ID.nl logo
15 oplossingen voor al je wifi-problemen
© Reshift Digital
Huis

15 oplossingen voor al je wifi-problemen

Thuis internetten zonder wifi valt nauwelijks nog voor te stellen. Een draadloos netwerk biedt veel gebruikscomfort, althans zolang het lekker loopt. Maar soms kost het je ook wel hoofdbrekens, bijvoorbeeld als je het netwerk wilt uitbreiden om een beter bereik te krijgen of als blijkt dat je wifi-signaal geregeld dienst weigert. Wij geven 15 oplossingen voor al je wifi-problemen.

Tip 01: Wegvallend signaal

Stel dat je op verschillende plaatsen in huis geen betrouwbaar netwerksignaal (meer) ontvangt. De ene keer lukt het wel, een andere keer niet. Je kunt eerst proberen je draadloze router of toegangspunt even uit- en weer in te schakelen. Helpt dat niet, controleer dan het signaal met een tool als NetSpot Free (macOS en Windows) of met de mobiele app WiFi Analyzer van farproc (Android).

Je kunt hiermee nagaan of het ontvangen signaal (rssi) wel sterk genoeg is. Deze signaalsterkte wordt uitgedrukt in negatieve dBm-waarden. Kort door de bocht komt het erop neer dat -40 dBm een uitstekend signaal is, terwijl -80 dBm doorgaans onvoldoende is. Bij WiFi Analyzer tik je hiervoor het oog-icoon aan en kies je Signaalmeter. Bij NetSpot lees je de sterkte af in de kolom Signal.

Blijkt het signaal inderdaad te zwak lees dan tips 2 en 3. In het andere geval is de kans groot dat er storing is van apparaten als een magnetron of een draadloze telefoon, met name wanneer je wifi-apparaten de 2,4GHz-band gebruiken: je ziet dat in de kolom Band van NetSpot of in WiFi Analyzer via Kanaalgrafiek.

©PXimport

Tip 02: Kanaaloverlapping

Het is ook mogelijk dat er naburige netwerken zijn die (nagenoeg) hetzelfde kanaal binnen het 2,4GHz-spectrum gebruiken. NetSpot toont dat als je achtereenvolgens Details en Channels 2.4 GHz aanklikt, bij WiFi Analyzer ga je naar de optie Kanaalgrafiek.

Meestal helpt het om een ander kanaal voor je eigen netwerk in te stellen op je draadloze router of toegangspunt, bij voorkeur een kanaal dat minimaal vijf nummers is verwijderd van het sterkste naburige kanaal (bijvoorbeeld 6 als dat van de buren 1 of 11 is). De optie Kanaalbeoordeling van WiFi Analyzer stelt zelf een optimale kanaalkeuze voor.

Je kunt ook de gratis tool WiFi Channel Picker gebruiken, deze werkt alleen op de 2,4GHz-band (Windows). Start de tool op, geef aan wat de SSID van jouw netwerk is en druk op de knop Evaluate: je leest het aanbevolen kanaalnummer af bij Best channel.

Tip 03: Beperkt bereik

Een te zwak signaal (zie tip 1) wijst er meestal op dat je draadloze router niet optimaal is gepositioneerd (zie ook tip 5) of dat het signaal je mobiele apparaat eenvoudigweg niet bereikt. Kun je met je apparaat niet dichter bij de router komen, dan is het probleem wellicht op te lossen door een zogenoemde mesh-router met bijhorende toegangspunten (satellieten) aan te schaffen. Maar die kosten al snel richting de 350 of 400 euro (zoals de NetGear Orbi RBK50). Een veel goedkopere oplossing is een wifi repeater of range extender, met prijzen van circa 30 tot 70 euro. Plaats het apparaat ergens tussen je router en de beoogde ontvangstplek, maar houd er rekening mee dat de snelheid van het wifi-signaal hierdoor wordt gehalveerd. Ga tevens na of de repeater simultane dualband ondersteunt, zodat die tegelijk apparaten op de 2,4GHz- en de 5GHz-band kan bedienen.

