ID.nl logo
Zo kies je de beste gamemonitor
© PXimport
Huis

Zo kies je de beste gamemonitor

Of je nu de nieuwste en snelste videokaart hebt of juist op een wat oudere pc speelt, je monitor bepaalt uiteindelijk in grote mate hoe indrukwekkend je game-ervaring is. Een goede gamemonitor kan je een competitief voordeel geven door bijvoorbeeld extra snel te zijn. Of hij biedt juist een veel aantrekkelijkere kijkervaring dankzij spetterende kleuren en een hoog contrast. In dit artikel bekijken we de belangrijkste zaken waar je op moet letten als je een nieuwe monitor wilt kopen en bespreken we de beste gamemonitors van dit moment.

Hoewel we ons in dit artikel primair richten op gameliefhebbers, verliezen we ander gebruik uiteraard niet uit het oog. Zeker nu thuiswerken nog altijd aan de orde van de dag is. Maar wat maakt nu een ideale gamemonitor? Hiervoor dien je eerst te bepalen wat voor gamer je bent.

In grote lijnen kunnen we gamers opsplitsen in twee groepen: zij die vooral geven om snelheid en zij die meer waarde hechten aan een visueel indrukwekkende ervaring. Snelle games zijn bijvoorbeeld first-person shooters of andere e-sports-titels waarbij je het tegen anderen opneemt en elke milliseconde het verschil kan maken tussen winnen en verliezen. De andere groep gamers speelt vooral spellen waarbij het verhaal en een intense grafische ervaring belangrijk zijn. Speel je een beetje van alles, dan hoef je je geen zorgen te maken. De meeste goede monitors kunnen beide kampen prima bekoren.

We geven je tips over waar je op moet letten bij het kiezen van een nieuwe monitor en laten je enkele van de aantrekkelijkste computerschermen zien die de huidige markt te bieden heeft. Daarbij zochten we bewust naar onder andere de meest indrukwekkende en snelste monitor, maar ook naar modellen die opvallen door hun prijs-kwaliteitverhouding.

Paneeltype

Een van de belangrijkste specificaties van een monitor is het type paneel dat wordt gebruikt. Er zijn verschillende paneeltypen en elk van deze technieken heeft zijn voor- en nadelen. Het type paneel bepaalt in de grootste mate hoe jouw subjectieve ervaring met het scherm zal zijn.

Tn

Tn is eigenlijk de meest ouderwetse van de drie gangbare technieken. Vergeleken met ips- en va-panelen biedt tn de minst brede kijkhoeken met zichtbare kleurverschuivingen en afnemende helderheid. En meestal is het kleurbereik matig: dat is zowel voor algemeen gebruik als voor grafisch indrukwekkende games een groot nadeel. Tn-panelen waren in de regel wel sneller en vooral goedkoper dan de alternatieven. In de laatste paar jaar hebben ips- en va-panelen zowel op prijs als qua snelheid een flinke inhaalslag gemaakt.

Ips

Goede ips-panelen bieden het volledige kleurenspectrum waar games gebruik van maken, met als bijkomend voordeel dat ze daardoor ook geschikt zijn voor taken als video- en fotobewerking. Voor gamen en algemeen gebruik is een ips-paneel een goede investering: je krijgt een beter contrast, betere kijkhoeken en het beeld wordt vaak als rustiger ervaren.

Eerdere generaties ips-panelen stonden weliswaar bekend als traag, maar het gros van de snelste monitors van vandaag maakt juist gebruik van ips-technologie. Daarmee is ips uitgegroeid tot de interessantste techniek, met als voornaamste nadeel dat de beste ips-schermen zeker niet goedkoop zijn. Sommige paneelfabrikanten noemen hun met ips vergelijkbare technologie overigens anders: zo maakt Samsung gebruik van pls, terwijl AU Optronics ahva gebruikt.

Va

Va-panelen vallen een beetje tussen tn en ips in. Ze hebben vaak een goede kleurweergave en de kijkhoeken zijn niet zo matig als bij tn, maar ook niet zo uitzonderlijk goed als bij ips. Ze zijn vaak wat lager geprijsd dan de ips-alternatieven.

Wat snelheid betreft is het verhaal wat complexer. In de regel zijn de meeste (zeker betaalbare) va-panelen simpelweg wat trager. Gamers die gevoelig zijn voor ghosting blijven in de regel dan ook bij va-panelen uit de buurt. Maar va-schermen hebben ook een uniek inherent voordeel: ze bieden een beter contrast en zwartwaarde dan ips en tn. Speel je vooral games in een donkere kamer, dan zijn va-monitors een aantrekkelijk en betaalbaar alternatief voor ips.

