ID.nl logo
 Met commando's je Windows-systeem beheren, zo doe je dat
© fatmawati - stock.adobe.com
Huis

Met commando's je Windows-systeem beheren, zo doe je dat

De naam Windows geeft al aan dat dit besturingssysteem zich graag vanuit grafische vensters laat aansturen. Zo zijn we het inmiddels misschien gewend, maar sommige taken laten zich nog altijd beter of tenminste sneller vanaf de Opdrachtprompt uitvoeren.

In dit artikel laten we zien hoe je taken vanaf de Opdrachtprompt kunt uitvoeren in Windows en wat je hier allemaal mee kunt doen, onder meer:

  • Informatie opvragen over de gebruikers
  • Informatie over de schijven opvragen
  • Back-uppen
  • Processen beëindigen
  • Batchscripts creëren

Toch liever met vensters je computer beheren? Lees dan ook dit artikel: Deze verborgen pareltjes in Windows kende je nog niet

Tip 01: Starten

Je kunt op verschillende manieren de Opdrachtprompt starten, ook wel bekend als de command line interface (CLI). Een manier is bijvoorbeeld door Opdrachtprompt of cmd te tikken in het Windows-startmenu. Als de commando’s die je wilt uitvoeren beheerrechten vereisen, dan klik je met de rechtermuisknop op Opdrachtprompt en kies je voor Uitvoeren als administrator. Het Opdrachtprompt-venster zal dan beginnen met de titel Administrator: […].

Een andere manier is door Ctrl+Shift+Esc in te drukken om het Taakbeheer te openen, dan selecteer je Bestand / Nieuwe taak uitvoeren, waarna je cmd tikt en op Enter drukt of op OK klikt. Eventueel kun je nog een vinkje plaatsen bij Deze taak met administratorbevoegdheden uitvoeren voordat je bevestigt met OK.

Als je de Opdrachtprompt direct in een specifieke map wilt openen, bijvoorbeeld om bestandsbewerkingen uit te voeren, navigeer je in Verkenner naar de gewenste map, klik je met de rechtermuisknop op een lege plek in deze map en kies je Openen in Terminal. Helaas gebeurt dit niet als administrator. Als je dit wel wilt, is er een vrij complexe registerbewerking nodig. De stappen hiervoor worden hier beschreven. We hebben deze procedure succesvol getest op Windows 11, maar let op die pagina goed op de tekst in de bijbehorende schermafbeeldingen.

Rechtstreeks in een specifieke map met administratorbevoegdheden.

Terminal versus Conhost Afhankelijk van je Windows-versie verschilt het uiterlijk van je Opdrachtprompt-venster. Vanaf Windows 11 22H2 is dit de Windows Terminal-app, terwijl oudere versies gebruikmaken van Windows Console Host. In Windows 11 heb je trouwens nog steeds de optie om Conhost op te starten in plaats van Opdrachtprompt.

Je kunt het uiterlijk van het oude venster aanpassen door rechts te klikken op de titelbalk en Eigenschappen te selecteren, maar Windows Terminal biedt meer mogelijkheden. Als je met rechts klikt op het geopende tabblad, kun je via Color de kleurweergave wijzigen. Voor meer opties klik je op het pijlknopje en kies je Instellingen. Open vervolgens Command Prompt en bekijk de opties onder Appearance en Advanced. Wil je dat het standaardprofiel Command Prompt is bij het opstarten van de Terminal-app, stel dat dan in via Instellingen / Startup.

Als je een oudere Windows-versie hebt dan 22H2, kun je Windows Terminal vanuit de Microsoft Store-app desgewenst nog downloaden en installeren.

Links: de oude Conhost, rechts het nieuwe Windows Terminal.

Tip 02: Gebruik

Voordat we een reeks nuttige commando’s bespreken, geven we eerst enkele handige tips om efficiënter te werken op de Opdrachtprompt. Om snel een overzicht van de ingebouwde commando’s te krijgen, volstaat het commando help. Elk commando dien je wel te bevestigen met de Enter-toets. Voor informatie over een specifiek commando volstaat een van deze opdrachten:

help <commando>

Of:

<commando> /?

Bijvoorbeeld:

help doskey

Of:

prompt /?

Het laatste commando vertelt je dat je de prompt kunt aanpassen met tekst en allerlei variabelen, zoals:

prompt Station $N:

Met prompt zonder verdere parameters herstel je de standaardprompt.

Duurt de uitvoer van sommige commando’s te lang dan kun je deze onderbreken met Ctrl+C. Met cls schoon je het Opdrachtprompt-venster in één keer op. Druk (herhaaldelijk) op de Tab-toets om bestands- of mapnamen automatisch te laten verschijnen of op Shift+Tab voor de omgekeerde alfabetische volgorde.

Om snel een eerder uitgevoerd commando te herhalen, druk je op F3 (voor het vorige commando) of op F8 (hiermee navigeer je omgekeerd chronologisch door je commandolijst). Druk je op F7, dan zie je een menu met de commandogeschiedenis en selecteer je met de muis of de pijltoetsen het gewenste commando.

We gaan ervan uit dat je de werking van het commando cd kent. Dit gebruik je om naar een ander pad te navigeren, bijvoorbeeld:

cd\

(rootmap)

cd..

(hogere map)

cd c:\windows

(specifieke map)

Of je kopieert een pad in Verkenner met Ctrl+C naar het klembord en je plakt dit op de Opdrachtprompt met Ctrl+V.

Met F7 blader je door je recente commandogeschiedenis.

Tip 03: Informatie opvragen

Windows heeft diverse commando’s waarmee je allerlei informatie kunt opvragen over gebruikers, netwerkverbindingen, je systeem enzovoort. We bespreken kort enkele handige tools.