Een mogelijk alternatief is een powerline-set, waarbij je de ene adapter met je router verbindt en de andere in de ruimte plaatst waar je extra signaal wenst. Beide adapters geven het signaal aan elkaar door via het elektriciteitsnet. Reken op circa 60 tot 100 euro voor een set.

©PXimport

Tip 04: Extra router

Je kunt ook een tweede router inzetten om het bereik van je draadloze netwerk te vergroten, bijvoorbeeld als de modem/router van je provider zich op een wat ongelukkige plaats als de meterkast bevindt. Ondersteunt die modem/router de bridge- of repeater-modus, dan hoef je nauwelijks meer te doen dan die te activeren. Is dat niet het geval, dan vergt het wat meer configuratiewerk. Zo’n opzet is al uitgebreid aan bod gekomen in dit artikel.

Verbind je pc tijdelijk via een netwerkkabel met router 2. Tik het ip-adres van deze router in je browser in en meld je aan bij de webinterface van deze router. Geef router 2 een nog niet eerder gebruikt ip-adres dat binnen hetzelfde netwerksegment van router 1 ligt. Concreet betekent dit dat je alleen het laatste cijfer anders hoeft te maken (bijvoorbeeld 192.168.0.100 voor router 1 en 192.168.0.200 voor router 2). Het subnetmasker moet identiek zijn, waarschijnlijk is dat 255.255.255.0. Schakel de dhcp-service van router 2 uit, immers, die is hoogstwaarschijnlijk al actief op router 1. In de meeste gevallen geef je beide routers hetzelfde ssid, maar zet je ze wel op een ander kanaalnummer (bijvoorbeeld 1 en 6, zie ook tip 2). Stel op beide dezelfde wifi- en encryptiestandaard in, met hetzelfde wachtwoord. Is de configuratie van router 2 klaar, dan koppel je die via een lan-poort aan (een switch binnen) je netwerk.

©PXimport

Tip 05: Optimale plek

Is de signaalsterkte op bepaalde plekken in je huis of tuin wat minder, dan kan het herpositioneren van je draadloze router(s) mogelijk al helpen. Soms kan het volstaan om die wat lager of juist hoger te hangen of om de antennes anders te richten.

In andere gevallen moet je die echt op een andere, wellicht meer centrale plek hangen. Om de optimale plek te vinden, voer je best een ‘site survey’ uit: je loopt dan met een laptop rond in je woning (en balkon of tuin), terwijl je continu de signaalsterkte vastlegt. Zo ontstaat een heatmap: een plattegrond die toont waar je de beste en slechtste ontvangst hebt. Vervolgens kun je op basis van deze informatie je router(s) verplaatsen waarna je de test nogmaals uitvoert, tot je de optimale positie hebt gevonden. Een gratis tool voor zo’n plattegrond is Ekahau Heatmapper (gratis registratie vereist). Idealiter maak je eerst een plattegrond van je huis en importeer je die schets in Heatmapper (via I have a map image): zo geef je eenvoudig aan op welke plek je staat als je een meting uitvoert. Overigens heeft NetSpot ook een site-survey-functie, maar die zit alleen in de betaalde versie (vanaf circa 55 euro).

©PXimport

De positie van je draadloze router bepaalt mee de kwaliteit van het signaal

-

Tip 06: Geen wifi?

Je hebt een apparaat met een netwerkpoort, maar je vindt het lastig om een netwerkkabel tot bij dat toestel te krijgen en op die locatie beschik je niet over wifi. Gaat het om een oude laptop (of desktop) zonder wifi-ondersteuning, dan is de kans groot dat je het met een usb-wifi-adapter kunt regelen. Dergelijke dongels heb je al vanaf 15 euro.

