ID.nl logo
Fouten maken mag! Zo kun je in een veilige omgeving je netwerk testen
© Who is Danny - stock.adobe.com
Huis

Fouten maken mag! Zo kun je in een veilige omgeving je netwerk testen

Als je een nieuw netwerk wilt inrichten of je huidige netwerk wilt optimaliseren, kunnen de vereiste configuraties je misschien wat afschrikken. Gelukkig kun je zo’n taak ook softwarematig simuleren, zodat je de nodige kennis en ervaring in een veilige omgeving kunt opdoen.

In dit artikel laten we zien hoe je met Filius een nieuw netwerk kunt opzetten of je huidige netwerk kunt aanpassen, zonder dat een klein foutje je netwerk naar de knoppen helpt. We beschrijven de volgende stappen:

  • Zet je netwerk op in de simulatietool
  • Test de verbinding
  • Creëer een subnetmasker en gateway
  • Voeg een DHCP-server toe
  • Voeg overige servers als een DNS- en mailserver toe
  • Stel firewall-regels in

Ook interessant: Is je systeem goed beveiligd? Ontdek het met deze hack-tools

In dit artikel gaan we dieper in op netwerken, maar vermijden we fysieke apparatuur. We maken daarvoor graag gebruik van Filius, een gratis opensource-tool voor netwerksimulaties. Met Filius kun je experimenteren en snel ontdekken waarom iets wel of niet werkt. Deze tool is ook geschikt voor beginners en is populair bij docenten in het hoger voortgezet onderwijs voor hun technologie- en IT-lessen.

In het kader ‘Virtuele netwerken’ (aan het einde) bespreken we kort nog een andere aanpak met behulp van VirtualBox, waarmee je diverse netwerkconfiguraties voor virtuele machines kunt opzetten.

1 Configuratie

In het kader ‘Simulatietools’ noemen we enkele alternatieve tools voor netwerksimulatie, maar we blijven in de rest van deze masterclass bij Filius omdat het qua moeilijkheidsgraad mooi in het midden zit: niet te eenvoudig en niet te complex.

Download de software via deze pagina, het is beschikbaar voor zowel Windows als Linux. De website is in het Duits en dat geldt ook voor de installatie van het programma, maar deze is (onder Windows) gelukkig niet moeilijker dan klikken op Weiter, Annehmen, Installieren en Fertig stellen. Je kunt nu Filius starten en bij de eerste keer stel je de gewenste interfacetaal in: Deutsch, English of Français. Wij kiezen voor English.

Als je per ongeluk de verkeerde taal hebt ingesteld, open dan het configuratiebestand filius.ini in de standaardmap \Program Files\Filius\config met Kladblok en verwijder het #-teken naast de gewenste taal, bijvoorbeeld # locale=en_GB. Er zijn hier trouwens nog andere instellingen die je kunt activeren door het #-teken te verwijderen.

Het (nog lege) hoofdvenster van Filius, met links een glimp van het configuratiebestand.

2 Werkmodi

Het is raadzaam om vertrouwd te raken met de Filius-omgeving voordat je je netwerk gaat opbouwen. Er zijn namelijk drie modi waarin je kunt werken: de ontwerpmodus (hamericoon; om je netwerk op te zetten), de simulatiemodus (pijlicoon; om je netwerksimulatie te testen) en de documentatiemodus (potloodicoon; om tekst- en structuurvelden naar je netwerksimulatie te verslepen, hier doen we in dit artikel niets mee).

Logischerwijs begin je vanuit de ontwerpmodus, omdat er momenteel nog niets te simuleren of te bewerken valt. In het linkermenu vind je enkele typische netwerkcomponenten: Connection (netwerkkabel), Computer (server), Notebook (client), Switch, Router (en een Home Router met beperkte opties) en Modem.

Onze opzet voor dit artikel is als volgt: we gaan twee netwerken (subnetten) aan een router koppelen en ervoor zorgen dat ze elkaar kunnen bereiken, zodat we bijvoorbeeld een eigen DNS-server, webserver, mailserver en (p2p-)bestandsserver kunnen benaderen. Zo leer je geleidelijk aan de belangrijkste mogelijkheden van Filius kennen.

Vanuit de ontwerpmodus kun je allerlei netwerkonderdelen toevoegen.

3 Basisnetwerk

Laten we beginnen met het opzetten van een eenvoudig netwerk. Sleep een Switch, twee Notebooks en een Computer naar het ontwerpscherm. Plaats de switch bij voorkeur in het midden. Selecteer elk van deze vier componenten en geef ze vanuit het onderste deelvenster een passende naam, zoals Client 1, Client 2, Server en Switch. Geef de drie computers ook elk een ander ip-adres, bijvoorbeeld 192.168.0.1, 192.168.0.2 en 192.168.0.3, allemaal met hetzelfde subnetmasker 255.255.255.0. We kunnen hier helaas niet dieper ingaan op de betekenis en structuur van een subnetmasker, maar hier vind je meer informatie.

Verbind vervolgens elke computer met de switch: klik op Connection in het linkermenu en klik daarna op de twee apparaten die je wilt verbinden, bijvoorbeeld de computer en de switch. Druk op Esc als je hiermee klaar bent.

Een basisnetwerk heb je binnen een minuut opgezet.

