ID.nl logo
 Met commando's je Windows-systeem beheren, zo doe je dat
© fatmawati - stock.adobe.com
Huis

Met commando's je Windows-systeem beheren, zo doe je dat

De naam Windows geeft al aan dat dit besturingssysteem zich graag vanuit grafische vensters laat aansturen. Zo zijn we het inmiddels misschien gewend, maar sommige taken laten zich nog altijd beter of tenminste sneller vanaf de Opdrachtprompt uitvoeren.

In dit artikel laten we zien hoe je taken vanaf de Opdrachtprompt kunt uitvoeren in Windows en wat je hier allemaal mee kunt doen, onder meer:

  • Informatie opvragen over de gebruikers
  • Informatie over de schijven opvragen
  • Back-uppen
  • Processen beëindigen
  • Batchscripts creëren

Toch liever met vensters je computer beheren? Lees dan ook dit artikel: Deze verborgen pareltjes in Windows kende je nog niet

Tip 01: Starten

Je kunt op verschillende manieren de Opdrachtprompt starten, ook wel bekend als de command line interface (CLI). Een manier is bijvoorbeeld door Opdrachtprompt of cmd te tikken in het Windows-startmenu. Als de commando’s die je wilt uitvoeren beheerrechten vereisen, dan klik je met de rechtermuisknop op Opdrachtprompt en kies je voor Uitvoeren als administrator. Het Opdrachtprompt-venster zal dan beginnen met de titel Administrator: […].

Een andere manier is door Ctrl+Shift+Esc in te drukken om het Taakbeheer te openen, dan selecteer je Bestand / Nieuwe taak uitvoeren, waarna je cmd tikt en op Enter drukt of op OK klikt. Eventueel kun je nog een vinkje plaatsen bij Deze taak met administratorbevoegdheden uitvoeren voordat je bevestigt met OK.

Als je de Opdrachtprompt direct in een specifieke map wilt openen, bijvoorbeeld om bestandsbewerkingen uit te voeren, navigeer je in Verkenner naar de gewenste map, klik je met de rechtermuisknop op een lege plek in deze map en kies je Openen in Terminal. Helaas gebeurt dit niet als administrator. Als je dit wel wilt, is er een vrij complexe registerbewerking nodig. De stappen hiervoor worden hier beschreven. We hebben deze procedure succesvol getest op Windows 11, maar let op die pagina goed op de tekst in de bijbehorende schermafbeeldingen.

Rechtstreeks in een specifieke map met administratorbevoegdheden.

Terminal versus Conhost Afhankelijk van je Windows-versie verschilt het uiterlijk van je Opdrachtprompt-venster. Vanaf Windows 11 22H2 is dit de Windows Terminal-app, terwijl oudere versies gebruikmaken van Windows Console Host. In Windows 11 heb je trouwens nog steeds de optie om Conhost op te starten in plaats van Opdrachtprompt.

Je kunt het uiterlijk van het oude venster aanpassen door rechts te klikken op de titelbalk en Eigenschappen te selecteren, maar Windows Terminal biedt meer mogelijkheden. Als je met rechts klikt op het geopende tabblad, kun je via Color de kleurweergave wijzigen. Voor meer opties klik je op het pijlknopje en kies je Instellingen. Open vervolgens Command Prompt en bekijk de opties onder Appearance en Advanced. Wil je dat het standaardprofiel Command Prompt is bij het opstarten van de Terminal-app, stel dat dan in via Instellingen / Startup.

Als je een oudere Windows-versie hebt dan 22H2, kun je Windows Terminal vanuit de Microsoft Store-app desgewenst nog downloaden en installeren.

Links: de oude Conhost, rechts het nieuwe Windows Terminal.

Tip 02: Gebruik

Voordat we een reeks nuttige commando’s bespreken, geven we eerst enkele handige tips om efficiënter te werken op de Opdrachtprompt. Om snel een overzicht van de ingebouwde commando’s te krijgen, volstaat het commando help. Elk commando dien je wel te bevestigen met de Enter-toets. Voor informatie over een specifiek commando volstaat een van deze opdrachten:

help <commando>

Of:

<commando> /?

Bijvoorbeeld:

help doskey

Of:

prompt /?

Het laatste commando vertelt je dat je de prompt kunt aanpassen met tekst en allerlei variabelen, zoals:

prompt Station $N:

Met prompt zonder verdere parameters herstel je de standaardprompt.

Duurt de uitvoer van sommige commando’s te lang dan kun je deze onderbreken met Ctrl+C. Met cls schoon je het Opdrachtprompt-venster in één keer op. Druk (herhaaldelijk) op de Tab-toets om bestands- of mapnamen automatisch te laten verschijnen of op Shift+Tab voor de omgekeerde alfabetische volgorde.

Om snel een eerder uitgevoerd commando te herhalen, druk je op F3 (voor het vorige commando) of op F8 (hiermee navigeer je omgekeerd chronologisch door je commandolijst). Druk je op F7, dan zie je een menu met de commandogeschiedenis en selecteer je met de muis of de pijltoetsen het gewenste commando.

We gaan ervan uit dat je de werking van het commando cd kent. Dit gebruik je om naar een ander pad te navigeren, bijvoorbeeld:

cd\

(rootmap)

cd..