Oled

De laatste paar jaar zijn oled-tv’s populair geworden en voor een goede reden. Op een oled-scherm is iedere pixel zijn eigen lichtbron. Het grootste voordeel is dat je daardoor een eindeloos groot contrast hebt: als het scherm zwart weergeeft, staan de pixels uit, met diep zwarte delen als gevolg. Daarbij zijn de kleuren en kijkhoeken zeer goed, wat simpelweg een superieure beeldervaring geeft.

Er is slechts een handjevol oled-monitors op de markt. Het gros zijn kleinere televisies die ook als monitor dienst kunnen doen. Ze zijn veelal ook nog prijzig en nog niet zo snel als de techniek mogelijk zou moeten maken. Oled-tv’s behoren weliswaar tot de snelste tv’s op de markt, maar de totale latency (inputlag en pixelrespons) loopt voorlopig nog iets achter op echte monitors. Het grootste nadeel blijft de kans op inbranden, wat bij pc-gebruik een groter risico is dan bij televisiegebruik.

Resolutie

Een hogere resolutie levert meer scherpte en werkruimte, en is daarom bijna altijd een voordeel. Maar het weergeven van die extra pixels vereist ook meer van je grafische kaart. Een videokaart van vijf jaar oud komt nog goed uit de voeten op een 1080p-monitor, maar voor een echte 4K-ervaring zul je een recente high-endvideokaart willen hebben.

Vooral liefhebbers van snelle games willen niet per se een hogere resolutie, want zij zullen beter presteren met een 1080p-monitor die games op 240 of misschien wel 360 beelden per seconde weergeeft. Zoek je het beste van beide werelden, dan zien wij 1440p als de gulden middenweg: wel extra pixels voor meer beeldscherpte, maar nog altijd goed aan te sturen met een recente mid-rangevideokaart.

Consolegamers opgelet!

Spelcomputers zijn in de regel iets minder flexibel met de resolutie van je monitor dan computers. Consoles gaan tenslotte uit van een tv en die zijn er in Full HD of 4K. De nieuwe Xbox Series S/X is wat flexibeler, maar de Playstation 5 kan bijvoorbeeld geen native 1440p aansturen. Je krijgt dan een 1080p-beeld op een 1440k-monitor gepresenteerd. Dat is niet direct een drama, maar ook niet ideaal. Koop je vooral een gamemonitor voor de laatste generatie consoles (PS5 / Xbox Series X), dan ligt een 4K-monitor voor de hand. Niet dat een recente console krachtiger is dan een game-pc, maar ze weten de weergave wel goed aan te passen aan 4K-monitors.

Formaat

Het ideale formaat van je nieuwe scherm is grotendeels subjectief en deels gebonden aan de resolutie die je kiest. Full HD oftewel 1080p oogt op een doorsnee 24inch-scherm scherp, maar ziet er op een 43inch-scherm onscherp uit. Andersom neemt de meerwaarde van 4K af naarmate het scherm kleiner wordt.

Tot enkele jaren terug was 24 inch de standaard, vandaag de dag is dat 27 inch geworden. Ervaring leert dat mensen snel aan dit formaat wennen en het is ook weer niet té groot. Uiteraard kun je daar prima van afwijken, afhankelijk van je eigen voorkeuren, opstelling en dergelijke. Zeker als je vooral games speelt, kan een maatje groter wenselijk zijn. Dat is tenslotte bevorderlijk voor de immersie. Geef je puur om je onlineprestaties, dan is kleiner veelal wenselijk. Dan heb je meer overzicht, waardoor je sneller kunt reageren.

Verversingssnelheid

Fervente gamers hoeven vandaag de dag niet langer genoegen te nemen met de gebruikelijke 60Hz-monitors. Als je eenmaal aan een wat sneller scherm gewend bent, wil je echt nooit meer terug. Vooral de stap van 60 naar 144-165 Hz levert een duidelijk merkbaar verschil op en is daarmee een aanrader voor fanatieke én casual gamers. Je kunt dit bovendien combineren met hogere resoluties. Ook hoeven dergelijke snelle schermen niet extreem veel meer te kosten. Een 1440p-monitor van 27 inch met een verversingssnelheid van 144-165 Hz wordt dan een mooi uitgangspunt voor de meeste gamers.

