ID.nl logo
AI: van razendsnelle ontwikkeling tot strikte regulering
© Ascannio - stock.adobe.com
Huis

AI: van razendsnelle ontwikkeling tot strikte regulering

Kunstmatige intelligentie is de wereld aan het veroveren, maar dat brengt ook zorgen met zich mee: banen verdwijnen en het auteursrecht wordt op grote schaal geschonden door technologiebedrijven die snel willen innoveren. Hoe beschermen we ons tegen de negatieve gevolgen van AI?

In dit artikel een overzicht van de status van AI.

  • Banen op de tocht
  • Stop op ontwikkeling AI-systemen
  • Schoorvoetende ontwikkeling regelgeving omtrent AI
  • Nederland geen voorloper

Lees ook: Nieuwe AI-wet van Europese Unie moet jou beter gaan beschermen

Al decennialang zijn er zorgen over de potentie van kunstmatige intelligentie. In de film The Terminator werd ons verteld hoe een AI-computer de wereld verwoestte, terwijl in The Matrix de machines besloten ons als menselijke batterijen te gebruiken. Een computer die zelf beslissingen kan nemen, is gevaarlijk, want hoe zorgen we dat die computer geen beslissingen neemt die het menselijk ras in gevaar brengt?

De hedendaagse kunstmatige intelligentie is gelukkig (nog) niet te vergelijken met die uit eerdergenoemde films, maar brengt wel andere zorgen met zich mee. Een zogeheten generatieve AI analyseert grote hoeveelheden data om te leren zelf iets te doen. Voed de software een lading kunstwerken van Van Gogh en hij leert uiteindelijk om in die stijl zelf iets te schilderen.

Een generatieve AI is moeilijk te besturen. Het is geen traditionele software die gebouwd is om één specifiek ding te doen, maar feitelijk een algoritme dat wordt geleerd om allerlei vrij te verzinnen taken uit te voeren. Makers ontdekken vaak pas achteraf wat voor maatregelen ze moeten inbouwen om de software in goede banen te leiden. Zo bleek een chatbot van Microsoft in 2016 ineens nazi-denkbeelden te ontwikkelen na gesprekken met gebruikers.

Gestolen werk

AI-software is inmiddels slim genoeg om illustraties te maken en artikelen te schrijven, wat heeft geleid tot zorgen bij kunstenaars en journalisten. Want als een computer hun werk kan doen, wat zijn de gevolgen voor deze mensen? Voor deze groep is het dubbel zuur, want AI heeft geleerd dit werk te doen door de producties van menselijke makers te analyseren. Dus je werk wordt gestolen en vermalen door een computer, die ermee leert hoe hij jou kan vervangen voor een schijntje van de prijs.

Dit zijn alleen nog maar actuele voorbeelden; experts wijzen erop dat AI alleen nog maar geavanceerder wordt en tot nog veel meer maatschappelijke vraagstukken zal gaan leiden. Want wat gebeurt er als een computer slim genoeg is om op scholen les te geven, criminelen op te sporen of juridisch werk over te nemen? Willen we naar een maatschappij waarin dergelijk werk niet meer door mensen wordt uitgevoerd? Over dat soort vraagstukken wordt momenteel druk nagedacht, en vele insiders neigen ertoe om AI op een of andere manier te reguleren.

Brief tegen AI-ontwikkeling

Een grote groep tech-prominenten schreef begin 2023 een open brief, waarin ze ervoor pleiten om de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie te pauzeren. ‘Wacht een half jaar met het bouwen van AI-systemen die krachtiger zijn dan GPT-4’, luidde de boodschap.

Die pauze zou overheden de tijd moeten geven nieuwe wetgeving in te voeren om AI strenger te reguleren, en zo te voorkomen dat er misbruik van wordt gemaakt of de ontwikkeling uit de hand loopt. Die brief werd ondertekend door onder andere Apple-oprichter Steve Wozniak, Tesla-CEO Elon Musk en topmensen bij onder andere Pinterest, Skype en zelfs Googles eigen AI-bedrijf DeepMind.

