan tegen een muur of lantaarnpaal en houd je smartphone met beide handen stevig vast. Gebruik in geen geval de digitale zoom. Dit verlaagt de kwaliteit van je foto aanzienlijk en maakt de korreligheid alleen maar erger.

©ID.nl

Lichtsporen vastleggen met iPhone

Heb je een iPhone, dan is de functie Live Photos je beste vriend tijdens de jaarwisseling. Zorg dat het ronde icoontje voor Live Photos bovenin je camera-app geel gekleurd is. Nadat je de foto hebt gemaakt, open je deze in de Foto's-app. Tik linksboven op het woordje 'Live' en kies uit het menu voor 'Lange belichting'. Je telefoon voegt dan alle beelden uit de opname samen tot één foto. Hierdoor veranderen de losse lichtpuntjes in vloeiende, lichtgevende banen tegen een donkere lucht. Gebruik hierbij bij voorkeur een statief of zet je iPhone ergens stabiel neer. Wanneer je namelijk los uit de hand fotografeert, worden de bewegingen die je zelf maakt ook meegenomen, en dat kan zorgen voor een wazig eindresultaat.

De Pro-modus op Android gebruiken

Veel Android-telefoons hebben een Pro-modus waarmee je handmatig de sluitertijd aanpast. Open deze stand in je camera-app en zoek naar de letter 'S' (Sluitertijd). Voor vuurwerk werkt een sluitertijd tussen de twee en vier seconden vaak het best. Houd de ISO-waarde laag, bijvoorbeeld op 100, om ruis in de donkere delen te voorkomen. Omdat de sluiter nu langer openstaat, is een statief echt een vereiste. Je krijgt dan de bekende foto's waarbij je de hele weg van de vuurpijl als een lichtspoor ziet.

Timing en compositie bepalen

Het moment waarop je afdrukt is bepalend voor het eindresultaat. Werk je met een normale sluitertijd, dan is de burst-modus handig: houd de ontspanknop ingedrukt wanneer een pijl de lucht in gaat. Zo leg je de hele explosie vast en kies je achteraf de mooiste foto uit de reeks. Denk ook na over de compositie van je beeld. Een foto van alleen de lucht is vaak wat kaal. Probeer elementen uit de omgeving mee te nemen, zoals silhouetten van gebouwen of bomen. Dit geeft context en maakt het plaatje een stuk interessanter.

🎆 Snelle checklist 🎆

Wat?Hoe?
StatiefGebruik een stabiele ondergrond of een houder
FlitserSchakel deze functie handmatig uit
FocusVergrendel de scherpte op de plek van de explosie
BelichtingVerlaag de helderheid voor diepere kleuren
ZoomBlijf op de standaardstand staan voor maximale scherpte
ModusGebruik de burst-functie voor een reeks opnames
▼ Volgende artikel
Oliebollen bakken in de airfryer, kan dat?
© sara_winter - stock.adobe.com
Huis

Oliebollen bakken in de airfryer, kan dat?

De geur van versgebakken oliebollen hoort bij december. Toch ziet niet iedereen het zitten om met een pan heet vet aan de slag te gaan. Oliebakken in de airfryer lijkt dan een aantrekkelijk alternatief: minder luchtjes en ook nog eens minder vet. Maar levert bakken in een airfryer dezelfde oliebol op, of moet je toch de frituurpan uit het vet halen?

In dit artikel

Je leest waarom je geen klassieke oliebollen kunt bakken in een airfryer en wat daar technisch misgaat. Ook leggen we uit wat je wel voor oudjaarsalternatief kunt maken met de airfryer én hoe je de airfryer slim gebruikt om gekochte oliebollen weer knapperig en warm te maken.