Om snel uit te zoeken met welk account iemand is aangemeld en wat de computernaam is, volstaat het commando whoami. Wil je ook weten tot welke groepen de gebruiker hoort, gebruik dan:

whoami /groups

Ben je geïnteresseerd in allerlei informatie over je systeem, voer dan systeminfo uit. Of met onderstaande toevoeging om de gegevens in een tekstbestand te bewaren:

systeminfo >systeeminfo.txt

Je vindt hier onder meer het processortype en systeemmodel, de BIOS-versie, de hoeveelheid fysiek en virtueel geheugen.

Dit commando geeft je informatie over je netwerkadapters, zoals het ip-adres en fysieke MAC-adres, evenals de gateway (wat meestal het ip-adres van je router is):

ipconfig /all

Om een ip-adres van een webserver te achterhalen, gebruik je de opdracht:

nslookup <webadres>

Hiermee krijg je de namen te zien van de draadloze netwerken waarmee je systeem eerder al verbonden was:

netsh wlan show profile

Deze opdracht toont je het netwerkwachtwoord bij Key Content in de rubriek Security Settings (vervang <wifi-netwerknaam> door de echte naam):

netsh wlan show profile <wifi-netwerknaam> key=clear

Werk je met een laptop en zoek je uitgebreide informatie over de batterijstatus, gebruik dan:

powercfg /batteryreport

Je krijgt inzage in dit rapport door op Windows-toets+R in te drukken en de standaardlocatie C:\windows\system32\battery-report.html in te tikken.

Van gebruikers over netwerken tot accu’s: Windows weet het allemaal!

Tip 04: Schijfbeheer

Ben je vooral geïnteresseerd in informatie over de aangesloten stations, dan kun je met fsutil aan de slag. Zo levert deze opdracht een lijst van alle gedetecteerde stations:

fsutil fsinfo drives

Om te weten om welk type het precies gaat, gebruik je (vervang x: door de gewenste stationsletter):

fsutil fsinfo drivetype x:

Mogelijke resultaten zijn Fixed Drive, Removable Drive en Remote/Network Drive.

Dit commando vertelt je hoeveel schijfruimte je nog over hebt:

fsutil volume diskfree x:

Technisch geïnteresseerde gebruikers moeten zeker ook deze opdracht uitproberen en het verschil bekijken tussen een NTFS- en een (ex)FAT-station (zoals bij een usb-stick):

fsutil fsinfo volumeinfo x:

Je merkt dat een NTFS-geformatteerd station veel meer ingebouwde functies ondersteunt, waaronder schijfquota, bestandsencryptie en -compressie.

Met fsutil kun je niet alleen informatie opvragen, maar ook bepaalde functies aanpassen. We nemen de zogeheten TRIM-functie op een ssd-schijf als voorbeeld. Deze zorgt ervoor dat data van verwijderde bestanden op de betreffende ssd-sectoren tijdens onbenutte momenten echt worden gewist, zodat dit niet meer hoeft te gebeuren op het ogenblik dat daar nieuwe bestanden worden bewaard. Deze functie zorgt er dus voor dat gegevens sneller naar de ssd worden geschreven. Hiermee vraag je de actuele TRIM-status op:

fsutil behavior query disabledeletenotify

Verschijnt NTFS DisableDeleteNotify = 0 (Disabled), dan is (enigszins verwarrend) TRIM ingeschakeld. Wil je TRIM alsnog inschakelen als dat niet zo blijkt te zijn (wat we over het algemeen aanraden), voer dan deze opdracht uit:

fsutil behavior set disabledeletenotify 0

Met de parameter 1 schakel je TRIM weer uit.

Met de juiste parameters kom je heel wat (technische) informatie over je schijven te weten.

Tip 05: Back-ups (en meer)

Windows heeft ook diverse interne commando’s waarmee je data kunt kopiëren, zoals copy en xcopy. Nog krachtiger, maar minder bekend, is het commando robocopy, dat je goed kunt inzetten voor diverse kopieer- en back-upoperaties.

Om bijvoorbeeld bestanden uit een map te synchroniseren met een andere map kun je het volgende commando gebruiken:

robocopy "c:<bronmap>" "d:<doelmap>" /E /MIR /XX /LOG:logrc.txt

De parameter /E (empty)zorgt ervoor dat ook (lege) submappen worden meegenomen en /MIR (mirroring) regelt een exacte kopie van de data. Met de parameter /XX voorkom je dat reeds bestaande bestanden in de doelmap worden overschreven. Met de parameter /LOG:logrc.txt bewaar je alle details van de kopieeroperatie in een logbestand.

Er zijn nog veel andere parameters, die specifiek voor kopieeroperaties naar een netwerkshare nuttig kunnen zijn, zoals:

robocopy "c:<bronmap>" \nas\backup\data /ZB /R:2 /W:3 /MT:12

Met de parameter /ZB wordt de operatie in een herstartbare modus uitgevoerd. Lukt een kopieeractie slechts gedeeltelijk, dan wordt bij de volgende ronde alleen nog het resterende deel gekopieerd. Met /R geef je aan hoeveel keer robocopy een kopieeractie moet proberen en met /W geef je aan hoeveel seconden tussen elke poging wordt gewacht. Met /MT ten slotte kun je in theorie tot 128 bestanden tegelijk kopiëren (het standaardaantal is 8).

Robocopy: van simpele kopieeracties tot uitgekiende synchronisatie-operaties.

