ID.nl logo
15 manieren om met Linux aan de slag te gaan
© Reshift Digital
Huis

15 manieren om met Linux aan de slag te gaan

Steeds meer lezers maken de overstap naar Linux. Je hoeft niet meteen je vertrouwde Windows-omgeving overboord te gooien, want Linux laat zich net zo lief virtueel installeren, in een multiboot-omgeving of op een usb-stick. In dit artikel stellen we je vijftien uiteenlopende Linux-distributies voor.

01 Ubuntu

We kunnen er niet omheen: Ubuntu is de populairste Linux-distro. We raden je wel de LTS-versie van Ubuntu aan. Dat staat voor Long Time Support en zo'n versie is stabiel en kan rekenen op vijf jaar veiligheidsupdates. Ubuntu blijkt ook in trek bij (ex-)Windows-gebruikers, de uitstekende hardware-ondersteuning helpt daarbij, evenals de Unity-interface (die ook met multitouch-apparaten overweg kan). Hoewel, het is net deze kleurrijke en erg toegankelijke interface die bij Linux-fanatiekelingen op weinig waardering kan rekenen. Hoe dan ook, voor veel Linux-beginners blijken de uitstekende zoekfunctie en de makkelijke installatie van nieuwe programma's via Ubuntu's ingebouwde softwarecentrum een pluspunt. Spelletjes zijn er natuurlijk ook, maar high-end gamers blijven beter bij Windows.

©PXimport

Nieuwe software ophalen in Ubuntu: nauwelijks lastiger dan een app op je smartphone installeren.

02 Lubuntu

Het zal je weinig verbazen dat Lubuntu op Ubuntu is gebaseerd, zelfs de installatieprocedure is nagenoeg identiek. Een niet onbelangrijk verschil is de werkomgeving. Dat is dus niet Unity, maar de eenvoudige en makkelijk te bedienen LXDE-omgeving. Dat staat voor Lightweight X11 Desktop Environment en vooral dat 'lightweight' is symptomatisch voor deze distributie. Gezien Lubuntu ook nog vlot wil kunnen draaien op wat minder krachtige en oudere computers, trachten de makers je een lichtvoetige omgeving aan te bieden. Dat blijkt ook uit de standaard meegeleverde software: niet LibreOffice dus, zoals bij Ubuntu, maar tools als AbiWord en Gnumeric. En geen VLC media player, maar programma's als Audacious en Gnome-Mplayer.

©PXimport

Een snelle omgeving met lichte software.

03 elementary OS

elementary OS klinkt als een 'elementaire' en dus uitgeklede Linux-variant en gezien de lichtvoetigheid van het systeem valt daar wel iets voor te zeggen. Maar tegelijk is het een van de mooiste en meest harmonieuze distributies die we kennen. elementary OS is op Ubuntu gebaseerd, maar komt wel met een eigen bestandsbeheerder, software- en muziekcentrum en desktopomgeving (Pantheon). Deze laatste heeft behoorlijk wat weg van de OS X-interface, inclusief een dock en een applicatiestarter (Slingshot). Andere applicaties, zoals de browser Midori en de e-mailclient Geary, zijn geen eigen programmatuur, maar zijn wel bewust gekozen met het oog op snelheid. Veel applicaties worden er standaard niet meegeleverd.

©PXimport

Opvallend: een Linux-distributie met (veel) oog voor esthetiek.

04 Edubuntu

Wie dacht dat Edubuntu een samentrekking is van 'education' en 'ubuntu' heeft het helemaal bij het rechte eind. Edubuntu, dat net als Ubuntu ook als een LTS-editie beschikbaar is, richt zich met name op opvoeders en lesgevers en heeft een behoorlijke selectie van educatieve programma's aan boord, wat de stevige download van circa 2,9 GB verklaart. In het softwarecentrum kun je terecht voor diverse educatieve pakketten die elk zijn toegespitst op een andere leeftijdscategorie: 'preschool', 6-12, 13-18, hoger onderwijs. Houd er wel rekening mee dat de meeste educatieve software Engelstalig is, misschien niet zo handig voor jongere kinderen ... of juist wel.

©PXimport

Edubuntu: Ubuntu met een hele reeks educatieve programma's voor alle leeftijden.