Lees ook: Ontdek de minder bekende functies van je airfryer

Oliebollen bakken in de airfryer, kan dat? Het korte antwoord is duidelijk: nee, een traditionele oliebol bak je niet in een airfryer. Klassiek oliebollenbeslag is vloeibaar en heeft direct contact met hete olie nodig om zijn vorm en structuur te krijgen. Een airfryer is in de basis een compacte heteluchtoven. Zonder een bad van hete olie kan het beslag niet snel genoeg stollen. Wie het toch probeert, ziet het deeg door het mandje zakken of uitlopen tot een platte, taaie schijf. Dat ligt niet aan het recept, maar aan de techniek.

Waarom hete olie onmisbaar is

Zodra je het beslag van de oliebol in de hete olie van de frituurpan schept, ontstaat er vrijwel direct een korstje om de buitenkant. Binnen in de bol ontstaat stoom, waardoor de bol uitzet en luchtig wordt. Die combinatie van afsluiten en opblazen zorgt voor de typische oliebolstructuur. In een airfryer ontbreekt die directe warmteoverdracht. Hete lucht is simpelweg minder krachtig dan hete olie. Zonder direct contact met heet vet kan het beslag niet snel genoeg stollen. Daardoor blijft een echte oliebol uit de airfryer onmogelijk.

©Gegenereerd door AI

Wat wel kan: kwarkbollen uit de airfryer

Wie toch iets zelf wil maken in de airfryer, moet het klassieke oliebollenbeslag loslaten. Met een steviger beslag, bijvoorbeeld op basis van kwark, kun je ballen vormen die hun vorm behouden. Deze bollen garen prima in de hete lucht en krijgen een mooie bruine buitenkant. De uitkomst lijkt qua vorm op een oliebol, maar de structuur is compacter en de smaak meer broodachtig. Denk aan iets tussen een zoet broodje en een scone. Lekker, lichter en prima als alternatief, maar: het is geen oliebol zoals je die van de kraam kent.

Kwarkbollen uit de airfryer

Meng 250 gram volle kwark met 1 ei en 50 gram suiker tot een glad mengsel. Voeg vervolgens 300 gram zelfrijzend bakmeel toe, samen met een snuf zout. Meng alles kort tot een samenhangend deeg. Het deeg moet stevig zijn en nauwelijks plakken. Is het te nat, voeg dan een beetje extra bakmeel toe. Wie wil, kan rozijnen, stukjes appel of wat citroenrasp door het deeg mengen.

Bestuif je handen licht met bloem en draai ballen ter grootte van een kleine mandarijn. Leg ze met wat ruimte ertussen in het mandje van de airfryer, eventueel op een stukje bakpapier. Bak de bollen in ongeveer 12 tot 15 minuten op 180 graden. Halverwege kun je ze voorzichtig keren zodat ze gelijkmatig bruin worden.

Laat de bollen kort afkoelen en bestuif ze eventueel met poedersuiker. Vers zijn ze het lekkerst, maar ook lauw blijven ze prima eetbaar.

Wat ook goed kan: oliebollen opwarmen in de airfryer

Waar de airfryer wel echt tot zijn recht komt, is bij het opwarmen van gekochte oliebollen. In de magnetron worden ze snel slap en taai. In de airfryer gebeurt het tegenovergestelde. Door de bollen een paar minuten op ongeveer 180 graden te verwarmen, wordt de korst weer knapperig en warmt de binnenkant gelijkmatig op. Je oliebollen smaken weer alsof je ze net gebakken (of gehaald) hebt!

Samenvatting

Wil je de échte oliebol, dan heb je twee opties: zelf bakken in een frituurpan of halen bij de kraam. Bakken in de airfryer kan niet, omdat vloeibaar beslag niet geschikt is voor hete lucht. Je kunt bijvoorbeeld wel kwarkbollen maken, maar dat is toch anders. De grootste winst zit in het opwarmen van kant-en-klare oliebollen: in de airfryer gaat dat snel, ze worden heerlijk knapperig en je hebt geen last van frituurlucht in huis.


Nog even niet aan denken...

...maar voor 1 januari, je goede voornemens

🎆 Vuurwerk op je Galaxy Smartphone? 👇

View post on TikTok