Zo breng je structuur aan in de chaos van bestanden op je pc: Rommeltje van gemaakt? Zo deel je je schijven overzichtelijk in

Tip 06: Bestandscontrole

Het commando chkdsk <stationsletter> is geen onbekende. Hiermee kun je snel controleren of er mogelijk beschadigingen zijn ontstaan in het bestandssysteem. Om het station ook te controleren op slechte sectoren, gebruik je de parameter /R (read). Als je eventuele fouten wilt herstellen, gebruik dan de combinatie /R /F (read en fix). Houd er wel rekening mee dat de bestanden opnieuw worden samengesteld zonder de (onleesbare) gegevens uit de corrupte sectoren. Hierdoor is het mogelijk dat je deze niet meer kunt benaderen met de gebruikelijke applicaties.

Het kan ook gebeuren dat sommige Windows-functies niet meer (goed) functioneren of dat Windows Update klaagt over systeembeschadigingen. In dat geval kun je een analyse laten uitvoeren van alle belangrijke systeembestanden. Start de Opdrachtprompt als administrator en voer het volgende uit om de gezondheidsstatus van je lokale Windows-image te controleren:

dism.exe /Online /Cleanup-image /Checkhealth

Je kunt indien gewenst een grondigere controle uitvoeren door de parameter /Checkhealth te vervangen door /ScanHealth.

Als een van beide commando’s fouten aangeeft, voer het commando dan opnieuw uit, maar vervang de laatste parameter door /RestoreHealth. Hierdoor wordt een nieuw image gecreëerd met behulp van Windows Update.

Nadat dit is voltooid, voer je sfc /scannow uit. Hiermee worden corrupte systeembestanden vervangen door de gecachete originelen. Houd er rekening mee dat dit commando behoorlijk wat tijd in beslag kan nemen.

Overigens kun je met sfc ook een specifiek systeembestand controleren wanneer je vermoedt dat dit bestand corrupt is:

sfc /verifyfile="<pad_naar_systeembestand>"

Bijvoorbeeld:

sfc /verifyfile="c:\windows\system32\kernel32.dll"
Windows heeft verschillende commando’s voor het opsporen en herstellen van beschadigde bestanden.

Run-commando’s In dit artikel hebben we het nagenoeg alleen over commando’s die je vanaf de Opdrachtprompt uitvoert, maar het zou zonde zijn als we de zogeheten run-commando’s onvermeld laten. Je start deze vanuit het venster Uitvoeren, dat je opent met de toetscombinatie Windows-toets+R. Tik daarna het gewenste commando in en druk op Enter of klik op OK. Wil je het commando als administrator uitvoeren? Gebruik dan Ctrl+Shift+Enter voor bevestiging.

Het gaat om zeer uiteenlopende commando’s (enkele honderden), probeer het maar eens met commando’s als cmd, regedit, ms-settings:colors en displayswitch. Teveel om hier op te noemen dus, maar op een site als All Things How vind je ze vrijwel allemaal. Wij hebben er zo’n 350 geteld.

Een kleine greep uit Windows’ rijkgevulde arsenaal van run-commando’s.

Tip 07: Servicebeheer

Op de achtergrond zijn er altijd heel wat services actief. Je krijgt hiervan een overzicht wanneer je op Windows-toets+R drukt en services.msc uitvoert. Het kan gebeuren dat je onder bepaalde omstandigheden sommige services wel of juist niet actief wilt hebben, bijvoorbeeld tijdens het gamen. Dan is het makkelijker wanneer je zo’n service vanaf de Opdrachtprompt kunt in- of uitschakelen. Dat kan met deze commando’s:

sc start "<servicenaam>"

En:

sc stop "<servicenaam>"

Je hebt niet de weergavenaam (display name) nodig, maar de echte servicenaam, die vaak is ingekort. Je kunt deze opvragen met sc query, of met een gerichte zoekopdracht als:

sc query type=service state=all | find /i "dhcp"

In dit voorbeeld zoek je naar alle services (ongeacht de status) waarin dhcp in de naam voorkomt.

Om de servicestatus op te vragen gebruik je:

sc queryex "<servicenaam>"

Is de service actief (running), dan krijg je hiervan tevens de PID (Process Identifier) te zien (zie ook tip 8). Om een service uit te schakelen die momenteel nog automatisch met Windows wordt opgestart (bij services.msc lees je dan Automatisch af in de kolom Opstarttype) voer je het volgende commando uit:

sc config <servicenaam> start=disabled

Met start=auto laat je die alsnog weer automatisch opstarten.

Controleer de servicestatus en schakel services naar wens in of uit.

Tip 08: Procesbeheer

Je hebt vast weleens meegemaakt dat een toepassing niet wil afsluiten of opstarten omdat het nog actief is op de achtergrond. Hier is hoe je dat oplost.

Om te beginnen, zoek je de PID (Process Identifier) van het proces of programma op. Open Taakbeheer met Ctrl+Shift+Esc en ga naar het tabblad Processen. Daar zie je een overzicht van alle actieve toepassingen, achtergrondprocessen en Windows-processen.

Probeer het eerst door het problematische item te selecteren en rechtsonder op Beëindigen te klikken. Als dat niet werkt of als je meerdere programma’s of processen tegelijk wilt afsluiten, open dan de Opdrachtprompt als administrator en voer deze opdracht uit:

taskkill /PID <pid-nr>

Of gebruik deze opdracht om het proces geforceerd te beëindigen:

taskkill /F /PID <pid-nr>

Je kunt ook het proces stoppen aan de hand van de procesnaam. Gebruik het commando tasklist om de procesnaam en de bijbehorende PID te vinden. Vervolgens voer je dit commando uit om het proces te beëindigen:

taskkill /IM <procesnaam>

Houd er rekening mee dat er een verschil is tussen deze twee methodes. Met de procesnaam sluit je alle processen met die naam af, terwijl je met de /PID-parameter naar een specifieke procesinstantie verwijst. Als je toch ook alle bijbehorende ‘kindprocessen’ wilt beëindigen, gebruik dan de parameter /T. Om meerdere processen tegelijk af te sluiten, gebruik je de opdracht:

taskkill /PID <pid-nr1> /PID <pid-nr2> /PID <pid-nr3>
Tegenstribbelende processen leg je zo het zwijgen op.