05 Linux Mint

De laatste tijd blijkt Linux Mint zelfs populairder dan Ubuntu. Wie overstapt van Windows zal zich snel thuis voelen in Linux Mint, met name in de Cinnamon-desktop. Immers, de Cinnamon-desktop heeft wel wat weg van een Windows XP-omgeving en maakt van Linux Mint wellicht een van de beste WIMP-desktops (Windows, Icons, Menu, Pointer). Hoewel deze distributie zich niet zo fanatiek focust op 'lichtvoetigheid' zoals bij Lubuntu, blijkt die toch ook vlot te draaien op minder krachtige machines. Het feit dat Linux hoe dan ook veiliger is (wat malware betreft) dan Windows, kan een argument zijn voor de overstap.

©PXimport

Linux Mint: een rijzende ster (met dank aan ex-Windows gebruikers).

06 Fedora

Fedora zweert nog altijd bij de oudere GNOME-desktop en hoewel deze omgeving in diverse andere Linux-distributies wordt aangeboden, is die minder gepolijst dan bijvoorbeeld de Unity-omgeving van Ubuntu. Houd er tevens rekening mee dat Fedora (meer dan Ubuntu) durft te struikelen over (nieuwe) moederborden en grafische kaarten. Ook het software-aanbod is beperkter dan bij Ubuntu. Linux-adepten weten echter vooral de stabiliteit van Fedora te waarderen en vinden de no-nonsense aanpak van een GNOME net een uitdaging. Heb je echter nog geen Linux-ervaring, dan zijn er gebruiksvriendelijkere versies.

©PXimport

Fedora en GNOME: wellicht geen optimale combinatie voor Linux-neofieten.

07 OpenSUSE

OpenSUSE is van Duitse origine en heeft altijd oog voor de gebruiker gehad. Dat houdt bijvoorbeeld in dat er niet om de haverklap vernieuwingen binnensluipen, maar ook dat je tijdens de installatie zelf de werkomgeving kunt kiezen. Je hoeft evenmin veel problemen te verwachten wat betreft hardware-ondersteuning. Ook handig is het bestandssysteem Btrfs, dat in combinatie met het 'rollback'-programma Snapper momentopnames van het systeem kan maken, zodat je vanuit het menu altijd naar zo'n snapshot terugkeert. Houd er wel rekening mee dat de 'levensduur' van OpenSUSE minder is dan een Ubuntu LTS-versie: zo wordt de huidige versie 13.2 van veiligheids- en stabiliteitsupdates voorzien tot medio mei 2016.

©PXimport

OpenSUSE laat je uit verschillende desktopomgevingen kiezen (hier Xfce).

08 DoudouLinux

Edubuntu is eigenlijk weinig meer dan een reguliere Ubuntu-distributie, weliswaar met een stevige collectie educatieve software. DoudouLinux, gebaseerd op Debian, gaat nog een stap verder en wil ook de interface zelf kindvriendelijker maken (doudou is Frans voor knuffeldier). Een veertigtal kindvriendelijke applicaties zijn rechtstreeks vanuit de desktop bereikbaar, opgedeeld in een aantal rubrieken als Leren (14 applicaties), Werken (11), Spelletjes (6) en Multimedia (10), hoewel de indeling niet altijd even logisch blijkt. De hele omgeving is behoorlijk goed afgeschermd tegen onbewuste aanpassingen, wat de distro vooral geschikt maakt voor jonge kinderen.

©PXimport

Met zijn 'foolproof' omgeving en educatieve applicaties richt DoudouLinux zich vooral op jonge kinderen.

09 CloneZilla

Clonezilla is een gevestigde naam als het gaat om het klonen en imagen van computers. De distributie komt in twee grote varianten. Clonezilla SE (Server Edition) is bedoeld voor het terugzetten van een image naar een groep computers tegelijk, maar dat vereist een DRBL-server en een PXE-boot op de client-machines. Clonezilla Live dan weer laat zich eenvoudigweg op een cd/dvd of een usb-stick zetten en is bedoeld voor individuele computers. Heeft je bootmedium onvoldoende ruimte voor het opslaan van het beeldbestand, dan zet je best een netwerkshare op (met sshfs of samba).

©PXimport

CloneZilla laat zich vanuit een tekstueel menu aansturen.