De stap naar ultrasnelle schermen – denk aan 240 of zelfs 360 Hz – is interessant voor liefhebbers die het kunnen betalen, maar wel minder groot dan die getallen doen vermoeden. Op een 60Hz-scherm ververst het scherm elke 16,6 milliseconde. Met 144 Hz kom je al op 6,9 ms. Met 240 Hz kom je op 4,2 ms en dat is natuurlijk een veel kleiner verschil, net als dat de 2,8 ms van 360 Hz weer een kleinere stap is. De meerwaarde van extra snel is dus is eigenlijk alleen voor écht fanatieke e-sporters interessant.

©PXimport

Refreshrate is slechts het halve verhaal

De refreshrate zegt lang niet alles, want die geeft simpelweg aan hoe snel het scherm begint met het weergeven van het volgende beeld. Even belangrijk, of wellicht nog belangrijker, zijn de pixelresponstijd en de inputlag van de monitor. Als een monitor er 10 ms over doet om een pixel daadwerkelijk van kleur te veranderen, geeft dat een mindere ervaring dan een monitor die dat in 2 of 3 ms doet. Menig fabrikant claimt overigens responstijden van 1 ms te bieden, maar in de praktijk is dat zelden het geval of biedt de 1ms-modus nare bijeffecten. Helaas kun je op dit vlak nooit op de specificaties van een fabrikant vertrouwen en zul je echt reviews moeten lezen of kijken om te achterhalen of een scherm ook echt snel is. De opgegeven refreshrate is een prima uitgangspunt, maar ook hier telt: staar je er niet blind op.

Variable refresh rate

Traditioneel ververst een scherm op vaste intervallen en doet dit van boven naar beneden. Zo kan het gebeuren dat de bovenkant van het scherm het ene frame laat zien, terwijl de onderkant al één frame verder is. Dit effect heet tearing en is zeker op een langzamer scherm goed te zien. Met variable refresh rate (VRR) geeft je monitor het beeld weer zodra de videokaart er klaar voor is, met een soepele kijkervaring als gevolg, vrij van haperingen en tearing.

Een paar jaar geleden moest je goed opletten of een scherm überhaupt VRR ondersteunde en zo ja, voor welk merk videokaart (AMD of Nvidia). Tegenwoordig zijn de meeste gamemonitors uitgerust met de techniek en ondersteunen ze beide kaartmerken. Een gegeven is dit overigens niet. Dus als je twijfelt, zoek naar een vermelding van G-Sync (voor Nvidia-kaarten) of FreeSync (AMD). Helaas zijn deze specificaties vaak wel incompleet en werkt een monitor met ondersteuning voor FreeSync dikwijls toch in combinatie met Nvidia-kaarten.

©PXimport

Andere eigenschappen

We hebben hierboven de belangrijkste aandachtspunten behandeld bij het kiezen van een nieuwe gamemonitor. Afhankelijk van jouw voorkeuren word je zo richting een bepaald soort scherm gestuurd. Daarna dien je nog wel goed na te denken over andere eigenschappen van het scherm zoals ergonomie, aansluitingen en gamemogelijkheden.

Onder die laatste noemer scharen we RGB-verlichting, maar ook zaken als on-screen crosshairs of contrastverhogers die het makkelijker maken om je tegenstanders te spotten. Ook ondersteuning voor HDR kan interessant zijn, al bieden de meeste gamemonitors nog geen ultieme HDR-ervaring. Geef je om HDR, zoek dan bij voorkeur een monitor met een DisplayHDR 600-label of hoger, want HDR400 stelt niets voor.

©PXimport

Goedkoop, maar ook rap

Iiyama G-Master GB2470HSU-B1

Als je een scherpe prijs belangrijk vindt en toch een paneel van degelijke kwaliteit wilt, dan heeft Iiyama vaak aantrekkelijke opties. De G-Master GB2470HSU-B1, die voor circa 189 euro over de toonbank gaat, is er zo een. Voor minder dan 200 euro krijg je een vrij rap (165 Hz) en aangenaam ips-paneel met nog aardige kleurprestaties, een goede maximale helderheid en een ergonomische voet.

Je kunt overigens ook een paar euro besparen door te kiezen voor een vaste voet (G2470HSU, zonder B dus), maar wij zouden dat afraden. Een in hoogte verstelbaar scherm is wel zo prettig als je er uren achter moet zitten.

Uiteraard krijg je voor dit bedrag geen ultieme ervaring. Zo moet je het doen met een beetje ouderwetse 1080p-resolutie en kunnen de kleurprestaties niet op tegen de betere alternatieven in deze lijst. Bovendien is de 24inch-schermdiagonaal niet bijster indrukwekkend. Maar als je een bescheiden budget hebt, kun je het eigenlijk niet beter treffen dan met deze GB2470HSU-B1.