Tip 09: Taakbeheer

Windows beschikt over een ingebouwde taakplanner (druk op de Windows-toets, tik taakplanner in en voer de gelijknamige toepassing uit), maar je kunt ook taken plannen en beheren vanaf de opdrachtregel of via een batchbestand.

Gebruik het commando schtasks (schedule tasks), uit te voeren als administrator. Om bijvoorbeeld een wekelijkse, automatische herstart in te plannen, voer je het volgende commando uit:

schtasks /create /sc weekly /d FRI /st 17:00 /tn "autoherstart" /tr "shutdown -r -f -t 30"

De parameters spreken voor zich: /sc weekly betekent wekelijks, maar er zijn andere opties zoals hourly, daily, monthly, once, onstart, onlogon en onidle. Achter /d voer je de eerste drie letters van de dagen in (in het Engels), achter /tn vul je de taaknaam in en achter /st komt de starttijd. Achter /tr voer je tussen aanhalingstekens het gewenste commando of het volledige pad naar de gewenste applicatie in. In ons voorbeeld hebben we het ingebouwde commando shutdown gebruikt, maar dit kan net zo goed om een externe toepassing gaan, zoals:

schtasks /create /sc onlogon /tn "Chrome" /tr "C:\Program Files (x86)\Google\Chrome\Application\chrome.exe"

Met het schtasks /change kun je een taak aanpassen en hiermee verwijder je een taak:

schtasks /delete /tn "<bestaande_taaknaam>"
Taken beheren kan net zo goed (en veel vlugger) vanaf de Opdrachtprompt.

Tip 10: Cpu-beheer

Windows verdeelt de processortijd over toepassingen of processen op basis van prioriteit. Hoe hoger de prioriteit, hoe meer processortijd voor een proces. Naast prioriteit beïnvloedt ook affiniteit de procesprestaties. Affiniteit verwijst naar de processorkern(en) waarop een proces wordt uitgevoerd. Standaard voert Windows een proces uit op alle processorkernen, maar je kunt ook zelf bepalen op hoeveel en welke kernen dit moet gebeuren.

Je kunt zowel de prioriteit als de affiniteit instellen via Taakbeheer, maar op die manier is zo’n aanpassing alleen geldig voor de huidige Windows-sessie.

Als je applicaties wilt starten met een vaste prioriteit en/of affiniteit, moet je een andere methode gebruiken. Klik met de rechtermuisknop op de snelkoppeling van de gewenste applicatie en kies Eigenschappen. Ga naar het tabblad Snelkoppeling en vul het Doelveld in als volgt:

cmd.exe /c start "<programmanaam>" /<prioriteit> /affinity <#> "<programmapad>"

Bijvoorbeeld:

cmd.exe /c start "Steam" /high /affinity F0 "C:\Program Files (x86)\Steam\steam.exe"

Om de prioriteit aan te geven, gebruik je een van de volgende parameters: /low, /belownormal, /normal, /abovenormal, /high (of /realtime). De affiniteit wordt aangegeven met een hexadecimaal getal.

Stel, je cpu heeft acht kernen en je wilt de vier hoogste gebruiken, dan is dat in binaire vorm 11110000 (1 voor de vier hoogste; 0 voor de vier laagste). In hexadecimale notatie wordt dat F0. Je kunt een omrekenhulpmiddel gebruiken, bijvoorbeeld via deze webpagina.

Hier ga je dus niet zelf naar de Opdrachtprompt, maar laat je deze door de applicatie oproepen (met cmd.exe /c start) en uitvoeren. Dit is dus ook mogelijk.

Je kunt een vaste cpu-prioriteit en -affiniteit geven aan een applicatie.

Tip 11: Batch(lus)

Een van de grote voordelen van opdrachtregelcommando’s is hun naadloze integratie in batchscripts. Je hoeft alleen maar het batch-bestand uit te voeren – of het op te nemen in de Windows Taakplanner voor verdere automatisering – om alle opgenomen commando’s achtereenvolgens uit te voeren. Standaard gebeurt dit in chronologische volgorde: eerst het eerste commando, dan het tweede enzovoort. Maar ook complexere batch-constructies zijn mogelijk, zoals het uitvoeren van een lus.

Een voorbeeld verduidelijkt dit. Stel dat je een map hebt met talrijke bestanden en je automatisch alle bestanden van bepaalde typen wilt verwijderen, kopiëren of verplaatsen. Typ dan de volgende regels in Kladblok en sla het bestand op met de extensie .bat of .cmd (dus niet .txt):

De eerste en laatste regel zijn optioneel en dienen alleen om feedback aan de gebruiker te geven. Alle actie staat in de tweede regel. Deze zorgt ervoor dat alle bestanden met de opgenomen extensies (hier bak, tmp, jpg, log en txt) direct worden verwijderd. Plaats het gewenste pad tussen de aanhalingstekens. De parameter /s verwijdert ook bestanden in onderliggende submappen.

Om bestanden te kopiëren in plaats van te verwijderen, gebruik je:

for %%v in (bak tmp jpg log txt) do copy "<bronpad>" "<doelpad>"

Voor verplaatsen gebruik je:

for %%v in (bak tmp jpg log txt) do move "<bronpad>" "<doelpad>"
Wis, kopieer of verplaats in één keer alle bestanden met specifieke extensies.