(hogere map)

cd c:\windows

(specifieke map)

Of je kopieert een pad in Verkenner met Ctrl+C naar het klembord en je plakt dit op de Opdrachtprompt met Ctrl+V.

Met F7 blader je door je recente commandogeschiedenis.

Tip 03: Informatie opvragen

Windows heeft diverse commando’s waarmee je allerlei informatie kunt opvragen over gebruikers, netwerkverbindingen, je systeem enzovoort. We bespreken kort enkele handige tools.

Om snel uit te zoeken met welk account iemand is aangemeld en wat de computernaam is, volstaat het commando whoami. Wil je ook weten tot welke groepen de gebruiker hoort, gebruik dan:

whoami /groups

Ben je geïnteresseerd in allerlei informatie over je systeem, voer dan systeminfo uit. Of met onderstaande toevoeging om de gegevens in een tekstbestand te bewaren:

systeminfo >systeeminfo.txt

Je vindt hier onder meer het processortype en systeemmodel, de BIOS-versie, de hoeveelheid fysiek en virtueel geheugen.

Dit commando geeft je informatie over je netwerkadapters, zoals het ip-adres en fysieke MAC-adres, evenals de gateway (wat meestal het ip-adres van je router is):

ipconfig /all

Om een ip-adres van een webserver te achterhalen, gebruik je de opdracht:

nslookup <webadres>

Hiermee krijg je de namen te zien van de draadloze netwerken waarmee je systeem eerder al verbonden was:

netsh wlan show profile

Deze opdracht toont je het netwerkwachtwoord bij Key Content in de rubriek Security Settings (vervang <wifi-netwerknaam> door de echte naam):

netsh wlan show profile <wifi-netwerknaam> key=clear

Werk je met een laptop en zoek je uitgebreide informatie over de batterijstatus, gebruik dan:

powercfg /batteryreport

Je krijgt inzage in dit rapport door op Windows-toets+R in te drukken en de standaardlocatie C:\windows\system32\battery-report.html in te tikken.

Van gebruikers over netwerken tot accu’s: Windows weet het allemaal!

Tip 04: Schijfbeheer

Ben je vooral geïnteresseerd in informatie over de aangesloten stations, dan kun je met fsutil aan de slag. Zo levert deze opdracht een lijst van alle gedetecteerde stations:

fsutil fsinfo drives

Om te weten om welk type het precies gaat, gebruik je (vervang x: door de gewenste stationsletter):

fsutil fsinfo drivetype x:

Mogelijke resultaten zijn Fixed Drive, Removable Drive en Remote/Network Drive.

Dit commando vertelt je hoeveel schijfruimte je nog over hebt:

fsutil volume diskfree x:

Technisch geïnteresseerde gebruikers moeten zeker ook deze opdracht uitproberen en het verschil bekijken tussen een NTFS- en een (ex)FAT-station (zoals bij een usb-stick):

fsutil fsinfo volumeinfo x:

Je merkt dat een NTFS-geformatteerd station veel meer ingebouwde functies ondersteunt, waaronder schijfquota, bestandsencryptie en -compressie.

Met fsutil kun je niet alleen informatie opvragen, maar ook bepaalde functies aanpassen. We nemen de zogeheten TRIM-functie op een ssd-schijf als voorbeeld. Deze zorgt ervoor dat data van verwijderde bestanden op de betreffende ssd-sectoren tijdens onbenutte momenten echt worden gewist, zodat dit niet meer hoeft te gebeuren op het ogenblik dat daar nieuwe bestanden worden bewaard. Deze functie zorgt er dus voor dat gegevens sneller naar de ssd worden geschreven. Hiermee vraag je de actuele TRIM-status op:

fsutil behavior query disabledeletenotify

Verschijnt NTFS DisableDeleteNotify = 0 (Disabled), dan is (enigszins verwarrend) TRIM ingeschakeld. Wil je TRIM alsnog inschakelen als dat niet zo blijkt te zijn (wat we over het algemeen aanraden), voer dan deze opdracht uit:

fsutil behavior set disabledeletenotify 0

Met de parameter 1 schakel je TRIM weer uit.

Met de juiste parameters kom je heel wat (technische) informatie over je schijven te weten.

Tip 05: Back-ups (en meer)

Windows heeft ook diverse interne commando’s waarmee je data kunt kopiëren, zoals copy en xcopy. Nog krachtiger, maar minder bekend, is het commando robocopy, dat je goed kunt inzetten voor diverse kopieer- en back-upoperaties.

Om bijvoorbeeld bestanden uit een map te synchroniseren met een andere map kun je het volgende commando gebruiken:

robocopy "c:<bronmap>" "d:<doelmap>" /E /MIR /XX /LOG:logrc.txt

De parameter /E (empty)zorgt ervoor dat ook (lege) submappen worden meegenomen en /MIR (mirroring) regelt een exacte kopie van de data. Met de parameter /XX voorkom je dat reeds bestaande bestanden in de doelmap worden overschreven. Met de parameter /LOG:logrc.txt bewaar je alle details van de kopieeroperatie in een logbestand.