10 GParted Live

GParted staat voor GNOME Partition Editor en is precies bedoeld voor wat de naam suggereert: het bewerken van partities. Het is een volbloed 'live' medium: alles wordt naar het RAM-geheugen gekopieerd, zodat je het bootmedium tijdens het werken met GParted kunt verwijderen. GParted laat zich geheel vanuit een grafische interface bedienen. De beschikbare functies kunnen verschillen naargelang het bestandssysteem van het OS, maar in de meeste gevallen kun je partities creëren, uitbreiden, inkrimpen, kopiëren, verplaatsen, controleren en hernoemen. De makers van GParted raden je wel aan eerst een complete schijfback-up te maken (bijvoorbeeld met Clonezilla Live) voor je partities gaat schalen of verplaatsen.

©PXimport

GParted kan met heel wat bestandssystemen overweg.

11 Kaspersky Rescue Disk

Sommige malware weet zich zo diep in je systeem te nestelen dat je het met je reguliere antivirustool niet weg krijgt. Start je pc dan met een live antiviruspakket op, zoals Kaspersky Rescue Disk. Belangrijk is dat je over een up-to-date virusdatabase beschikt, maar het programma updatet deze zelf. Vervolgens geef je aan welke schijven, mappen of bestanden je wilt laten scannen. Detecteert de tool inderdaad malware, dan kun je die ongemoeid laten, laten verwijderen of desinfecteren. In dit laatste geval wordt er indien mogelijk een kopie van het origineel in quarantaine geplaatst. We raden je wel aan eerst een image te maken van je systeem voordat je opruimt.

©PXimport

Je kiest zelf welke schijven, mappen of bestanden je wilt scannen.

12 Ultimate Boot CD

Ultimate Boot CD gaat al heel wat jaren mee en bestaat ook in een Windows-variant (UBCD4Win) op basis van BartPE, een uitgeklede Windows XP-omgeving. De term 'ultimate' klinkt hoogdravend, maar is niet helemaal uit de lucht gegrepen. Deze distributie is namelijk specifiek ontworpen om Linux- en Windows-systemen te troubleshooten en bevat een stevig arsenaal aan tools voor diagnose van harde schijven, partitiebeheer, dataherstel, systeeminformatie, virusverwijdering, klonen van schijven, stresstests en het grondig verwijderen van data. De meeste tools zijn gratis opensource-software. Wie geregeld computerproblemen moet oplossen doet er hoe dan ook goed aan deze distributie op zak te hebben.

©PXimport

UBCD: een Zwitsers zakmes voor computer troubleshooting.

13 Tails

Tails staat voor The Amnesic Incognito Live System en dat vat goed de essentie van dit besturingssysteem samen. Tails is gebaseerd op Debian GNU/Linux en is er vooral op gericht de gebruiker zo veilig en anoniem mogelijk het internet op te laten gaan. Eigenlijk is het de bedoeling dat je TAILS opstart van een live medium zoals een cd of usb-stick. Immers, Tails bewaart alle gegevens in het geheugen dat automatisch wordt geleegd zodra het systeem afsluit. Verder gebruikt Tails het Tor-netwerk via de ingebouwde Tor-browser, wat de kans minimaliseert dat men je kan traceren. Verder levert de distributie een reeks cryptografische tools mee waarmee je privacygevoelige bestanden, e-mails en chatberichten kunt versleutelen.

©PXimport

Tails, voor wie zo min mogelijk sporen wil achterlaten.

14 DEFT

DEFT staat voor Digital Evidence & Forensic Toolkit en meteen weet je waar deze gespecialiseerde Linux-distributie voor dient. Die bevat namelijk een indrukwekkende reeks tools die er specifiek is op gericht zo veel mogelijk gegevens van een systeem te vergaren, zonder iets aan dat systeem zelf te wijzigen. Een opsomming van deze tools vind je in de (wat verouderde) online handleiding. Je treft hier tevens de DART 2-suite aan die bedoeld is voor forensisch onderzoek in Windows-omgevingen. Deze suite zit vervat in DEFT 8.1 maar is ook als standalone pakket te downloaden.

©PXimport

Deft heeft heel wat forensische tools aan boord, bedoeld voor gevorderde gebruikers.

