ID.nl logo
Review TP-Link Deco XE75 PRO - Dé betaalbare wifi 6E mesh-set?
© TP-Link
Huis

Review TP-Link Deco XE75 PRO - Dé betaalbare wifi 6E mesh-set?

Wil je een wifi-mesh-systeem met de nieuwste wifi 6E-techniek en multigigabit-ethernet? Dan ben je bij de meeste fabrikanten dik 1000 euro kwijt voor een set van 3 mesh-punten. De Deco XE75 PRO biedt die mogelijkheden voor grofweg de helft, waarmee TP-Link op hun typische wijze de aanval aan gaat. Maar 500 euro voor een wifi-oplossing blijft veel geld en brengt hoge verwachtingen met zich mee. Kan TP-Link die waarmaken?

Fantastisch
Conclusie

TP-Link laat met de Deco XE75 PRO zien dat een goede, rappe wifi 6E mesh-oplossing mét multigigabit-verbindingen niet de absolute hoofdprijs hoeft te kosten. Sets van 1000 euro of meer zijn nog wat sneller, maar hier haal je 80 tot 90 procent van de prestaties in huis voor 50 procent van het geld wat een erg aantrekkelijke verhouding is. Gecombineerd met een goede installatie en app wordt de XE75 PRO zo één van de, zo niet dé interessante set van dit moment.

Plus- en minpunten
  • Uitstekende prijs/prestatie-verhouding
  • Wifi 6E
  • Multigigabit-poorten
  • Gebruiksvriendelijk
  • Sommige mogelijkheden achter abonnement

TP-Link heeft een breed assortiment aan mesh-systemen, van de betaalbare Deco M4 (wifi 5) tot de high-end Deco X90 (wifi 6 en voorzien van 2,5 Gbit lan-poorten). De XE75 PRO neemt zoals de naam doet vermoeden een sub-toppositie in binnen hun line-up, maar lijkt technisch meer op een topmodel. Zo ondersteunt deze de nieuwste 6GHz-band (wifi 6E) en krijg je drie in plaats van twee lan-aansluitingen (zoals op de X90 en X60) per satelliet, inclusief één 2,5Gbit-aansluiting, welke op de hoofdunit ook als wan-aansluiting ingezet kan worden. Dit model moet je overigens niet verwarren met de TP-Link Deco XE75, dat is namelijk een iets ander model.

De torentjes van de Deco XE75 Pro zijn kleiner dan die van het topmodel X90.

De Deco XE75 PRO kastjes zijn relatief compact met hun 16,5 x 10,5 x 10,5 cm en keurig onopvallend vormgegeven. Groter is normaliter gunstig voor de prestaties, maar niet iedereen waardeert grote torens in huis.

Software en Installatie

De installatie van Deco mesh-systemen is inmiddels uitstekend uitontwikkeld. Alles werkt binnen enkele minuten zonder dat technische kennis vereist is en de app is keurig gebruiksvriendelijk. TP-Links focus ligt nog altijd overduidelijk op eenvoud; fijn voor de typische thuisgebruiker die meer informatie als overweldigend kan ervaren, maar minder fijn als je tech-savvy bent en graag instellingen tweakt of een eigen VPN-verbinding opzet. Basale zaken zoals het opzetten van een gastnetwerk ontbreken uiteraard niet.

Onder de “Homeshield” vlag voegt TP-Link basale extra beveiligingsopties en opties voor ouders toe, al zitten sommige geavanceerde mogelijkheden achter een abonnement. Zo kan je wel websites blokkeren of een bedtijd instellen, maar dat het instellen van een tijdslimiet per gebruiker achter een abonnement zit, is lastig te begrijpen. Net als bij Netgear lijkt TP-Link hun verdienmodel zo langzaam meer richting abonnementen te schuiven, een trend waar wij geen fan van zijn.

Testprotocol

De testlocatie waar we deze set getest hebben betreft een jong vrijstaand woonhuis waarbij geen sprake is van storing vanuit wifi-verbindingen uit de buurt. De vloeren zijn echter wel van beton wat een uitdaging vormt voor routers en mesh-oplossingen. We testen over drie woonlagen.

