ID.nl logo
Hoe blockchain smart city's kan verbinden
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Hoe blockchain smart city's kan verbinden

Amsterdam is één van de voorlopers als het gaat om het beleid voor smart city’s. In zulke slimme steden dragen sensoren en data bij aan het optimaliseren van het leefklimaat in de stad. Een probleem is dat veel systemen onafhankelijk van elkaar werken. Blockchain is een manier om big data onderling te delen, dus in dit artikel bekijken we hoe blockchain smart city's verder kan helpen.

Loop door de stad en je vindt allerlei gesloten systemen die op zichzelf prima werken. De vertrektijden van het openbaar vervoer staan op de borden en passen zich aan wanneer dat nodig is, het aantal beschikbare parkeerplekken in de garage wordt geteld en het elektriciteitsnet zorgt ervoor dat de stad van stroom is voorzien. Ondertussen doen wij met onze bonuskaart boodschappen en sparen we punten voor een gratis koffie bij onze favoriete koffiezaak. De overheid en allerlei commerciële partijen zijn bezig op allerlei manieren data te vergaren. Vervolgens worden deze data gebruikt om diensten te verbeteren. Het concept van een smart city werpt pas echt zijn vruchten af als data gedeeld worden. Blockchain-technologie kan daarin een grote rol spelen.

Door data en technologie te gebruiken, is een smart city in staat het leven in een stad efficiënter te maken en duurzamer met grondstoffen om te gaan. Hierbij verbeteren ook de levenskwaliteit en arbeidsomstandigheden. Een smart city beperkt zich dus niet alleen tot de toepassing van technologie, maar draait ook om het werk van stedenbouwkundigen, verkeerskundigen, riool- en watermanagement en ga zo maar door. Het succes van een smart city is afhankelijk van de manier waarop private ondernemingen, de overheid en burgers samenwerken. De overheid reguleert en bedrijven verzamelen data, al dan niet in samenwerking met burgers.

Het verzamelen van data is de eerste taak van een smart city, via allerlei apparaten die verbonden zijn met internet. Denk aan camera’s, sensoren, voertuigen en bijvoorbeeld huisapparatuur. Verzamelde data komen in de cloud te staan. De overheid gebruikt de informatie om de stad te optimaliseren en bedrijven om hun diensten te verbeteren. Zo reguleert Amsterdam het verkeer aan de hand van sensoren, terwijl ook het vinden van parkeerplaatsen er gemakkelijker door is. Volgens de EasyPark Smart Cities Index 2019 is Amsterdam is één van de innovatiefste steden, achter de twee Noorse steden Oslo en Bergen.

Waarom blockchain voor smart city's?

Om te begrijpen waarom blockchain-technologie een goed systeem is voor een smart city, leggen we blockchain in het kort uit. Een blockchain-netwerk maakt het mogelijk om de gehele totstandkoming van data stap voor stap op te slaan. Telkens als er iets verandert, wordt de oude versie gearchiveerd en komt de nieuwe versie ervoor in de plaats. Daardoor kan iedereen zien wie, wanneer, welke data heeft aangepast. Een blockchain bestaat uit zogeheten nodes. Elk van deze nodes bevat een kopie van de hele blockchain. Steeds wanneer nieuwe data worden toegevoegd, wordt dit over het gehele netwerk geverifieerd. Hierdoor is een blockchain altijd eerlijk naar alle deelnemers.

Die eerlijkheid is belangrijk. Regels uit zogeheten smart contracts zorgen voor de kaders waarbinnen allerlei partijen kunnen opereren. Dit betekent dat heel veel data automatisch, tegen betaling, gedeeld kunnen worden zonder dat er allerlei partijen aan te pas komen. Zo kan overtollige energie van zonnepanelen direct aan een buurman worden doorverkocht, maar denk ook aan het efficiënter maken van hulpdiensten of het meten van de afval in afvalcontainers.Al deze data moeten bovendien direct en op elk moment van de dag beschikbaar zijn. Een reguliere database staat ergens op een server en wordt elders nog geback-upt. Als hier iets fout gaat, loopt heel de datavoorziening spaak. Hulpdiensten kunnen vast komen zitten in het verkeer en afvalcontainers kunnen overlopen. Blockchain-technologie biedt uitkomst.