Houd er wel rekening mee dat zulke adapters vaak alleen werken met bepaalde besturingssystemen. Heeft jouw apparaat een embedded systeem (bijvoorbeeld bij een mediaspeler of printer), dan krijg je het wellicht niet aan de praat. In dit geval kun je nog uitkijken naar een wireless bridge, ook wel ethernet of client bridge genoemd. Zo’n toestel is zowat het omgekeerde van een access point. In plaats van te vertrekken van een bekabeld netwerk om een draadloze verbinding op te zetten, vertrek je van een draadloos netwerk en bied je een bekabelde verbinding aan door je apparaat met de ethernetpoort van de bridge te verbinden. Sommige routers kunnen ook in zo’n wireless-bridge-modus opereren. Heb je nog een oude router liggen, check dan of die zo’n functie aanbiedt. Is dat niet het geval, dan lukt het wellicht met een firmware-upgrade of met alternatieve firmware als DD-WRT (zie tip 11).

©PXimport

Tip 07: Geniepig gebruik?

Je hebt je draadloze netwerk natuurlijk goed afgeschermd met een wpa2-sleutel (zie ook tip 14), maar je bent er toch niet helemaal gerust op dat een buur niet stiekem van je netwerk gebruik maakt. Ga dan allereerst de logs van je draadloze router na. Normaliter houdt dit toestel een lijst van apparaten bij die momenteel – en vaak ook eerder – via je router op je netwerk zijn aangesloten. Je leest er onder meer het ip-adres en het mac-adres af en vaak ook de hostnaam, besturingssysteem, model en fabrikant. Vertrouw je het mac-adres niet, dan kun je eventueel een filter op je router instellen die de toegang voor dat mac-adres voortaan blokkeert. Het mac-adres van je eigen Windows-systemen lees je af door op de opdrachtregel ipconfig /all uit te voeren, het verschijnt dan bij Physical adress.

Voorziet je router niet in de gewenste informatie, dan kun je nog altijd een tool als SoftPerfect WiFi Guard inzetten. Deze tool is beschikbaar voor Windows, macOS en Linux. Het is gratis voor maximaal vijf toestellen, daarna kost het 19 euro voor een licentie. Bij de eerste opstart selecteer je de actieve netwerkadapter en kun je tevens de gewenste scanfrequentie instellen. Bij een scanronde worden dan alle gedetecteerde toestellen opgesomd en je geeft zelf aan welke (bekende) toestellen voortaan genegeerd mogen worden. Je kunt bovendien een e-mail laten toesturen zodra een onbekend apparaat wordt gedetecteerd tijdens een van de volgende scans. De tool houdt per apparaat tevens een historisch overzicht bij.

©PXimport

Tip 08: Wachtwoord

Het kan de beste overkomen: je hebt je draadloze netwerk al een hele tijd geleden ingesteld en je bent het wachtwoord vergeten. Vervelend als je net een nieuw apparaat toegang wilt geven tot je netwerk. Gelukkig los je dat snel op. Ga met je browser naar het ip-adres van je router (dat vind je normaal gesproken bij Default Gateway als je het commando ipconfig via de opdrachtprompt uitvoert) en ga in de webinterface op zoek naar de beveiligingsinstellingen van je draadloze netwerk. Normaliter lees je hier het wachtwoord af, eventueel nadat je een optie als Unmask Password hebt ingeschakeld.

Het kan ook nog anders, als je tenminste over een Windows-toestel beschikt dat met dat netwerk is verbonden. Ga naar Instellingen en kies Netwerk en internet / Status / Netwerkcentrum. Klik bij Verbindingen op de naam van je netwerk en druk op de knop Eigenschappen van draadloos netwerk. Ga naar het tabblad Beveiliging en plaats een vinkje bij Tekens weergeven.

