ID.nl logo
Fouten maken mag! Zo kun je in een veilige omgeving je netwerk testen
© Who is Danny - stock.adobe.com
Huis

Fouten maken mag! Zo kun je in een veilige omgeving je netwerk testen

Als je een nieuw netwerk wilt inrichten of je huidige netwerk wilt optimaliseren, kunnen de vereiste configuraties je misschien wat afschrikken. Gelukkig kun je zo’n taak ook softwarematig simuleren, zodat je de nodige kennis en ervaring in een veilige omgeving kunt opdoen.

In dit artikel laten we zien hoe je met Filius een nieuw netwerk kunt opzetten of je huidige netwerk kunt aanpassen, zonder dat een klein foutje je netwerk naar de knoppen helpt. We beschrijven de volgende stappen:

  • Zet je netwerk op in de simulatietool
  • Test de verbinding
  • Creëer een subnetmasker en gateway
  • Voeg een DHCP-server toe
  • Voeg overige servers als een DNS- en mailserver toe
  • Stel firewall-regels in

Ook interessant: Is je systeem goed beveiligd? Ontdek het met deze hack-tools

In dit artikel gaan we dieper in op netwerken, maar vermijden we fysieke apparatuur. We maken daarvoor graag gebruik van Filius, een gratis opensource-tool voor netwerksimulaties. Met Filius kun je experimenteren en snel ontdekken waarom iets wel of niet werkt. Deze tool is ook geschikt voor beginners en is populair bij docenten in het hoger voortgezet onderwijs voor hun technologie- en IT-lessen.

In het kader ‘Virtuele netwerken’ (aan het einde) bespreken we kort nog een andere aanpak met behulp van VirtualBox, waarmee je diverse netwerkconfiguraties voor virtuele machines kunt opzetten.

1 Configuratie

In het kader ‘Simulatietools’ noemen we enkele alternatieve tools voor netwerksimulatie, maar we blijven in de rest van deze masterclass bij Filius omdat het qua moeilijkheidsgraad mooi in het midden zit: niet te eenvoudig en niet te complex.

Download de software via deze pagina, het is beschikbaar voor zowel Windows als Linux. De website is in het Duits en dat geldt ook voor de installatie van het programma, maar deze is (onder Windows) gelukkig niet moeilijker dan klikken op Weiter, Annehmen, Installieren en Fertig stellen. Je kunt nu Filius starten en bij de eerste keer stel je de gewenste interfacetaal in: Deutsch, English of Français. Wij kiezen voor English.

Als je per ongeluk de verkeerde taal hebt ingesteld, open dan het configuratiebestand filius.ini in de standaardmap \Program Files\Filius\config met Kladblok en verwijder het #-teken naast de gewenste taal, bijvoorbeeld # locale=en_GB. Er zijn hier trouwens nog andere instellingen die je kunt activeren door het #-teken te verwijderen.

Het (nog lege) hoofdvenster van Filius, met links een glimp van het configuratiebestand.

2 Werkmodi

Het is raadzaam om vertrouwd te raken met de Filius-omgeving voordat je je netwerk gaat opbouwen. Er zijn namelijk drie modi waarin je kunt werken: de ontwerpmodus (hamericoon; om je netwerk op te zetten), de simulatiemodus (pijlicoon; om je netwerksimulatie te testen) en de documentatiemodus (potloodicoon; om tekst- en structuurvelden naar je netwerksimulatie te verslepen, hier doen we in dit artikel niets mee).

Logischerwijs begin je vanuit de ontwerpmodus, omdat er momenteel nog niets te simuleren of te bewerken valt. In het linkermenu vind je enkele typische netwerkcomponenten: Connection (netwerkkabel), Computer (server), Notebook (client), Switch, Router (en een Home Router met beperkte opties) en Modem.

Onze opzet voor dit artikel is als volgt: we gaan twee netwerken (subnetten) aan een router koppelen en ervoor zorgen dat ze elkaar kunnen bereiken, zodat we bijvoorbeeld een eigen DNS-server, webserver, mailserver en (p2p-)bestandsserver kunnen benaderen. Zo leer je geleidelijk aan de belangrijkste mogelijkheden van Filius kennen.

Vanuit de ontwerpmodus kun je allerlei netwerkonderdelen toevoegen.