4 Verbinding testen

Laten we eerst ons basisnetwerk testen voordat we dit gaan uitbreiden. Klik dus op de knop met de groene pijl om naar de simulatiemodus te gaan. Voordat er iets te beleven valt, moet je eerst een netwerktoepassing toevoegen. Dubbelklik bijvoorbeeld op Client 1, zodat de desktopomgeving zichtbaar wordt. Klik hier op Software installation, selecteer in het rechterdeelvenster Command Line en klik op de knop met de pijl naar links om dit onderdeel toe te voegen. Doe hetzelfde voor Generic client en bevestig met Apply changes.

Dubbelklik nu op Command Line in het desktopvenster en voer ping 192.168.0.2 of ping 192.168.0.3 uit. Als alles goed is, ontvang je een reactie van beide doelcomputers. Je kunt dit netwerkverkeer trouwens ook op een andere manier bekijken. Klik met de rechtermuisknop op bijvoorbeeld Client 1 en kies Show data exchange. Je zult merken dat vooralsnog al het netwerkverkeer beperkt is tot de netwerk- of internetlaag (in het zogeheten OSI- en TCP/IP-model) en dat de eerste twee pakketten afkomstig zijn van het ARP-protocol (Address Resolution Protocol), om het fysieke MAC-adres van de doelcomputer te vinden. De overige datapakketten komen van het ICMP-protocol, dat standaard wordt gebruikt door ping. Klik op een datapakket voor meer details in het onderste deelvenster.

We voegen een opdrachtregel met ping toe en zien (in het dataverkeervenster) dat het goed is.

5 Tekstberichten

Een eenvoudig ping-commando is natuurlijk niet erg spectaculair. Laten we daarom een paar tekstberichten versturen. Hiervoor installeren we eerst het softwarepakket Echo server op onze server. In de vorige paragraaf heb je geleerd hoe je dat doet. Open vervolgens deze applicatie, laat de poortinstelling gerust op 55555 staan en klik op Start zodat de server luistert naar binnenkomende pakketten.

We laten deze pakketten van Client 1 komen. Dubbelklik hiervoor op de geïnstalleerde Generic Client en vul het ip-adres van je server in (192.168.0.3). Bevestig met Connect, typ een tekstbericht in bij Message en verstuur dit met Send. Als je nu het dataverkeervenster opent, zie je het bericht verschijnen en zie je dat voor zo’n netwerktoepassing ook de OSI-lagen Transport (via het TCP-protocol) en Application worden aangesproken.

De berichtenservice genereert ook verkeer op de hoogste lagen van het OSI-model.

Simulatietools Filius is natuurlijk niet de enige simulatietool voor netwerkomgevingen. Zo kun je ook in Educational Network Simulator een netwerk samenstellen met pc’s, servers, switches en routers, vanuit een wat gedateerde webinterface.

Is het je vooral te doen om kennis op te doen rond netwerkveiligheid, dan kun CS4G Netsim proberen, maar het aantal scenario’s is hier beperkt.

Als je op zoek bent naar een veel krachtigere oplossing waarin je zowel virtuele als echte apparaten kunt opnemen, dan is GNS3 (Graphical Network Simulator-3) een interessante optie. Deze gratis opensource-tool is beschikbaar voor Windows, macOS en Linux. Je kunt ervoor kiezen om ook de GNS3-VM te installeren, een virtuele machine die meer protocollen en netwerkapparaten ondersteunt.

Een ander interessant alternatief is EVE-NG. De tool ondersteunt nog meer netwerkapparaten van verschillende bekende producenten. EVE-NG werkt met een gebruiksvriendelijke webinterface en de simulaties zijn zeer realistisch. Let wel op dat alleen de Community Edition van EVE-NG gratis is en dat deze enkele beperkingen heeft.

Je merkt meteen dat GNS3 professionele (of minstens academische) allures heeft.

6 Subnetten

Laten we ons netwerk wat complexer maken. Als je wilt, kun je nu je huidige netwerkopstelling opslaan door op het diskette-icoon te klikken in de ontwerpmodus. Laat je huidige netwerkcomponenten ongewijzigd en voeg aan de rechterkant een extra switch en twee notebooks toe. Plaats een router tussen beide netwerken (we negeren de vereenvoudigde Home Router) en ken deze meteen twee NIC’s (Network Interface Cards) toe.

Verbind de nieuwe notebooks en de router met de extra switch. Verbind ten slotte ook de router met je eerste switch. Grafisch ziet dit er misschien goed uit, maar praktisch gezien kun je met dit netwerk nauwelijks iets doen. Je moet namelijk nog enkele configuraties binnen dit tweede netwerk (subnet) uitvoeren. Geef de nieuwe notebooks alvast een ander ip-adres, bijvoorbeeld 192.168.1.1 en 192.168.1.2. Laat de subnetmaskers ook hier op 255.255.255.0 staan.

Selecteer nu de router. Op de tabbladen in het onderste deelvenster zie je hetzelfde ip-adres staan voor beide NIC’s. Dit is natuurlijk niet correct. Klik op het eerste tabblad. Als de netwerkkabel tussen je router en de switch van je tweede netwerk groen kleurt, geef dan deze netwerkinterface het ip-adres 192.168.1.10. Voor de andere netwerkinterface, die verbonden is met de switch van het eerste netwerk, vul je 192.168.0.10 in.