Tip 09: Gastnetwerk

Je krijgt geregeld bezoekers over de vloer en je voelt er weinig voor hen jouw wifi-wachtwoord te geven. Een gastnetwerk is dan een prima oplossing: zo’n netwerk heeft een afzonderlijk ssid en wachtwoord, en is volledig gescheiden van je eigen draadloze netwerk. Je router moet zo’n functie natuurlijk wel ondersteunen. Vaak kun je hier ook het maximum aantal gebruikers instellen dat zich simultaan met het gastnetwerk mag verbinden. Soms is het zo dat een gast-gebruiker eerst een browser moet openen, waarna ze op een inlogpagina het wachtwoord kunnen invoeren (een ‘captive portal’).

Beschikt je router niet over zo’n functie en krijg je het evenmin met een firmware-upgrade opgelost, dan kun je nog een constructie met een tweede router overwegen, waarbij je router 2 dan via de wan-poort verbindt met de lan-poort van je hoofdrouter. Zorg er tevens voor dat beide routers in een verschillend netwerksegment opereren, bijvoorbeeld 192.168.0.x en 192.168.1.x. Het netwerk van je hoofdrouter is dan bedoeld voor je gasten. Hierop kun je bovendien alternatieve dns-servers activeren met automatische inhoudsfiltering, zoals die van OpenDNS (208.67.220.220 en 208.67.222.222). Zelf maak je gebruik van het netwerk van router 2. Voor meer uitleg kun je terecht op het artikel via deze link.

©PXimport

Een gastnetwerk is een veilige oplossing om je bezoekers toegang tot je wifi te geven

-

Tip 10: Extern bereikbaar

komen steeds meer apparaten op de markt die je (draadloos) in je netwerk kunt opnemen en die je wellicht ook graag vanaf het internet wilt bereiken, zoals een ip-bewakingscamera. Dit apparaat zit net als je andere netwerkapparaten achter je router, wat maakt dat het apparaat een intern ip-adres heeft gekregen dat niet zomaar van buitenaf bereikbaar is. Er zit dan weinig anders op dan ‘port forwarding’ op je router in te stellen. Hiermee maak je duidelijk aan de router dat al het verkeer gericht aan het externe ip-adres van je router plus een specifiek poortnummer automatisch naar het interne ip-adres plus poortnummer van dat apparaat moeten worden doorgestuurd.

Stel, je toestel heeft als adres 192.168.0.100 en de service draait op poort 88. Open dan de webinterface van je router en zoek een rubriek als Port forwarding op. Creëer een regel waarbij je aangeeft dat alle aanvragen op poort 88 naar dat adres moeten worden doorgesluisd. Wellicht vind je hier ook voor jouw router de nodige instructies.

Wanneer je vervolgens vanaf je netwerk naar www.ipchicken.com surft, kom je het externe ip-adres van je router te weten, iets als 81.82.167.69 bijvoorbeeld. Als je dan van buitenaf naar het adres 81.82.167.69:88 gaat, kom je bij het ingestelde apparaat uit.

©PXimport

Tip 11: Firmware

Blijkt je router een bepaalde functie niet (goed) te ondersteunen, dan loont het de moeite na te gaan of je die functionaliteit kunt toevoegen door een firmware-update van je router. Controleer eerst op de site van de fabrikant welke aanpassingen je na zo’n update mag verwachten, maar zorg wel dat je het juiste modelnummer te pakken hebt.

Wil je zo’n update inderdaad uitvoeren, open dan de webinterface van je router en ga op zoek naar de juiste rubriek: iets als Firmware Update of Maintenance. Hier kun je dan het bijhorende firmware-bestand ophalen. Vaak lukt dat rechtstreeks, maar soms moet je het bestand eerst naar je pc downloaden en het van daaruit selecteren. Op deze manier kun je dan de update uitvoeren, een proces dat je onder geen voorwaarde mag onderbreken. Doe je dat toch, dan riskeer je een defecte router!