We testen met twee computers voorzien van Wifi 6E. Als testserver gebruiken we een server met een multi-gigabit-netwerkaansluiting die we bedraad op het mesh-systeem aansluiten. Dit legt de bottleneck bij het te testen product. (Let op: de meeste routers, switches en computers zijn beperkt tot 1 gigabit, de hogere snelheden die je in sommige van onze testen ziet zijn enkel haalbaar in combinatie met multi-gigabit apparatuur. Ook mesh-oplossingen zonder 2,5- of 10Gbit/s-poorten zullen tot deze 1 Gbit/s worden beperkt).

We hebben gekozen voor drie specifieke testscenario’s. Test 1 richt zich puur op de maximaal haalbare snelheid (capaciteit van de antennes) van elke individuele unit. Deze test voeren met uit met onze laptops op enkele meters van en met direct zicht op de hoofdunit op een kastje in de woonkamer. Dit is dus tevens wat je grofweg mag verwachten wanneer je kiest om een satelliet elders in huis wél bedraad aan te sluiten, bijvoorbeeld als je op één locatie in huis echt de maximale snelheid wilt zien op je laptop.

Voor test 2 en 3 richten we ons specifiek op de mesh-prestaties en de kwaliteit van de verbinding tussen de satellieten onderling. We plaatsen een tweede satelliet in de hal één verdieping hoger. Voor test 2 testen we de twee apparaten in de nabijheid van deze tweede satelliet, hierdoor zien we vooral wat de onderliggende backhaul van een mesh-systeem in huis heeft.

Voor test 3 nemen we beide laptops wederom één verdieping hoger en testen we wederom via de satelliet op de eerste verdieping. Hier leunen we dus zowel op de backhaul van het mesh-systeem, als de signaalsterkte per satelliet op iets langere afstand en met hinder van muren en plafond.

We hebben de wifi-mesh-systemen in een woning over drie verdiepingen getest.

Prestaties

De Deco XE75 PRO maakt direct een uitstekende indruk, met een resultaat van 1566 Mbit/s rondom de satelliet zelf. Daarmee doet hij niet voor onder voor de snelste opties in de vergelijking zoals de Netgear Orbi RBKE96x (1856 Mbit/s) of de Asus ZenWifi ET12 (1815 Mbit/s), die ruim het dubbele kosten.

Op de eerste verdieping houdt de XE75 PRO eveneens goed stand (665 Mbit/s), en ook op de bovenste verdieping zien we nog een zeer respectabele score (422 Mbit/s). Het verval naar boven is ietsjes hoger dan bij de grotere en duurdere torens, maar dat staat geenszins in verhouding tot het gigantische prijsverschil.

Interessanter is dat wanneer we kijken naar vergelijkbaar geprijsde modellen dat de XE75 PRO er echt positief uitspringt. Zo is hij gemiddeld sneller dan de ASUS XT8, Netgear Orbi RBK75x, de Huawei Mesh 7 en de Linksys Velop MX5300 en MX4200. Dat zal deels geholpen worden door onze test met wifi 6E-clients en al deze sets enkel wifi 6 bieden, maar het is aannemelijk dat het aandeel 6E-clients de komende jaren toe zal nemen. Dat maakt de XE75 PRO ook direct interessanter dan hun duurdere Deco X90, die dankzij dit nieuwe model een beetje in de knel komt.

Conclusie

TP-Link laat met de Deco XE75 PRO zien dat een goede, rappe wifi 6E mesh-oplossing mét multigigabit-verbindingen niet de absolute hoofdprijs hoeft te kosten. Sets van 1000 euro of meer zijn nog wat sneller, maar hier haal je 80 tot 90 procent van de prestaties in huis voor 50 procent van het geld wat een erg aantrekkelijke verhouding is. Gecombineerd met een goede installatie en app wordt de XE75 PRO zo één van de, zo niet dé interessante set van dit moment.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.