Tip 12: Omgevingsvariabelen

Wanneer je een batchbestand wilt uitvoeren vanaf de Opdrachtprompt, moet je meestal eerst naar de map met dat batchbestand navigeren. Je kunt dit efficiënter doen door het pad naar je batchbestanden, scripts of andere opdrachtregeltools toe te voegen aan de omgevingsvariabelen van Windows.

Om dit te doen, start je de Opdrachtprompt op als administrator. Gebruik het commando set om een overzicht van de omgevingsvariabelen te krijgen, inclusief de variabele path. Met echo %path% krijg je alleen de inhoud van de path-variabele te zien. Voeg het volledige pad naar de map met de batchbestanden toe aan de path-variabele met het volgende commando:

setx path "%path%;<volledig_pad_naar_map>" /M

Bijvoorbeeld iets als:

setx path "%path%;c:\data\mijnscripts" /M

De parameter /M staat voor machine en zorgt ervoor dat het pad systeemwijd wordt toegevoegd.

Onze omgevingsvariabele path is blijkbaar wat uit zijn voegen gegroeid. 

Complete toolkits Windows biedt een breed scala aan opdrachtregelcommando’s, maar er zijn ook talrijke applicaties die zich laten aansturen vanaf de Opdrachtprompt, zodat je deze kunt automatiseren via batch-bestanden of de Taakplanner.

Bekende ontwikkelaars als Nir Sofer en Mark Russinovich hebben zelfs uitgebreide toolkits ontwikkeld met verschillende systeemtools, die je ook via de Opdrachtprompt kunt gebruiken: NirLauncher en Sysinternals Suite.

Maar het wordt nog mooier: WSCC (Windows System Control Center) combineert namelijk beide toolkits en nog enkele andere in één grafische interface, van waaruit je alle tools overzichtelijk gerubriceerd en kort toegelicht kunt starten. Je kunt WSCC downloaden (beschikbaar in zowel 32- als 64bit-versies, zowel installeerbaar als draagbaar). Je hebt de mogelijkheid om zelf te bepalen welke toolkits en tools je daadwerkelijk wilt downloaden en installeren. In totaal zijn er bijna driehonderd tools beschikbaar (zonder die van Windows zelf), die samen slechts 230 MB schijfruimte innemen.

Via de Updates-knop kun je snel eventuele updates detecteren en downloaden, en met de New Console-knop krijg je direct toegang tot de Opdrachtprompt vanuit WSCC, waar je meteen aan de slag kunt. Je start WSCC bij voorkeur als administrator op.

WSCC: zo’n driehonderd handige systeemtools vanuit één venster, zowel grafisch als op de opdrachtregel.
▼ Volgende artikel
Router of powerline-adapter: wat is de beste keuze voor betere wifi?
© ER | ID.nl
Huis

Router of powerline-adapter: wat is de beste keuze voor betere wifi?

Haperende streams en trage downloads op zolder zijn grote ergernissen in veel huishoudens. Om dat op te lossen twijfelen veel mensen tussen een krachtiger router of een set powerline-adapters. In dit artikel leggen we precies uit wanneer je voor welke oplossing moet kiezen, zodat je geen geld verspilt aan de verkeerde apparatuur.

Voordat je naar de winkel rent: je moet eerst begrijpen wat er precies misgaat met je verbinding. Wifi-problemen kun je doorgaans opdelen in twee categorieën: een gebrek aan bereik of een gebrek aan capaciteit. Bij een gebrek aan bereik komt het signaal simpelweg niet ver genoeg, bijvoorbeeld omdat dikke betonnen muren of plafonds het signaal blokkeren. Je hebt dan op zolder één streepje bereik of zelfs helemaal geen verbinding. Bij een gebrek aan capaciteit is het signaal wel sterk, maar is de router niet krachtig genoeg om alle data te verwerken. Dat merk je als het internet traag wordt zodra iedereen thuis tegelijk online is. Het onderscheid tussen deze twee oorzaken bepaalt of je een router of een powerline-adapter nodig hebt.

Wanneer is een nieuwe router de oplossing?

De router is het hart van je thuisnetwerk en regelt al het verkeer. Vaak gebruiken mensen het standaardmodem dat ze van hun internetprovider hebben gekregen, maar deze apparaten blinken zelden uit in prestaties. Een losse, hoogwaardige router kopen is de beste keuze wanneer je merkt dat de verbinding in de buurt van het modem al niet optimaal is of wanneer je regelmatig met veel apparaten tegelijk online bent.

Als je in de woonkamer zit en de verbinding hapert zodra de kids op hun tablets zitten, is je huidige router waarschijnlijk niet krachtig genoeg om al die gelijktijdige datastromen te verwerken. Een moderne router met ondersteuning voor wifi 6 kan veel meer apparaten tegelijk bedienen en zorgt voor een hogere, stabielere snelheid op de verdieping waar hij staat.

©Andrii

Internet via het stopcontact met powerline

Een powerline-adapter, ook wel homeplug genoemd, werkt volgens een totaal ander principe. Dit systeem maakt gebruik van het bestaande stroomnet in huis om het internetsignaal te verplaatsen. Je stopt één adapter in het stopcontact bij je router en de tweede adapter in een stopcontact op de plek waar je internet nodig hebt, bijvoorbeeld op zolder of in het tuinhuis.

Dit is de ideale oplossing wanneer het wifi-signaal door dikke betonnen muren of plafonds moet dringen. Waar wifi-golven afketsen op gewapend beton, stuurt de powerline het signaal simpelweg via de koperdraden in de muur naar boven. Dat maakt powerline-adapters uitermate geschikt voor specifieke 'dode zones' die te ver weg liggen voor het bereik van een gewone router.

