ID.nl logo
Zekerheid & gemak

Thin clients. Hou het overzichtelijk met centraal softwarebeheer.

Een pc in een zakelijke omgeving is geen gemakkelijk apparaat. Want hoe meer pc's, hoe ingewikkelder het wordt om alle apparaten up-to-date te houden met softwarereleases, patches, anti-virusmiddelen en beveiliging. De oplossing: thin clients, ofwel pc's zonder processor, geheugen en harde schijf, en alle software op één centrale server.

Thuis doe je het even tussendoor: even een nieuwe update op de pc installeren of een laatste patch downloaden. Heb je echter het beheer over honderd of duizend pc's, zoals al snel gebeurt in een groot bedrijf, dan wordt het een heel ander verhaal. Dan is het een hele klus alle pc's up-to-date te houden met de juiste software, patches, beveiliging en anti-virusmiddelen. Grote organisaties hebben dan ook baat bij centrale aanpak: in plaats van allemaal zelfstandige pc's kun je alle software beter installeren op één centrale plek waar dan iedereen gebruik van kan maken. Zo kost het uitdelen van softwarereleases veel minder tijd en is het beheer eenvoudiger in de hand te houden. Je hoeft tenslotte maar één server te configureren om vele gebruikers te bedienen. Deze aanpak noemen we ook wel server based computing of thin-client computing. Clients & server De klassieke aanpak van server based of thin-client computing maakt gebruik van terminals. Zo'n terminal is niets meer dan een beeldbuis waarbij het beeld wordt opgebouwd door een datastroom van karakters uit een Unix-machine. Alles wat je dus op het toetsenbord typt gaat dus niet naar de beeldbuis, maar naar dezelfde Unix-machine. In zo'n terminal zit nauwelijks logica en geheugen, er is geen krachtige processor en geen harde schijf. Het is de applicatie op de krachtige Unix-server die ervoor zorgt dat alles wat je op het toetsenbord doet in beeld komt. En dat voor eventueel duizenden gebruikers tegelijkertijd. Nadeel is wel dat een terminal met karakters niet aansluit op wat gebruikers gewend zijn, namelijk de vrijheid van de rijke grafische Windows werkomgeving, in een weelde van grafische applicaties. Gelukkig zijn er tegenwoordig een aantal populaire oplossingen waarmee je het gebruik van Windows-applicaties kunt centraliseren. Deze bieden het beste van beide werelden: een rijke grafische interface voor de gebruiker (de client) en het beheer en onderhoud op één centrale plek (server). Via het bedrijfsnetwerk – of eventueel het internet – dient als transport om de clients aan een server te koppelen. De belasting op de client is relatief licht: een processor van een paar honderd megahertz is genoeg. Ook is niet veel geheugen nodig: 64 MB is vaak voldoende. Er is immers alleen beeldopbouw; alle applicaties draaien op de server. Tot slot doet ook de lokale opslag (bijvoorbeeld een diskettestation of harde schijf) niet ter zake: ook alle data worden op de server opgeslagen. Hardware of software? Een client kan hardware zijn, maar ook software. Kies je voor hardware, dan krijg je te maken met een klein apparaat waarop je het toetsenbord, muis, beeldscherm en netwerk op aansluit. De Wyse uit deze test is hier een voorbeeld van. Kies je voor een software-client dan krijg je te maken met een pc met Linux of Windows of een Unix-werkstation. Hierop draait dan relatief eenvoudige cliëntsoftware, als losstaande applicatie of browser-plugin. In tegenstelling tot de client, worden er nogal wat eisen aan de server gesteld. Deze neemt namelijk meerdere grafische schermen, alle opslag en alle rekenkracht voor elke gebruiker op zich. Dit vraagt veel van de serverhardware, meer dan hetzelfde aantal gebruikers aan een Unix-terminal. Vanaf een tiental Windows-gebruikers heb je al direct serverhardware nodig