Het lezen van sensoren en het aanpassen van het stadsbeleid vormt misschien de basis van een slimme stad, maar het verwerken van die data is misschien nog wel veel belangrijker. Hiermee kunnen innovatieve ecosystemen en diensten gebeurtenissen lezen en voorspellen. Deze digitale transformatie brengt ook een toekomst met zich mee waarbij iedere consument een deelnemer wordt. We zien dit al in de media. Televisie en traditionele nieuwsvoorziening zijn veel interactiever geworden in de laatste twintig jaar. Diezelfde trend gaan we in het dagelijks leven zien, waarbij iedereen passief of actief bijdraagt aan de samenleving.

©PXimport

Al deze data moeten bovendien direct en op elk moment van de dag beschikbaar zijn. Een reguliere database staat ergens op een server en wordt elders nog geback-upt. Als hier iets fout gaat, loopt heel de datavoorziening spaak. Hulpdiensten kunnen vast komen zitten in het verkeer en afvalcontainers kunnen overlopen. Blockchain-technologie biedt uitkomst.

Het lezen van sensoren en het aanpassen van het stadsbeleid vormt misschien de basis van een slimme stad, maar het verwerken van die data is misschien nog wel veel belangrijker. Hiermee kunnen innovatieve ecosystemen en diensten gebeurtenissen lezen en voorspellen. Deze digitale transformatie brengt ook een toekomst met zich mee waarbij iedere consument een deelnemer wordt. We zien dit al in de media. Televisie en traditionele nieuwsvoorziening zijn veel interactiever geworden in de laatste twintig jaar. Diezelfde trend gaan we in het dagelijks leven zien, waarbij iedereen passief of actief bijdraagt aan de samenleving.

+CityxChange

We zijn er echter nog lang niet. Sindi Haxhija van het Nederlandse onderzoeksbureau ISOCARP Institute onderschrijft het gebrek aan participatie van burgers: “Slimme steden hebben nog een lange weg te gaan alvorens burgers daadwerkelijk meehelpen met het proces.” Zij wijst onder meer naar de digitale kloof tussen arm en rijk, waardoor bepaalde groepen buitengesloten zouden kunnen worden. Dit is volgens haar een groot probleem, want burgers zijn een belangrijk onderdeel van een slimme stad. Zij bepalen welke initiatieven vanuit de overheid of private sector een succes worden.

De Europese Commissie heeft op dit moment meer dan 400 miljoen euro gestopt in onderzoek naar de toepassing van smart city’s. Dit alles met als doel het energiegebruik en onze CO₂-uitstoot te verminderen. Er lopen verschillende projecten in heel Europa, zoals +CityxChange. Hierbij kijkt men naar de mogelijkheden om zelfvoorzienende stadsdelen te ontwerpen. Dit moet vervolgens opgeschaald worden om hele steden te dekken, met als doel dat stedelijke gebieden in 2050 volledig zelfvoorzienend zijn.

Het +CityxChange-project brengt 32 partners samen, waaronder overheid, industrie en onderzoekspartners. Sindi Haxhija werkt vanuit ISOCARP samen met al deze partijen, waarbij de overheid op het oog ietwat van zijn macht moet afstaan: “Overheidsinstellingen zijn de dirigenten van dergelijke samenwerkingsverbanden. Zij leveren data, brengen partijen samen en zorgen voor communicatie en coördinatie. De uitdaging zit bijvoorbeeld in het vaststellen van de wet- en regelgeving waar iedere instantie aan verbonden is, en het bijblijven met de innovaties uit de private sector.”

©PXimport

De nieuwe technologieën en diensten die voortkomen uit +CityxChange moeten zorgen voor de invoering van de zogenaamde Positive Energy Blocks (PEB). Binnen zo’n PEB wordt energie opgeslagen en gedistribueerd met behulp van blockchain-technologie. Overtollige energie wordt onderling of met andere PEBs gedeeld via een peer-to-peermarktplaats. Dit betekent bijvoorbeeld dat een gebouw met heel veel zonnepanelen zijn overtollige energie kan verkopen aan een laadpunt voor elektrische auto’s.

De innovatie van +CityxChange wordt eerst als pilot toegepast in het Ierse Limerick en de Noorse stad Trondheim. Daarna moet het van start gaan in Europese steden, waaronder Sestao in Spanje en Smolyan in Bulgarije. Op deze manier wil ISOCARP kijken of het concept van slimme steden schaalbaar en toepasbaar is in verschillende leefomgevingen.