Onze router heeft twee netwerkinterfaces.

7 Gateway

Wanneer je nu probeert te pingen tussen een computer uit beide netwerken, krijg je helaas alleen de foutmelding Destination not reachable. Dit is logisch, omdat er nog een gateway ontbreekt in beide netwerken. Deze configuratie doe je op het niveau van je computers.

Open een computer in je eerste netwerk (aan de linkerzijde) en vul bij Gateway het ip-adres van de bijbehorende router-netwerkinterface in (192.168.0.10). Doe dit ook voor de andere twee computers in dat netwerk. Voor de computers in je tweede netwerk (aan de rechterzijde) vul je als Gateway het ip-adres 192.168.1.10 in. Nu zou je vanuit beide netwerken ook de computers uit het andere netwerk moeten kunnen bereiken, zoals met het ping-commando of via een generic client.

We hebben wel gemerkt dat het virtuele netwerk na wijzigingen soms kuren kan vertonen. Sla in dat geval je configuratie op en herstart Filius. Als dat niet helpt, verwijder dan het betreffende softwarepakket van het betreffende apparaat, voeg het opnieuw toe en configureer het opnieuw (meestal duurt dit nog geen minuut).

Je moet ook nog een gateway instellen op je computers.

8 DHCP-server

Zodra je een wat groter netwerk uitbouwt, wordt het omslachtig als je alle apparaten handmatig een ip-adres moet geven. Dan kun je beter een DHCP-server inzetten (in elk van beide netwerken als je dit verkiest). DHCP staat voor Dynamic Host Configuration Protocol en dit wijst automatisch ip-adressen toe aan netwerkapparaten.

Ga naar het eigenschappenvenster van zo’n server en klik rechtsonder op DHCP server setup. Geef het DHCP-adresbereik op, bijvoorbeeld van 192.168.0.1 achter Lower bound of address tot 192.168.0.20 achter Upper bound of address. Plaats een vinkje bij Activate DHCP en bevestig met OK.

Merk op dat je op het tabblad Static Address Assignment specifieke apparaten op basis van hun MAC-adres een vast ip-adres kunt toewijzen (bij voorkeur buiten het ingestelde DHCP-bereik). Dit is vooral nuttig voor apparaten zoals servers, die je altijd via hetzelfde ip-adres wilt kunnen benaderen.

Over nu naar de apparaten die je van deze DHCP-service gebruik wilt laten maken. In het eigenschappenvenster van elk apparaat plaats je een vinkje bij Use DHCP for configuration. Om het toegekende ip-adres van een apparaat te achterhalen, klik je er met rechts op, of je start een commandline-sessie op en voert het commando ipconfig uit.

Het is wel zo handig als er een DHCP-server operationeel is in je netwerk.

9 Webserver

In Filius kun je ook een basale webserver activeren en deze voeden met (eigen) webpagina’s. Gebruik hiervoor eventueel een al bestaande server in je netwerk en voeg het softwarepakket Webserver eraan toe. Open dit pakket en klik op Start.

Om de webserver te testen, installeer je het pakket Webbrowser op een willekeurige computer. Open dit en vul achter http:// het ip-adres van je webserver in (bijvoorbeeld http://192.168.0.3) en druk op de knop Start. Als alles goed is, verschijnt nu de standaard startpagina van Filius.

Natuurlijk wil je liever je eigen pagina zien. Installeer hiervoor het pakket Text editor op je webserver en open deze applicatie. Klik op Open en open de map webserver. Dubbelklik op het bestand index.html en open dit. Nu krijg je de achterliggende html-code te zien, zodat je deze kunt aanpassen. Je kunt ook je eigen webpagina’s maken en deze via Save as in afzonderlijke html-bestanden opslaan.

Zodra je je eigen webpagina hebt gemaakt, kun je deze bekijken met de ingebouwde webbrowser door iets als http://192.168.0.3/mijnpagina.html in te tikken.

Via de ingebouwde teksteditor kun je ook eigen, simpele webpagina’s maken.

10 DNS-server

Het zou wel handiger zijn om een domeinnaam zoals www.mijnsite.nl te gebruiken in plaats van telkens het ip-adres van de webserver te moeten intikken.

Hiervoor moet je een DNS-server (Domain Name System) opzetten. Voeg een server toe in een afzonderlijk subnet en geef deze bijvoorbeeld het ip-adres 192.168.2.1 met als Gateway 192.168.2.10. Maak deze gateway door in het eigenschappenvenster van je router naar het tabblad General te gaan en op Manage connections te klikken. Druk op de plusknop voor een extra verbinding en klik op Close. Open het toegevoegde tabblad en wijzig IP Address in 192.168.2.10. Verbind nu je DNS-server met de nieuwe verbinding op je router door een kabelverbinding te maken.

Open nu elke computer en vul bij Domain Name Server het ip-adres van je DNS-server in. Let op, bij apparaten die via DHCP worden bediend, lukt dit wellicht niet. In dit geval vul je het ip-adres van je DNS-server in bij de DHCP-server zelf.

Voeg nu het softwarepakket DNS server toe aan je DNS-server. Open dit en vul bij Host/domain name bijvoorbeeld www.mijnsite.nl in en bij IP address het adres van je webserver (bijvoorbeeld 192.168.0.3). Bevestig met Add en activeer de DNS-service met de knop Start.