Populaire merken voor netwerkoplossingen

Als je op zoek gaat naar powerline-adapters, kom je al snel uit bij Devolo. Dit Duitse merk is de onbetwiste marktleider op het gebied van homeplugs en staat bekend om de Magic-serie die zeer stabiele verbindingen via het stroomnet garandeert.

Voor routers en mesh-systemen is TP-Link een zeer populaire keuze vanwege de goede balans tussen prijs en prestaties, met modellen voor elk budget. Netgear richt zich met de Nighthawk-serie vaak op de veeleisende gebruiker en gamers die maximale snelheid wensen. Tot slot is AVM, bekend van de FRITZ!Box, een merk dat zowel uitstekende routers als powerline-oplossingen biedt die naadloos met elkaar samenwerken in één netwerk.

Stabiliteit versus snelheid

Bij de keuze tussen deze twee speelt ook het gebruiksdoel een rol. Powerline-adapters zijn vaak de favoriete keuze voor gamers of mensen die thuiswerken op een vaste pc. De reden hiervoor is dat de tweede adapter vaak beschikt over een netwerkafsluiting, waardoor je je computer met een kabel kunt aansluiten. Een bekabelde verbinding via powerline is doorgaans stabieler en heeft een lagere vertraging (ping) dan wifi, wat cruciaal is bij online gamen. Een nadeel is wel dat de snelheid van powerline afhankelijk is van de kwaliteit van je stroomnet. Oude bedrading of zware apparaten zoals een wasmachine kunnen storing veroorzaken, waardoor de snelheid soms fluctueert. Een high-end router biedt daarentegen vaak een hogere topsnelheid, maar is dus gevoeliger voor afstand en obstakels.

De opkomst van mesh-systemen

Tegenwoordig is er een hybride oplossing die de traditionele router steeds vaker vervangt: Multiroom Wifi of Mesh. Dit zijn feitelijk meerdere routers die met elkaar communiceren. Als je een groot huis hebt en overal perfecte wifi wilt zonder kabels te trekken, is dit vaak een betere, maar ook duurdere oplossing dan een simpele powerline-set. Kies je echter voor een budgetvriendelijke oplossing om snel internet op één specifieke, lastig bereikbare kamer te krijgen, dan wint de powerline-adapter het vaak op prijs-kwaliteitverhouding. Is je doel echter om de algehele snelheid en capaciteit in de woonkamer en keuken te verbeteren, investeer dan in een goede router.

▼ Volgende artikel
Professioneel en gratis video's bewerken? Aan de slag met VSDC Free Video Editor
Huis

Professioneel en gratis video's bewerken? Aan de slag met VSDC Free Video Editor

Maak jij tijdens een welverdiende vakantie talloze video’s? Met VSDC Free Video Editor giet je de leukste fragmenten in een gelikte film. Dankzij het gebruik van mooie overgangen en fraaie effecten oogt het resultaat zeer professioneel. Het kost je bovendien geen cent, want je installeert deze zeer uitgebreide videobewerker gratis op een Windows-computer.

Tegenwoordig liggen er best wat goede gratis videobewerkers voor het oprapen. Zeker wanneer je geen torenhoge eisen aan de videomontage stelt, heb je niet per se een betaald programma als Adobe Premiere Elements of Magix Video Deluxe nodig. Zo krijg je met het gebruiksvriendelijke VSDC Free Video Editor al een heleboel voor elkaar. In tegenstelling tot diverse gratis alternatieven voegt dit programma geen lelijk watermerk toe aan jouw film. Deze freeware heeft daarnaast een verrassend uitgebreide gereedschapskist.

Videobewerker installeren

VSDC Free Video Editor heeft relatief lage systeemeisen. Zeker voor video’s tot een resolutie van 1920 × 1080 pixels heb je geen supersnelle pc of laptop nodig. Wil je haarscherpe 4K-video’s bewerken? In dat geval adviseren de makers een systeem met 8 of 16 GB werkgeheugen. Daarnaast is een krachtige processor met meerdere rekenkernen geen overbodige luxe.

Particulieren mogen VSDC Free Video Editor voor nop installeren. Ga naar de site via www.kwikr.nl/vsdc en download het installatiebestand. Je hebt keuze tussen de 32bit- en 64bit-versie. De meeste computers kunnen met de 64bit-versie uit de voeten. Dubbelklik op het gedownloade exe-bestand en doorloop de stappen van de installatie. 

Nieuw project starten

Zodra je de videobewerker voor de eerste keer opstart, verschijnt er een pop-upvenster met een aanbeveling voor de betaalde Pro-versie (zie kader). Je klikt dat via het kruisje weg. Laat de ietwat drukke gebruikersomgeving even op je inwerken. Het beginscherm toont diverse instructies voor geavanceerde bewerkingen. Laat die als beginnende gebruiker links liggen. Je kunt wel alvast even de tabbladen doornemen, want die herbergen verschillende bruikbare functies.

Je gaat nu eerst een nieuw (video)project starten. Klik op het tabblad Projects en daarna op New project. Er verschijnt een nieuw venster waarin je diverse instellingen voor de videomontage kunt bepalen. Het belangrijkste is de waarde achter Resolution. Voor een scherp beeld en soepele montage laat je de huidige waarde van 1920 × 1080 pixels (16:9) staan. Filmt jouw smartphone of videocamera in een hogere resolutie, dan kun je een andere waarde overwegen. Laat de overige opties ongewijzigd. Je typt achter Project title een relevante projectnaam en kiest onderaan voor Blank project. Bevestig tot slot met Finish.