De open brief waarin werd gepleit voor een pauze bij de ontwikkeling van AI.

De eerste regels komen er

Inmiddels worden schoorvoetend de eerste regels en afspraken rond kunstmatige intelligentie gemaakt. In Frankrijk, Duitsland en Italië liggen akkoorden klaar die op termijn moeten uitmonden in bredere wetten. Naast regels waar AI-softwareontwikkelaars zich aan moeten houden, pleit het voorstel ook voor toezichthouders die er op nazien dat bedrijven op verantwoordelijke wijze met AI omgaan.

De akkoorden van genoemde drie landen moeten de basis vormen voor een breder, Europees initiatief om continentbreed AI te reguleren. De zogenoemde AI Act moet technologiebedrijven verplichten om bijvoorbeeld te vermelden met welk bronmateriaal een afbeelding is gegenereerd, zodat de auteursrechtenhouders een vergoeding kunnen ontvangen. Daarnaast moet AI die zich met gevoelige gegevens bezighoudt, geregistreerd worden in een speciale database. Het gaat daarbij om software van bijvoorbeeld politie en overheid of instanties die biometrische gegevens gebruiken.

Deze vroege wetgeving wil nog geen harde sancties opleggen. Het plan is niet om meteen zware boetes uit te delen bij misbruik van AI, maar om bedrijven de juiste kant op te sturen om iets verantwoords te bouwen.

Ook interessant om te lezen: Wat brengt tech ons in de toekomst?

Nederland

Europa doet er altijd erg lang over om nieuwe regels in te voeren, dus het zal waarschijnlijk nog jaren duren voordat de AI Act van de grond komt. Tot dan is het aan ieder land om zelf te reguleren, en in dat opzicht heeft men in Nederland op dit moment vrij spel: er zijn hier geen specifieke wetten voor AI-toepassingen aangenomen. Vraag je het ministerie van Economische Zaken hierover, dan krijg je te horen dat AI een breed begrip is en hierop ook andersoortige regels van toepassing kunnen zijn.

Wel bereidt de Nederlandse regering een verbod voor op het gebruik van AI-software door ambtenaren, uit angst dat de software misbruikt wordt en zal leiden tot datalekken en spionage. Dat gebeurde al eens bij techbedrijf Samsung, waar zeer gevoelige data op straat belandde. Een medewerker vroeg de AI om te helpen met een nog onaangekondigd, geheim product. Hierdoor kwam het bestaan van dat product ineens in de database van de software terecht en kon het AI-bedrijf erover meelezen.

©Arnav Pratap Singh

Hulp vragen aan ChatGPT kunnen ongewenste gevolgen hebben in organisaties.

Een Nederlandse overheids-AI

Tegelijkertijd wordt op overheidsniveau aan nog een maatregel gewerkt: een landelijke kunstmatige intelligentie. Ieder land wil zijn eigen AI bouwen, waarbij in Nederland bijvoorbeeld wordt gesleuteld aan NL-GTP. Dat project staat op dit moment nog in de kinderschoenen. Komend jaar gaat men eerst onderzoeken hoe het zou moeten werken voordat het überhaupt een praktisch bruikbaar stuk software wordt. Economische Zaken steekt 13,5 miljoen euro in de eerste fase van het project, waarmee TNO, Surf en het Nederlands Forensisch Instituut aan de slag gaan.

De nationale AI’s moeten mogelijke zorgen over potentiële wanpraktijken wegnemen. De software wordt volledig transparant, waardoor iedereen achteraf kan zien hoe het algoritme tot een bepaalde conclusie is gekomen en waar alle data naartoe worden verzonden. NL-GPT moet daardoor ook een veilige optie worden voor ambtenaren. En dat is hard nodig: een AI-verbod bij overheidsinstanties is nu nog houdbaar, maar als de technologie straks in alle haarvaten is doorgedrongen, mogen zij niet achterblijven.

ChatGPT durft zelf niet stellig te zeggen dat AI gereguleerd moet worden.
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.