ID.nl logo
De huidige staat van het smart city-concept
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

De huidige staat van het smart city-concept

Nederlandse steden zijn de afgelopen jaren steeds slimmer geworden, maar er is nog veel meer mogelijk. Bestaande technieken worden steeds beter en nieuwe innovaties als 5G en zelfrijdende auto’s staan voor de deur. Tegelijkertijd neemt de kritiek van burgers en de Autoriteit Persoonsgegevens toe: gaan de smart city en privacy wel samen?

De afgelopen jaren was er flink wat ophef over het tracken, ofwel volgen, van mensen via wifi-trackingsystemen. Die registreren het mac-adres van je smartphone, een uniek identificatienummer. Zo krijgen gemeentes, winkeliers en andere betalende partijen inzicht in hoeveel unieke personen er door een binnenstad lopen en wanneer ze dat doen. De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) oordeelde eind 2018 dat je zelf vooraf toestemming moet geven voordat een partij je mac-adres mag registreren. Dat gebeurde niet en daarom stopten een aantal gemeentes met wifi-tracking.

In mei 2019 bleek uit navraag van De Volkskrant echter dat zeker zestig gemeentes nog steeds gebruikmaakten van wifi-tracking. Trackingbedrijven lieten begin dat jaar al weten te werken aan een landelijk ‘wifi-me-niet-register’ waarin mensen zich kunnen afmelden voor wifitracking. Dat register liep vertraging op maar is inmiddels operationeel. De vraag is echter of het register wel rechtsgeldig is. De privacywet AVG staat geen opt-out-methode toe, alleen een opt-in. Toezichthouder AP heeft zich er nog niet over uitgelaten.

Overal camera's

Wie aan een slimme stad denkt, kan niet om cameratoezicht heen. In vrijwel elke Nederlandse gemeente, klein of groot, hangen al camera’s. Hoewel concrete cijfers ontbreken, lijken het er steeds meer te worden. Van treinstations en uitgaansgelegenheden tot in de bus, winkel en ‘gewoon voor de zekerheid’ op openbare plekken; onbespied buiten de deur bewegen is moeilijk. Camera’s worden bovendien steeds slimmer. Ze filmen in een hogere resolutie, waardoor ingezoomde beelden duidelijker zijn, ze zien steeds beter in het donker en kunnen gekoppeld worden aan een database met andere camera’s.

Dat laatste maakt het mogelijk om burgers buiten te volgen, zeker in combinatie met de alsmaar betere gezichtsherkenning waar overheden en bedrijven aan werken. Een groeiend aantal steden in onder meer China en Zuid-Korea gebruikt een slim cameranetwerk al om burgers te monitoren. Wie in zo’n stad door rood loopt of rijdt, krijgt automatisch een boete en een minnetje in het sociale kredietsysteem. Nederlandse en Europese wetgeving verbieden dit soort praktijken (nog).

©PXimport

Opkomst 5G en zelfrijdende auto's

Dit jaar hield de Nederlandse overheid de eerste 5G-frequentieveiling, waarna providers hun 5G-netwerken mogen activeren. Die zijn nog lang niet compleet (de belangrijkste 5G-frequenties worden pas over een paar jaar geveild), maar bedrijven en gemeenten kunnen de eerste stappen zetten. Zo’n 5G-netwerk kan bijvoorbeeld heel veel internet-der-dingen-apparaten verbinden, van slimme parkeersensoren en verkeerslichten tot beveiligingscamera’s en auto’s (waarover zo meteen meer). Experts noemen 5G essentieel om een echte smart city te creëren.

Een zelfrijdende auto klinkt als toekomstmuziek en eerlijk is eerlijk: het duurt nog wel even voordat hij zonder ongelukken door een chaotische binnenstad kan rijden. Fabrikanten maken hun auto’s steeds slimmer met sensoren, lasers en camera’s en verbeteren de software via algoritmen en testritten, maar het verkeer is erg onvoorspelbaar.

©PXimport

Het 5G-netwerk kan de zelfrijdende auto een duwtje in de rug geven. Door de veel lagere reactietijd kan een auto sneller communiceren met andere zelfrijdende auto’s en de cloud, die inkomende en uitgaande datastromen verwerkt en in feite de ogen en oren van de auto vormt. Daarom moet het 5G-netwerk heel betrouwbaar zijn en dat is het naar verwachting de komende jaren nog niet. Bovendien is de Nederlandse wetgeving nog niet klaar voor de zelfrijdende auto en moeten fabrikanten dergelijke voertuigen nog commercieel geschikt maken. Naar verwachting worden de eerste echt zelfrijdende auto’s ook erg prijzig.

Toezicht

De toenemende slimheid van Nederlandse steden is ook op het bord beland bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). De onafhankelijke privacywaakhond is in oktober een verkennend onderzoek gestart naar smart city’s om uit te zoeken of gemeentes genoeg rekening houden met de privacy van hun inwoners. De AP heeft de Data Protection Impact Assessments (DPIA’s) van ‘een specifieke groep gemeentes’ opgevraagd. Een DPIA is verplicht door de privacywet AVG en bestaat uit een rapport waarin de verantwoordelijke partij uitlegt welke data hij verzamelt, waarom dit gebeurt en hoe de data beschermd wordt.

De AP bestudeert waarom en op welke manieren gemeentes data van hun burgers verwerken. Op een later moment wil de toezichthouder de DPIA’s van een ‘bredere groep’ gemeentes opvragen. Aleid Wolfsen, voorzitter van de AP, laat zich in een schriftelijke reactie positief uit over de opmars van de slimme stad. Hij plaatst wel een kanttekening: “Daarbij moet de privacy van burgers wel voldoende zijn gewaarborgd. Het is een groot goed om je in het openbaar vrij te kunnen bewegen en je onbespied te wanen.”