Welke resolutie ken je aan de videomontage toe?
VSDC Pro

Naast de hier besproken gratis versie bestaat er met VSDC Pro (www.videosoftdev.com/video-editor-pro) ook een betaalde variant. Die bevat allerlei extra snufjes voor geavanceerde gebruikers. Je kunt bijvoorbeeld een achtergrondkleur verwijderen, gesproken commentaar toevoegen en trillende beelden stabiliseren. Daarnaast ondersteunt de Pro-versie hardwareversnelling door een geschikte grafische kaart. Dit leidt tot betere prestaties, omdat de processor minder hoeft te rekenen. Je merkt dat bijvoorbeeld aan kortere wachttijden en een vloeiendere videoweergave. VSDC Pro kost op het moment van schrijven circa 31 euro. 

Video’s toevoegen

Nu ga je met het zojuist aangemaakte videoproject aan de slag. Merk op dat het tabblad Editor is geopend. Je zit nu dus in de videobewerker. Zoals je ziet, zijn er flink wat opties beschikbaar. Laat je hierdoor niet afschrikken, want we nemen de basisfuncties stap voor stap met je door.

Je dient eerst relevante videoclips aan het programma toe te voegen. Gunstig is dat VSDC Free Video Editor alle bekende beeldformaten ondersteunt. Klik bovenaan in de werkbalk op Add object / Video en navigeer naar de map met de bestanden. Je selecteert één of meer video’s, waarna je bevestigt met Openen / OK. Wanneer je minimaal twee fragmenten toevoegt, kies je Add to layer.

Wegens de talloze toeters en bellen ziet deze videobewerker er nogal imponerend uit.

De videoclips verschijnen allemaal in de tijdlijn onderaan het venster. Deze tijdlijn is belangrijk, want die bepaalt welke momenten er in de uiteindelijke film terechtkomen. Verder kun je hieraan bijvoorbeeld ook titels, overgangen, speciale effecten en audiotracks toevoegen. Vind je de tijdlijn te klein? Je kunt dit onderdeel eenvoudig vergroten. Zweef onder Layer 1 op de scheidslijn totdat er een dubbele pijl verschijnt. Beweeg de muis nu met ingedrukte muisknop omlaag. In VSDC Free Video Editor pas je op soortgelijke wijze de grootte van alle deelvensters aan. Kortom, richt op die manier het bewerkvenster naar eigen wens in.

Alle geïmporteerde videobestanden belanden op de tijdlijn.

Volgorde clips wijzigen

Waarschijnlijk heb je een bepaalde volgorde voor de videoclips in gedachten. Geen probleem, want je kunt de clips op de tijdlijn verplaatsen. Sleep het beoogde fragment met ingedrukte muisknop één laag omlaag. De overgebleven video’s schuif je daarna naar links of rechts. Creëer op die manier een ‘gat’ en sleep het fragment ernaartoe. Het is belangrijk dat er geen loze ruimtes op de tijdlijn achterblijven. Anders zie je namelijk zwart beeld.

Sleep videoclips naar onder, boven, rechts en links om de volgorde op de tijdlijn te wijzigen.

Scènes inkorten

Vanzelfsprekend wil je alleen boeiende scènes in de film tonen. Saaie passages snijd je daarom resoluut weg. Dat doe je door een videoclip in te korten. Gebruik hiervoor wederom de tijdlijn. Selecteer een fragment en beweeg de rode schuifregelaar naar deze clip. Het bijbehorende beeld verschijnt nu in de voorbeeldweergave. Vind je dit beeld te klein? Klik dan helemaal rechtsonder in het programma op het kleine plusteken. Je past daarmee het zoomniveau aan. Klik nu onder de voorbeeldweergave op de rode afspeelknop (PijltjeRechts) om de video te starten. Begint of eindigt het saaie gedeelte? Via dezelfde rode knop (twee verticale streepjes) pauzeer je de video.

Inkorten is vrij eenvoudig. Een geselecteerde videoclip heeft op de tijdlijn aan weerszijden twee piepkleine vierkanten. Klik daarop en houd de muisknop ingedrukt. Beweeg de muis nu naar links of rechts tot de rode schuifregelaar. Laat de muisknop als laatste los. Het fragment is nu een kopje kleiner gemaakt! 

Fragmenten splitsen

Je kunt een lang fragment ook in twee (of meer) delen opsplitsen. Dat is nuttig wanneer je deze videootjes op verschillende momenten in de film wilt tonen. Selecteer in de tijdlijn een videoclip en bepaal met de rode schuifregelaar een geschikt ‘splitmoment’. Overigens kun je met de mediaknoppen onder de voorbeeldweergave dit moment heel precies bepalen. Spoel bijvoorbeeld een seconde voor- of achteruit. Het is zelfs mogelijk om een video frame voor frame door te nemen. Staat de rode schuifregelaar exact op de goede plek? Klik dan in de werkbalk boven de tijdlijn op het pictogram met de twee rode haakjes. Je ziet vervolgens twee aparte clips.

Maak via de optie Split into parts van één clip twee losse fragmenten.

Roteren en bijsnijden

Soms is het noodzakelijk om een video negentig graden te roteren, omdat het beeld in VSDC Free Video Editor is gedraaid. Gelukkig herstel je deze ‘fout’ simpel. Je selecteert in de tijdlijn de juiste video en klikt helemaal bovenaan bij de sectie Tools op het pictogram met de gebogen pijl. De video draait meteen.