©PXimport

Iiyama G-Master GB2470HSU-B1

Prijs
€ 199,-
Website
www.iiyama.com
7Score70

  • Pluspunten

  • Uitstekende beeldkwaliteit

  • Goede featureset

  • 1440p-resolutie

  • Usb-c

  • Minpunten

  • HDR-ervaring kan beter

Premium allrounder

Gigabyte Aorus FI27Q-X

De wereld van de gamemonitors heeft sinds 2019 uiteraard niet stilgestaan. Waar een 240Hz-verversingssnelheid voorheen betekende dat je vastzat aan de lagere 1080p-resolutie, is dat sinds 2021 niet langer het geval. De eerste generatie ips-monitors met een verversingssnelheid van 240 Hz en een 1440p-resolutie verscheen eerder dit jaar, met modellen van onder andere ASUS, Alienware (Dell) en Gigabyte.

Die schermen gebruiken veelal exact dezelfde panelen. Deze nieuwe generatie panelen met een hoge resolutie zijn razendsnel en bieden een uitstekende kleurweergave, maar zoals vaker met innovaties hangt daar wel een stevig prijskaartje aan. Bij de lancering van deze schermen was je 800 tot 900 euro kwijt, een forse meerprijs ten opzichte van de eerder besproken Gigabyte FI27Q bijvoorbeeld.

De prijzen begonnen al vlot na lancering te dalen, onder meer omdat de meeste fabrikanten productinhoudelijk erg aan elkaar gewaagd zijn. Ook de ASUS ROG Swift PG279QM en Alienware AW2721D maakten kans op de titel ‘premium allrounder’, ware het niet dat Gigabytes monitor op het moment van schrijven net wat agressiever geprijsd is. 699 euro voor een nextgen-gamemonitor is echt niet verkeerd. Houd de prijzen van de Alienware en de ASUS wel in de gaten, want dit trio is bijzonder aan elkaar gewaagd.

©PXimport

Gigabyte Aorus FI27Q-X

Prijs
€ 699,-
Website
www.gigabyte.com9Score90

  • Pluspunten

  • Uitstekende beeldkwaliteit

  • Goede featureset

  • 1440p + 240 Hz

  • Minpunten

  • Forse meerprijs voor 240 Hz

  • HDR kan beter

  Giga groots gamen 

LG oled-tv C1 (OLED48C16LA)

Eigenlijk is de LG C1 een televisie, maar met zijn 48inch-beelddiagonaal, 4K-resolutie en 120Hz-verversingsssnelheid blijkt hij ook een van de meest indrukwekkende grote gameschermen die je je kunt wensen. De kleuren spatten eraf, het contrast is dankzij de oled-techniek oneindig groot en het is een scherm waarop HDR-games echt tot hun recht komen.

Bovendien is HDMI 2.1, dat vereist is om ook met consoles op hogere resolutie voorbij 60 Hz te komen, extreem zeldzaam op gamemonitors. Deze televisie heeft maar liefst vier van die aansluitingen. Dat maakt het een ideaal scherm voor consolegamers, al moet je dan wel een prijskaartje van 1199 euro voor lief nemen. Bijkomend voordeel omdat het een tv is: ook het geluid is prima.

Toch valt aan dit scherm nog wel wat te verbeteren voor gamers. Zo blijft de totale latency nog iets achter bij de betere gamemonitors. Tel daar het extra grote formaat bij op en je zult snappen dat dit niet het ideale scherm is voor onlineshooters. Ook bestaat bij oled nog altijd het risico op inbranden. LG geeft aan dat dit nauwelijks nog een probleem is, maar voor iedereen die vele uren naar dezelfde elementen kijkt (lees: desktopgebruik), blijft dit toch echt iets om rekening mee te houden.

©PXimport

LG oled-tv C1 (OLED48C16LA)

Prijs
€ 1199,-
Website
www.lg.com10Score100

  • Pluspunten

  • 4K en 120 Hz, ideaal voor consoles

  • Fantastische kleuren en contrast

  • Groot formaat

  • Minpunten

  • Te groot voor algemeen gebruik

  • Risico op inbranden

Snelste gamemonitor

ASUS ROG Swift PG259QN

Fabrikant ASUS laat de prijs-prestatiekroon liggen en kiest bewust voor absolute topprestaties. Met een prijskaartje van 699 euro is de ROG Swift PG259QN verre van goedkoop, zeker voor een Full-HD-scherm, maar dan krijg je wel de snelste monitor van dit moment. Met zijn 25inch-diagonaal en 360Hz-verversingssnelheid is hij meetbaar en zichtbaar een stap voorbij 240Hz-monitors, terwijl hij dankzij zijn ips-paneel alsnog een goede kleurweergave weet te bieden. Hij wordt ook goed aangekleed met gamemogelijkheden en een goede ergonomische standaard.