Nu zou je vanaf je webbrowser je webserver moeten kunnen bereiken met het adres www.mijnsite.nl/mijnpagina.html.

Onze router heeft nu drie netwerkverbindingen, waarvan één naar de nieuwe DNS-server.

11 Mailserver

Als laatste voegen we het softwarepakket Email server toe aan onze server. Open het pakket en vul bij Mail domain bijvoorbeeld mijnsite.nl in. Bij New account geef je een User en een Password op. Bevestig dit met de knop New account en met OK, zodat het aan de Account list wordt toegevoegd. Start de service met de gelijknamige knop Start.

Je moet de mailserver natuurlijk nog kenbaar maken bij je DNS-server. Open hier het pakket DNS server, ga naar het tabblad Mail exchange (MX), vul bij Mail domain bijvoorbeeld mijnsite.nl in en bij Mail server domain name de waarde www.mijnsite.nl. Bevestig met Add, stop de DNS-server en druk daarna weer op Start om de wijzigingen te laten doorzetten.

Selecteer vervolgens een willekeurige client en voeg het softwarepakket Email program toe. Open dit en klik op Account voor een nieuw e-mailaccount. Vul de gevraagde gegevens in. Als Email address kun je <naam>@mijnsite.nl gebruiken, bij POP3 server en bij SMTP server vul je www.mijnsite.nl in. De poorten laat je ongewijzigd. Vul bij User en Password dezelfde gegevens in als zojuist bij Email server. Bevestig met Save. Via de knop New email kun je nu een testbericht naar jezelf sturen. Uiteraard kun je nog andere e-mailaccounts maken en berichten naar elkaar versturen, op andere computers met Email program.

Een e-mailservice correct opzetten vergt wel enige configuratie.

12 Firewall

Om je netwerk te beveiligen, stel je firewallregels in. Zo kun je het Firewall-softwarepakket op een of meer computers in Filius installeren, maar weet dat de mogelijkheden hier beperkt zijn. Je werkt daarom beter op routerniveau.

Ga naar het eigenschappenvenster van je router en open Firewall settings. Op het tabblad Network interfaces kun je Filter ICMP packets inschakelen, zodat ping-verzoeken niet meer doorkomen, maar wij zijn meer geïnteresseerd in het tabblad Firewall Rules. Een voorzichtige benadering is accept instellen als Default action if no rule matches. Hierdoor wordt alle verkeer dat niet door zelf gedefinieerde regels wordt onderschept, standaard toegelaten.

Laten we als test een regel aanmaken om te voorkomen dat een specifieke client kan surfen. Klik op add new rule, vul het ip-adres van de client in bij Source IP, gebruik 255.255.255.255 als Netmask, selecteer TCP als Protocol en stel Port in op 80 (voor http-verkeer). Stel Action in op drop. Vergeet niet Activate firewall in te schakelen op het tabblad Network Interfaces.

Test je nieuwe regel grondig om te controleren of de gewenste beperkingen worden toegepast. Stel je meerdere firewallregels in, weet dan dat deze in chronologische volgorde, van boven naar beneden, worden afgehandeld.

Met behulp van firewallregels maak je het netwerkverkeer via je router veiliger.

13 Routers en netwerken

Filius biedt ook mogelijkheden voor complexere netwerksimulaties. Je kunt bijvoorbeeld meerdere routers inzetten voor verschillende netwerken en Automatic routing inschakelen om het routeerprotocol de kortste weg binnen je netwerk te laten vinden. Maar het kan ook leerzaam zijn om handmatige routering in te schakelen op het tabblad Forwarding table. Je kunt dan het dataverkeer volgen via een Generic Client en een Echo server.

Een andere interessante optie is om het gesimuleerde netwerk van Filius te koppelen aan je fysieke netwerk. Om dit te testen, installeer je Filius op twee computers binnen je thuisnetwerk. Maak op elk van beide een netwerk met een client (bijvoorbeeld 192.168.0.1 en 192.168.0.2) en een modem. Bij het ene modem plaats je een vinkje bij Wait for incoming connection request en bevestig je met Activate. Op de bijbehorende client installeer je een Echo server en start je deze. Op het tweede modem vul je het fysieke ip-adres van je eerste computer in en druk je op Connect. Voeg vervolgens aan je client een Generic Client toe. Nu kun je berichten van de ene client naar de andere sturen via je fysieke netwerkverbinding. Zorg er wel voor dat bijvoorbeeld je Windows-firewall dit verkeer niet blokkeert.

Een verbinding via modems, via je fysieke netwerk.

Virtuele netwerken Netwerksimulaties met Filius zijn leerzaam en ook handig voor het voorbereiden van een fysiek netwerk. Maar als je een netwerk wilt opzetten met echte besturingssystemen, is het beter om een hypervisor zoals het gratis VirtualBox te gebruiken. Met VirtualBox kun je verschillende soorten virtuele netwerken opzetten, afhankelijk van je behoeften.

Het standaardtype is NAT, waarbij je bijna niets hoeft in te stellen. Het is ook een veilige constructie aangezien virtuele machines elkaar niet kunnen benaderen en externe apparaten de virtuele machines niet kunnen bereiken (tenzij je poortdoorverwijzing gebruikt). In een NAT-netwerk daarentegen kunnen virtuele machines onderling wel communiceren en hebben ze ook toegang tot het externe netwerk.