3 Basisnetwerk

Laten we beginnen met het opzetten van een eenvoudig netwerk. Sleep een Switch, twee Notebooks en een Computer naar het ontwerpscherm. Plaats de switch bij voorkeur in het midden. Selecteer elk van deze vier componenten en geef ze vanuit het onderste deelvenster een passende naam, zoals Client 1, Client 2, Server en Switch. Geef de drie computers ook elk een ander ip-adres, bijvoorbeeld 192.168.0.1, 192.168.0.2 en 192.168.0.3, allemaal met hetzelfde subnetmasker 255.255.255.0. We kunnen hier helaas niet dieper ingaan op de betekenis en structuur van een subnetmasker, maar hier vind je meer informatie.

Verbind vervolgens elke computer met de switch: klik op Connection in het linkermenu en klik daarna op de twee apparaten die je wilt verbinden, bijvoorbeeld de computer en de switch. Druk op Esc als je hiermee klaar bent.

Een basisnetwerk heb je binnen een minuut opgezet.

4 Verbinding testen

Laten we eerst ons basisnetwerk testen voordat we dit gaan uitbreiden. Klik dus op de knop met de groene pijl om naar de simulatiemodus te gaan. Voordat er iets te beleven valt, moet je eerst een netwerktoepassing toevoegen. Dubbelklik bijvoorbeeld op Client 1, zodat de desktopomgeving zichtbaar wordt. Klik hier op Software installation, selecteer in het rechterdeelvenster Command Line en klik op de knop met de pijl naar links om dit onderdeel toe te voegen. Doe hetzelfde voor Generic client en bevestig met Apply changes.

Dubbelklik nu op Command Line in het desktopvenster en voer ping 192.168.0.2 of ping 192.168.0.3 uit. Als alles goed is, ontvang je een reactie van beide doelcomputers. Je kunt dit netwerkverkeer trouwens ook op een andere manier bekijken. Klik met de rechtermuisknop op bijvoorbeeld Client 1 en kies Show data exchange. Je zult merken dat vooralsnog al het netwerkverkeer beperkt is tot de netwerk- of internetlaag (in het zogeheten OSI- en TCP/IP-model) en dat de eerste twee pakketten afkomstig zijn van het ARP-protocol (Address Resolution Protocol), om het fysieke MAC-adres van de doelcomputer te vinden. De overige datapakketten komen van het ICMP-protocol, dat standaard wordt gebruikt door ping. Klik op een datapakket voor meer details in het onderste deelvenster.

We voegen een opdrachtregel met ping toe en zien (in het dataverkeervenster) dat het goed is.

5 Tekstberichten

Een eenvoudig ping-commando is natuurlijk niet erg spectaculair. Laten we daarom een paar tekstberichten versturen. Hiervoor installeren we eerst het softwarepakket Echo server op onze server. In de vorige paragraaf heb je geleerd hoe je dat doet. Open vervolgens deze applicatie, laat de poortinstelling gerust op 55555 staan en klik op Start zodat de server luistert naar binnenkomende pakketten.

We laten deze pakketten van Client 1 komen. Dubbelklik hiervoor op de geïnstalleerde Generic Client en vul het ip-adres van je server in (192.168.0.3). Bevestig met Connect, typ een tekstbericht in bij Message en verstuur dit met Send. Als je nu het dataverkeervenster opent, zie je het bericht verschijnen en zie je dat voor zo’n netwerktoepassing ook de OSI-lagen Transport (via het TCP-protocol) en Application worden aangesproken.

De berichtenservice genereert ook verkeer op de hoogste lagen van het OSI-model.

Simulatietools Filius is natuurlijk niet de enige simulatietool voor netwerkomgevingen. Zo kun je ook in Educational Network Simulator een netwerk samenstellen met pc’s, servers, switches en routers, vanuit een wat gedateerde webinterface.

Is het je vooral te doen om kennis op te doen rond netwerkveiligheid, dan kun CS4G Netsim proberen, maar het aantal scenario’s is hier beperkt.

Als je op zoek bent naar een veel krachtigere oplossing waarin je zowel virtuele als echte apparaten kunt opnemen, dan is GNS3 (Graphical Network Simulator-3) een interessante optie. Deze gratis opensource-tool is beschikbaar voor Windows, macOS en Linux. Je kunt ervoor kiezen om ook de GNS3-VM te installeren, een virtuele machine die meer protocollen en netwerkapparaten ondersteunt.

Een ander interessant alternatief is EVE-NG. De tool ondersteunt nog meer netwerkapparaten van verschillende bekende producenten. EVE-NG werkt met een gebruiksvriendelijke webinterface en de simulaties zijn zeer realistisch. Let wel op dat alleen de Community Edition van EVE-NG gratis is en dat deze enkele beperkingen heeft.

Je merkt meteen dat GNS3 professionele (of minstens academische) allures heeft.

6 Subnetten

Laten we ons netwerk wat complexer maken. Als je wilt, kun je nu je huidige netwerkopstelling opslaan door op het diskette-icoon te klikken in de ontwerpmodus. Laat je huidige netwerkcomponenten ongewijzigd en voeg aan de rechterkant een extra switch en twee notebooks toe. Plaats een router tussen beide netwerken (we negeren de vereenvoudigde Home Router) en ken deze meteen twee NIC’s (Network Interface Cards) toe.

Verbind de nieuwe notebooks en de router met de extra switch. Verbind ten slotte ook de router met je eerste switch. Grafisch ziet dit er misschien goed uit, maar praktisch gezien kun je met dit netwerk nauwelijks iets doen. Je moet namelijk nog enkele configuraties binnen dit tweede netwerk (subnet) uitvoeren. Geef de nieuwe notebooks alvast een ander ip-adres, bijvoorbeeld 192.168.1.1 en 192.168.1.2. Laat de subnetmaskers ook hier op 255.255.255.0 staan.

Selecteer nu de router. Op de tabbladen in het onderste deelvenster zie je hetzelfde ip-adres staan voor beide NIC’s. Dit is natuurlijk niet correct. Klik op het eerste tabblad. Als de netwerkkabel tussen je router en de switch van je tweede netwerk groen kleurt, geef dan deze netwerkinterface het ip-adres 192.168.1.10. Voor de andere netwerkinterface, die verbonden is met de switch van het eerste netwerk, vul je 192.168.0.10 in.

Onze router heeft twee netwerkinterfaces.

7 Gateway

Wanneer je nu probeert te pingen tussen een computer uit beide netwerken, krijg je helaas alleen de foutmelding Destination not reachable. Dit is logisch, omdat er nog een gateway ontbreekt in beide netwerken. Deze configuratie doe je op het niveau van je computers.

Open een computer in je eerste netwerk (aan de linkerzijde) en vul bij Gateway het ip-adres van de bijbehorende router-netwerkinterface in (192.168.0.10). Doe dit ook voor de andere twee computers in dat netwerk. Voor de computers in je tweede netwerk (aan de rechterzijde) vul je als Gateway het ip-adres 192.168.1.10 in. Nu zou je vanuit beide netwerken ook de computers uit het andere netwerk moeten kunnen bereiken, zoals met het ping-commando of via een generic client.

We hebben wel gemerkt dat het virtuele netwerk na wijzigingen soms kuren kan vertonen. Sla in dat geval je configuratie op en herstart Filius. Als dat niet helpt, verwijder dan het betreffende softwarepakket van het betreffende apparaat, voeg het opnieuw toe en configureer het opnieuw (meestal duurt dit nog geen minuut).

Je moet ook nog een gateway instellen op je computers.

8 DHCP-server

Zodra je een wat groter netwerk uitbouwt, wordt het omslachtig als je alle apparaten handmatig een ip-adres moet geven. Dan kun je beter een DHCP-server inzetten (in elk van beide netwerken als je dit verkiest). DHCP staat voor Dynamic Host Configuration Protocol en dit wijst automatisch ip-adressen toe aan netwerkapparaten.

Ga naar het eigenschappenvenster van zo’n server en klik rechtsonder op DHCP server setup. Geef het DHCP-adresbereik op, bijvoorbeeld van 192.168.0.1 achter Lower bound of address tot 192.168.0.20 achter Upper bound of address. Plaats een vinkje bij Activate DHCP en bevestig met OK.

Merk op dat je op het tabblad Static Address Assignment specifieke apparaten op basis van hun MAC-adres een vast ip-adres kunt toewijzen (bij voorkeur buiten het ingestelde DHCP-bereik). Dit is vooral nuttig voor apparaten zoals servers, die je altijd via hetzelfde ip-adres wilt kunnen benaderen.

Over nu naar de apparaten die je van deze DHCP-service gebruik wilt laten maken. In het eigenschappenvenster van elk apparaat plaats je een vinkje bij Use DHCP for configuration. Om het toegekende ip-adres van een apparaat te achterhalen, klik je er met rechts op, of je start een commandline-sessie op en voert het commando ipconfig uit.

Het is wel zo handig als er een DHCP-server operationeel is in je netwerk.

9 Webserver

In Filius kun je ook een basale webserver activeren en deze voeden met (eigen) webpagina’s. Gebruik hiervoor eventueel een al bestaande server in je netwerk en voeg het softwarepakket Webserver eraan toe. Open dit pakket en klik op Start.

Om de webserver te testen, installeer je het pakket Webbrowser op een willekeurige computer. Open dit en vul achter http:// het ip-adres van je webserver in (bijvoorbeeld http://192.168.0.3) en druk op de knop Start. Als alles goed is, verschijnt nu de standaard startpagina van Filius.

Natuurlijk wil je liever je eigen pagina zien. Installeer hiervoor het pakket Text editor op je webserver en open deze applicatie. Klik op Open en open de map webserver. Dubbelklik op het bestand index.html en open dit. Nu krijg je de achterliggende html-code te zien, zodat je deze kunt aanpassen. Je kunt ook je eigen webpagina’s maken en deze via Save as in afzonderlijke html-bestanden opslaan.

Zodra je je eigen webpagina hebt gemaakt, kun je deze bekijken met de ingebouwde webbrowser door iets als http://192.168.0.3/mijnpagina.html in te tikken.

Via de ingebouwde teksteditor kun je ook eigen, simpele webpagina’s maken.

10 DNS-server

Het zou wel handiger zijn om een domeinnaam zoals www.mijnsite.nl te gebruiken in plaats van telkens het ip-adres van de webserver te moeten intikken.

Hiervoor moet je een DNS-server (Domain Name System) opzetten. Voeg een server toe in een afzonderlijk subnet en geef deze bijvoorbeeld het ip-adres 192.168.2.1 met als Gateway 192.168.2.10. Maak deze gateway door in het eigenschappenvenster van je router naar het tabblad General te gaan en op Manage connections te klikken. Druk op de plusknop voor een extra verbinding en klik op Close. Open het toegevoegde tabblad en wijzig IP Address in 192.168.2.10. Verbind nu je DNS-server met de nieuwe verbinding op je router door een kabelverbinding te maken.

Open nu elke computer en vul bij Domain Name Server het ip-adres van je DNS-server in. Let op, bij apparaten die via DHCP worden bediend, lukt dit wellicht niet. In dit geval vul je het ip-adres van je DNS-server in bij de DHCP-server zelf.

Voeg nu het softwarepakket DNS server toe aan je DNS-server. Open dit en vul bij Host/domain name bijvoorbeeld www.mijnsite.nl in en bij IP address het adres van je webserver (bijvoorbeeld 192.168.0.3). Bevestig met Add en activeer de DNS-service met de knop Start.

Nu zou je vanaf je webbrowser je webserver moeten kunnen bereiken met het adres www.mijnsite.nl/mijnpagina.html.

Onze router heeft nu drie netwerkverbindingen, waarvan één naar de nieuwe DNS-server.

11 Mailserver

Als laatste voegen we het softwarepakket Email server toe aan onze server. Open het pakket en vul bij Mail domain bijvoorbeeld mijnsite.nl in. Bij New account geef je een User en een Password op. Bevestig dit met de knop New account en met OK, zodat het aan de Account list wordt toegevoegd. Start de service met de gelijknamige knop Start.

Je moet de mailserver natuurlijk nog kenbaar maken bij je DNS-server. Open hier het pakket DNS server, ga naar het tabblad Mail exchange (MX), vul bij Mail domain bijvoorbeeld mijnsite.nl in en bij Mail server domain name de waarde www.mijnsite.nl. Bevestig met Add, stop de DNS-server en druk daarna weer op Start om de wijzigingen te laten doorzetten.

Selecteer vervolgens een willekeurige client en voeg het softwarepakket Email program toe. Open dit en klik op Account voor een nieuw e-mailaccount. Vul de gevraagde gegevens in. Als Email address kun je <naam>@mijnsite.nl gebruiken, bij POP3 server en bij SMTP server vul je www.mijnsite.nl in. De poorten laat je ongewijzigd. Vul bij User en Password dezelfde gegevens in als zojuist bij Email server. Bevestig met Save. Via de knop New email kun je nu een testbericht naar jezelf sturen. Uiteraard kun je nog andere e-mailaccounts maken en berichten naar elkaar versturen, op andere computers met Email program.

Een e-mailservice correct opzetten vergt wel enige configuratie.

12 Firewall

Om je netwerk te beveiligen, stel je firewallregels in. Zo kun je het Firewall-softwarepakket op een of meer computers in Filius installeren, maar weet dat de mogelijkheden hier beperkt zijn. Je werkt daarom beter op routerniveau.

Ga naar het eigenschappenvenster van je router en open Firewall settings. Op het tabblad Network interfaces kun je Filter ICMP packets inschakelen, zodat ping-verzoeken niet meer doorkomen, maar wij zijn meer geïnteresseerd in het tabblad Firewall Rules. Een voorzichtige benadering is accept instellen als Default action if no rule matches. Hierdoor wordt alle verkeer dat niet door zelf gedefinieerde regels wordt onderschept, standaard toegelaten.

Laten we als test een regel aanmaken om te voorkomen dat een specifieke client kan surfen. Klik op add new rule, vul het ip-adres van de client in bij Source IP, gebruik 255.255.255.255 als Netmask, selecteer TCP als Protocol en stel Port in op 80 (voor http-verkeer). Stel Action in op drop. Vergeet niet Activate firewall in te schakelen op het tabblad Network Interfaces.

Test je nieuwe regel grondig om te controleren of de gewenste beperkingen worden toegepast. Stel je meerdere firewallregels in, weet dan dat deze in chronologische volgorde, van boven naar beneden, worden afgehandeld.

Met behulp van firewallregels maak je het netwerkverkeer via je router veiliger.

13 Routers en netwerken

Filius biedt ook mogelijkheden voor complexere netwerksimulaties. Je kunt bijvoorbeeld meerdere routers inzetten voor verschillende netwerken en Automatic routing inschakelen om het routeerprotocol de kortste weg binnen je netwerk te laten vinden. Maar het kan ook leerzaam zijn om handmatige routering in te schakelen op het tabblad Forwarding table. Je kunt dan het dataverkeer volgen via een Generic Client en een Echo server.

Een andere interessante optie is om het gesimuleerde netwerk van Filius te koppelen aan je fysieke netwerk. Om dit te testen, installeer je Filius op twee computers binnen je thuisnetwerk. Maak op elk van beide een netwerk met een client (bijvoorbeeld 192.168.0.1 en 192.168.0.2) en een modem. Bij het ene modem plaats je een vinkje bij Wait for incoming connection request en bevestig je met Activate. Op de bijbehorende client installeer je een Echo server en start je deze. Op het tweede modem vul je het fysieke ip-adres van je eerste computer in en druk je op Connect. Voeg vervolgens aan je client een Generic Client toe. Nu kun je berichten van de ene client naar de andere sturen via je fysieke netwerkverbinding. Zorg er wel voor dat bijvoorbeeld je Windows-firewall dit verkeer niet blokkeert.

Een verbinding via modems, via je fysieke netwerk.

Virtuele netwerken Netwerksimulaties met Filius zijn leerzaam en ook handig voor het voorbereiden van een fysiek netwerk. Maar als je een netwerk wilt opzetten met echte besturingssystemen, is het beter om een hypervisor zoals het gratis VirtualBox te gebruiken. Met VirtualBox kun je verschillende soorten virtuele netwerken opzetten, afhankelijk van je behoeften.

Het standaardtype is NAT, waarbij je bijna niets hoeft in te stellen. Het is ook een veilige constructie aangezien virtuele machines elkaar niet kunnen benaderen en externe apparaten de virtuele machines niet kunnen bereiken (tenzij je poortdoorverwijzing gebruikt). In een NAT-netwerk daarentegen kunnen virtuele machines onderling wel communiceren en hebben ze ook toegang tot het externe netwerk.

Naast een NAT-netwerk zijn er ook andere netwerkscenario’s mogelijk, zoals Intern netwerk, Bridged adapter en Host-only adapter.

Binnen VirtualBox (en andere hypervisors) zijn er verschillende netwerkscenario’s mogelijk.
Watch on YouTube
▼ Volgende artikel
Tientallen headsets uit verkoop gehaald vanwege mogelijke gezondheidsrisico's
© ID.nl
Huis

Tientallen headsets uit verkoop gehaald vanwege mogelijke gezondheidsrisico's

Onderzoekers van consumentenorganisaties hebben in samenwerkin met de Europese Unie tientallen headsets getest. Uit het onderzoek blijkt dat er gevaarlijke stoffen zijn gebruikt die via de oorkussens en de bedrading het lichaam kunnen binnendringen.

De gevaarlijke stof die in deze headsets is toegepast is bisfenol A (bekend onder de afkorting BPA), een stof die al veel voorkomt in plastic en metalen verpakkingen van onder meer voedingsmiddelen en herbruikbare drinkflessen. Het gebruik van verpakkingsmaterialen met BPA voor voedsel is sinds 20 januari 2025 verboden. Kleine doses van dit middel zouden het immuunsysteem kunne verzwakken. Bij zwaar gebruik van de betrokken headsets zouden de gevaarlijke stoffen ook het lichaam kunnen binnendringen, bijvoorbeeld door zweten of langdurig gebruik tijdens het gamen.

Verschillende headsets

Volgens het onderzoek gaat het om verschillende merken headsets die de gevaarlijke stof BPA kunnen bevatten. Volgens het AD gaat het onder meer om de Razen Kraken V3 uit 2021 en de HyperX Cloud III uit 2023 die uitermate slecht scoren. De onderzoekers zeggen dat juist deze exemplaren een te hoge concentratie zorgwekkende stoffen bevatten, zie zich zowel in de interne onderdelen als de oorkussens kunnen bevinden.

Uit voorzorg uit winkels

Een aantal grote winkels zoals MediaMarkt en Bol.com hebben een groot aantal producten uit de schappen gehaald. Bijvoorbeeld een populaire Paw Patrol-koptelefoon die bij de MediaMarkt werd aangeboden via een externe verkoper. De binnenkant van deze koptelefoon was veilig bevonden, maar juist de zachte oorkussens die op de oren rusten, zitten vol gevaarlijke weekmakers en het beruchte BPA. De koptelefoon is vooral bedoeld voor kinderen.

Ook een Nijntje-headset van Hema heeft de test niet doorstaan: hier is BPA aangetroffen in de hoofdband en de oorschelpen. Het aantal gevonden deeltjes ligt boven de veilige norm van het onderzoek.

Vermijd intensief gebruik

De gevaarlijke stoffen kunnen het lichaam betreden door langdurig contact met de huid. En dat risico wordt versterkt bij oplopende temperaturen en als de drager van de bewuste headsets zweten. Zo wordt dragen tijdens langdurig gamen of tijdens het sporten afgeraden. Naast BPA en BPS zijn verder ook andere chemicaliën gevonden die worden gelinkt aan schadelijke gezondheidseffecten, zoals ftalaten, gechloreerde paraffines en brandvertragers.

De onderzoekers zeggen dat de aangetroffen hoeveelheden niet per se gevaarlijk zijn, maar de mix van verschillende afzonderlijke blootstelling toch een groter gezondheidsrisico kunnen vormen.

Het onderzoek

Het rapport onderzcht de aanwezigheid van hormoonverstorende chemicaliën en andere gevaarlijke stoffen in 81 verschillende koptelefoons en oordopjes die in Europa te koop zijn of waren. De resultaten zijn verontrustend, want in 100% van de geteste producten werden schadelijke stoffen aangetroffen. Hoewel de individuele doses vaak laag zijn, vormt de dagelijkse blootstelling aan deze chemische mix een risico voor de gezondheid op de lange termijn, met mogelijke gevolgen voor de hormoonhuishouding en vruchtbaarheid.

Stoffen als Bisfenol A (BPA) en soortgelijke vervangers (zoals BPS) werden in vrijwel alle onderzochte modellen gevonden. BPA werd aangetroffen in maar liefst 177 van de 180 geteste afzonderlijke monsters. Ongeveer 60% van de monsters bevatte ftalaten (schadelijke weekmakers) en organofosfaat vlamvertragers (OPFR's) waren wijdverspreid aanwezig. In sommige producten van online platforms zoals Temu werden zeer hoge concentraties gemeten.

Lees hier het volledige Engelstalige onderzoek(PDF, 6 MB)

▼ Volgende artikel
Leer jezelf blind typen met deze gratis tools
© stokkete - stock.adobe.com
Huis

Leer jezelf blind typen met deze gratis tools

Blind typen gaat in het begin traag, maar levert je al snel meer snelheid, minder fouten en rust in je schouders en polsen op. Het goede nieuws: je kunt het gratis leren met slimme, toegankelijke websites. We bespreken welke tools het best werken, hoe je ze instelt en hoe je in een paar weken resultaat boekt.

In dit artikel

In dit artikel laten we zien hoe je blind typen leert met gratis, toegankelijke tools. Je leest waar je begint, hoe houding en toetsenbordindeling je tempo bepalen en welke websites het best werken voor oefenen en testen. Ook leggen we uit hoe je gericht herhaalt, je voortgang meet en in een paar weken merkbaar sneller en nauwkeuriger typt, zonder je schouders en polsen extra te belasten.