Concessies zijn er ook: we noemden al de bescheiden 1080p-resolutie. Dat maakt hem in tegenstelling tot 1440p-alternatieven minder fijn voor games die niet louter op snelheid leunen en ook voor algemeen gebruik. Deze monitor moet je dan ook meer zien als een stuk professioneel gereedschap voor serieuze e-sporters. Telt elke milliseconde, dan wordt dit scherm interessant.

Vermogende liefhebbers kunnen ook de R-variant overwegen (PG259QNR). Dat model, dat 150 euro meer kost, heeft als extra een ingebouwde latency-analyzer om je pc en instellingen te optimaliseren voor nog betere prestaties. Spreekt het concept je aan, maar vind je 700 euro te gortig? Kijk dan naar de ASUS VG279QM. Deze 280Hz-versie van vorig jaar is slechts iets trager, maar bijna de helft goedkoper.

©PXimport

ASUS ROG Swift PG259QN

Prijs
€ 699,-
Website
www.asus.com9Score90

  • Pluspunten

  • Ultieme snelheid

  • Goede kleuren en contrast

  • Goede gamemogelijkheden

  • Minpunten

  • Forse meerprijs voor 360 Hz

  • Slechts 1080p

Ultieme gamemonitor

ASUS ROG Swift PG32UQX

Mocht je oog al over de prijs van dit scherm zijn gegleden: nee, het is geen tikfout, de ASUS ROG Swift PG32UQX kost echt 3499 euro. Daarmee wordt direct duidelijk dat dit voor de meeste gamers niet dé gamemonitor zal zijn. Voor iets meer dan een tiende haal je immers al een echt uitstekende ervaring in huis.

Deze ASUS moet je dan ook meer zien als een ultiem voorproefje van wat de mainstream gamemonitors over een paar jaar zullen bieden. Denk daarbij aan een indrukwekkende combinatie van een fors 32inch-scherm met 4K-resolutie en een 144Hz-verversingssnelheid, prachtige kleurprestaties plus een extreem goed contrast dankzij een mini-led-backlight.

Doorgaans heeft de backlight van een monitor over het hele scherm een vaste helderheid, maar bij schermen zoals de PG32UQX kan de backlight zich in vele zones aanpassen aan wat er op het scherm wordt weergegeven. Zo krijgt dit ips-paneel een veel beter contrast dan va-panelen, terwijl verder wel alle voordelen van ips behouden blijven.

De contrastwaarden komen aardig in de buurt van oled-panelen, maar deze ASUS kan wel veel meer helderheid leveren. Het resultaat is de overtreffende trap in HDR-games (en andere content). Tenminste, als je een pc-gamer bent: zonder HDMI 2.1 blijf je met een PlayStation 5 toch echt op 60 Hz hangen. Voor spelcomputers ligt de LG C1 dan ook meer voor de hand.

ASUS maakt het geheel af met een stevige constructie en een zee aan mogelijkheden, al verandert dat niets aan het feit dat dit scherm enkel voor de zeer vermogende early adopters is. Een ultieme ervaring om naar te kijken als je hem ergens tegenkomt, maar het lijkt vooral wachten op een scherm dat deze techniek weet te combineren met een schappelijke prijs.

©PXimport

ASUS ROG Swift PG32UQX

Prijs
€ 3499,-
Website
www.asus.com10Score100

  • Pluspunten

  • Ultiem voor pc-gaming

  • Top HDR-ervaring

  • Goede snelheid

  • Minpunten

  • Niet ultiem voor consolegamers

  • Prijs

©PXimport

▼ Volgende artikel
6 handige tips voor het gebruik van je staafmixer
© luismolinero
Huis

6 handige tips voor het gebruik van je staafmixer

Als je alles uit je staafmixer wilt halen, moet je wel weten hoe je ermee om moet gaan. Met deze tips krijg je niet alleen de beste (lees: lekkerste) resultaten, maar gaat je staafmixer ook langer mee. Win-win! 

In het kort: Een staafmixer is in principe een heel simpel apparaat. Je zet hem aan en hij pureert de boel voor je. Maar let op: een staafmixer kan overbelast raken en sneller stukgaan als je hem niet op de juiste manier gebruikt. Ook kunnen je gerechten er minder lekker op worden. Wil je weten hoe je je staafmixer optimaal benut? Lees dan de tips in dit artikel.

