ID.nl logo
Python: zo bouw  je er webapplicaties mee
© Chaosamran_Studio - stock.adobe.
Huis

Python: zo bouw je er webapplicaties mee

JavaScript is de standaard programmeertaal voor webapplicaties. Maar voor liefhebbers van Python is er goed nieuws: dankzij PyScript kun je ook in je favoriete programmeertaal webapplicaties bouwen. Hierdoor krijg je toegang tot een breed scala aan populaire Python-bibliotheken. Bovendien kun je de Python-code moeiteloos communiceren met JavaScript-code.

In dit artikel gaan we dieper in op de mogelijkheden van PyScript voor het ontwikkelen van webapplicaties. Je leert:

  • Hoe je PyScript in het html-bestand verwerkt
  • Hoe je grafieken kunt plotten
  • Hoe je JavaScript als Python-code kunt laten gedragen

Lees ook deze 10-delige cursus over programmeren in Python: Zo kun je programmeren in Python - Deel 1

Code downloaden In deze workshop worden lange voorbeelden van stukken code gegeven. Omdat overtikken van code erg foutgevoelig is, kun je die code beter downloaden en daarna bekijken of kopiëren. Zie het bestand code-pyscript.txt voor de stukken code die in dit artikel genoemd worden.

Webapplicaties maken doorgaans gebruik van een drie-eenheid van (programmeer)talen: HyperText Markup Language (html), Cascading Style Sheets (css) en JavaScript. Html is een opmaaktaal waarmee je de structuur en inhoud van een webpagina definieert. Met css definieer je stijlen die de vormgeving van de pagina beschrijven. En JavaScript is een programmeertaal waarmee je het gedrag van de pagina bepaalt.

Hoewel JavaScript de dominante programmeertaal is in de wereld van webapplicaties, heeft het erbuiten niet dezelfde populariteit kunnen winnen. Python daarentegen is een populaire programmeertaal in diverse domeinen, onder andere voor data-analyse, machine learning, wetenschappelijke projecten, scripting en de serverkant van webapplicaties. Hoe handig zou het zijn als je jouw kennis van Python ook in de webbrowser kunt toepassen?

1 PyScript

Dat is precies wat PyScript mogelijk maakt: Python-toepassingen ontwikkelen die in de webbrowser werken. Net zoals je JavaScript-code in een html-pagina kunt opnemen, kun je dat dankzij PyScript ook met Python-code doen. Bovendien kunnen Python- en JavaScript-objecten probleemloos met elkaar communiceren, zodat je niet gebonden bent aan PyScript, maar je Python-code kunt combineren met bestaande JavaScript-bibliotheken.

Je kunt met PyScript ook gebruikmaken van heel wat populaire Python-pakketten, zoals Beautiful Soup, Matplotlib, NumPy, Pandas of Scikit-learn. Op die manier kun je dus niet alleen je kennis van de programmeertaal Python meenemen naar je webapplicaties, maar ook die van het uitgebreide Python-ecosysteem. Als je dus vertrouwder bent met Python dan met JavaScript en je webapplicaties wilt bouwen, dan is PyScript een logische keuze.

PyScript laat je toe om webapplicaties te ontwikkelen met Python.

2 Hallo wereld

Een PyScript-webapplicatie heeft drie bestanden nodig. Eerst en vooral een html-bestand, bijvoorbeeld index.html, met de structuur van je webpagina, verwijzingen naar PyScript zelf en je eigen Python-script. Een tweede bestand beschrijft de Python-omgeving waarin je applicatie draait. Hierin geef je bijvoorbeeld aan welke extra Python-pakketten je script gebruikt. Dit bestand heet pyscript.toml of pyscript.json. Tot slot is er je Python-script zelf, dat je in een Python-bestand als main.py opslaat.

Een eenvoudig html-bestand voor een PyScript-applicatie ziet er als volgt uit:

De code kun je downloaden van en daarna vanuit een programma als Kladblok overnemen.

Je verwijst hier in het element head naar de css-stylesheet en JavaScript-code van PyScript. In het element script van de body verwijs je dan naar je Python-script.