Staat er een ongewenst persoon, lelijk logo of storend object in beeld? Gooi de videoclip dan nog niet weg! Je kunt het fragment namelijk nog bijsnijden. Beslis welk deel van de video je wilt gebruiken en gooi het overtollige beeldmateriaal weg. Je klikt met de rechtermuisknop op een videoclip in de tijdlijn en kiest Crop tools / Custom region. Bepaal in het nieuwe venster welk deel uit beeld moet verdwijnen. Je regelt dat door de zwarte vierkantjes aan de randen van de voorbeeldweergave te verslepen. Tevreden? Met OK voer je de actie definitief uit.

Nuttig om te weten is dat je met deze functie de oorspronkelijke resolutie verkleint. Zeker wanneer je de uiteindelijke film op een grote televisie of pc-monitor bekijkt, zie je mogelijk korrelige beelden. Snijd daarom liever niet te veel beeldmateriaal weg.

Alles buiten de rechthoekige selectie verdwijnt uit de video.

Video-effecten

Wie dat wil, gaat in deze videobewerker helemaal los met speciale effecten. Klik maar eens bovenaan in de werkbalk op Video effects. Er verschijnt een uitgebreid menu. Voordat je iets uitkiest, selecteer je eerst een clip op de tijdlijn. Via Quick styles pas je heel makkelijk een effect toe, omdat hiervoor geen extra instellingen zijn vereist. Laat de video bijvoorbeeld op een gedateerde film uit de jaren ‘70 lijken of pas automatisch de contrastwaarden aan.

Wil je zelf meer invloed op in hoeverre het programma een video-effect toepast? Bij veel filters stel je naar eigen inzicht de intensiteit in. Bekijk hiervoor de mogelijkheden via Video effects / Adjustments. Zo wijzig je onder andere de kleurverzadiging en helderheid. Daarnaast kun je ook een stijlvol sepia- of zwart-wit-effect op de video loslaten. Zodra je eenmaal iets hebt gekozen, pas je in het deelvenster Properties window aan de rechterkant de waarden aan. Als je dit deelvenster niet ziet, klik je achtereenvolgens op het tabblad View en Properties. Tot slot zijn ook de video-effecten binnen de rubrieken Filters en Nature de moeite waard. Spijt van een bepaalde keuze? Met de sneltoets Ctrl+Z maak je de laatste handeling weer ongedaan. Experimenteer er dus lustig op los!

Met het Auto contrast-filter optimaliseer je heel eenvoudig de contrastwaarden.
Gebruik het deelvenster Properties window om de instellingen van een video-effect te wijzigen.

Overgangen

Tijdens de montage van een video ontkom je eigenlijk niet aan het gebruik van overgangen. Doe je dat niet, dan lopen de fragmenten nogal abrupt in elkaar over. Dat is onprettig voor de kijker. Met een overgang wordt een nieuwe videoclip op subtiele wijze geïntroduceerd.

Klik in de tijdlijn op de videoclip waarbij je aan het einde een overgang wilt toevoegen. Je opent zo nodig eerst het tabblad Editor en navigeert daarna naar Video effects / Transitions. Probeer nu één van de beschikbare overgangen uit. Zo laat je het oude fragment bijvoorbeeld in vlammen opgaan (Paper burn) of in scherven uit elkaar vallen (Shattered glass). Kies een overgang en controleer in het pop-upvenster of de optie To the end of scene is geselecteerd. Klik op OK.

Merk op dat er op de tijdlijn een verse laag met de gekozen overgang verschijnt. Klik op de rode afspeelknop onder de videoweergave om de overgang te bekijken. Je past in het eigenschappenvenster aan de rechterkant diverse zaken aan, waaronder de tijdsduur en transparantie.

Deze videobewerker heeft een aantal spectaculaire overgangen in huis.

Geluid

De audiokwaliteit van zelfgeschoten video’s is vaak matig. Stond er toentertijd tijdens de opname een stevig briesje, dan hoor je waarschijnlijk voornamelijk windgeruis. Zet het geluid van dergelijke videoclips daarom gewoon uit. Klik in de tijdlijn op een fragment om de bijbehorende eigenschappen aan de rechterkant te tonen. Verschijnt dat niet, dan klik je op View / Properties. Je scrolt zo nodig een stukje omlaag totdat je de optie Audio track tegenkomt. Klik achter Track 1 op het kleine pijltje en kies Don’t use audio.

Je kunt eventueel zelf audio aan de videomontage toevoegen, zoals achtergrondmuziek of een voice-over. Klik zo nodig op het tabblad Editor en kies Add object / Audio. Je selecteert nu pakweg een mp3-, wma-, wav- of flac-bestand op de computer. Via Openen / OK belandt de audiotrack als nieuwe laag op de tijdlijn. Kies een geschikte plek en pas diverse eigenschappen in het Properties window desgewenst aan. Denk hierbij onder meer aan de snelheid en het volumeniveau.

Schakel bij video’s met slecht geluid het audiospoor eenvoudig uit.

Film opslaan

Deze workshop is slechts een bescheiden introductie van VSDC Free Video Editor. Je kunt namelijk nog veel meer met deze veelzijdige videobewerker doen. Ga er dus vooral ook zelf mee stoeien. Ben je eenmaal klaar, dan sla je het resultaat op. Je kunt de film daarna op verschillende schermen bewonderen.

Klik in de werkbalk op het tabblad Export project en speel zekerheidshalve de volledige videomontage nog eens af. Ben je helemaal tevreden, dan geef je in de werkbalk het gewenste videoformaat aan. Kies bijvoorbeeld voor mp4, mkv, mov, flv of mts. Het is ook mogelijk om de film op een dvd te branden. Wijzig via Change name zo nodig de bestandsnaam en opslaglocatie. Je bevestigt bovenaan ten slotte met Export project / Continue.

VSDC Free Video Editor ondersteunt een heleboel exportformaten.