Lees ook: Dit kun je allemaal (nog meer) met een staafmixer

Tip 1: Ingrediënten voorsnijden

Hoewel staafmixers erg krachtig kunnen zijn, hebben ze ook relatief kleine mesjes. In tegenstelling tot bijvoorbeeld een blender kan het voor een staafmixer daarom lastig zijn om grote stukken goed en gelijkmatig te verpulveren. Je kunt je staafmixer dus een handje helpen door je ingrediënten van tevoren in kleinere stukken te snijden. Hiermee verklein je de kans op klonten of stukjes in je soep of saus én raken de messen minder snel overbelast. 

Tip 2: Let op het vermogen

Het is altijd belangrijk om rekening te houden met het vermogen van je staafmixer, want dat bepaalt welke ingrediënten het apparaat kan pureren. Het pureren van harde ingrediënten zoals noten of ongekookte groenten met een staafmixer met een laag vermogen gaat hoogstwaarschijnlijk niet lukken. Of het lukt wel, maar met een overbelaste motor tot gevolg. Voor harde ingrediënten is vaak een vermogen van minstens 600 watt nodig. Wil je vaak en veel gaan pureren, kies dan voor een vermogen van minstens 1000 watt. Maar let ook op het toerental, oftewel het aantal rotaties per minuut (RPM). Een staafmixer kan namelijk een laag vermogen hebben, maar wél een toerental van minstens 10.000 RPM. Dan is hij alsnog krachtig genoeg om harde ingrediënten te pureren. 

©Khaletski Siarhei | goffkein.pro

Tip 3: Niet te lang pureren

Lang achter elkaar pureren is funest voor de messen en de motor van een staafmixer. Beter is om in pulsen te pureren, waarbij je de motor tussen het pureren door steeds een paar seconden laat rusten. Vooral bij dikkere mengsels, zoals notenpasta, smoothies en dikke soepen, is dit belangrijk. Het is afhankelijk van het vermogen van een staafmixer hoe lang hij achter elkaar kan pureren. Vaak staat dit aangegeven bij de specificaties. Heb je geen idee? Pureer zachte ingrediënten dan niet langer dan 1,5 minuut en harde ingrediënten niet langer dan 45 seconden. Maakt je staafmixer een raar geluid of wordt hij erg warm, stop dan meteen met pureren. Dit zijn signalen dat het apparaat overbelast is. 

Tip 4: De juiste snelheid

De meeste staafmixers hebben meerdere snelheidsstanden en dat is niet zonder reden. Zo heb je voor het fijn pureren van dikkere mengsels en harde ingrediënten vaak een hogere snelheid nodig dan voor lichte bereidingen. En de turbostand kan handig zijn om harde ingrediënten kort maar krachtig te verpulveren of om een extra gladde soep te maken. Soms wil je een combi van snelheden gebruiken. Je begint bijvoorbeeld met een lage snelheid om spatten in de keuken te voorkomen en bouwt vervolgens geleidelijk op naar een hogere snelheid voor een glad resultaat. 

Tip 5: Ronddraaiende beweging

Beweeg je je staafmixer tijdens het pureren altijd gewoon op en neer? Op zich niks mis mee, want pureren doet het apparaat toch wel. Maar wil je zeker weten dat je geen plekken overslaat, maak dan tijdens het op en neer gaan óók een cirkelvormige beweging. Want op een mayonaise met klontjes zit natuurlijk niemand te wachten. 

©VI Studio

Tip 6: Schoonmaken

Een staafmixer neemt je veel werk uit handen, maar daar moet je wel iets voor terugdoen. Een staafmixer die niet goed schoongemaakt wordt, zal sneller vastlopen door aangekoekte etensresten. De motor moet dan tijdens het pureren harder werken en zal waarschijnlijk sneller overbelast raken. Daarnaast is een vieze staafmixer natuurlijk niet zo hygiënisch. Wil je geen bacteriën en nare geurtjes in je verse soep, maak je staafmixer dan na elk gebruik goed schoon. Dat kost je nauwelijks moeite: laat het apparaat even draaien in een maatbeker met warm water en wat afwasmiddel of doe hem, als dat kan, in de vaatwasser.

Nog meer doen met je staafmixer?

De beste accessoires, van gardes tot hakmolens

▼ Volgende artikel
Sony in 2025: nieuwe soundbars en tv's, maar minder vaak updates
Huis

Sony in 2025: nieuwe soundbars en tv's, maar minder vaak updates

Tijdens het persevent van Sony op het Europese hoofdkwartier in Weybrigde in het Verenigd Koninkrijk werden de nieuwe soundbars en tv's van 2025 aangekondigd. Het bedrijf zegt het misschien niet met zoveel woorden, maar de boodschap is duidelijk: minder frequente updates van alle modellen, en miniled blijft de technologie voor het topmodel.