Als ook de nieuwste firmware niet de gezochte functionaliteit biedt, kunnen gevorderde gebruikers eventueel alternatieve routerfirmware overwegen. Vooropgesteld dat de router compatibel is met zo’n alternatief. Populaire firmware is die van OpenWRT en vooral ook DD-WRT. Bij deze laatste kun je via deze link nagaan in hoeverre je router daarmee overweg kan. Uitvoeren doe je wel op eigen risico!

©PXimport

Voorzie je wifi-apparatuur van up-to-date firmware, maar onderbreek de update nooit

-

Tip 12: Connectieloos

Kun je plots niet meer op je draadloze netwerk met een van je computers, terwijl dat nog wel lukt wanneer je die via een netwerkkabel verbindt en je ook met je andere toestellen geen verbindingsproblemen ondervindt, dan kan het aan een corrupt netwerkprofiel liggen op je pc.

Open dan de Opdrachtprompt als administrator en voer het commando netsh wlan show profiles uit. Je krijgt een lijst met netwerkprofielen te zien. Voer de opdracht netsh wlan delete profile <profielnaam> uit, waarbij je <profielnaam> vervangt door de naam van het problematische profiel. Herstart je pc. Wellicht lukt het nu wel om een draadloze verbinding op te zetten.

Ook handig om weten: de opdracht netsh wlan show wlanreport geeft je een uitgebreid rapport over je wifi-configuratie. Je vindt dit html-rapport op C:\ProgramData\Microsoft\Windows\WlanReport\wlan-report.latest.html en je kunt het in je browser bekijken.

©PXimport

Tip 13: Mobiele hotspot

Bevind je je op een locatie waar je alleen maar over een bekabelde verbinding beschikt en wil je naast je laptop ook met je tablet het internet op? Dan kun je je laptop als een mobiele hotspot voor je tablet laten fungeren. In Windows 10 gaat dat het makkelijkste als volgt: ga naar Instellingen en kies Netwerk en internet / Mobiele hotspot. Zet de schakelaar op Aan, selecteer de (bekabelde) internetverbinding en druk op de knop Bewerken om zowel de Netwerknaam als het Netwerkwachtwoord in te stellen.

Zo’n mobiele hotspot kun je ook via een 3G- of 4G-verbinding opzetten, zowel met Android als iOS. Je vindt de nodige instructies via deze link.

Tip 14: Veiligheid

Je wilt uiteraard een zo veilig mogelijke verbinding met je draadloze netwerk opzetten en je vraagt je af welke maatregelen zinvol zijn. Zonder meer de belangrijkste beveiliging blijft wifi-encryptie en voor thuisgebruikers betekent dat doorgaans wpa2-encryptie met een stevig wachtwoord. Het klopt dat er enkele maanden terug kwetsbaarheden in wpa2 zijn gevonden (de krack-aanval), maar wanneer je data versleuteld zijn via https of vpn (zie ook tip 15) kan de hacker niets aanvangen met je data.

Ga wel na of de recentste firmware van je router en/of accesspoints al in een oplossing voor krack voorziet. Via deze link vind je een lijst van producenten die dat voor elkaar hebben. Die firmware moet je dan zeker installeren.

Verder kun je eventueel een mac-filter activeren zodat alleen apparaten met een geautoriseerd mac-adres je netwerk op kunnen, maar een beetje hacker weet zo’n maatregel al snel te omzeilen. Ook het niet laten uitzenden van het ssid van je netwerk is een beveiligingsoptie die weinig meerwaarde biedt. Beide maatregelen bemoeilijken eigenlijk vooral het zelf toevoegen van een nieuw apparaat aan je netwerk.

©CIDimport

Tip 15: Publieke hotspot

Het is erg verleidelijk om onderweg gebruik te maken van een publieke wifi-hotspot. Je moet wel beseffen dat in principe iedereen die van datzelfde netwerk gebruikmaakt met de juiste tools de data die je via je mobiele apparaat uitstuurt, kan onderscheppen. Alle gegevens die niet versleuteld zijn, waaronder ook wachtwoorden die als platte tekst verstuurd worden, kunnen dan in de verkeerde handen vallen. Het gebeurt zelfs dat een hacker zelf een mobiele hotspot opzet met een onschuldig ogende netwerknaam als ‘Schiphol Free’, precies met de bedoeling om zoveel mogelijk gebruikers in de val te lokken.