3 Python-script

In de body van de html-pagina vind je het element button met een attribuut py-click dat de waarde "generate_text" heeft. Hiermee geef je aan dat bij een klik op die knop de Python-functie generate_text wordt aangeroepen. In het element script verwijs je vervolgens naar je Python-script main.py. Met type="py" geef je aan dat het om een Python-script gaat in plaats van een JavaScript-bestand. En met het attribuut config verwijs je naar het configuratiebestand waarin je definieert welke Python-pakketten PyScript voor je applicatie moet installeren. Als je bijvoorbeeld het pakket lorem-text wilt gebruiken, dan ziet het bestand pyscript.toml er als volgt uit:

packages = ["lorem-text"]

Het Python-script main.py heeft de volgende inhoud:

De code kun je downloaden van en daarna vanuit een programma als Kladblok overnemen.

We importeren hier dus de module lorem uit lorem-text, het pakket dat we hebben geïnstalleerd. Vervolgens importeren we ook document uit PyScript. In de functie generate_text, die wordt aangeroepen wanneer je in de webpagina op de knop klikt, krijg je via document toegang tot het volledige Document Object Model (DOM) van de webpagina. Hiermee selecteer je het element met de id output. De functie roept dan lorem.paragraph() aan om een alinea met willekeurige tekst te genereren en kent die toe aan de tekst van het geselecteerde element.

PyScript geeft je toegang tot het ecosysteem van de Python Package Index (PyPI).

Onder de motorkap Standaard draai je Python in de volledige omgeving van je besturingssysteem. Deze versie van Python, de officiële Python dus, heet CPython. Om Python in de ingeperkte omgeving van je webbrowser te laten draaien, maakt PyScript gebruik van Pyodide. Dit project is op zijn beurt gebaseerd op WebAssembly, dat een virtuele machine biedt om willekeurige software in de omgeving van je webbrowser te laten draaien. Software die voor WebAssembly is gecompileerd, heeft volledige toegang tot alle functionaliteit van je webbrowser en dezelfde web-API’s (application programming interfaces) die voor JavaScript toegankelijk zijn. Pyodide compileert CPython naar WebAssembly. Op die manier slaagt PyScript er dus in om een volwaardig alternatief voor JavaScript te bieden voor webapplicaties.

4 Webserver

Je PyScript-applicatie is nu klaar, maar je kunt het html-bestand niet gewoonweg in je webbrowser openen als een lokaal bestand. Je moet het bestand via een webserver aanbieden. Als je Python lokaal (op je computer) hebt geïnstalleerd, kun je eenvoudig de ingebouwde webserver van Python opstarten. Navigeer in een terminalvenster of opdrachtprompt naar de directory waarin je PyScript-bestanden staan en voer de volgende opdracht uit:

python -m http.server

Dit start een webserver op poort 8000 die de inhoud van de huidige directory aanbiedt. Bezoek vervolgens in je webbrowser de url http://127.0.0.1:8000/, die verwijst naar poort 8000 op je computer zelf. Je krijgt nu een webpagina te zien met als titel Hallo wereld en een knop met als label Lorem ipsum.

Wacht even tot de hele PyScript-omgeving is ingeladen. Klik dan op de knop wanneer die niet meer grijs is. Eronder verschijnt vervolgens een alinea met willekeurige tekst. Elke keer dat je op de knop drukt, verschijnt er een nieuwe tekst omdat de functie generate_text weer wordt aangeroepen.

Eén druk op de knop roept een Python-functie op die willekeurige tekst genereert.

5 Grafieken plotten

Nu kun je ook in je webapplicaties gebruikmaken van het krachtige ecosysteem van Python-pakketten voor bijvoorbeeld datavisualisatie, zoals Matplotlib. Het principe is hetzelfde als het eerste voorbeeld met de lorem ipsum-tekst: je creëert een html-bestand met de structuur van je webpagina, een bestand met de Python-pakketten die je nodig hebt, en uiteindelijk een bestand met je Python-code. Het bestand met de afhankelijkheden, pyscript.toml, vermeldt eenvoudigweg het pakket Matplotlib:

packages = ["matplotlib"]

Het html-bestand index.html ziet er als volgt uit:

De code kun je downloaden van en daarna vanuit een programma als Kladblok overnemen.