met twee of vier processoren, een paar gigabyte hoofdgeheugen en forse schijfopslag. Tot grofweg vijftig actieve gebruikers loopt hardware met vier snelle processoren nog goed. Bij meer gebruikers zijn meerdere servers in het netwerk nodig en technieken als loadbalancing. Het opzetten beheren van zo'n configuratie is een specialisme. De belangrijkste producten voor kleine of grote configuraties zijn Microsoft Windows Server 2003 met Terminal Services, Citrix MetaFrame Server en Softricity SoftGrid die we hier bespreken. In tegenstelling tot Unix zijn Windows-gebaseerde servers gevoeliger voor vastlopers en incompatibiliteit, immers, de software is niet specifiek ontwikkeld voor terminalsessies en dat kan onverwachte problemen geven. Gelukkig gaat het de laatste jaren snel beter, wordt Terminal Services robuuster en worden belangrijke Windows-applicaties als Office ook onder Terminal Services getest voor dat ze als product de doos in gaan. Licenties Zoals gezegd bedient bij thin client (of server based) computing één enkele server een tiental of wel honderden gebruikers. Dat spaart kosten. Dit is dan wel buiten de onevenredig hoge licentiekosten gerekend. Want stel, u bent geïnteresseerd in bijvoorbeeld Citrix. Dan bent u er met het serverproduct en bijbehorende client-licenties nog niet. U hebt ook een Windows-serverlicentie nodig en voor elke gebruiker een terminal server client access license (ofwel terminal server cal) van Microsoft. Dit is op zich nog wel te doen. Ingewikkelder wordt het als u ook Office gebruikt. Dan moet u namelijk van Microsoft ook een Office-licentie kopen voor elke gebruiker die contact zou kúnnen opnemen met de terminal service. En gebruikt u daarnaast vanaf deze server sql of Exchange, dan dient u voor het gebruik van deze sql-toepassingen en Outlook ook voor elke (mogelijke!) gebruiker een client access license te kopen. Het is dus oppassen geblazen met licentieregels. Praktijk en papierwinkel kunnen plots haaks op elkaar komen te staan. Stel dat u een terminal service als voorziening in het netwerk zet om deze maar af en toe te gebruiken (bijvoorbeeld wanneer een werknemer thuis zou willen werken) of dat u een server gebruikt voor een applicatie die eigenlijk maar weinig wordt gebruikt. Technisch gezien wordt zo'n server maar een paar keer per dag of per week bezocht. Toch bent u verplicht voor alle applicaties licenties te kopen en cal's voor alle duizend werknemers. Om niet op extreem hoge bedragen uit te komen kunt u dus maar beter het inloggen op een dergelijke server beperken tot een kleine groep werknemers. Een andere mogelijkheid is om voor Exchange en sql een zogeheten (dure) processor-licentie te kopen. Deze telt niet het aantal gebruikers, maar het aantal processors in de server, aangevuld met zogenoemde terminal server internet connectors voor de applicaties. WinTerm 3125SE Deze hardware-client van Wyse kan zo op het netwerk worden aangesloten en begrijpt zowel rdp (remote desktop protocol) als Citrix' ica (independent client architecture). De hier bekeken Wyse WinTerm 3125SE wordt geleverd met toetsenbord, muis en optioneel beeldscherm. De resolutie van het kastje is beperkt tot 1024x768 beeldpunten, er zijn aansluitingen voor serieel en parallel. De 3125SE heeft een 100 Mbit-aansluiting en kan eventueel ook draadloos ingezet worden. Voor de software hebt u de keuze uit Embedded XP of het bij Wyse populaire CE, deze laatste is in flash opgeslagen. Voordeel van de Wyse-client is dat het apparaat weinig energie gebruikt, en dat hij geen ventilator heeft en dus lekker stil is. De hardware is praktisch onderhoudsvrij. Mogelijke problemen met updates, rechten, configuratie en anti-virus spelen zoals gezegd alleen op de server, niet op deze relatief eenvoudige terminal. Microsoft Windows Server 2003 Terminal Services De meest eenvoudige oplossing om met server based computing aan de slag te gaan is Windows Server 2003 en het meegeleverde Terminal Services. De installatie is eenvoudig. Ga in het Configuratiescherm naar Software toevoegen/verwijderen en kies Windows onderdelen. Vink hier Terminal Services aan. Na een wizard van vier stappen en een herstart is alles klaar. De naconfiguratie is niet veel meer is dan het aanmaken van gebruikers en deze lid te maken van de 'remote desktop access'-groep. Nu is de machine klaar voor gebruik. Windows Server 2003 kent overigens verschillende smaken. De standaard-editie is voldoende maar voor grote installaties heeft de Enterprise-editie de voorkeur. Een van de extra componenten hierin is Microsoft Windows System Resource Manager (wsrm) dat handig is voor het beheren van grote terminal server installaties. Wsrm kan voor individuele gebruikers (of op groepsniveau) zaken als processorgebruik wat eerlijker verdelen. Een veeleisende taak of vastloper vertraagt het werk van anderen dan minder. Citrix MetaFrameXP Server for Windows Citrix is een oude technologie partner van Microsoft én geestelijk vader van Terminal Services. MetaFrameXP Server for Windows gebruikt dan ook een Microsoft 2000- of 2003-server met Terminal Services als basis. Hier overheen installeert Citrix haar eigen diensten. Het product is zo populair omdat het, zowel aan de server- als de client-kant, verder gaat dan Terminal Services van Microsoft. Zo is het aantal clients uitgebreider, zijn de specificaties beter en de beheertools fijnmaziger. Een belangrijk element bij Citrix is het ica-protocol, dat samen met de ica-client zorgt voor een efficiëntere communicatie tussen client en server. Zelfs over een eenvoudige modemverbinding is het nog goed werken. De nieuwste versie van MetaFrame geeft op clients een betere ondersteuning van flash in de webbrowser, ondersteunt het gebruik van een microfoon, gaat efficiënter met foto's om en kan goed tegen korte uitval, zodat het product ook storingsvrij werkt bij een matige draadloze verbinding. Aan de server-kant blinkt Citrix uit in het opzetten van zogeheten farms die (bij meerdere servers) de gebruikers en de werklast onderling verdelen. Ook brengt zo'n farm redundantie zodat gebruikers niet meer afhankelijk zijn van de gezondheid van een enkele server. Het serverdeel gebruikt minder dan 250 MB op de harde schijf. Citrix is een stabiel en goedverzorgd product, maar vereist al snel een gespecialiseerde beheerder. Softricity SoftGrid 3.0 Softricity pakt de zaken anders aan: alle software wordt vanaf de server in speciale pakketten over het netwerk uitgedeeld, en in de beschermde omgeving van Softricity (op de pc van de gebruiker) uitgevoerd. Die speciale pakketten zijn reguliere applicaties die voor SoftGrid zijn geprepareerd (en door de beheerder zijn voorgeïnstalleerd). Dankzij de beschermde omgeving worden belangrijke componenten tegen aantasting beschermd, bijvoorbeeld het geheugen of het Windows-register. De software ziet gewoon de pc, maar in werkelijkheid zit Softricity er tussen om wijzigingen af te vangen die de software doorvoert in de pc. Wijzigingen blijven geldig zolang de applicatie draait. Sluit je de applicatie af, dan gaan wijzigingen verloren en blijft een onaangetaste pc achter, alsof de software niet echt op de pc heeft gedraaid. Dit proces wordt virtualization genoemd. Softricity gebruikt op de pc een soort cache om een volgende keer de applicatie sneller voor handen te hebben. Die cache wordt ook gebruikt om software aan laptops mee te geven zodat deze los van het netwerk toch de applicatie kunnen gebruiken. SoftGrids geïsoleerde programma-uitvoer heeft als voordeel dat programma's minder snel tegen compatibiliteitsproblemen aanlopen, dan bij Terminal Services en dus ook bij Citrix. Zelfs zeer complexe applicaties als AutoCAD, programma's afhankelijk van een oude databasedriver en relatief slecht geschreven programma's werken bij Softricity prima. Softricity draait op Windows 2000 of Windows XP. Voor Windows 98 of andere besturingsystemen is bemiddeling nodig van Terminal Services of Citrix. Verder maakt SoftGrid gebruik van een Windows 2000 of 2003 Server, die gedeeld mag worden met Terminal Services en Citrix. De software is klein, zo'n 150 MB, en installeert snel. Bij installatie is de aanwezigheid van active directory vereist. Op de client wordt ook lichte software van een paar megabyte gebruikt. Het grootst is dus de cache van minimaal 150 MB. Om applicaties voor SoftGrid aan te maken wordt een zogenoemde sequencer gebruikt, een hulpapplicatie die ervaring vereist. SoftGrid kan op een server werken, of net als Citrix uitgebouwd worden tot een farm zodat een enkele defecte server de werk van gebruikers niet verstoort. SoftGrid doet wat minder gedegen aan en is voor de beheerder soms onnodig lastig in installatie en gebruik. Conclusie Voor een verstokte pc-liefhebber is het even wennen dat de hardware op je bureau niets of weinig doet. Terminal Services – al dan niet aangevuld met Citrix en SoftGrid – geeft de gebruiker dan misschien iets minder vrijheid in de bediening, het geeft wel een enorme bewegingsvrijheid. Op verschillende werkplekken, op verschillende apparaten en over dunne verbindingen heb je altijd toegang je krachtige 'desktop', met daarop alle gegevens, applicaties, grote databestanden en natuurlijk snelle toegang tot internet. Bovendien biedt de thin client-technologie een veilige werkomgeving voor onbeheerde pc-thuiswerkers met als voordeel een goede scheiding met privé-bestanden. Softricity scoort hoog in de compatibiliteit. Terminal Services is laagdrempelig. Citrix werkt goed bij hogere eisen in voorzieningen, beheer en clientkeuze. Softricity kan dé oplossing zijn bij kritische applicaties, maar vereist weer meer ervaring. Licenties zijn een belangrijk aandachtspunt om niet onbedoeld op gevaarlijk hoge kosten te komen. Remote desktop Iedereen die XP heeft draaien op zijn pc kan eenvoudig uitproberen hoe Windows werkt als terminal. XP bevat namelijk remote desktop (rd), een standaard onderdeel van Windows Professional waarmee u – vanaf uw eigen pc – heel eenvoudig toegang kunt krijgen tot de programma's en bestanden van een andere Windows-pc. Hebt u Windows XP Home dan kunt u alleen anderen toegang verlenen tot uw pc. Maakt u eenmaal kennis met de voordelen in mobiliteit, dan is Windows op afstand gebruiken een verslavende voorziening! U vindt remote desktop onder Start, Communicatie, Verbinding met een extern bureaublad. Start dit programma op een andere computer in het netwerk op en tik het ip-nummer van je eigen pc in. Zet wel eerst op uw eigen pc remote desktop als voorziening aan: ga hiervoor naar Eigenschappen van de computer, kies Verbinding van buitenaf (laatste tabblad) en vink de optie Extern bureaublad aan. Is er eenmaal contact met de eigen computer, dan krijg je dan een goede indruk hoe Windows zich in een terminal-sessie gedraagt over het netwerk. Wilt u deze voorziening over het internet uitproberen, dan is het belangrijk dat poort 3389 (in de firewall in de internetrouter) naar het ip-nummer van de eigen pc wijst, zodat deze op afstand bereikbaar wordt. Vergeet niet het geheel met een wachtwoord te beveiligen! Verder vindt u op www.microsoft.com/windowsxp/remotedesktop/faq.asp nog meer informatie.

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.