15 Kali

Lange tijd was Backtrack de meest beruchte Linux-distributie. Die bevatte namelijk tal van tools die erop waren gericht zogenoemde pen(etratie)tests uit te voeren om de veiligheid van netwerksystemen en authenticatieprotocollen te checken. Of te kraken. De ontwikkeling van Backtrack is stopgezet, maar Kali heeft sinds twee jaar de fakkel overgenomen. Kali is gebaseerd op Debian Linux en bevat circa 300 applicaties, met bekende namen als Wireshark (pakketanalysetool), John the Ripper (wachtwoordkraker), nmap (poortscanner) en Aircrack-ng (wifi-wachtwoordenkraker). De meeste van deze tools vereisen echter veel kennis. Gezien de bedoelingen van Kali is deze distributie vooral bedoeld om 'live' op te starten, in plaats van die effectief te installeren.

©PXimport

Kali, van penetratietester tot hackertool.

▼ Volgende artikel
Column: Overwatch 2 heeft juist nu een PvE-modus nodig
© Blizzard
Huis

Column: Overwatch 2 heeft juist nu een PvE-modus nodig

Liveservicegames en hero shooters waren in 2016 niet per se nieuw. Destiny ging al twee jaar hard, en hoewel nieuwkomer Overwatch erg goed ontvangen werd, trokken sommigen al snel vergelijkingen met Valve’s inmiddels oude Team Fortress 2. Toch wist de hero shooter van Blizzard een Game of the Year Award voor de neus van onder andere Uncharted 4: A Thief’s End weg te grissen. Het was een glorieus begin van een moeizaam traject.

In de afgelopen tien jaar onderging Overwatch grote veranderingen. Na een groot succes met ruim 50 miljoen totale spelers in de eerste drie jaar kondigde Blizzard in 2019 aan dat er een vervolg zou komen, dat ‘naast het originele Overwatch’ moest bestaan en uitgebreid werd met Player-versus-Environment-content. De 6-tegen-6 Player-versus-Player-gameplay waar Overwatch om bekendstaat, zou blijven bestaan en voorzien worden van dezelfde content in de twee games. Ook zou Overwatch 2 een exclusieve PvE-modus met een verhaallijn en skill-trees krijgen, waarmee ieder personage op zowel grote als subtiele wijze aangepast kon worden.

©Blizzard

Nee, toch niet

Wie Overwatch 2 sinds de early access-verschijning eind 2022 heeft gespeeld, weet dat daar maar bar weinig van is waargemaakt. Overwatch en Overwatch 2 werden ten eerste geen aparte titels: laatstgenoemde heeft de plaats van het origineel simpelweg ingenomen. Die verhaalmodus? Voor 15 euro kreeg je met de 1.0-release van Overwatch 2 in augustus 2023 toegang tot drie missies. Die verkochten niet goed genoeg voor Blizzard – volgens bronnen Bloomberg - waarmee de mogelijkheid van meer PvE-content direct werd begraven.

Het was toen zelfs al bekend dat de PvE-modus grotendeels geschrapt was, gezien de modus volgens regisseur Aaron Keller ‘de focus tijdens het ontwikkelproces van de game belemmerde’. Dat is geen vreemde redenering, maar PvE was wel juist datgene dat Overwatch 2… nou ja, Overwatch 2 maakte. Uiteindelijk was de lancering van de ‘nieuwe’ game vooral een grote update, met drie nieuwe personages, wat extra arena’s en een nieuwe 5v5-opzet in plaats van 6v6. Er stond nu slechts een ‘2’ achter.

©Blizzard

Een alternatieve toekomst

Recent werd aangekondigd dat Overwatch 2 het cijfer van de naam afknipt met het twintigste seizoen en dus weer gewoon Overwatch heet – we zijn dus weer terug bij af. Ik stapte zelf destijds op de Overwatch-trein door juist de belofte van PvE in het vervolg, en heb uiteindelijk pakweg 300 uren tussen beide games verdeeld. Hoewel ik naarmate de tijd vorderde wat uren in de competitieve modus stak, maakte het spelen met vrienden de ervaring écht vermakelijk.

Gezellig kletsen, schreeuwen tegen willekeurige teamgenoten en de mix van tactiek en variatie die de vele personages in Overwatch bieden: dat staat mij bij. Een PvE-modus waarin juist dat samenspel en de speelwijze van de verschillende heroes aan te passen zijn naar jouw speelstijl was een soort heilige graal, die uiteindelijk dus nooit verscheen. Dat is eeuwig zonde. De competitieve e-sportscene van Overwatch is al sinds het begin een belangrijk aspect van de game, dus ergens is het begrijpelijk dat het team dit niet uit het oog wilde verliezen.