Shared economy

Verschillende start-ups zijn bezig om blockchain-technologie te gebruiken en zo bestaande diensten efficiënter en zuiniger te maken. In Australië is elektriciteit voor veel mensen duur doordat het energienetwerk zo wijdverspreid is. Blockchain-start-up Power Ledger wil de kosten drukken door consumenten ook als producenten van elektriciteit in te zetten. Volgens mede-oprichtster Jemme Green heeft de Australische Energy Market Commission al aangegeven dat het energienetwerk in de toekomst een handelsplatform voor energie wordt. Power Ledger werkt dan ook samen met energieleverancier Powerclub.

In Europa is The IOTA Foundation een grote speler op het gebied van ‘shared economy’ waarbij het vertrouwen in data, het eigendom van die data en de waarde ervan centraal staan. Hoewel de techniek van IOTA in de meest strikte zin geen blockchain-technologie is, gaat het hier wel om een gedecentraliseerd netwerk. Zo werkt The IOTA Foundation in samenwerking met The Linux Foundation en Dell Technologies aan een opensource-systeem voor digitaal vertrouwen en dataprivacy. Alle systemen waar IOTA bij betrokken is, verbinden verschillende datasystemen.

©PXimport

Het is dan ook niet verrassend dat IOTA betrokken is bij het +CityxChange-project. In samenwerking met ISOCARP en de andere partners werkt The IOTA Foundation aan een systeem voor energiedistributie, een peer-to-peermarktplaats en een transportsysteem. Voor dit laatste verzamelen ze automatisch gegevens over een reis om uiteindelijk de prijs te bepalen. Hierdoor zou bijvoorbeeld het in- en uitchecken tussen trein- en busvervoer niet meer nodig zijn.

Stockholm en Amsterdam zijn al jaren voorloper op het gebied van slimme steden, maar ondertussen vertrouwen steeds meer steden en landen op blockchain-technologie. Vooral op overheidsniveau gebeurt er aardig wat. Zo wil Dubai dit jaar alle overheidstransacties vastleggen via de blockchain. Dit betekent dat het verkrijgen van een visa, betalen van belastingen, energierekeningen en het vernieuwen van bijvoorbeeld je rijbewijs allemaal op een blockchain worden geregistreerd. Turkije werkt aan een soortgelijke implementatie, terwijl Malta huurcontracten en bedrijfsregistraties vastlegt op een blockchain.

5G als katalysator

De initiatieven zijn tot nu toe vooral van bovenaf opgelegd. De doorsneeburger heeft er niet veel mee te maken. Het zijn immers allemaal relatief gesloten toepassingen. Pas als iedereen een bijdrage levert, spreken we van een smart city. De opkomst van 5G-internet kan daar wel eens flink bij helpen.

Het uitrollen van een 5G-netwerk is niet alleen goed voor de snelheid waarmee je een nieuwe app downloadt of een video verstuurt. De snelheid waarmee data worden verzonden, is ook van groot belang voor de toekomst van smart city’s. Die snelheid mag geen knelpunt van een smart city zijn. Als het gaat om sensoren voor afvalcontainers hoeven die data niet zo snel te zijn, maar voor hulpdiensten kan 30 seconden het verschil maken tussen leven en dood. Datasnelheid is dan ook van groot belang.

©PXimport

We gebruiken steeds vaker apparaten die verbonden zijn met internet. Op dit moment heeft de gemiddelde Amerikaan acht apparaten die online zijn, en binnen twee jaar stijgt dat volgens de onderzoekstak van kabelbedrijf Cisco naar 13,6 verbonden apparaten per persoon. Denk hierbij niet alleen aan smartphones, maar ook aan elektrische auto’s, slimme deurbellen en alarmsystemen. 5G maakt het verzenden van grote hoeveelheden data binnen stedelijke gebieden veel gemakkelijker. Daardoor kan de opkomst van draadloos 5G-dataverkeer wel eens een flinke boost geven aan de ontwikkeling van slimme steden.