Naast een NAT-netwerk zijn er ook andere netwerkscenario’s mogelijk, zoals Intern netwerk, Bridged adapter en Host-only adapter.

Binnen VirtualBox (en andere hypervisors) zijn er verschillende netwerkscenario’s mogelijk.

Watch on YouTube
▼ Volgende artikel
Inloggen bij Windows? Waarom het juist zonder wachtwoord veiliger is
© Microsoft
Huis

Inloggen bij Windows? Waarom het juist zonder wachtwoord veiliger is

Meld je je bij Windows nog aan met een wachtwoord? Dat is hopeloos achterhaald! Inmiddels kun je je computer op verschillende manieren slim beveiligen en bestaan er interessante alternatieven voor het klassieke wachtwoord. Welke dat zijn, lees je hier.

In dit artikel

In dit artikel laten we zien hoe je Windows veiliger maakt zonder vast te houden aan het klassieke wachtwoord. Je leest hoe Windows Hello werkt en welke aanmeldopties er zijn, zoals gezichtsherkenning, vingerafdruk en een fysieke usb-sleutel. Ook komen extra beveiligingslagen aan bod, zoals dynamisch vergrendelen, het beheren van gekoppelde apparaten en het instellen van back-upopties voor je Microsoft-account. Tot slot kijken we naar manieren om gegevens extra af te schermen, lokaal of via OneDrive, zodat je ook bij verlies of diefstal van je computer niet meteen alles kwijt bent.

Lees ook: Dit wil je weten over tweestapsverificatie (óók zonder dat je daar je smartphone voor hoeft te gebruiken)

De manieren om je bij Windows aan te melden zonder een klassiek wachtwoord zijn voornamelijk ondergebracht onder de noemer van Windows Hello. Dat bestaat uit een set verschillende aanmeldingsopties voor Windows. Welke je kunt gebruiken, is afhankelijk van de computer. Je vindt de mogelijkheden op een rij via het Windows-instellingenvenster (gebruik de toetscombinatie Windows-toets+I) en kies Accounts / Aanmeldingsopties.

Een bekende optie is gezichtsherkenning op basis van Windows Hello. Is de camera hiervoor geschikt, dan gebruikt Windows deze om gezichtskenmerken te herkennen. Hiervoor wordt een combinatie van infrarood- en dieptetechnologie gebruikt om een patroon van lichte en donkere elementen vast te leggen. Er wordt dus geen foto van je gezicht gemaakt of opgeslagen en dit moet de aanmeldingsoptie wapenen tegen het gebruik van een foto om je ten onrechte aan te melden.

De beschikbare aanmeldopties zonder wachtwoord.

Betere gezichtsherkenning

Via de eerste optie stel je gezichtsherkenning in. Klap Gezichtsherkenning uit, kies Instellen en doorloop de stappen van de wizard. Hoewel je hierna in theorie klaar bent met de configuratie en Windows Hello met de camera gereed is voor gebruik, kun je de prestaties en betrouwbaarheid van het aanmelden verbeteren. Draag je bijvoorbeeld afwisselend contactlenzen en een bril, dan heeft Windows baat bij extra leersessies. Klik bij Uw aanmelding persoonlijker maken op Herkenning verbeteren en volg de stappen van de wizard (met en zonder bril).

Wil je de computer nog beter beveiligen en maak je gebruik van een externe camera voor bijvoorbeeld Teams-gesprekken? Je kunt Windows laten weten dat externe apparaten (zoals de webcam) niet mogen worden gebruikt voor Windows Hello. Je dwingt Windows hiermee alleen de ingebouwde camera (en vingerafdruklezer) te gebruiken. Zoek in de sectie Gezichtsherkenning naar de optie Beveiliging van gezichtsherkenning verbeteren. Windows moet opnieuw worden gestart: klik op Nu opnieuw opstarten.

Verbeter de gezichtsherkenning door Windows aanvullend te trainen.

Beveilig je webcam tegen pottenkijkers

Met een webcamcover

Vingerafdruk

Als de computer een compatibele vingerafdruklezer heeft, kun je deze ook gebruiken voor aanmelding bij Windows. Klap de bijbehorende sectie uit en kies Instellen. Je kunt de betrouwbaarheid van deze aanmeldmethode in de praktijk flink verbeteren door het leerproces meerdere malen te herhalen. Kies bij Een andere vinger instellen voor Een vinger toevoegen. Hierna kun je de stappen nogmaals herhalen voor een andere vinger, zodat je in geval van nood altijd meerdere afdrukken kunt gebruiken.

Nieuwe laptop nodig? Kijk en vergelijk op Kieskeurig.nl

Fysieke usb-sleutel

Je kunt Windows ook ontgrendelen met een fysieke beveiligingssleutel, die je op de computer aansluit via de usb-poort. Voor thuisgebruik worden deze sleutels vooralsnog minder gebruikt dan in het bedrijfsleven, en zeker ten opzichte van de andere Windows Hello-methoden zoals camera en vingerafdruk. Wil je hiermee aan de slag, dan schaf je eerst een fysieke sleutel aan. Een goed voorbeeld van een compatibele sleutel is de Yubico YubiKey. Kies in het venster Aanmeldingsopties bij Beveiligingssleutel voor Beheren en plaats de usb-sleutel.

Een fysieke beveiligingssleutel om je aan te melden.

Wachtwoordloos verder

Als je Windows Hello hebt ingesteld, kun je afscheid nemen van het klassieke wachtwoord waarmee je je mogelijk nog bij Windows aanmeldt. Het instellen van aanmelden zonder wachtwoord gaat relatief eenvoudig. In het Windows-instellingenvenster kies je Accounts / Aanmeldingsopties. Zet de schuif op Aan bij Uit veiligheidsoverwegingen Windows Hello-aanmelding alleen toestaan voor Microsoft-accounts op dit apparaat.

Dynamisch vergrendelen

Ken je de optie Dynamisch vergrendelen al? Hiermee maak je de computer nog iets veiliger, vooral als je in een ruimte met anderen werkt. Bij Dynamisch vergrendelen gaat Windows automatisch op slot als je wegloopt. Windows maakt hiervoor gebruik van een gekoppeld apparaat (lees: je telefoon) en de bluetooth-verbinding. Loop je weg met je telefoon, dan verdwijnt de verbinding en vergrendelt Windows. Automatisch aanmelden als je weer in de buurt bent, zit er helaas niet in. Kies in Windows-instellingen Accounts / Aanmeldingsopties en klap Dynamisch vergrendelen uit. Zet een vinkje bij Toestaan dat Windows automatisch uw apparaat vergrendelt wanneer u niet aanwezig bent.

Windows vergrendelt automatisch als de telefoon niet in de buurt is.

Microsoft-account

Maak je gebruik van meerdere computers en Microsoft-accounts, dan is het op het aanmeldingsscherm niet altijd duidelijk welk account op dat moment wordt gebruikt. Gebruik je de computer in een relatief veilige omgeving, zoals thuis, dan kun je ervoor kiezen om het e-mailadres van het gebruikte Microsoft-account op het aanmeldingsscherm te tonen. Zet in het venster Aanmeldingsopties de schuif op Aan bij Accountdetails zoals mijn e-mailadres weergeven op aanmeldingsscherm.

View post on TikTok

Niet zonder toestemming

Windows houdt van updates, die niet altijd even gelegen komen. Om dat proces te versnellen, gebruikt Windows je gebruikersnaam en wachtwoord om eventuele updates automatisch af te ronden. Mogelijk stel je dat – in het kader van beveiliging – niet op prijs. In het eerdergenoemde venster Aanmeldingsopties deactiveer je de optie Mijn aanmeldingsgegevens gebruiken om het instellen automatisch te voltooien na een update. Installeert Windows in de toekomst een update en zijn hiervoor aanmeldingsgegevens nodig (bijvoorbeeld na een herstart van de computer), dan vraagt Windows aan de gebruiker om deze op te geven.

Back-upmaatregelen

Dit is ook een goed moment om de back-upinstellingen van de Microsoft-account te controleren, zodat je in geval van nood niet het risico loopt de toegang tot Windows te verliezen. Open de website https://account.microsoft.com en klik op Beveiliging (links in het venster). Kies Beheren hoe ik me aanmeld. Je kunt meerdere opties gebruiken die je kunt inzetten in geval van problemen. Koppel een alternatief e-mailadres aan de account, maar ook een telefoonnummer. Klik op Een methode voor aanmelden of verifiëren kiezen om alle beschikbare opties te zien en bijvoorbeeld een authenticator-app toe te voegen.

Beheer de back-upmogelijkheden van de aanmeldingsgegevens.

Gekoppelde apparaten

Je kunt de Microsoft-account gebruiken om je aan te melden bij verschillende apparaten, zoals andere computers, maar ook een Xbox en eventuele virtuele machines. Houd bij welke apparaten je gebruikt in combinatie met de account en verwijder uit veiligheidsoverwegingen de koppeling met apparaten die je niet langer gebruikt. Vanuit Windows kun je hiervoor een overzicht opvragen. Kies in het instellingenvenster voor Accounts / Gekoppelde apparaten. Controleer het overzicht en ontkoppel de aanmeldingsgegevens bij apparaten die je niet meer gebruikt: klik op Apparaat verwijderen.

Controleer welke apparaten zijn gekoppeld aan de aanmeldingsgegevens.

Lokale account maken

Hoewel verscholen, bestaan er nog altijd manieren om een lokale gebruikersaccount in Windows te maken. Zo ben je niet afhankelijk van een Microsoft-account. Een hiervan is via de optie Accounts / Andere gebruikers. Kies Account toevoegen. Kies Ik beschik niet over de aanmeldgegevens van deze persoon en kies hierna voor Gebruiker zonder Microsoft-account toevoegen. Geef een gebruikersnaam en een wachtwoord op en volg de verdere stappen van de wizard.

Er bestaan nog altijd manieren om een lokale gebruikersaccount in Windows te maken.

Gegevens extra afschermen

Maak je gebruik van OneDrive, dan kun je waardevolle of privacygevoelige bestanden extra afschermen met de Persoonlijke kluis van OneDrive. Bestanden die je in deze afgeschermde omgeving bewaart, worden pas ontgrendeld nadat je je opnieuw hebt aangemeld. Handig dus om bijvoorbeeld een foto van je rijbewijs of verzekeringspolis in op te slaan. Bovendien wordt de kluis opnieuw vergrendeld na 20 minuten van inactiviteit. Heb je de Persoonlijke kluis nog niet eerder gebruikt, dan stel je deze eerst in via het hoofdvenster van OneDrive. Na het instellen klik je met rechts op het pictogram van OneDrive in de Windows-taakbalk en kies je Persoonlijke kluis ontgrendelen. Na het gebruik van de kluis kun je deze zelf ook weer vergrendelen. Open het OneDrive-venster en kies Vergrendelen.

De persoonlijke kluis van OneDrive.

Tip: Specifieke apps beschermen

Ook op andere platformen, zoals iOS en iPadOS, kun je slimme opties instellen voor een betere beveiliging. Wil je een specifieke app bijvoorbeeld extra beveiligen? Tik erop met je vinger en houd het pictogram ingedrukt totdat een menu verschijnt. Kies voor Vereis Face ID. Je kunt nu kiezen om alleen Face ID te gebruiken (Vereis Face ID) of om de app zowel te verbergen als Face ID te gebruiken (kies Verberg en vereis Face ID). Je kunt de lijst met verborgen apps later altijd bekijken via de instellingen. Kies Apps / Verborgen apps. De apps zelf vind je in de appbibliotheek in de map Verborgen.

Specifieke apps in iOS en iPadOS kun je beschermen met Face ID.

Lokale versleuteling

Geen behoefte om een cloudopslag zoals OneDrive te gebruiken? Je kunt voor de versleuteling en extra bescherming van je bestanden ook gebruikmaken van VeraCrypt. Dit opensource-programma mag je gratis gebruiken en is behalve voor Windows ook beschikbaar voor macOS en Linux. VeraCrypt maakt een volume (afgeschermd gebied) op de harde schijf aan en versleutelt dit. In deze zogeheten containers plaats je vervolgens de bestanden. Kies in het programma voor Volume maken en gebruik de wizard om te bepalen welke onderdelen worden versleuteld. Kies voor Een versleutelde bestandscontainer aanmaken. Controleer de werking met testbestanden en ga pas aan de slag met je echte bestanden wanneer je de werking van VeraCrypt voldoende kent. In plaats van een gebied kun je ook een complete schijfpartitie versleutelen. Kies Een niet-systeempartitie/schijf versleutelen en volg wederom de stappen van de wizard.

▼ Volgende artikel
Review Huawei Freeclip 2 – Voel je niet, hoor je wel
© Wesley Akkerman
Huis

Review Huawei Freeclip 2 – Voel je niet, hoor je wel

De Huawei Freeclip 2 is een opmerkelijke set oordopjes. Niet alleen omdat je ze om je oren draagt, alsof het oorbellen met clipjes zijn, maar omdat er een bijzonder verrassend geluid uit komt, ondanks dat compacte formaat. Het grootste minpunt? De prijs…

Goed
Conclusie

Met een prijskaartje van pakweg 200 euro moet je diep in de buidel tasten voor de Huawei Freeclip 2. Maar daar krijg je dan ook wel de meest comfortabele open-ear-oordoppen van dit moment voor terug. Koppel dat aan een warme en vertrouwde audiobeleving en je houdt een set over die in deze categorie zijn weerga niet kent. Het gedoe met de app en de bediening is vervelend, zeker op dit prijspunt, dus hopelijk doet de fabrikant daar nog iets mee.

Plus- en minpunten
  • Ongekend draagcomfort
  • Audio klinkt warm en vertrouwd
  • Overzichtelijke applicatie
  • Lekker compact oplaadhoesje
  • Lange batterijduur
  • Audio kan vervormd klinken na equalizer
  • Hoge aanschafprijs
  • Fysieke bediening wat onhandig
  • App met een omweg installeren
CategorieSpecificatie
AfmetingenOordopje: ca. 25,4 × 26,7 × 18,8 mm; Case: ca. 50 × 49,6 × 25 mm
GewichtEnkel oordopje: ca. 5,1 g; Oplaadcase: ca. 37,8 g
BouwIP57 (oordopjes), IP54 (oplaadcase)
ConnectiviteitBluetooth 6.0; Protocol: A2DP 1.3, HFP 1.7, AVRCP 1.6
Batterij60 mAh per oordopje, 537 mAh in de oplaadcase (Lithium-ionpolymeer)
GebruiksduurMuziek: 9 uur (oordopjes) / 38 uur (met case)
OpladenUSB Type-C, draadloos opladen, 40 min voor oordopjes (3C-laadtempo)
AudioDual-engine driver (10,8 mm), bereik 20 Hz tot 20.000 Hz
CodecsL2HC, AAC, SBC ondersteuning via A2DP
Microfoons4 MEMS-microfoons en 2 VPU-microfoons voor heldere gesprekken

Het kan zijn dat het ontwerp van de Huawei Freeclip 2 je nog niet bekend voorkomt. Toch bestaat dit soort oordopjes al een tijdje. Niet alleen in de vorm van de voorganger van dit model; Motorola heeft bijvoorbeeld de Buds Loop, terwijl JBL eerder de Soundgear Clips aankondigde. Desondanks geniet de productcategorie nog weinig populariteit. Waarschijnlijk vanwege de iets minder audiokwaliteit en iets hogere aanschafprijs in vergelijking met 'normale' oortjes.