Er zijn nog veel andere parameters, die specifiek voor kopieeroperaties naar een netwerkshare nuttig kunnen zijn, zoals:

robocopy "c:<bronmap>" \nas\backup\data /ZB /R:2 /W:3 /MT:12

Met de parameter /ZB wordt de operatie in een herstartbare modus uitgevoerd. Lukt een kopieeractie slechts gedeeltelijk, dan wordt bij de volgende ronde alleen nog het resterende deel gekopieerd. Met /R geef je aan hoeveel keer robocopy een kopieeractie moet proberen en met /W geef je aan hoeveel seconden tussen elke poging wordt gewacht. Met /MT ten slotte kun je in theorie tot 128 bestanden tegelijk kopiëren (het standaardaantal is 8).

Robocopy: van simpele kopieeracties tot uitgekiende synchronisatie-operaties.

Zo breng je structuur aan in de chaos van bestanden op je pc: Rommeltje van gemaakt? Zo deel je je schijven overzichtelijk in

Tip 06: Bestandscontrole

Het commando chkdsk <stationsletter> is geen onbekende. Hiermee kun je snel controleren of er mogelijk beschadigingen zijn ontstaan in het bestandssysteem. Om het station ook te controleren op slechte sectoren, gebruik je de parameter /R (read). Als je eventuele fouten wilt herstellen, gebruik dan de combinatie /R /F (read en fix). Houd er wel rekening mee dat de bestanden opnieuw worden samengesteld zonder de (onleesbare) gegevens uit de corrupte sectoren. Hierdoor is het mogelijk dat je deze niet meer kunt benaderen met de gebruikelijke applicaties.

Het kan ook gebeuren dat sommige Windows-functies niet meer (goed) functioneren of dat Windows Update klaagt over systeembeschadigingen. In dat geval kun je een analyse laten uitvoeren van alle belangrijke systeembestanden. Start de Opdrachtprompt als administrator en voer het volgende uit om de gezondheidsstatus van je lokale Windows-image te controleren:

dism.exe /Online /Cleanup-image /Checkhealth

Je kunt indien gewenst een grondigere controle uitvoeren door de parameter /Checkhealth te vervangen door /ScanHealth.

Als een van beide commando’s fouten aangeeft, voer het commando dan opnieuw uit, maar vervang de laatste parameter door /RestoreHealth. Hierdoor wordt een nieuw image gecreëerd met behulp van Windows Update.

Nadat dit is voltooid, voer je sfc /scannow uit. Hiermee worden corrupte systeembestanden vervangen door de gecachete originelen. Houd er rekening mee dat dit commando behoorlijk wat tijd in beslag kan nemen.

Overigens kun je met sfc ook een specifiek systeembestand controleren wanneer je vermoedt dat dit bestand corrupt is:

sfc /verifyfile="<pad_naar_systeembestand>"

Bijvoorbeeld:

sfc /verifyfile="c:\windows\system32\kernel32.dll"

Windows heeft verschillende commando’s voor het opsporen en herstellen van beschadigde bestanden.

Run-commando’s In dit artikel hebben we het nagenoeg alleen over commando’s die je vanaf de Opdrachtprompt uitvoert, maar het zou zonde zijn als we de zogeheten run-commando’s onvermeld laten. Je start deze vanuit het venster Uitvoeren, dat je opent met de toetscombinatie Windows-toets+R. Tik daarna het gewenste commando in en druk op Enter of klik op OK. Wil je het commando als administrator uitvoeren? Gebruik dan Ctrl+Shift+Enter voor bevestiging.

Het gaat om zeer uiteenlopende commando’s (enkele honderden), probeer het maar eens met commando’s als cmd, regedit, ms-settings:colors en displayswitch. Teveel om hier op te noemen dus, maar op een site als All Things How vind je ze vrijwel allemaal. Wij hebben er zo’n 350 geteld.

Een kleine greep uit Windows’ rijkgevulde arsenaal van run-commando’s.

Tip 07: Servicebeheer

Op de achtergrond zijn er altijd heel wat services actief. Je krijgt hiervan een overzicht wanneer je op Windows-toets+R drukt en services.msc uitvoert. Het kan gebeuren dat je onder bepaalde omstandigheden sommige services wel of juist niet actief wilt hebben, bijvoorbeeld tijdens het gamen. Dan is het makkelijker wanneer je zo’n service vanaf de Opdrachtprompt kunt in- of uitschakelen. Dat kan met deze commando’s:

sc start "<servicenaam>"

En:

sc stop "<servicenaam>"

Je hebt niet de weergavenaam (display name) nodig, maar de echte servicenaam, die vaak is ingekort. Je kunt deze opvragen met sc query, of met een gerichte zoekopdracht als:

sc query type=service state=all | find /i "dhcp"

In dit voorbeeld zoek je naar alle services (ongeacht de status) waarin dhcp in de naam voorkomt.

Om de servicestatus op te vragen gebruik je:

sc queryex "<servicenaam>"

Is de service actief (running), dan krijg je hiervan tevens de PID (Process Identifier) te zien (zie ook tip 8). Om een service uit te schakelen die momenteel nog automatisch met Windows wordt opgestart (bij services.msc lees je dan Automatisch af in de kolom Opstarttype) voer je het volgende commando uit:

sc config <servicenaam> start=disabled

Met start=auto laat je die alsnog weer automatisch opstarten.

Controleer de servicestatus en schakel services naar wens in of uit.

Tip 08: Procesbeheer

Je hebt vast weleens meegemaakt dat een toepassing niet wil afsluiten of opstarten omdat het nog actief is op de achtergrond. Hier is hoe je dat oplost.