“5G helpt steden om meer te doen met hetzelfde budget”, stelt Accenture in een whitepaper over 5G in slimme steden. Data verzenden via een 5G-netwerk kost niet veel energie. Kleine sensoren kunnen lekkages herkennen in waterleidingen, terwijl andere sensoren realtime aangeven hoe druk het openbaar vervoer is. Daarnaast kunnen camera’s ingebouwd worden in verkeerslichten, die automatisch hulpdiensten inlichten als een kunstmatige intelligentie constateert dat een ongeluk is gebeurd. Ondertussen kunnen auto’s met elkaar en allerlei sensoren communiceren, waardoor bijvoorbeeld parkeerplekken gemakkelijk te vinden zijn. 5G kan een grote rol spelen in de toekomst van slimme steden.

Digitale stad Rotterdam

De betrokkenheid van burgers zien we bijvoorbeeld terug in Digitale Stad Rotterdam. Kennis- en netwerkorganisatie Platform31 doet onderzoek naar data, de rol van de overheid en die van burgers. In de publicatie ‘Data in de Stad’ verwijzen ze naar dit project. In een virtuele kopie van Rotterdam zijn informatie- en datastromen direct inzichtelijk en toegankelijk.

Zo heeft de brandweer toegang tot 3D-modellen van gebouwen, en kunnen bewoners verbouwingsplannen toetsen aan de wetgeving. De betrokkenheid van burgers wordt benadrukt doordat zijzelf controleren en beheren welke data, onder welke voorwaarden, met wie worden gedeeld. Deze digitale kopie van Rotterdam moet in 2022 klaar zijn. Hoewel dit voorbeeld niet per definitie draait om blockchain-technologie, onderstreept het wel de noodzaak om data te delen en bewoners inspraak te geven.

De smart city van de toekomst zal verschillende middelen gebruiken om de verstedelijking zo goed mogelijk op te vangen. Een smart city is echter slechts één schakel in het altijd veranderende stadsleven. Het idee achter de smart city verandert ook nogal eens. “Voorheen draaide de term enkel om steden die zich inzetten voor het milieu, maar tegenwoordig is de term gekoppeld aan steden die digitaal verbonden zijn en draaien om economische samenwerking”, aldus Sindi Haxhija van ISOCARP. Wat vaststaat is dat een echte smart city de betrokkenheid van burgers nodig heeft om te slagen.

©PXimport

Iedereen doet mee

Deze betrokkenheid lukt alleen als iedereen mee kan doen. Steeds meer consumentenelektronica maakt het mogelijk om data te delen. De smartphone is uiteraard een schoolvoorbeeld, terwijl slimme speakers ook al in veel huiskamers staan. Het delen van informatie moet uiteraard wel vrijwillig gebeuren. Allerlei bedrijven werken aan sensoren voor uiteenlopende doelen rondom het verzamelen van gegevens.

Zo presenteerden Toyota en Samsung tijdens de Consumer Electronics Show hun visie op smart city’s. Samsung is bezig met sensoren die zorgen dat gebouwen minder energie gebruiken, en met autosensoren die 5G-technologie gebruiken om zo verkeersproblemen tegen te gaan. Toyota gaat zelfs nog een stap verder en wil in 2021 een prototype stad van de toekomst bouwen op een oud industrieterrein aan de voet van Mount Fuji. Het nog naamloze dorpje van tweeduizend inwoners krijgt autonome auto’s en huisrobots.

Het is niet bekend of het Japanse autobedrijf en het Koreaanse elektronicabedrijf blockchain-technologie gaan gebruiken voor hun toepassingen. Beide bedrijven zijn echter wel al actief ermee. Samsung registreerde vorig jaar een patent voor een harddisk die functioneert als een node in een blockchain-netwerk. Daarnaast heeft het bedrijf met de Galaxy S10 een telefoon die gericht is op het gebruik van cryptocurrency’s, één van de toepassingen van blockchain-technologie.

Ondertussen zit Toyota ook niet stil, en wil het de blockchain gebruiken voor zelfrijdende auto’s. De lijst met bedrijven die kunnen bijdragen aan slimme steden en bezig zijn met sensoren, slimme apparaten, en blockchain is gigantisch. Grote bedrijven optimaliseren hun productieketen, bezorgdiensten willen blockchain gebruiken om hun diensten te verbeteren en overheden willen informatiestromen analyseren. Al deze diensten en sensoren moeten samenkomen onder één grote paraplu; blockchain-technologie leent zich daar goed voor.

Risico's

We kunnen wel stellen dat smart city’s draaien om het delen van informatie en energie. Dit alles moet snel, automatisch en veilig gebeuren om de kwaliteit van het leven te optimaliseren en de privacy van de burgers te waarborgen. Gedecentraliseerde dataopslag, zoals een blockchain, zal hierbij zeker een grote rol kunnen spelen. Blockchain kan de lijm zijn die sensoren, camera’s, overheid, en de bevolking verbindt. Dit klinkt allemaal ontzettend mooi, maar er zijn genoeg vraagtekens te plaatsen.

Het delen van informatie en de participatie van burgers kan werken binnen een democratie. Maar binnen een ander rechtssysteem is de privacy van burgers zeker niet altijd gegarandeerd. In China zet de overheid groots in op blockchain-technologie. Ondertussen hanteert het land een ‘sociaal kredietsysteem’ waarbij het sociale media, het koopgedrag, bankgegevens, en het gedrag in de openbare ruimte via gezichtsherkenning meet. Dit huidige systeem is volgens onze principes al een flinke inbreuk van de privacy. Blockchain-technologie kan daar nog een paar schepjes bovenop doen door meer data voor altijd persoonsgebonden op te slaan. Kortom, de wetgeving en regulering van sensoren en andere technieken die data verzamelen, zijn ontzettend belangrijk om de privacy binnen slimme steden te garanderen.

Daarnaast brengt ons vertrouwen in technologie nieuwe gevaren met zich mee. Zo worden we gevoeliger voor de acties van hackers. Wat gebeurt er als iemand een slimme stad weet te ontregelen? Kan zo’n stad dan nog normaal functioneren? Hoe garanderen we de privacy van de burgers? En wie is er verantwoordelijk als er iets misgaat? Dat zijn vraagstukken waar onderzoeksgroepen en de overheid zeker nog antwoord op moeten zullen vinden. Toch lijken smart city’s er echt te komen, en blockchain lijkt daar een belangrijke rol in te gaan spelen.

Tekst: Robert Hoogendoorn

▼ Volgende artikel
Column: De PlayStation 6 mag nog jaren op zich laten wachten
Huis

Column: De PlayStation 6 mag nog jaren op zich laten wachten

De PlayStation 6 zou wel eens pas ergens na 2028 uit kunnen komen, zo claimde een analist onlangs. Dat betekent dat we minstens acht jaar met de PlayStation 5 opgescheept zitten. Maar niet getreurd: dat is juist goed nieuws voor de gemiddelde gameliefhebber.

Dat de PlayStation 6 in ontwikkeling is bij Sony, mag voor zich spreken. Nadat een nieuwe spelcomputer is uitgekomen, beginnen consolebedrijven vaak al snel met de research voor diens opvolger. Onderzoek naar de juiste specificaties en features van consoles beslaat vaak meerdere jaren, om nog maar te zwijgen over het maken van afspraken met bedrijven die de componenten daadwerkelijk leveren, en natuurlijk het produceren ervan.

Het is dan ook waarschijnlijk dat de specificaties van de PlayStation 6 al geruime tijd vastliggen, en dat Sony intern ook een schatting heeft gemaakt voor een releaseperiode voor de langverwachte console. Misschien was het bedrijf er zelfs van overtuigd dat het de console volgend jaar uit zou kunnen brengen.

Watch on YouTube

Verlengde levenscyclus

Onlangs meldde MST Financial-analist David Gibson dat Sony nu echter overweegt om de PS6 pas ergens na 2028 te leveren. “Sony verwacht dat de levenscyclus van de PlayStation 5 wordt verlengd, en dat de PlayStation 6-release langer op zich laat wachten dan de meesten voorspellen.” Dat zou betekenen dat de PS6 misschien pas ergens in 2029 of zelfs later in de winkels ligt.

De eerdere voorspellingen van ingewijden mikten voorheen vooral op eind 2027 of in de loop van 2028, op basis van wanneer de productie oorspronkelijk zou beginnen. De PlayStation 5 kwam in het najaar van 2020 uit, dus dat zou de console al een levenscyclus van ruim zeven jaar geven voordat de opvolger op de markt komt. Dat is in principe een zeer ruime levensloop voor een spelcomputer, en een release in 2027 of 2028 zou dan ook volkomen logisch zijn.

©PXimport

Stijgende RAM-prijzen

Maar de wereld houdt geen rekening met consolereleases, en gezien de huidige ontwikkelingen is de komst van een PlayStation 6 in 2027 of 2028 helemaal niet zo logisch meer. Dat heeft voor een groot deel te maken met de prijzen van RAM (Random Access Memory), die steeds hoger oplopen. RAM is namelijk in grote getale nodig om de alsmaar populairder wordende AI-assistenten als ChatGPT en Gemini draaiende te houden.

Als gevolg daarvan wordt RAM steeds schaarser en dus duurder, en laten spelcomputers nu ook net RAM nodig hebben. In deze periode een nieuwe spelcomputer uitbrengen zou dan ook betekenen dat de prijs van de console mogelijk erg hoog komt te liggen, wat de verkoop niet bepaalt stimuleert. Een dergelijke ‘valse’ start van de levenscyclus van een spelcomputer is iets dat veel bedrijven willen vermijden.

Ook de importheffingen die de Amerikaanse president Donald Trump op producten die buiten de Verenigde Staten worden gemaakt doorvoert, zorgen voor veel onzekerheid. Eerder moesten de prijzen van diverse spelcomputers, waaronder de PlayStation 5, al stijgen om dit op te vangen. Trump is – unieke politieke ontwikkelingen buiten beschouwing gelaten – de komende jaren nog aan de macht, dus ook dat maakt het uitbrengen van een nieuwe console bepaald geen veilige onderneming. De komende jaren een console lanceren is kortom dus een gigantisch risico, dat Sony volgensgeruchten zo klein mogelijk wil houden.

Trage consolegeneratie

Sony hoopt wellicht dat de economie eind dit decennium kalmeert. Dat zou echter wel betekenen dat we nog meerdere jaren op de komst van de PlayStation 6 moeten wachten. Wat mij betreft is dat niet iets om over te treuren, maar juist goed nieuws. Het geeft ontwikkelaars namelijk de kans om echt alles uit de PlayStation 5 te halen. Een kans die ze hopelijk met beide handen aangrijpen.

Hoewel de PS5 in november van 2020 uitkwam – ruim vijf jaar geleden – heb ik nog altijd het gevoel dat deze consolegeneratie nog maar net is begonnen. De generatie kwam sowieso vrij traag op gang, omdat deze middenin de coronapandemie viel. Dat was ook voor spelontwikkelaars een ingewikkelde tijd waarin halsoverkop naar thuiswerkmogelijkheden gekeken moest worden, waardoor veel games die in ontwikkeling waren vertraging op liepen.

Sony’s eigen game-line-up is de afgelopen vijf jaar ook wat karig geweest. Dat heeft deels te maken met een focus op liveservicegames, waarbij diverse projecten die bij Sony’s meest prominente studio’s in ontwikkeling waren uiteindelijk werden geannuleerd. Denk bijvoorbeeld aan de The Last of Us-multiplayergame die na jaren productie in de prullenbak werd gegooid.

Daarbij is de ‘cross-generation’-periode van deze generatie uitzonderlijk lang. Nog altijd komen diverse games niet alleen op PlayStation 5, maar ook op PlayStation 4 uit. Nu is dat iets wat in de toekomst alleen maar vaker voor zal komen – de grenzen tussen consolegeneraties vervagen en daarmee is het ook makkelijker om de prestaties van games terug of juist op te schalen.

Toch zorgt het er ook voor dat er onder gamers een gevoel groeit dat nog lang niet het uiterste uit de PS5 is gehaald. Er is méér met dat apparaat mogelijk, vooral met de bestaande PS5 Pro in het achterhoofd. Een verlengde levenscyclus voor de console geeft ontwikkelaars de kans om een aantal schitterende spellen af te leveren in de laatste jaren van de spelcomputer – de ontwikkeltijd van games wordt immers ook steeds langer. Met toppers als Grand Theft Auto 6, The Witcher 4 en Intergalactic: The Heretic Prophet nog in het verschiet, is er meer dan genoeg potentie om het de komende jaren uit te zingen met de PS5.

Niet zonder risico’s

Natuurlijk brengt het uitstellen van een consolelancering ook risico’s met zich mee, zowel voor Sony als voor de consument. Het is namelijk helemaal niet zeker dat de wereldeconomie er eind dit decennium beter voor staat. Daarnaast zet het Sony voor een moeilijke keuze: gooit het jaren aan research voor de PS6 weg om de console eind dit decennium met moderne specificaties uit te kunnen brengen, of behoudt het simpelweg de huidige specs zodat deze op release mogelijk al deels zijn verouderd?

De eventuele keuze om de PlayStation 6 uit te stellen zal dan ook niet over één nacht ijs gaan. Het is aan de goedbetaalde mensen in topposities binnen het bedrijf om die knoop door te hakken. Maar puur vanuit mijn eigen, egoïstische liefde voor games gezien, heb ik er totaal geen moeite mee om nog een jaar of drie, vier op de PlayStation 5 te spelen. Laat maar eens zien wat die console nog kan, en blaas ons in 2029 of 2030 weg met een nieuwe consolegeneratie die écht een flinke technologische stap zet!

▼ Volgende artikel
Code geel en oranje wegens ijzel: zo check je of jouw route al gestrooid is
© Rijkswaterstaat
Huis

Code geel en oranje wegens ijzel: zo check je of jouw route al gestrooid is

Het is weer #codegeel en #codeoranje wegens gladheid door ijzel. Moet je toch de weg nog op? Via een online kaart van Rijkswaterstaat zie je live waar strooiwagens rijden en op welke wegen net is gestrooid.

Ga je naar Rijkswaterstaatstrooit.nl, dan krijg je een interactieve kaart van Nederland te zien. Op die kaart bewegen kleine icoontjes die de actieve strooiwagens voorstellen. De gegevens worden voortdurend bijgewerkt, waardoor je vrijwel live ziet waar op dat moment wordt gestrooid.

Naast de voertuigen vallen de gekleurde lijnen op de wegen op. Een paarse lijn betekent dat er in de afgelopen zes uur zout is gestrooid. Zo kun je zelf een inschatting maken of jouw route redelijk begaanbaar zal zijn of dat je éxtra moet opletten.

©Rijkswaterstaat

Zo lees je de strooikaart

De kaart laat zien wat er nu en in de afgelopen zes uur op de weg is gebeurd, inclusief strooiacties, wegdektemperaturen en radarbeelden. Kijk je vooruit, dan toont de kaart een verwachting tot twee uur met de voorspelde verwachte radarbeelden en wegdektemperaturen. Goed om te weten: je kunt niet vooruitkijken om te zien waar de strooiwagens gaan rijden.

Wegtemperatuur

De kaart laat meer zien dan alleen strooiwagens. Op veel plekken vind je ook de actuele wegdektemperatuur. Die metingen komen van 330 meetpunten verspreid over het hele land. Dat is relevant, omdat het asfalt vaak al onder nul kan zijn terwijl de buitentemperatuur dat nog niet is. Gaat het sneeuwen of regenen op wegdek dat al beneden nul is, dan neemt de kans op gladheid toe. Is de temperatuur nu nog boven het vriespunt? Kijk dan zeker even vlak voordat je vertrekt. Vanaf een uur of drie 's middags daalt de temperatuur namelijk meestal. En een wegdek dat nu net boven nul is, kan dan ineens zomaar weer kouder zijn. Als het dan gaat regenen, moet je echt uitkijken.

©Rijkswaterstaat

Dinsdag 3 februari, 14:30 uur: in het noordoosten van Groningen duikt de temperatuur van het wegdek al onder het vriespunt.

Neerslag

Links op de kaart zie je ook nog een icoontje van een regenwolk met een zonnetje erachter. Klik je daar op, dan krijg je actuele beelden te zien van de neerslagradar van het KNMI. Je ziet niet alleen waar de neerslag valt, maar ook of er veel of weinig valt. Dit neerslagbeeld wordt elke vijf minuten opnieuw samengesteld.

De weg op? Doe het veilig!

Door voor vertrek de strooikaart te checken, vergroot je de veiligheid onderweg. Of, anders gezegd, je verkleint het risico. Wat je zelf nog kunt doen? Controleer de bandenspanning. Bij kou daalt de luchtdruk, niet alleen buiten maar ook in je banden, wat invloed heeft op de grip. Kijk daarnaast of je voldoende ruitensproeiervloeistof hebt en of die bestand is tegen vorst; daar bestaan verschillende gradaties in. Leg voor de zekerheid ook een zaklamp en een warme deken in de auto. Een powerbank is eveneens handig. Mocht je vast komen te staan, dan blijf je in ieder geval warm en heb je genoeg stroom om je smartphone een paar uur te gebruiken.