ID.nl logo
Kabelspaghetti: zo beperk je de warboel aan kabels in huis
© Britta Kromand - stock.adobe.com
Huis

Kabelspaghetti: zo beperk je de warboel aan kabels in huis

We verzamelen steeds meer apparaten in huis - en (bijna) altijd betekent dat: kabels. Veel kabels. Televisies, smartphones, computers, smarthome-apparaten – als ze geen stroomkabel hebben, dan hebben ze vaak wel HDMI-, usb- of ethernetkabels. Met deze tips beperk je de warboel aan kabels in huis.

Je kunt met hulp van verschillende accessoires voorkomen dat je huis rommelig oogt wanneer er her en der veel kabels liggen. Je kunt gebruikmaken van:

  • Kabelbinders
  • Klemmen
  • Kabelgootjes
  • En als je het echt meteen goed wilt aanpakken: een kabelmanagementkit

Lees ook: 10 tips om je kabels weg te werken voor nóg meer ideeën!

Mogelijk zie je het al als je even onder je bureau kijkt. En anders is het waarschijnlijk een slachtpartij achter de tv-kast. Kabels. Overal kabels. Ze liggen naast elkaar, draaien lekker in elkaar of liggen in de weg (waardoor je er over kunt struikelen). Wat er ook precies aan de hand is: het kan handig zijn om die kabels eens netjes te organiseren. Dan hoeft er niemand over te struikelen en ziet alles er ook nog eens overzichtelijk uit. Deze tips kunnen je daarbij gaan helpen.

Kabels bij elkaar houden met kabelbinders

Een van de betere opties die je tot je beschikking hebt zijn de kabelbinders. Die zijn vaak gemaakt van nylon en beschikken over klittenband, waardoor ze de kabels goed vasthouden. Voor een echt goed resultaat gebruik je meerdere binders per kabelpartij, zodat alles netjes recht naast elkaar blijft liggen en er niet stiekem alsnog iets in vast kan komen te zitten. Een andere tip: pak alleen de snoeren bij elkaar die daadwerkelijk naast elkaar liggen, om onnodige spanning te voorkomen.

Fabrikanten gebruiken vaak tie wraps om allerlei kabels netjes te verpakken. Als je geen extra investering wilt doen voor het behoud van het kabelnetwerk in huis, dan kun je die kleine, stevige bandjes ook gewoon gebruiken. Ze zijn iets minder gebruiksvriendelijk vanwege de grootte en het is soms even priegelen met dat vastdraaien, maar ze kunnen voor jouw kabelverzameling voldoende zijn. Echte kabelbinders kunnen vaak meer kabels verzamelen en vasthouden.

©Andrey Popov

Klem die kabels vast

Heb je slechts een kleine hoeveelheid kabels die je graag netjes organiseert, dan kan een simpele klem voldoende houvast bieden. Deze accessoires worden ook wel foldback clips genoemd, en zijn eigen bedoeld om te voorkomen dat een stapel papieren uiteenvalt. Vooral eigenaars van een serie dunne kabels, zoals die van opladers of lampen, kunnen hiermee uit de voeten. Het grote voordeel van de klemmen is dat je de kabels bijvoorbeeld netjes langs een tafel kunt laten lopen. Niet alleen zijn ze dan (meer uit het zicht), ook kun je er zodoende altijd makkelijk bij.

©bxTT - stock.adobe.com

Begeleid ze via kabelgootjes

Een kabelgoot kan daar ook goed bij helpen. Gootjes heb je in allerlei soorten en maten. Je hebt bijvoorbeeld die plastic omhulsels die je aan het plafond of langs de plint kunt bevestigen, maar het kan ook wat simpeler. Bij bouwmarkten en meubelzaken kun je vaak ook plastic tubes kopen waarmee je kabels begeleid van het ene naar het andere punt. Zeker voor bij een tv-meubel kan dat helpen bij het aanzicht.

Daarnaast bestaan er handige kabelgootjes met plakranden, zodat je die bijvoorbeeld onder je bureau kunt bevestigen. Die beschikken dan over een opening bovenop, zodat de kabel er alsnog uit kan en aan een apparaat gekoppeld kan worden. Verder is nog een kleine goot, waarmee je alleen het uiteinde van een kabel vastmaakt. Dat kan dan weer handig zijn voor het bereikbaar houden van kabels die je niet zo vaak nodig hebt, zoals de usb-kabel van de harde schijf van je back-ups.

De kabelmanagementkit voor iedereen die serieus is

Tot slot kijken we nog even naar kabelmanagementkits, voor iedereen die hier serieus mee omgaat. Je vindt die bijvoorbeeld op Amazon. Ze kosten meestal een paar tientjes – maar dan ben je voorlopig wel klaar. In de kit uit dit voorbeeld zien we dat die beschikt overal de genoemde opties hierboven en nog veel, veel meer. Naast de nodige clips, gootjes en klemmen komen we ook verschillende plakranden, houders en binders tegen. Geen kabel die je dan nog in de weg zit.

Misschien dat zo’n kit, ondanks het feit dat er bijna 200 accessoires in zitten, niet helemaal toereikend is voor je situatie. Het kan altijd zijn dat je een specifiek onderdeel tekort komt, maar dan kun je die dus nog even los aanschaffen. Met deze kabelmanagementkit zal het voorlopig echter niet voorkomen dat je ergens om verlegen zit. Het kost wat, maar dan heb je ook wel wat.

©PXimport

Bonustip

Voor de mensen die van meer overzicht houden geven we nog een bonustip. Je kunt bijvoorbeeld een label maken en dat aan de kant van de stekker plakken, met daarop de naam van het apparaat waar die kabel bij hoort. Zo hoef je je niet af te vragen welke stekker je er moet uittrekken wanneer je dat apparaat wilt loskoppelen. En kun je ook niet per ongeluk de verkeerde kabel lostrekken. Kom je trouwens een kabel tegen die kapot is: het is wel zo veilig om die zo snel mogelijk te verwijderen en indien nodig te vervangen.

P.S. Nieuwe laptop nodig? Zo kies je de beste ⮯

Watch on YouTube
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.