 De 2023 A95L qd-oled-tv heeft twee jaar in het aanbod gestaan, ondanks het feit dat er vorig jaar wel degelijk een nieuw paneel beschikbaar was. In 2025 krijgt het model wel een update. De Bravia 8 II - te lezen als Bravia 8 Mark 2 - zal uitgerust zijn met het nieuwste (3e generatie) qd-oled-paneel van Samsung Display. Sony claimt dat dit paneel een 25% hogere piekhelderheid zal leveren ten opzichte van de A95L. Als we kijken naar wat Samsung Display (de panelfabrikant) claimde op CES, dan kan dit paneel tot 4.000 nits piekhelderheid leveren. We vermoeden dat Sony daar onder zal blijven, het merk is over het algemeen wat voorzichtiger en pusht zijn oled-panelen niet tot het uiterste op het gebied van piekhelderheid. Opmerkelijk genoeg vermeldde Sony expliciet dat de Bravia 8 II goedkoper zal zijn dan de A95L, maar concrete prijzen zijn er nog niet. De Bravia 8 II zal beschikbaar zijn in 55 en 65 inch.

©Eric Beeckmans | ID.nl

De Bravia 5 en Bravia 3

Verder naar onder in de line-up worden de Bravia 5 en Bravia 3 aangekondigd, ze vervangen respectievelijk de X90L en de X75WL. De Bravia 5 wordt uitgerust met de XR-processor (ook te vinden op de hogere modellen) en een XR Backlight Master Drive, een miniled-achtergrondverlichting die zes keer meer zones zal gebruiken dan de X90L. Hij zal beschikbaar zijn in 55, 65, 75,85, en 98 inch. De Bravia 3 is een instap 4K-model met direct led-achtergrondverlichting en de X1-processor. Dit model zal beschikbaar zijn in 43, 50, 55, 65, 75, en 85 inch. Beide modellen ondersteunen Dolby Vision en Dolby Atmos.

Demo's van nieuwe modellen

Sony toonde een aantal demonstraties van de nieuwe modellen, in vergelijking met een aantal concurrenten (dat waren uiteraard 2024-modellen). De Bravia 8 II stond opgesteld naast de voorganger de A95L, een Sony referentie studiomonitor, en een LG G4 en Samsung S95D. Zowel in Vivid Mode als de Filmmaker Mode (of vergelijkbaar want Sony gebruikt geen Filmmaker Mode) liet de Bravia 8 II een sterke indruk na. Zijn beelden leunen erg dicht tegen de studioreferentie aan. Kleuren in zeer heldere accenten zijn beter, en donkere gradaties worden nauwkeuriger weergegeven.

De Bravia 5 stond opgesteld naast een X85L (wat overigens een ietwat vreemde vergelijking is, want het toestel vervangt de X90L) en een Samsung QN85D. De XR Backlight Master Drive geeft de Sony flink wat extra helderheid en een duidelijke verbetering in contrast. Sony toonde ook een nieuwe techniek voor ruisonderdrukking bij oude bronnen (SD-content zoals Friends). Dat presteerde in sommige gevallen goed, maar liet in andere gevallen meer ruis zien. Mogelijk verfijnt Sony dit nog voordat het model op de markt komt. Het feit dat de testen in Vivid beeldmode gedaan werden, maakt de vergelijking ook moeilijk, vermits fabrikanten daar vaak veel vrijheid nemen.

Audioverwerking, beeldverwerking en Studio Calibrated

Op het gebied van beeldverwerking liet Sony dit keer geen belangrijke nieuwigheden zien. Ons oordeel over het nieuwe ruisonderdrukkingsalgoritme dat tijdens de Bravia 5 demo getoond werd, laten we nog even achterwege totdat we het zelf kunnen testen. De Bravia 3 heeft een nieuw algoritme voor beeldkwaliteit, maar dat werd alleen in Vivid-mode getoond en dat is een test waaruit weinig op te maken valt.  

©Eric Beeckmans | ID.nl

Sony benadrukte verder nog de aanwezigheid van Voice Zoom 3 op de Bravia 8 II en Bravia 5. Daarmee kan de processor nauwkeurig stem of dialogen isoleren van de rest van de audio. Zo kun je die selectief versterken (voor film kijken ’s avonds) of verzwakken (om de commentator bij sport wat stiller te maken).