Om te beginnen, zoek je de PID (Process Identifier) van het proces of programma op. Open Taakbeheer met Ctrl+Shift+Esc en ga naar het tabblad Processen. Daar zie je een overzicht van alle actieve toepassingen, achtergrondprocessen en Windows-processen.

Probeer het eerst door het problematische item te selecteren en rechtsonder op Beëindigen te klikken. Als dat niet werkt of als je meerdere programma’s of processen tegelijk wilt afsluiten, open dan de Opdrachtprompt als administrator en voer deze opdracht uit:

taskkill /PID <pid-nr>

Of gebruik deze opdracht om het proces geforceerd te beëindigen:

taskkill /F /PID <pid-nr>

Je kunt ook het proces stoppen aan de hand van de procesnaam. Gebruik het commando tasklist om de procesnaam en de bijbehorende PID te vinden. Vervolgens voer je dit commando uit om het proces te beëindigen:

taskkill /IM <procesnaam>

Houd er rekening mee dat er een verschil is tussen deze twee methodes. Met de procesnaam sluit je alle processen met die naam af, terwijl je met de /PID-parameter naar een specifieke procesinstantie verwijst. Als je toch ook alle bijbehorende ‘kindprocessen’ wilt beëindigen, gebruik dan de parameter /T. Om meerdere processen tegelijk af te sluiten, gebruik je de opdracht:

taskkill /PID <pid-nr1> /PID <pid-nr2> /PID <pid-nr3>

Tegenstribbelende processen leg je zo het zwijgen op.

Tip 09: Taakbeheer

Windows beschikt over een ingebouwde taakplanner (druk op de Windows-toets, tik taakplanner in en voer de gelijknamige toepassing uit), maar je kunt ook taken plannen en beheren vanaf de opdrachtregel of via een batchbestand.

Gebruik het commando schtasks (schedule tasks), uit te voeren als administrator. Om bijvoorbeeld een wekelijkse, automatische herstart in te plannen, voer je het volgende commando uit:

schtasks /create /sc weekly /d FRI /st 17:00 /tn "autoherstart" /tr "shutdown -r -f -t 30"

De parameters spreken voor zich: /sc weekly betekent wekelijks, maar er zijn andere opties zoals hourly, daily, monthly, once, onstart, onlogon en onidle. Achter /d voer je de eerste drie letters van de dagen in (in het Engels), achter /tn vul je de taaknaam in en achter /st komt de starttijd. Achter /tr voer je tussen aanhalingstekens het gewenste commando of het volledige pad naar de gewenste applicatie in. In ons voorbeeld hebben we het ingebouwde commando shutdown gebruikt, maar dit kan net zo goed om een externe toepassing gaan, zoals:

schtasks /create /sc onlogon /tn "Chrome" /tr "C:\Program Files (x86)\Google\Chrome\Application\chrome.exe"

Met het schtasks /change kun je een taak aanpassen en hiermee verwijder je een taak:

schtasks /delete /tn "<bestaande_taaknaam>"

Taken beheren kan net zo goed (en veel vlugger) vanaf de Opdrachtprompt.

Tip 10: Cpu-beheer

Windows verdeelt de processortijd over toepassingen of processen op basis van prioriteit. Hoe hoger de prioriteit, hoe meer processortijd voor een proces. Naast prioriteit beïnvloedt ook affiniteit de procesprestaties. Affiniteit verwijst naar de processorkern(en) waarop een proces wordt uitgevoerd. Standaard voert Windows een proces uit op alle processorkernen, maar je kunt ook zelf bepalen op hoeveel en welke kernen dit moet gebeuren.

Je kunt zowel de prioriteit als de affiniteit instellen via Taakbeheer, maar op die manier is zo’n aanpassing alleen geldig voor de huidige Windows-sessie.

Als je applicaties wilt starten met een vaste prioriteit en/of affiniteit, moet je een andere methode gebruiken. Klik met de rechtermuisknop op de snelkoppeling van de gewenste applicatie en kies Eigenschappen. Ga naar het tabblad Snelkoppeling en vul het Doelveld in als volgt:

cmd.exe /c start "<programmanaam>" /<prioriteit> /affinity <#> "<programmapad>"

Bijvoorbeeld:

cmd.exe /c start "Steam" /high /affinity F0 "C:\Program Files (x86)\Steam\steam.exe"

Om de prioriteit aan te geven, gebruik je een van de volgende parameters: /low, /belownormal, /normal, /abovenormal, /high (of /realtime). De affiniteit wordt aangegeven met een hexadecimaal getal.

Stel, je cpu heeft acht kernen en je wilt de vier hoogste gebruiken, dan is dat in binaire vorm 11110000 (1 voor de vier hoogste; 0 voor de vier laagste). In hexadecimale notatie wordt dat F0. Je kunt een omrekenhulpmiddel gebruiken, bijvoorbeeld via deze webpagina.

Hier ga je dus niet zelf naar de Opdrachtprompt, maar laat je deze door de applicatie oproepen (met cmd.exe /c start) en uitvoeren. Dit is dus ook mogelijk.

Je kunt een vaste cpu-prioriteit en -affiniteit geven aan een applicatie.

Tip 11: Batch(lus)

Een van de grote voordelen van opdrachtregelcommando’s is hun naadloze integratie in batchscripts. Je hoeft alleen maar het batch-bestand uit te voeren – of het op te nemen in de Windows Taakplanner voor verdere automatisering – om alle opgenomen commando’s achtereenvolgens uit te voeren. Standaard gebeurt dit in chronologische volgorde: eerst het eerste commando, dan het tweede enzovoort. Maar ook complexere batch-constructies zijn mogelijk, zoals het uitvoeren van een lus.

Een voorbeeld verduidelijkt dit. Stel dat je een map hebt met talrijke bestanden en je automatisch alle bestanden van bepaalde typen wilt verwijderen, kopiëren of verplaatsen. Typ dan de volgende regels in Kladblok en sla het bestand op met de extensie .bat of .cmd (dus niet .txt):

De eerste en laatste regel zijn optioneel en dienen alleen om feedback aan de gebruiker te geven. Alle actie staat in de tweede regel. Deze zorgt ervoor dat alle bestanden met de opgenomen extensies (hier bak, tmp, jpg, log en txt) direct worden verwijderd. Plaats het gewenste pad tussen de aanhalingstekens. De parameter /s verwijdert ook bestanden in onderliggende submappen.

Om bestanden te kopiëren in plaats van te verwijderen, gebruik je:

for %%v in (bak tmp jpg log txt) do copy "<bronpad>" "<doelpad>"

Voor verplaatsen gebruik je:

for %%v in (bak tmp jpg log txt) do move "<bronpad>" "<doelpad>"

Wis, kopieer of verplaats in één keer alle bestanden met specifieke extensies.

Tip 12: Omgevingsvariabelen

Wanneer je een batchbestand wilt uitvoeren vanaf de Opdrachtprompt, moet je meestal eerst naar de map met dat batchbestand navigeren. Je kunt dit efficiënter doen door het pad naar je batchbestanden, scripts of andere opdrachtregeltools toe te voegen aan de omgevingsvariabelen van Windows.

Om dit te doen, start je de Opdrachtprompt op als administrator. Gebruik het commando set om een overzicht van de omgevingsvariabelen te krijgen, inclusief de variabele path. Met echo %path% krijg je alleen de inhoud van de path-variabele te zien. Voeg het volledige pad naar de map met de batchbestanden toe aan de path-variabele met het volgende commando:

setx path "%path%;<volledig_pad_naar_map>" /M

Bijvoorbeeld iets als:

setx path "%path%;c:\data\mijnscripts" /M

De parameter /M staat voor machine en zorgt ervoor dat het pad systeemwijd wordt toegevoegd.

Onze omgevingsvariabele path is blijkbaar wat uit zijn voegen gegroeid. 

Complete toolkits Windows biedt een breed scala aan opdrachtregelcommando’s, maar er zijn ook talrijke applicaties die zich laten aansturen vanaf de Opdrachtprompt, zodat je deze kunt automatiseren via batch-bestanden of de Taakplanner.

Bekende ontwikkelaars als Nir Sofer en Mark Russinovich hebben zelfs uitgebreide toolkits ontwikkeld met verschillende systeemtools, die je ook via de Opdrachtprompt kunt gebruiken: NirLauncher en Sysinternals Suite.

Maar het wordt nog mooier: WSCC (Windows System Control Center) combineert namelijk beide toolkits en nog enkele andere in één grafische interface, van waaruit je alle tools overzichtelijk gerubriceerd en kort toegelicht kunt starten. Je kunt WSCC downloaden (beschikbaar in zowel 32- als 64bit-versies, zowel installeerbaar als draagbaar). Je hebt de mogelijkheid om zelf te bepalen welke toolkits en tools je daadwerkelijk wilt downloaden en installeren. In totaal zijn er bijna driehonderd tools beschikbaar (zonder die van Windows zelf), die samen slechts 230 MB schijfruimte innemen.

Via de Updates-knop kun je snel eventuele updates detecteren en downloaden, en met de New Console-knop krijg je direct toegang tot de Opdrachtprompt vanuit WSCC, waar je meteen aan de slag kunt. Je start WSCC bij voorkeur als administrator op.

WSCC: zo’n driehonderd handige systeemtools vanuit één venster, zowel grafisch als op de opdrachtregel.

▼ Volgende artikel
Personalisatie: zo zet je Android en iOS naar je hand
© MG | ID.nl
Huis

Personalisatie: zo zet je Android en iOS naar je hand

Met het kiezen van een eigen thema, bedieningspanelen en omgeving zet je je Android- of iOS-toestel pas echt naar je hand. Android 16 en iOS/iPadOS 26 bevatten voldoende mogelijkheden voor een gepersonaliseerde omgeving. Hoe je te werk gaat, lees je hier.

In dit artikel kijken we naar Android 16 en iOS 26. Voor Android maken we gebruik van een Samsung-toestel in combinatie met One UI 8. We beginnen met Android, want de meest recente versie beschikt over interessante opties om de omgeving te personaliseren. Verderop lees je over iOS 26.

Ben je wat uitgekeken op de statische achtergronden van je Android-toestel, dan kun je een dynamische achtergrond gebruiken. Open de instellingen en kies Achtergrond en stijl, Achtergronden wijzigen. Blader naar beneden en tik op Dynamisch vergrendelscherm. Hier kun je verschillende categorieën kiezen. Kies maximaal vijf aansprekende categorieën. Vervolgens wordt elke 2 weken een nieuwe set afbeeldingen geladen. Standaard worden de nieuwe afbeeldingen alleen gedownload met een wifi-verbinding. Wil je dat de plaatjes ook via een mobiele verbinding worden bijgewerkt, dan activeer je Downloaden met mobiele gegevens. Als je geen veranderende foto’s wilt zien, maar in plaats hiervan veranderende kleuren, kies je in de sectie Kleuren voor Dynamisch.