De Huawei Freeclip 2 valt (net als zijn soortgenoten) onder de categorie open-ear-oordopjes (en subcategorie C-bridge). Dat betekent dat ze niet ín je oren gaan, maar net boven de gehoorgang hangen en de muziek als het ware de opening in blazen. Daardoor blijf je goed in contact met je directe omgeving terwijl je naar je eigen muziek luistert, en anderen hebben daar weinig last van: er lekt soms wat geluid weg, maar meestal zo zacht dat het nauwelijks stoort.

©Wesley Akkerman

Verbeteringen Huawei Freeclip 2

Mocht je al weg bekend zijn met de Huawei Freeclip, dan is het goed om even kort te verbeteringen te bespreken. Deze set beschikt bijvoorbeeld over adaptieve audio, waardoor hij het volumeniveau aan de omgevingsgeluiden kan aanpassen. Daarnaast kun je de hardware bedienen met zowel tik- als veegbewegingen. De batterijen houden het één uur langer vol (nu negen uur) en het oplaadhoesje gaat twee uur langer mee (nu in totaal 38 uur).

Ook mooi meegenomen: de oorhangers wegen ongeveer elf procent minder dan de eerste variant, terwijl Huawei niet inleverde op audiokwaliteit. Sterker nog: die is er op vooruitgegaan. Muziek klinkt over het algemeen helder en fris en als je binnen de bijbehorende app de equalizer gebruikt, ook nog eens warm en omhelzend. De bas kan soms wat scherp klinken en er treedt enige vervorming op na het gebruik van die equalizer, maar dit valt allemaal binnen de verwachting.

©Wesley Akkerman

De afweging maken

Je kunt van een set open-ear-dopjes namelijk niet dezelfde audiokwaliteit verwachten als van oordoppen die daadwerkelijk je gehoorgang ingaan en de boel netjes afsluiten. Desondanks zijn we onder de indruk van de audiokwaliteit. Je favoriete tunes klinken aangenaam en vertrouwd; een groter compliment kunnen we open-ear-setjes niet geven. Onze ervaringen met andere merken dopjes laten qua audio nog wel eens wat te wensen over, maar hier vallen veel negatieve ervaringen weg.

Zoals gezegd klinkt de audio niet perfect. Je mist soms wat detail en ook de bredere soundstage die je krijgt met oordoppen die je afsluiten van de wereld. De vraag is alleen: maakt dat in de praktijk veel uit? Meestal niet, want met open-ear-modellen kies je bewust voor die balans. Je levert iets in op geluidskwaliteit, maar je blijft je omgeving horen. Daardoor lenen dit soort sets zich perfect lenen voor bijvoorbeeld fietsers en wanneer je in de sportschool bent: momenten waarop je niet helemaal afgesloten wilt zijn van de buitenwereld.

©Wesley Akkerman

Draagcomfort is top, bediening laat steken vallen

Verder zitten de Huawei FreeClip 2-oortjes opvallend prettig. Je hangt ze als het ware aan je oor en schuift ze daarna simpelweg naar de plek die voor jou goed voelt. Zitten ze hoger fijner, dan zet je ze iets omhoog. Liever wat lager, dan laat je ze wat meer zakken. Fijn is ook dat ze bij de meeste oorbellen niet in de weg zitten, dus je hebt best veel speelruimte voor de pasvorm. En als leuke extra: ze vallen op als een soort sieraad – je oogt meteen wat modieuzer met deze dingen.

Dat gezegd hebbende zijn we minder te spreken over de fysieke bediening. Het is fijn dat je kunt vegen en tikken, maar juist dat tikken op de dunne rand (de C-brug) werkt minder betrouwbaar dan je hoopt. Eén tik doet gelukkig niets, want die maak je soms al per ongeluk. Alleen: als je wél bewust een tik- of drukbeweging probeert te doen, pakt de brug dat lang niet altijd. Of je nu net te zacht drukt of net niet snel genoeg bent, het resultaat is hetzelfde: we grepen uiteindelijk toch steeds naar onze smartphone om te pauzeren, te skippen of het volume aan te passen.

Daarnaast helpt het ook niet dat je voor Huawei-producten apps moet downloaden die niet gewoon in de Google Play Store staan. Je moet eerst AppGallery van Huawei downloaden en vervolgens AI Life installeren. Android geeft zelfs een flinke waarschuwing en dat voelt niet bepaald geruststellend. Ga je toch door, dan krijg je wel een overzichtelijke manier om de Huawei FreeClip 2 te beheren. Aan de app zelf ligt het dus niet.

Huawei Freeclip 2 kopen?

Met een prijskaartje van pakweg 200 euro moet je diep in de buidel tasten voor de Huawei Freeclip 2. Maar daar krijg je dan ook wel de meest comfortabele open-ear-oordoppen van dit moment voor terug. Koppel dat aan een warme en vertrouwde audiobeleving en je houdt een set over die in deze categorie zijn weerga niet kent. Het gedoe met de app en de bediening is vervelend, zeker op dit prijspunt, dus hopelijk doet de fabrikant daar nog iets mee.