De tagline van Sony, ‘Cinema is coming home', wil de fabrikant garanderen met een aantal Studio Calibrated beeldmodes: Netflix Adaptive Calibrated Mode, Prime Video Calibrated Mode en Sony Pictures Core Calibrated Mode. Die modi zijn specifiek in samenwerking met de respectievelijke streamingdienst opgezet. Voor alle andere content is er de ‘Professional’-beeldmode.

Tweejaarlijkse cyclus en miniled als toptechnologie

Net als vorig jaar heeft Sony alleen een deel van line-up vernieuwd. Dat is een aanpak die we toejuichen, want het maakt de verbeteringen die een nieuw model krijgt veel duidelijker. Sony kan daar eventueel nog wel van afwijken, bijvoorbeeld als een model het slecht doet in de markt. Maar we hopen dat dit voorbeeld navolging krijgt.

De 2024 Bravia 9 - een miniled-model - geldt nog steeds als het topmodel, ondanks de vernieuwde Bravia 8 II QD-OLED. Sterker nog, Sony kondigde voor volgend jaar een RGB-miniled technologie aan die duidelijk voorbestemd is om het nieuwe topmodel te worden.

Wat is een rgb-miniled achtergrondverlichting?

De achtergrondverlichting is het onderdeel van een lcd-tv dat licht produceert. Dat kunnen witte leds zijn, maar een moderne premium lcd-tv gebruikt doorgaans talloze minileds die blauw licht produceren, dat via een quantum dot-folie wordt omgezet naar wit licht. De leds worden onderverdeeld in zones die de processor individueel kan aansturen om het contrast te verbeteren. In donkere zones dimt hij het licht, in heldere zones kan hij de leds sterker aansturen. Om kleur te produceren wordt elke pixel met behulp van een kleurfilter opgedeeld in een rode, groene en blauwe subpixel.

©Sony

RGB-miniled technologie vervangt dit systeem door trio's van rode, groene en blauwe minileds te gebruiken die samen wit licht creëren, waardoor de quantum dot-laag overbodig wordt. Omdat er nog steeds veel minder leds dan pixels zijn, blijft het kleurenfilter nodig om per pixel de juiste kleuren te creëren. Net zoals bij een huidige miniled-tv worden de leds onderverdeeld in zones om het contrast te verbeteren.

©Sony

Maar deze technologie kan nog een stapje verder gaan. Als de processor detecteert dat er in een bepaalde zone enkel groen licht nodig, dan kan hij de rode en blauwe leds uitschakelen. Dat is alvast veel efficiënter dan het overbodige licht weg te filteren.

Wachten tot 2026 voor nog rijkere, helderdere kleuren

Sony claimt dat dit soort achtergrondverlichting een piekhelderheid van 4.000 nits en kleurbereik van 99 % P3 kan bereiken en 90% Rec.2020. Dat is een flinke upgrade ten opzichte van de beste tv’s die momenteel wel 4000 nits halen, maar eerder 95% P3 en 75% Rec.2020 leveren. Concreet kan een rgb-miniled veel helderdere kleuren tonen, die toch erg intens zijn.

©Sony

Daarnaast zijn ook meer nauwkeurige kleurgradaties mogelijk, en dat zowel in heel donkere als heel heldere tinten. Een aangezien meer en meer filmmakers vaak erg donkere scènes gebruiken, zou dat een welkome verbetering zijn. De technologie heeft nog twee extra voordelen. Ze is schaalbaar naar grote tv-maten. En een rgb-miniled tv zou ook een betere kijkhoek hebben, al liet Sony niet weten hoe dat gerealiseerd wordt. Sony zal een eerste model vermoedelijk in 2026 lanceren.

Ook bij audio een beperkt aantal nieuwe modellen

Net als bij de televisies worden ook de audioproducten niet meer elk jaar vernieuwd zo blijkt. Vorig jaar kreeg de top van het aanbod een make-over, dit jaar is de onderste helft aan de beurt. De Bravia Theatre Bar 6 is een 3.1.2 soundbar met subwoofer. De Bravia Theatre System 6 is een 5.1 soundbar met bijgeleverde surroundluidsprekers en subwoofer. Beide ondersteunen Dolby Atmos, DTS:X, Voice Zoom 3. We kregen een korte demo van de vernieuwde Bravia Bar 6, die een duidelijk vollere en stevigere klank produceerde dan de voorganger.

©Eric Beeckmans | ID.nl

Daarnaast zijn er ook twee optionele accessoires. De Bravia Theatre Rear 8 bestaat uit één paar draadloze surroundluidsprekers die je kunt gebruiken om de Bar 6 uit te breiden. De Bravia Theatre Sub 7 is een compacte draadloze subwoofer van 100W.

Bekijk andere Sony-tv's op Kieskeurig.nl: