ID.nl logo
Kobo Sage - Horen, zien en schrijven
© Reshift Digital
Huis

Kobo Sage - Horen, zien en schrijven

Met de Kobo Sage laat de e-readerfabrikant zien dat een e-reader veelzijdiger is dan je zou denken. Niet alleen is het apparaat geschikt om e-books van te lezen, ook kun je audioboeken lezen en notities maken. Maar wel met een figuurlijke kanttekening.

Kobo is druk bezig om de e-readermarkt nieuw leven in te blazen. Dat mag ook wel, want de gebruikersgroep blijft vrij klein omdat veel mensen toch geneigd lijken te kiezen voor een tablet, die een stuk veelzijdiger is… Maar niet over een comfortabel scherm beschikt om ontspannen van af te lezen. Een paar maanden voor de introductie van de Kobo Sage verscheen de Kobo Elipsa op de markt, een e-reader met een groot scherm waarbij je met een stylus aantekeningen aanbrengt aan je leesmateriaal of zelf aan de slag kunt met krabbels en notities die je maakt in een aantekeningsveld.

Helaas blijkt de stylus niet echt een gouden combinatie met een e-readerscherm. Zo’n scherm heeft een langzame responsesnelheid, waardoor het erg onnatuurlijk aanvoelt. Ook ben je beperkt door het ontbreken van kleur en slechts de mogelijkheid van het maken van krabbels en markeringen. Ook bij deze Kobo Sage kun je een stylus kopen. Maar de vernieuwing die de e-reader bijvoorbeeld de vergaderzaal of klaslokaal in trekt is dit helaas niet.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

©PXimport

Luisterboeken

Met de Kobo Sage vernieuwt Kobo op nóg een manier: audioboeken. Een slimme zet, want ook audioboeken zijn in opmars. Al eerder presenteerde Storytel een e-reader die luisterboeken afspeelt. Ook zijn er meerdere diensten luisterboekdiensten beschikbaar, zoals Storytel, de online bibliotheek en Kobo zelf. Ook lijkt het een kwestie van tijd voordat Audible officieel in Nederland van start gaat.

Kortom, dat Kobo ook het afspelen van audioboeken ondersteunt met de Kobo Sage (en de eveneens nieuwe Kobo Libra 2) is enorm toe te juichen. De implementatie hiervan laat helaas te wensen over. Het is logisch dat de Kobo Sage de eigen luisterboeken van Kobo ondersteunt. Ook kun je de boeken downloaden, zodat je op vakantie niet afhankelijk bent van een internetverbinding om je boeken te beluisteren. Een gemis is echter dat je geen luisterboeken van andere diensten af kunt spelen of eigen luisterboeken op het apparaat te zetten, zoals dat wel kan met gewone boeken waarvan je epub, mobi, pdf en andere bestanden gewoon op het apparaat kopieert.

De beperkte afspeelmogelijkheden valt vanuit het perspectief van Kobo nog te verklaren. Maar waar het onbegrijpelijk wordt is het feit dat je alleen je luisterboeken kunt beluisteren met een bluetooth-apparaat: er is geen audio-aansluiting. Ik kan m’n hoofd erover breken. Hoe moet het overleg in de boardroom van Kobo er aan toe zijn gegaan voordat dit bizarre besluit is genomen? Hoe dan ook, wanneer je een audioboek afspeelt, wat je wellicht graag langere tijd doet, kun je zo lang luisteren als je bluetooth-koptelefoon, speaker of oortjes meegaan. Terwijl het apparaat gemakkelijk zowel bluetooth als bekabeld had kunnen ondersteunen en op zijn accu heel wat afspeeluren meer beschikbaar heeft. Zelfs met behoud van zijn waterdichte ip-rating is dat mogelijk. Er zijn immers waterdichte apparaten, zoals Xperia-smartphones, die over een audiopoort en ip-rating beschikking.

Kortom, voor luisterboeken biedt de Kobo Sage vooralsnog geen meerwaarde ten opzichte van bijvoorbeeld de luisterboek-app op je telefoon.

Hoewel de Kobo Sage een fantastische e-reader is, valt de vernieuwing tegen.

-

Leesboeken

Oké, de nieuwe functies rammelen een beetje, maar op het gebied van boeken lezen ben je bij deze e-reader wel heel goed af. Maar echt. Allereerst de bouw. De Kobo Sage is dus waterbestendig, wat een mooi pluspunt is. Ook houdt deze comfortabel vast aan de randen rondom het scherm. Er zit een kromming in de rand waaraan je de reader vasthoudt, wat vooral prettig is als je het apparaat een kwartslag draait en de rand aan de onderkant vasthoudt. De knoppen om de pagina’s om te slaan lijnen dan ook perfect uit.

Het e-inkscherm leest ook uitstekend af. Het scherm heeft een diameter van 8 inch (ca. 20 centimeter) en is dankzij de hoge resolutie scherp zat om goed vanaf te kunnen lezen. Van een e-inkscherm komt geen licht, wat het comfortabel houdt voor de ogen. Dankzij een ingebouwd lampje, dat op het scherm schijnt, kun je alsnog in het donker lezen alsof je een gewoon boek met een nachtlampje lees. In praktijk is een minimale verlichting al voldoende om in het donker prettig te kunnen lezen.

Uiteraard kun je e-books van de Kobo-dienst lezen op de Kobo Sage, de grote kracht is echter dat de reader zich ook uitstekend leent voor andere e-books. Hoewel het niet mogelijk is om aan te melden voor andere leesdiensten zoals de digitale bibliotheek, kun je wel je reader koppelen aan je pc om zo eigen e-bookbestanden over te zetten. Waaronder PDF’s. Dankzij 32GB aan opslag heb je genoeg om een hele bibliotheek op je e-reader te laden en kun je ook aardig wat luisterboeken van Kobo zelf kwijt (deze zijn doorgaans een paar honderd MB, een e-book neemt slechts enkele MB’s in beslag).

Je kunt gerust weken door zonder de accu op te hoeven laden. Natuurlijk is dat afhankelijk van je gebruik. Een luisterboek kost relatief veel accu vanwege het afspelen en de actieve verbinding. Ook het nachtlampje doet iets af van de accuduur. Wil je zo onafgebroken mogelijk kunnen lezen, zet dan de slaapstand uit en de wifi-verbinding. Omdat het scherm alleen ververst wanneer je de pagina omslaat, is de accuduur gek genoeg ook afhankelijk van hoe snel je leest.

©PXimport

Alternatieven voor de Kobo Sage

Als e-reader is de Kobo Sage zeer indrukwekkend. Het scherm leest heerlijk weg dankzij het formaat, nachtlampje, bovendien zijn het lichte gewicht en accuduur ook sterke pluspunten voor het leescomfort. De prijs van 289 euro is wel wat fors. Voor honderd euro minder heb je de Kobo Libra 2 in huis, die vrijwel gelijkwaardig is op stylus-ondersteuning na. Die stylus weet echter zijn meerwaarde nog niet te bewijzen.

Ben je op zoek naar een apparaat dat je audioboeken afspeelt, dan is het wellicht beter om even de kat uit de boom te kijken of vooralsnog je smartphone of tablet te blijven gebruiken. De Kobo Sage en Kobo Libra 2 laten wel zien meer geschikt te zijn voor luisterboeken dan de Stoytel Reader. Hoewel alle drie de genoemde readers beperkt zijn tot eigen audioboekdiensten, beschikken de Kobo e-readers over genoeg opslaggeheugen, waar de Storytel Reader in tekortschiet. De Storytel Reader biedt echter wel gewoon de mogelijkheid je koptelefoon bedraad aan te sluiten.

Als het aankomt op het lezen zelf, blijft Kobo een waardige concurrent voor Amazon’s Kindle. De Kindle mag misschien een iets luxere uitstraling hebben. Kobo reader’s zijn net even veelzijdiger, bijvoorbeeld door de ondersteuning van meerdere bestandsformaten en nu ook audioboeken.

Conclusie: Kobo Sage kopen?

Kobo schiet met de Kobo Sage nog tekort op de vlakken waarop het probeert te vernieuwen: luisterboeken en stylus-ondersteuning. Als e-reader zelf is de Kobo Sage zeer comfortabel in gebruik, dankzij het goede scherm met nachtlampje en handzame ontwerp. De prijs is wel wat hoog, mocht je dat een probleem vinden, dan biedt Kobo zelf met de Kobo Libra 2 een kleiner en betaalbaarder alternatief.

Goed
Conclusie

**Prijs:** € 289,- (exclusief sleepcover twv € 49,99 en stylus € 39,99) **Scherm:** 8 inch e-ink met nachtlamp (1920x1440) **Processor:** 1,8 GHz (quadcore) **Opslag:** 32GB (niet uitbreidbaar) **Gewicht:** 241 gram **Afmetingen:** 16,1 x 18,1 x 0,8 cm **Draadloos:** bluetooth 5.0, Wifi 802.11 ac/b/g/n **Aansluiting:** usb-c **Overig:** IPX 8 waterdicht, stylus-ondersteuning **Website:** [https://nl.kobobooks.com](https://nl.kobobooks.com/products/kobo-sage)

Plus- en minpunten
  • Comfortabel scherm
  • Ontwerp
  • Opslagruimte
  • Accuduur
  • Ondersteuning luisterboeken schiet tekort
  • Meerwaarde van stylus
  • Prijs
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.