Wil je toch gebruik maken van een openbare hotspot, dan raden we je aan dat via een betrouwbare vpn-verbinding te doen, zodat je data automatisch versleuteld worden. Er zijn heel wat vpn-diensten beschikbaar, zoals CyberGhost (beschikbaar voor Windows, macOS, iOS en Android; circa USD 66 voor één jaar; gratis 7 dagen proefversie). Een aantal diensten biedt ook wel gratis accounts, maar die hebben vaak een beperkte snelheid en functionaliteit.

▼ Volgende artikel
De eerste Masters of the Universe-trailer is nu te zien
Huis

De eerste Masters of the Universe-trailer is nu te zien

Amazon MGM en Sony Pictures hebben de eerste teaser trailer online gedeeld van de aankomende film Masters of the universe.

Het gaat voor duidelijkheid om een live-action verfilming van de animatieserie He-Man and the Masters of the Universe, dat in de jaren tachtig van veel populariteit genoot. In dat decennium is de serie ook al eens verfilmd, al was dat niet bepaald een kritische hit. De animatieserie is dan weer gebaseerd op een speelgoedlijn.

Over de film

De nieuwe Masters of the Universe-film draait om Adam (gespeeld door Nicholas Galitzine), die van oorsprong van de planeet Eternia komt en als kind op aarde terechtkomt, gescheiden van zijn krachtige Power Sword.

Twintig jaar later vindt hij zijn zwaard terug, en keert hij terug naar Eternia om de planeet te redden van Skeletor. Dit gevaarlijke monster houdt de planeet in zijn ijzeren greep. De rol van Skeletor wordt in de film vertolkt door Jared Leto.

Vanaf 5 juni in de bioscoop

Masters of the Universe draait vanaf 5 juni in de bioscoop. De regie is in handen van Travis Knight (Bumblebee), en verder hebben ook Idris Elba, Kristen Wiig, Alison Brie en Camila Mendes rollen. Wanneer de film op Amazon Prime Video komt te staan is overigens nog niet bekend.

Watch on YouTube
Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.

▼ Volgende artikel
Kort programma op je wasmachine gebruiken: slim of juist niet?
© Sergei Klopotov
Huis

Kort programma op je wasmachine gebruiken: slim of juist niet?

Je favoriete broek is vies. Eigenlijk wil je hem morgen weer aan, maar je moet zo weg. Het korte programma lijkt dan een logische keuze: binnen een half uur (en soms zelfs korter) ben je klaar. Maar ís het wel zo slim? Dat hangt sterk af van wat je erin stopt en wat je ervan verwacht.

In dit artikel

Je ziet wanneer een kort programma handig is en wanneer het beter is om een ander programma te kiezen. We leggen uit hoe schoon zo'n snelle was echt wordt, wat het betekent voor je energieverbruik en wat vaak wassen op lagere temperaturen met je machine doen. Ook lees je hoe je een kort programma zo gebruikt dat je was goed schoon wordt en je machine fris blijft.

Lees ook: Wat doet de stoomfunctie van een wasmachine en wanneer heeft het zin?

Korte wasprogramma's: zo zit het

Een kort wasprogramma is bedoeld om licht vervuilde was in weinig tijd schoon te krijgen. Daardoor doet de wasmachine een paar dingen anders dan bij een standaardprogramma. De wastijd is kort, de fase waarin wasmiddel echt kan inwerken is beperkt en ook het spoelen en centrifugeren duren vaak korter. Ook de temperatuur is lager dan bij reguliere wasprogramma's. Veel korte programma's draaien op 30 graden en soms zelfs op 20 graden. Vaak kun je die temperatuur nog wel iets aanpassen, maar soms ook niet.

Wanneer werkt een kort programma wél?

Een kort programma doet het goed bij kleding die nauwelijks vuil is. Denk aan een shirt dat je mar één dag hebt gedragen, een blouse die wat naar rook of eten ruikt, of sportkleding die je direct na het trainen wast. In die situaties is vuil nog niet in de vezels getrokken. Een korte wasbeurt is dan vaak al voldoende om je kleding snel op te frissen.

Wanneer werkt een kort programma minder goed?

Bij echt vuil textiel red je het zelden met een kort programma. Hardnekkige vlekken zoals vet, modder, gras en opgedroogd zweet hebben tijd nodig om los te weken. En juist die tijd ontbreekt bij korte programma's. Het wasmiddel heeft niet voldoende tijd om zijn werk te doen en ook spoelt een kort programma minder grondig dan bij een standaard was. Gebruik je zo'n korte cyclus toch voor beddengoed, handdoeken of echt vieze kleding met vlekken, dan voelt of ruikt de was na afloop misschien wel frisser, maar is hij niet écht schoon.

Waarom kort niet automatisch zuinig is

Veel mensen kiezen voor een snel programma omdat ze denken dat dat minder energie kost. Klinkt logisch, maar het werkt anders. Het grootste deel van het energieverbruik gaat naar het opwarmen van water, en dat hangt vooral af van de hoeveelheid water en de gewenste temperatuur. Of de machine dat snel of langzaam doet, maakt vooral verschil in de piek van het stroomgebruik, niet in de totale hoeveelheid energie.

Eco-programma's zijn juist zuiniger omdat ze minder water gebruiken en op lagere temperatuur wassen. De machine neemt de tijd om hetzelfde resultaat te bereiken. Een kort programma op een hogere temperatuur moet in korte tijd veel warmte leveren, en dat jaagt je energieverbruik juist op.

View post on TikTok

Kort programma? Gebruik niet te veel wasmiddel!

Korte programma's wassen vaak op een lagere temperatuur. Gebruik je poeder, dan kan dat wat langzamer oplossen. En omdat zo'n programma ook korter spoelt, kunnen er eerder witte waasjes of zeepresten in de stof achterblijven. Dat merk je soms ook aan je huid, vooral als die snel reageert.

Doseer daarom precies. Volg het advies op de verpakking en gebruik bij een snelle was liever iets minder waspoeder dan te veel, zeker als de was maar licht vervuild is. Je kunt ook kiezen voor vloeibaar wasmiddel, omdat dat meestal sneller oplost dan poeder.

Veel korte programma's = meer kans op vetluis

Als je vaak op 20 of 30 graden wast, blijft er na verloop van tijd wat vet en vuil achter in de trommel, de rubbers en de slangen. Dat laagje heet 'vetluis': een mengsel waarin bacteriën zich makkelijk kunnen vermeerderen. Je merkt het meestal aan een muffe geur in de machine, of aan wasgoed dat niet helemaal fris meer ruikt.

Laat je wasmachine daarom af en toe op hoge temperatuur draaien. Een onderhoudsprogramma of een hete was helpt om opgehoopte viezigheid beter op te lossen en houdt de machine fris. Hoe vaak dat nodig is, verschilt per huishouden. Draai je vooral korte programma's op lagere temperaturen, dan is het verstandig om geregeld een heter programma te draaien.

Lees ook: Vetluis in je wasmachine? Zo kom je er vanaf!

Zo haal je het meeste uit een kort programma

Een kort programma is vooral bedoeld om kleding op te frissen. Dan helpt het om de trommel niet te vol te stoppen: de was moet ruim kunnen bewegen, zodat water en wasmiddel overal bij kunnen. Doseer het wasmiddel ook zuinig; bij een korte was spoelt een teveel aan wasmiddel minder goed uit je kleding (waarom dat zo is, legden we eerder al uit). En: stel de temperatuur niet te hoog in. Misschien denk je dat een hogere temperatuur de verkorte wastijd compenseert, maar zo werkt het niet. Voor een kort programma (dat vooral bedoeld is om kleding op te frissen) is 20 of 30 graden echt voldoende. Stel je de temperatuur hoger in, dan maakt dat voor het resultaat vaak weinig verschil. Het is vooral je wasmachine zelf die harder moet werken en meer energie verbruikt.

Conclusie

Een kort programma is handig, zolang je het gebruikt voor licht vervuilde was die vooral opgefrist moet worden. Wil je écht schoon wassen of energie besparen, dan ben je met een langer programma vaak beter uit.

👉4x uitstekende wasmachines voor snelle wasjes

De Miele WEA 135 WCS Excellence is een wasmachine met 8 kg vulgewicht. Voor snelle wasjes zit er een Express 20-programma op, bedoeld voor kleding die je vooral even wilt opfrissen. Met 1400 tpm komt je was droger uit de trommel dan bij 1200 tpm, wat scheelt als je daarna nog moet drogen, terwijl het geluidsniveau tijdens centrifugeren met 72 dB binnen de gebruikelijke marges blijft. Qua energie zit dit model op energieklasse A met een extra marge (A-10%) en het ECO 40-60-programma is de zuinige standaard voor normaal bevuild katoen. Handig in gebruik zijn AddLoad (nog snel iets toevoegen), CapDosing (capsules voor specifieke stoffen zoals wol) en de SoftCare-trommel die kleding wat zachter behandelt.

In de LG F4X1009NWB kun je 9 kilo wasgoed kwijt. Voor snelle wasjes is er een Quick 30-programma. Je kunt ook koud wassen. Je kiest verder uit programma's als Eco, Cotton, Easy Care, Wool en Sports, met Tub Clean om de trommel schoon te houden. De trommel is van roestvrij staal en de motor is koolborstelloos, wat meestal zorgt voor minder slijtage. Spa Steam (stoomfunctie) is er voor een hygiënischere was en de machine heeft vuilherkenning om de wasbeurt beter op de lading af te stemmen. Handig: je kunt deze wasmachine aan de ThinQ-app koppelen, voor bediening op afstand..

 De Hisense WF5I8043BWF is een smalle wasmachine met 8 kg vulgewicht en een diepte van 47 cm. Dat maakt hem interessant als je weinig ruimte hebt, maar wel een normale trommelinhoud wilt. Met 1400 toeren centrifugeert hij stevig. Voor snelle wasbeurten heb je Power Wash 39' en 59' en een Quicker Wash-optie die de wastijd inkort. Daarnaast is er een stoomfunctie voor kleding die je hygiënischer wilt opfrissen of net wat frisser uit de trommel wilt halen. Deze wasmachine heeft energielabel A met een extra marge (A(-30%)). Bedienen kan op het display, maar je kunt hem ook via wifi koppelen aan de ConnectLife-app om de was op afstand te starten, de voortgang te volgen en meldingen te krijgen.

De Samsung WW90CGC04AAHEN is een wasmachine met 9 kg vulcapaciteit. EcoBubble mengt water en wasmiddel tot schuim, zodat het wasmiddel sneller in de stof kan trekken. Voor snelle wasjes zit er een QuickWas 15'-programma op, bedoeld voor kleine ladingen die vooral een opfrisbeurt nodig hebben. Ook fijn: je houdt de trommel zelf schoon met Drum Clean. Qua energie zit dit model volgens Samsung op energieklasse A met een extra marge (A-10%), en via SmartThings kun je AI Energy Mode gebruiken om bij 20-40 °C zuiniger te wassen en je verbruik bij te houden. Daarnaast krijg je programma's als hygiënisch stomen (tegen bacteriën en allergenen) en een microplastic-programma dat is bedoeld om vezelverlies bij synthetische kleding te beperken.