Dynamische achtergronden zorgen voor afwisseling.

Bediening met één hand

Als je gebruikmaakt van een telefoon met een relatief groot scherm, kun je het systeem hier beter rekening mee laten houden. Tik in de instellingen op Geavanceerde functies en schakel de optie Bediening met één hand in. Je kunt de verschillende elementen op het scherm nu beter met één hand (je duim) bedienen.

Wil je een specifieke app in een andere taal gebruiken, dan hoef je hiervoor niet de volledige gebruikersomgeving om te zetten. Kies in de instellingen voor

Algemeen beheer, Talen van app. Kies de app waarvoor je de taal wilt instellen en kies een taal uit de lijst Alle talen. Je kunt op elk moment terugkeren naar de oorspronkelijke instelling: kies in hetzelfde venster voor Systeemstandaard.

Handig: voor specifieke apps een andere taal hanteren.

Snelle instellingen

Geef het onderdeel Snelle instellingen (Quick Panel) een eigen indeling. Het onderdeel verschijnt wanneer je met de vinger vanuit de rechterbovenhoek naar beneden veegt. Tik op de knop met de pen. Eerst bepaal je de volgorde van de elementen: tik op een component en sleep het vervolgens naar de gewenste locatie. Tik hierna op Bewerken: je vindt deze knop bij de onderdelen die je kunt aanpassen. Je kunt vervolgens de individuele knoppen verplaatsen naar een andere locatie. Ook kun je deze knoppen verwijderen (gebruik het minteken linksboven elk pictogram) en andere knoppen toevoegen via het venster Beschikbare knoppen. Tot slot is het mogelijk om het gedeelte met de knoppen groter te maken, zodat je meer knoppen in één keer ziet. Pak de onderrand van het blok en sleep de rand naar beneden, totdat een extra rij met knoppen verschijnt. Tevreden met de instellingen? Bevestig met een tik op Gereed.

Het venster Snelle instellingen is flink op de schop gegaan.

Niet meer los

Geeft je Android-toestel het onderdeel Snelle instellingen apart weer van het scherm met de meldingen? In het verleden waren beide schermen gecombineerd in één weergave. Wil je terug naar die oude situatie? Open het onderdeel Snelle instellingen in de bewerkingsmodus (via de knop met de pen). Tik hierna op Vensterinstellingen. Kies voor Samen: beide vensters worden weer gecombineerd zoals vanouds. Je kunt ook kiezen om het venster Snelle instellingen links in plaats van rechts te tonen. Kies in hetzelfde scherm voor Quick Panel aan linkerkant.

Je hoeft geen genoegen te nemen met losse vensters.

Aangepaste pictogrammen

Toe aan andere vormen voor de pictogrammen in Android? Dat is mogelijk. Tik op een leeg gedeelte van het thuisscherm. Onderin verschijnt een balk met keuzen. Kies voor Achtergrond en stijl. Kies voor Pictogrammen. Vervolgens kun je kiezen uit verschillende vormen, waaronder een boog, vierkant en rechthoek. Of je deze functie aantreft op je telefoon, is afhankelijk van de fabrikant. Bij Samsung heb je de app Good Lock nodig. Je vindt deze als beschikbare download in de Galaxy Store. Bij Pixel-telefoons is de optie direct toegankelijk via de gebruikersomgeving. 

Verlichtingseffect

Krijg je een melding binnen, dan kun je het als een subtiele lijn rondom het scherm tonen. Via instellingen kies je voor Meldingen, Pop-upstijl melding. Tik op Verlichtingseffect toevoegen. De optie Basis geeft een subtiele lijn, maar je kunt ook uitgebreidere effecten tonen, zoals Spotlight of Echo. Kies de tab Kleur om een aangepaste kleur te kiezen. Normaal gesproken past de kleur zich aan de app aan. In de sectie Geavanceerd kun je details aanpassen, zoals transparantie, breedte en duur van het effect. De kleur kan ook op basis van een trefwoord veranderen. Tik op Kleur van verlichtingseffect op trefwoord. In de sectie Trefwoord tik je op het plusteken (+) om nieuwe trefwoorden (bijvoorbeeld van contactpersonen) op te geven. Kies hierna de kleur die je wilt toepassen op het verlichtingseffect.

Een verlichtingseffect zodra je een melding ontvangt.

iOS

Ook iOS (en iPadOS) kun je goed naar je hand zetten. Recent bracht Apple iOS 26 uit. Mogelijk verwachtte je iOS 19 als logische opvolger van versie 18, maar de makers uit Cupertino hanteren voortaan een ander naamschema. iOS 26 verwijst naar 2026. Opvallend aan deze editie is het nieuwe Liquid Glass Design, waarin transparantie en spiegelingen een grote rol spelen. Er zijn volop aanpassingsmogelijkheden, beginnend bij het vergrendelingsscherm. Tik hierop en kies Pas aan, Pas huidige achtergrond aan.

Tik op de datum bovenin om een widget te kiezen en meer informatie te tonen, bijvoorbeeld het weer. In het venster vind je een overzicht van bruikbare widgets en suggesties. Waar mogelijk gebruikt iOS het ‘glass’-ontwerp, dus ook bij de klok. Gelukkig kun je dit aanpassen als je niet enthousiast bent. Tik erop en schakel onderin het venster tussen Glas en Effen. In hetzelfde venster kun je ook een kleur selecteren, terwijl je met de schuifregelaar de dikte van de klok kiest. Via Voeg widgets toe kun je extra widgets op het vergrendelingsscherm plaatsen. Via het element onderin kun je swipen tussen verschillende achtergronden.

iOS 26 hanteert het Liquid Glass-design.

Zonder achtergrond

iOS bevat de nieuwe app Voorvertoning. Hiermee kun je documenten scannen, invullen en opslaan als pdf-bestand. Wil je een nieuwe achtergrond op het vergrendel- of thuisscherm instellen, maar heeft de afbeelding een achtergrond die je liever niet ziet? Ook dan kun je de app Voorvertoning inzetten. Open de afbeelding en tik op de knop rechtsboven (herkenbaar aan >>). Kies voor Verwijder achtergrond. Sla de afbeelding opnieuw op en gebruik deze vervolgens als achtergrond. 

Thuisscherm

Ook het thuisscherm zetten we naar onze hand. Tik op een leeg gedeelte en kies Wijzig, Pas aan. Je kunt nu kiezen hoe de pictogrammen worden getoond. De standaardmodus ken je al van eerdere versies. Kies voor Donker om de pictogrammen donker te maken. Dit werkt nog niet voor alle pictogrammen: de app-maker moet hiermee rekening houden. Kies Helder als je alle pictogrammen een uniforme, lichte uitstraling wilt geven. Tot slot is er Getint: hiermee kun je de pictogrammen een eigen kleur en contrast geven.

Bepaal hoe de pictogrammen worden getoond.

Uniforme kleuren

Je kunt het kleurenschema van iOS ook overeen laten komen met de kleur van de behuizing van het toestel, bijvoorbeeld oranje. In het vak Getint vind je uiterst links een knop met het pictogram van een telefoon. Klik hierop om de kleuren te laten ‘matchen’. iOS weet op basis van het serienummer welke telefoon en welke kleur je gebruikt.

Minderen

Je kunt de transparante uitstraling van iOS 26 niet volledig uitschakelen. Toch bestaan er een paar trucs om het Liquid Glass-ontwerp iets te verminderen. In de instellingen kies je voor Toegankelijkheid, Beweging en activeer je de optie Verminder beweging. Verder kies je Toegankelijkheid, Weergave en tekstgrootte en kies je Maak minder doorzichtig.

Liquid Glass kan niet helemaal uitgeschakeld worden, maar je kunt een eind komen.

Donkere modus

Via de app Instellingen kun je meer onderdelen van de gebruikersomgeving tweaken. Tik in de instellingen op Scherm en helderheid en kies tussen de lichte en donkere modus (Licht en Donker). Bovendien kun je hier de tekstgrootte aanpassen en de tekst op het scherm dikker tonen (via Vette tekst). Dit kan helpen om de tekst beter leesbaar te maken. Om eenvoudig achtergronden aan te passen, kun je via instellingen ook kiezen voor Achtergrond en tikken op Voeg nieuwe achtergrond toe.

Werp ook een blik bij Beginscherm en appbibliotheek. Hier bepaal je onder meer of aanbevolen en recente apps moeten worden getoond in het Dock (het gedeelte onderaan het scherm). Wil je het Dock zo opgeruimd mogelijk houden, dan haal je de vinkjes weg bij Toon appbibliotheek in Dock en Toon aanbevolen en recente apps in Dock.

Kies tussen een lichte en donkere modus.

Volledig scherm

Vooral als je een iPad hebt, kun je meer uit het schermoppervlak halen door te werken met vensters. Je kunt dan meerdere apps naast elkaar plaatsen. Werken met vensters is overigens niet verplicht. Schuif met je vinger vanaf de rechterbovenhoek naar beneden, zodat het bedieningspaneel opent. Tik op de knop Apps in vensters. Je vindt deze op de onderste rij, naast het pictogram van de batterij. Kies vervolgens tussen Apps in vensters of Stage Manager. Die laatste optie zorgt ervoor dat apps schermvullend worden getoond. 

Berichten

Ook voor veel apps hoef je niet genoegen te nemen met de standaardinstellingen en kun je deze personaliseren. Goed voorbeeld is de app Berichten. Geef personen met wie je vaak communiceert een eigen achtergrond. Open de app en tik op de naam van de persoon voor wie je een achtergrond wilt instellen. Tik op Achtergronden. Je kunt kiezen uit foto’s, maar ook uit vaste kleuren. In de sectie Suggesties vind je een combinatie van standaardfoto’s en foto’s die je eerder zelf hebt gemaakt. Sommige foto’s zijn geanimeerd: je kiest eerst de foto en kunt dan vaak ook een kleurenschema selecteren. Heb je na verloop van tijd geen behoefte meer aan een specifieke achtergrond, dan selecteer je de naam van de contactpersoon en kies je Geen. Houd er rekening mee dat de achtergrond ook wordt aangepast bij de contactpersoon.

Je kunt aangepaste achtergronden kiezen in de app Berichten.