Lees ook: Nóg betere notities maken? Dit zijn de handigste add-ins voor OneNote

Blind typen betekent dat je zonder te kijken naar het toetsenbord typt en elke vinger een vaste uitgangspositie en taak geeft. Dat is nu relevanter dan ooit, omdat je waarschijnlijk veel achter een scherm werkt en met toetsenbordtaken uren kunt winnen als je foutloos en ontspannen tikt. Bovendien verlaag je het risico op klachten wanneer je je werk afwisselt en je werkplek goed instelt. In Nederland geldt als ideaal dat je beeldschermwerk regelmatig afwisselt en dat je, als je veel met een laptop werkt, een los toetsenbord en scherm moet kunnen gebruiken. Daarmee ontlast je nek, schouders en polsen, en maak je van elk typemoment een rustige herhalingsoefening. Blind typen draait niet alleen om snelheid; je houding en rust bepalen of je het volhoudt. Met onze tips zet je die basis goed neer, zodat elke oefening daarna effect heeft en je je voortgang betrouwbaar kunt bijhouden.

Basisbegrippen, houding en toetsenbord

Begin met een neutrale zithouding en een toetsenbord dat recht voor je ligt. Plaats het ongeveer een handbreedte van de tafelrand, houd je onderarmen iets schuiner dan horizontaal en laat je polsen ontspannen rusten. Zet je scherm op armlengte en recht voor je, zodat je niet draait met je romp. Met deze basis voorkom je onnodige spierspanning in polsen en ellebogen. Werk je op Windows 11 en wil je accenten en speciale tekens makkelijk invoeren, voeg dan een extra toetsenbordindeling toe via Instellingen / Tijd en taal / Taal en regio / Taalopties / Een toetsenbord toevoegen, bijvoorbeeld United States-International(afbeelding 2). Op de Mac voeg je een invoerbron toe via Systeeminstellingen / Toetsenbord / Tekstinvoer / Wijzig en kies je de gewenste indeling; via het invoermenu wissel je snel van lay-out. Door dit nu te regelen, voorkom je later frustratie wanneer je in de tools tekst met accenten of speciale tekens oefent.

In Windows 11 kun je via de taalinstellingen een extra toetsenbordindeling toevoegen.

Starten met TypingClub

Je zet je eerste echte stappen in TypingClub, omdat die site je vanaf de basis begeleidt en je voortgang bewaart zonder dat je meteen een account hoeft te maken. Open de site en klik op Get Started om de introductielessen te starten; wil je je resultaten opslaan, kies dan Sign up of Login. Volg de aanwijzingen op het scherm en let vooral op de hand- en vingerplaatsing die continu in beeld komt. Herhaal een les totdat je vijf sterren haalt; de korte, speelse opbouw houdt je aandacht vast en bouwt ritme op.

Sla lessen niet over, want elk nieuw teken verankert een stukje spiergeheugen. Gebruik de ingebouwde terugkijkfunctie om je foutenpatroon te zien en doe het wat rustiger aan als je accuratesse onder 95 procent zakt. Na elke sessie noteer je woorden per minuut en nauwkeurigheid in een apart document. Dit maakt je vooruitgang zichtbaar, en het werkt motiverend. Door nu deze basisserie af te ronden, kun je daarna met meer variatie werken en je zwakke letters apart versterken, zonder terug te vallen in oude, onhandige vingerpatronen.

TypingClub is ideaal om te beginnen en te werken aan je vingerzetting.

De juiste houding tijdens het typen

Een goede werkhouding is geen overbodige luxe, maar versnelt je leerproces. Zet je stoel zo dat je knieën en ellebogen ongeveer negentig graden gebogen zijn en je voeten plat op de grond staan. Schuif je toetsenbord recht voor je, ongeveer vijftien centimeter van de rand, zodat je onderarmen steun hebben zonder dat je op je ellebogen leunt. Een lichte helling van het bord is voldoende; te steil dwingt een onnatuurlijke polshouding af. Leg je muis dicht tegen het toetsenbord en maak kleine, ontspannen muisbewegingen. Richt je scherm op armlengte, met de bovenrand net onder ooghoogte, en voorkom spiegelingen door lichtbronnen schuin achter je te plaatsen.

Nieuwe laptop nodig? Kijk en vergelijk op Kieskeurig.nl

Gerichte herhaling met Keybr

Wanneer de basis staat, schakel je over naar Keybr om je spiergeheugen aan te scherpen. Keybr maakt oefenreeksen die veelvoorkomende letterovergangen laten terugkeren, waardoor je automatisch extra herhaling krijgt op wat nog onwennig is. Je begint in de standaardstand met woorden zonder leestekens. Werk niet langer dan twintig minuten aaneen; korte, vaak herhaalde sessies leveren meer op dan een enkele lange. Wat je eerder in TypingClub leerde over vingerposities, verfijn je hier door de herhalingen op lastige letterparen, zoals ui, ou of ct. Die precisie maakt de overstap naar vrije tekst straks makkelijker, waar je leestekens en hoofdletters in een natuurlijke cadans wilt meenemen.

Met Keybr oefen je je typvaardigheid in een omgeving zonder poespas.

Lees ook: 5 ergonomische toetsenbordsets voor minder dan 100 euro

Testen, gamen en oefenen met Ratatype

Nu je letters en basisritme hebt, voeg je afwisseling en Nederlandse woordenschat toe met Ratatype. Klik op Toets jouw snelheid voor een snelle nulmeting, of kies bij Kies de cursus de Nederlandse versie en klik Start nu met typen. De lessen zijn gratis en Nederlandstalig, met uitleg en oefeningen die aansluiten op onze toetsenbordindeling.

Ratatype biedt ook spelmodi en, na het afronden van een cursus, een optioneel certificaat, handig als je je vaardigheid wilt aantonen bij een sollicitatie. Houd er rekening mee dat er in de gratis stand daglimieten voor tests kunnen gelden en dat een certificaat een kleine vergoeding kost.

Door nu om de zoveel tijd een test te doen en de Nederlandse cursus te doorlopen, voeg je lokale woordpatronen en leestekens toe aan je automatisme. Daarmee ben je klaar voor de laatste stap: echte teksten.

Ratatype biedt een uitgebreide gratis typecursus in het Nederlands.

Monkeytype en 10FastFingers

In deze fase oefen je vloeiende zinnen, afwisselende woordlengtes en echte leestekens. Open het Engelstalige Monkeytype en kies boven de test Quote om doorlopende zinnen te typen, of zet Punctuation aan in de standaardmodus. Klik voor Nederlands op Change / Words filter. Onder Language typ je Dutch, klik je op Dutch en klik je op Set en onderaan op OK voor een nog natuurlijker ritme.

Speel met de testduur, bijvoorbeeld zestig seconden, zodat je zowel tempo als uithoudingsvermogen traint. Wissel dit af met de Nederlandstalige test bij 10FastFingers via Typing Test. Klik daar op het groene hokje met English en kies Dutch. Wat je net in Ratatype aan Nederlands ritme opdeed, verfijn je hier door variatie in zinsbouw en leestekens. Zo sluit je oefening aan op alledaags schrijfwerk.

Monkeytype is ook een fijne tool: geen opsmuk, maar wel Nederlandse teksten.

Je persoonlijke vierwekenplan naar merkbaar resultaat

Je traint het best met korte, consequente sessies. In week 1 werk je dagelijks tien tot vijftien minuten in TypingClub: start met Get Started en herhaal elke les tot vijf sterren, waarbij je het scherm niet verlaat voordat je accuraatheid boven 95 procent ligt. In week 2 ga je dagelijks tien minuten naar Keybr en houd je de standaardinstellingen aan. In week 3 wissel je drie keer per week Ratatype-lessen in de Nederlandse cursus af met twee keer Monkeytype Quote van zestig seconden. Sluit elke training af met één 10FastFingers-meting op Dutch. In week 4 voer je de intensiteit licht op. Elke week borduurt voort op de vorige: eerst oefen je nauwkeurigheid en houding, dan herhaling, daarna realistische tekst. Zo groeit je snelheid zonder dat je foutpercentage omhoogschiet.

10FastFingers biedt een handige test voor snelheid en accuratesse.

Meten, finetunen en volhouden

Daalt de accuraatheid meerdere dagen onder 95 procent, dan schuif je de nadruk tijdelijk naar langzamere Keybr-reeksen met foutloze herhalingen, of pak een paar leuke typespelletjes mee. Heb je last van stijfheid of vermoeide ogen, verkort je sessies en wissel schermwerk af met korte pauzes. Door hier consequent in te blijven, maak je van blind typen een vaardigheid die elke dag tijd oplevert.

Typespelletjes maken oefenen leuker, zoals een volledige les met een letter ingedrukt.

Gratis naar sneller, rustiger en foutloos typen

Alles begint met een goede houding en de juiste toetsenbordindeling. Vanaf dan kun je het basisritme onder de knie krijgen, je spiergeheugen verfijnen en voortdurend testen. Door te blijven oefenen met realistische zinnen en regelmatig een minuutmeting te doen, maak je in vier weken een duidelijke sprong in snelheid én nauwkeurigheid. De logische vervolgstap is onderhoud: drie tot vijf keer per week tien minuten oefenen, afwisselend in Keybr en Monkeytype, en wekelijks één officiële meting. Zo blijft je winst niet tijdelijk, maar groeit je vaardigheid door.

Op zoek naar een bijzondere typemachine?

Bouw hem zelf van LEGO!