©Blizzard

Maar juist in de laatste jaren zien we een interessante verschuiving naar PvE, of in ieder geval multiplayer-ervaringen die niet geheel om competitie draaien. Denk aan Helldivers 2 van een paar jaar terug, waarin vrienden en willekeurige spelers het opnemen tegen legioenen aan vijanden – en zelfs wereldwijd samen naar een doel werken. Of de explosie aan zogenaamde ‘friendslop’ games als Peak en Lethal Company, die geheel draaien om het samen uitvoeren van taken als een berg beklimmen of het verzamelen van schroot. Een game als Arc Raiders bevat daarbij ook PvP-elementen, maar staat ook bij omdat meerdere spelers samen kunnen komen om een gigantische robot te verslaan. Video’s waarbij spelers plots oude vrienden tegenkomen in de game tonen aan waarom PvE momenteel zó ontzettend leuk kan zijn.

De realiteit

Het is achteraf makkelijk te zeggen, maar de originele visie voor Overwatch 2 had best een prominente rol in het huidige gamelandschap kunnen bekleden. Met de aankondiging werden uitgebreide skilltrees getoond voor de verschillende personages waar Overwatch om bekendstaat.

©Blizzard

Een van Mei’s speciale vaardigheden is bijvoorbeeld het veranderen in een ijspegel, om zo health terug te verdienen en een paar seconden onverwoestbaar te zijn. Met een van de skills die getoond werd veranderde deze ijspegel in een ijsbal, waarmee ze op spectaculaire wijze door groepen vijanden kan kegelen. De PvE-modus had de potentie om een soort zandbak voor dergelijke ideeën en ingrijpende veranderingen voor het klassieke Overwatch te worden. Een speelsere mix van skills en samenwerking om juist die avonturen uit bijvoorbeeld een Helldivers 2 te nabootsen. De tactische teamgameplay had dan ook niet hoeven verdwijnen, het zou juist vet geweest zijn om met vrienden verschillende skills af te stemmen en los te laten op de robots van Null Sector.

Dat is nog zoiets: de lore en verhaallijn van Overwatch zijn ontzettend interessant, en had meer in de schijnwerpers kunnen staan met de PvE-insteek. Nog voordat ik de games überhaupt had aangeraakt, verslond ik de prachtig geanimeerde filmpjes van Blizzard en verhalen die ze voor de personages uitbrachten.

Watch on YouTube

Wat ik dan ook zie van de nieuwe update wringt met mijn gevoel. Ja, het lijkt erop dat Blizzard een inhaalslag maakt en sneller met nieuwe personages komt om de game fris te houden. Het wekt de indruk dat we weer terug zijn bij het ‘oude’ Overwatch, en dat de ontwikkelaar nog altijd een sterke hero shooter wil behouden nu concurrenten als Marvel Rivals het speelveld hebben betreden. Toch kan ik het niet laten om te fantaseren over hoe Overwatch meer had kunnen zijn dan een hero shooter.

De realiteit is dat het Overwatch-team geen goede balans wist te vinden tussen het bijhouden van de PvP- en competitieve scene van Overwatch en de ontwikkeling van de PvE. Zonde, want zeker in het huidige multiplayerklimaat, waar mensen steeds meer achterover lijken te hangen om met elkaar te spelen in plaats van tegen elkaar, had het originele Overwatch 2 perfect gepast.

▼ Volgende artikel
We geven Mario Tennis Fever weg voor de Switch 2
Huis

We geven Mario Tennis Fever weg voor de Switch 2

Samen met onze vrienden van bol geven we wekelijks een nieuwe game weg, en deze week is dat natuurlijk Mario Tennis Fever.

Fever verscheen namelijk deze week voor de Nintendo Switch 2 en is volgens onze Simon een uitstekende Mario-sportgame. Met z'n Fever Rackets - die speciale slagen vol onvoorspelbare effecten mogelijk maken - goede basisgameplay en flink wat content weet Fever boven de afgelopen delen uit te stijgen:

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Winnen

Wat moet je doen om te winnen? Ga naar de website van bol, vind de productcode in de url (bestaande uit zestien cijfers) en vul die hieronder in het invulformulier in! Vergeet ook niet je naam en emailadres in te vullen, dan sturen we je zo snel mogelijk een code om de game fysiek op bol.com te bestellen!

Werkt het formulier niet? Klik dan hier.

Watch on YouTube