Safari

Maak je gebruik van Safari? De gebruikersomgeving is ook onder handen genomen en vooral op dieet gegaan: het aantal knoppen is teruggebracht en het grootste deel van de bediening loopt nu via swipes. Zet ook de browser naar je hand. Via instellingen kies je voor Apps, Safari. In de sectie Tabbladen geef je aan in hoeverre je wél de bedieningselementen wilt zien. Standaard is Compact geactiveerd, maar je kunt hier ook kiezen voor Onder en Boven

Bestanden

De app Bestanden heeft in iOS 26 ook volwassen opties om de omgeving verder te personaliseren. Zo kun je mappen een eigen kleur geven zodat je ze beter kunt onderscheiden. Tik op een map en houd de map vast totdat het menu verschijnt. Kies Pas map en tags aan. Tik op Tags en kies de gewenste kleur. Je kunt via hetzelfde venster ook emoji’s aan de map toevoegen.

Op bestandsgebied kun je ook aangeven welke app voor het bestand moet worden geopend. Tik op een bestandsnaam en houd ingedrukt totdat het menu verschijnt. Kies voor Open met en selecteer de gewenste app. In hetzelfde menu kun je ook de elders besproken app Voorvertoning kiezen. Vooral bij documenten en foto’s (zoals pdf- en jpg-bestanden) werkt deze app goed. 

▼ Volgende artikel
Waar voor je geld: 5 accuboormachines met een hoog review-cijfer
© ID.nl
Huis

Waar voor je geld: 5 accuboormachines met een hoog review-cijfer

Bij ID.nl zijn we gek op producten waar je niet de hoofdprijs voor betaalt of die door gebruikers een hoge waardering krijgen. Op Kieskeurig.nl kunnen kopers van producten een review achterlaten en hiermee aangeven hoe goed (of slecht) ze een product vinden. Wij vonden vijf accuboormachines die door gebruikers zijn gewaardeerd met een 7 of hoger.

Consumentenreviews zijn een van de beste manieren om erachter te komen of een product goed of slecht is. Op Kieskeurig.nl kunnen kopers van producten aangeven wat ze ervan vinden, zodat ze potentiële nieuwe kopers kunnen helpen een aankoopbeslissing te maken. Wij vonden vijf accuboormachines die door kopers op Kieskeurig.nl zijn voorzien van een waardering van minimaal 7 van de 10 punten.

Metabo PowerMaxx BS 

De Metabo PowerMaxx BS is een compacte schroefboormachine met een Li‑ion‑accu. Dit model weegt circa 2,08 kg in de verpakking en is voorzien van een koolborstelloze motor. De machine heeft twee snelheden en werkt op 10,8 volt, waardoor hij geschikt is voor lichte boor- en schroefklussen. Door het ergonomische ontwerp ligt het toestel prettig in de hand en kun je nauwkeurig werken. De set wordt geleverd met oplader, bits en een koffer. Gebruikers waarderen het apparaat met een hoge score (9,8). Door de relatief lage spanning is hij met name bedoeld voor kleinere klussen in huis.

DeWalt DCD777S2T

Deze DeWalt schroefboormachine werkt met een 18 V Li‑ion‑accu en heeft een compacte behuizing. Hij beschikt over twee snelheden en een 13 mm boorkop. Het gewicht in de verpakking is 3,85 kg en de boormachine wordt geleverd met twee accu’s en een oplader. Dankzij de stevige koffer kun je de machine makkelijk meenemen. Het model heeft een reviewscore van 9,0 en is daarmee geschikt voor deze selectie. De brushless motor zorgt voor een langere levensduur en meer kracht per acculading. De machine is van recente bouwjaar en wordt nog steeds verkocht.

Bosch PSB 18 LI‑2 Ergonomic

De Bosch PSB 18 LI‑2 Ergonomic is een klopboormachine voor gebruik met 18 volt. Het apparaat is uitgerust met een brushless motor en wordt geleverd met een Li‑ion‑accu en lader. Dankzij de ergonomische grip ligt het toestel comfortabel in de hand. Het maximale koppel is geschikt voor klussen in hout, metaal en lichte steen. In de verpakking zit een koffer zodat je alles netjes kunt opbergen.

Makita DDF485RFJ

De Makita DDF485RFJ is een 18 V accu‑schroefboormachine met een brushless motor. Het apparaat heeft twee versnellingen en een metalen boorkop van 13 mm. De machine wordt geleverd in een Mbox met twee 3,0 Ah accu’s en lader, zodat je langere tijd achtereen kunt werken. Dankzij de ergonomische handgreep en het gewicht van circa 5 kg inclusief verpakking ligt het toestel stabiel in de hand. De machine behaalt een goede gebruikerswaardering en is geschikt voor zwaardere schroef- en boorklussen.

Makita DF457DWE

De Makita DF457DWE is een accuboormachine die vooral bedoeld is voor huis-, tuin- en keukenklussen. Hij werkt op een 18 V Li‑ion‑accu en wordt geleverd met twee accu’s en een oplader. De machine heeft twee snelheden en een 13 mm boorkop, waardoor je zowel kunt schroeven als boren. Het toestel wordt geleverd in een koffer zodat je het gemakkelijk kunt opbergen. Ondanks dat het model al enkele jaren op de markt is, is deze Makita nog steeds verkrijgbaar bij diverse winkels.