In dit voorbeeld laten we de gebruiker een amplitude en periode kiezen, om vervolgens een grafiek van de sinusfunctie met die ingestelde amplitude en periode te plotten.

Matplotlib is dé Python-bibliotheek voor visualisaties.

6 Schuifbalken

In de html-code definiëren we twee elementen input van het type range. Je webbrowser toont die als schuifbalken. We stellen voor elk element een minimum en maximum in, een stap (de waarde waarmee de schuifbalk per eenheid wordt verschoven) en een standaardwaarde. We geven beide elementen ook een label, met diezelfde standaardwaarde, zodat de gebruiker niet alleen een bolletje op een schuifbalk ziet, maar ernaast ook de waarde die daardoor wordt ingesteld.

Eronder plaatsen we dan een element div waarin de grafiek komt. We definiëren hier ook een script dat naar het Python-bestand en de configuratie met de te installeren pakketten verwijst. In de elementen input verwijzen we ook naar de in dit Python-bestand gedefinieerde functie plot_sine die wordt uitgevoerd bij elke wijziging van de invoer in het element. De webapplicatie roept de functie daardoor aan telkens als je aan de schuifbalk sleept.

7 Sinus plotten

Dan volgt uiteindelijk de code in main.py om de sinusfunctie te plotten:

De code kun je downloaden van en daarna vanuit een programma als Kladblok overnemen.

De functie plot_sine haalt allereerst de waarde op van het element met de id amplitude en wijzigt de tekst van het label voor dat element naar die waarde. Daarna doet de functie hetzelfde voor het element met de id period. Deze eerste regels code synchroniseren dus elke keer de getoonde waarde met de ingestelde waarde, zodat de gebruiker onmiddellijk feedback krijgt bij het schuiven.

Daarna creëren we met NumPy’s functie arange een reeks x-waarden en vervolgens berekenen we voor elk van die x-waarden de sinusfunctie met NumPy’s functie sin. Door het argument van de sinusfunctie te vermenigvuldigen met 2π en te delen door de periode, berekenen we de sinus met de gewenste periode: de kromme wordt zo breder of smaller geplot. Door het resultaat van de sinusfunctie met de amplitude te vermenigvuldigen, wordt de kromme hoger of lager geplot.

Uiteindelijk maken we de huidige figuur leeg, plotten we de x- en y-waardes in het blauw, voegen we een raster toe en stellen we het bereik voor de x- en y-as in. Daarna tonen we de plot in het target sine, dat verwijst naar de id van het desbetreffende element div in het html-bestand. Helemaal op het einde van het Python-bestand roepen we de functie ook expliciet op. Zo wordt de grafiek ook getoond nadat de pagina is geladen, zonder dat de gebruiker eerst met een van de schuifbalken moet schuiven.

Deze grafiek plotten we in Python dankzij Matplotlib.

8 JavaScript in Python aanroepen

Er bestaat uiteraard al een heel ecosysteem van JavaScript-bibliotheken voor webapplicaties. Je hoeft het wiel niet opnieuw uit te vinden in Python of een Python-alternatief te zoeken als je er al een in JavaScript bij de hand hebt. Zoals we eerder al schreven, biedt PyScript volledige interoperabiliteit tussen Python- en JavaScript-code in je webapplicaties. Om JavaScript-functies in je Python-code aan te roepen, importeer je de globale JavaScript-namespace met:

import js

Daarna gedraagt js zich in je Python-code als een Python-module en kun je alle globale JavaScript-functies aanroepen met js.naamvanfunctie.

Als je asynchrone JavaScript-functies wilt aanroepen, moet je ook de module asyncio in je Python-code importeren en de functies aanroepen met await ervoor.

9 Alles in één

Laten we dit eens illustreren met een eenvoudig voorbeeld dat de JavaScript Fetch API gebruikt om je publieke ip-adres via de website ipify op te vragen. We tonen meteen een alternatieve manier om PyScript te gebruiken door de Python-code rechtstreeks in het html-bestand te plaatsen in plaats van een afzonderlijk Python-bestand. Zo heeft onze webapplicatie maar één bestand nodig, het html-bestand:

De code kun je downloaden van en daarna vanuit een programma als Kladblok overnemen.

We creëren hier in de body een element py-script met daarin de Python-code. Merk op dat dit element een attribuut async heeft, omdat we in de Python-code een asynchrone functie met await aanroepen. Zonder het attribuut async zou de code niet werken.

De JavaScript Fetch API biedt een eenvoudige manier aan om http-aanroepen in je webapplicatie te doen.

10 Webpagina ophalen

De code roept de globale JavaScript-functie fetch aan met als argument de url van de API van ipify. Dit is een asynchrone JavaScript-functie, vandaar dat we die aanroepen met awaitjs.fetch(url). Van het resultaat vragen we de tekst op. Omdat dit ook een asynchrone JavaScript-functie is, moeten we dit in onze Python-code ook met await aanroepen.

Als dit succesvol is, bevat de variabele public_ip het antwoord van de webserver van ipify, namelijk je publieke ip-adres. We creëren dan een f-string met de boodschap “Mijn publieke IP-adres:” gevolgd door het betreffende ip-adres. Met de functie display (die je niet mag vergeten te importeren uit de module pyscript) toon je deze string in het html-element waarin deze Python-code wordt uitgevoerd, namelijk het paragraaf-element p. En zo krijg je wanneer je deze webpagina laadt na een korte pauze je ip-adres te zien.

11 Python REPL

Met PyScript kun je zelfs een Python REPL (read-eval-print loop) in je webpagina toevoegen: een terminalvenster waarin je Python-opdrachten uitvoert, volledig client-side in je webbrowser. De html-code hiervoor ziet er als volgt uit:

De code kun je downloaden van en daarna vanuit een programma als Kladblok overnemen.

De attributen terminal en worker voor het element script zijn hier belangrijk. Het eerste attribuut toont een terminal waarin de uitvoer van de Python-functie print komt, en het tweede attribuut maakt de terminal interactief (bijvoorbeeld om de gebruiker invoer te vragen met de Python-functie input).

Als je deze webapplicatie zo zou uitvoeren, zou je in de JavaScript-console een foutmelding krijgen: “Error: Unable to use SharedArrayBuffer due insecure environment.” Om je webpagina in een veilige context te plaatsen, moet je de HTTP-headers Cross-Origin-Opener-Policy, Cross-Origin-Embedder-Policy en Cross-Origin-Resource-Policy instellen.

De eenvoudige ingebouwde webserver van Python die we in dit artikel gebruiken, doet dat niet. Maar als je het bestand mini-coi.js via deze GitHub-pagina downloadt en in dezelfde directory als je html-bestand opslaat, en in het element head van je html-pagina vóór alle scripts, links en styles hiernaar verwijst met <script src="./mini-coi.js" scope="./"></script>, werkt dit wel. Laad de pagina, wacht even tot de Python-omgeving is opgestart, en je kunt aan de slag in je interactieve Python-terminal.

Een volledige Python-terminal in je webapplicatie? Dat is maar enkele regels PyScript-code.

Fouten in je code oplossen Als je Python-code een syntaxisfout bevat, zal PyScript die in een rood tekstveld tonen zodra je webapplicatie de Python-code laadt. Helaas betekenen de regelnummers die je te zien krijgt niets, maar je krijgt wel de inhoud van de regel code te zien waar het misgaat. Voor niet al te grote programma’s zul je de bron van de fout wel snel vinden. Het gebruik van een code-editor voor je Python-code zal je ook al wel helpen om fouten te vinden. Het is dan ook een nadeel als je Python-code rechtstreeks in je html-bestand opneemt in een element py-script: je kunt dan niet profiteren van syntax highlighting of andere handigheidjes van een Python-ontwikkelomgeving.

Nog een tip: met de Python-functie print kun je informatie in de JavaScript-console van je webbrowser tonen, wat handig is tijdens het testen van je code.

Watch on YouTube
▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.