▼ Volgende artikel
Beeldverversing versus pixels: waarom soepel gamen beter is dan scherp
© Gorodenkoff Productions OU
Huis

Beeldverversing versus pixels: waarom soepel gamen beter is dan scherp

Resolutie is marketing, refreshrate is beleving. Waar 4K zorgt voor een mooi plaatje, zorgt een hoge verversing (Hz) ervoor dat je daadwerkelijk wint. Hieronder lees je waarom snelheid in feite de échte koning is in gaming.

Veel gamers staren zich blind op 4K-resolutie. Ze kopen een duur scherm, zetten de settings op Ultra en vragen zich vervolgens af waarom hun spel stroperig aanvoelt. De misvatting is dat 'mooier' gelijkstaat aan 'beter'. In werkelijkheid is de vloeibaarheid van het beeld – de refreshrate, oftewel verversingssnelheid – veel bepalender voor hoe direct en responsief een game aanvoelt. Aan het eind van dit artikel weet je precies of jij moet kiezen voor pixels of snelheid.

Hoe je ogen bedrogen worden door Hertz

Stel je voor dat je snel met je muis over je bureaublad beweegt. Op een standaard 60Hz-scherm zie je de cursor in schokjes over het beeld springen; je hersenen vullen de gaten in. Op een 144Hz- of 240Hz-gaming-monitor verdwijnen die gaten.

Het technische verschil zit hem in de verversingssnelheid: het aantal keren per seconde dat het beeld wordt vernieuwd. Bij 60 Hz krijg je elke 16,6 milliseconden een nieuw beeld. Bij 144 Hz is dat elke 6,9 milliseconden. Dat klinkt als een klein verschil, maar je voelt het direct. Het gestotter dat je onbewust gewend bent verdwijnt. Bewegingen voelen boterzacht aan, alsof de cursor (of je crosshair) aan je hand vastgeplakt zit in plaats van er achteraan zwemt. Dit effect wordt motion clarity genoemd: objecten blijven scherp, zelfs als ze snel door het beeld bewegen.

©Framestock

De winst in shooters en snelle actie

Wanneer werkt dit in je voordeel? Vooral in competitieve shooters zoals Call of Duty, Counter-Strike of Valorant. In dit soort games telt elke milliseconde. Een hogere refreshrate vermindert de input lag, oftewel de tijd tussen jouw klik en de actie op het scherm.

Stel, je draait je personage snel om. Bij een lage refreshrate wordt de vijand een fractie later getoond en zie je veel bewegingsonscherpte (motion blur). Met een hoge refreshrate zie je de vijand eerder en scherper, waardoor je sneller kunt reageren. Je hebt letterlijk actuelere informatie dan je tegenstander. Om dat te bereiken heb je wel een krachtige videokaart nodig die genoeg beelden per seconde (FPS) kan genereren om je snelle scherm bij te houden.

Wanneer resolutie het toch wint van snelheid

Is snelheid altijd heilig? Nee. Als je vooral tragere, meer verhalende games speelt (zoals Cyberpunk 2077 in de 'sightseeing' modus), Microsoft Flight Simulator of grafische RPG's, dan voegt 240 Hz weinig toe. In deze titels kijk je vaak naar stilstaande of langzaam bewegende omgevingen.

In dat geval wil je juist de texturen van de bomen, de reflecties in het water en de details in gezichten zien. Een 4K-monitor op 60 of 120 Hz is dan een logischer keuze dan een onscherp 1080p-scherm op 360 Hz. De visuele pracht weegt hier zwaarder dan de milliseconden reactietijd. Ook voor console-gamers die op de bank zitten, is een goede televisie met 4K en HDR vaak indrukwekkender dan puur de hoogste framerates.

Situaties waarin een hoge refreshrate zinloos is

Er zijn momenten dat investeren in een snel scherm weggegooid geld is. Dat gebeurt bijvoorbeeld als je hardware de snelheid niet kan leveren; als je videokaart maar 50 frames per seconde kan leveren, heeft een 144Hz-scherm geen nut omdat het scherm wacht op de computer. Daarnaast beperken oude kabels je bandbreedte, waardoor je monitor soms terugvalt naar 60 Hz zonder dat je het doorhebt. Ook op oudere consoles zoals de Nintendo Switch of de standaard PS4 heb je niets aan snelle schermen, omdat deze hardware fysiek gelimiteerd is op 60 Hz of lager.

Bepaal wat jouw setup aankan

Kijk dus kritisch naar je huidige situatie voordat je naar de winkel rent. Heb je een high-end pc die makkelijk 120+ FPS haalt in jouw favoriete games? Dan is een upgrade naar een 144- of 165Hz-monitor de grootste sprong in spelplezier die je kunt maken. Speel je op een PlayStation 5 of Xbox Series X? Zoek dan specifiek naar een scherm met HDMI 2.1-ondersteuning om 120 Hz op 4K mogelijk te maken. Zit je ver van je scherm af en speel je relaxed? Investeer dan liever in resolutie en kleurdiepte.

©Proxima Studio

Kortom: snelheid is de sleutel tot succes!

Verversingssnelheid is belangrijker dan resolutie voor iedereen die actie- of competitieve games speelt. Het zorgt voor een vloeiender beeld, minder input lag en betere motion clarity, wat je direct een voordeel geeft in het spel. Resolutie is vooral luxe voor het oog, maar refreshrate is pure prestatie voor de speler.

▼ Volgende artikel
Column: A Knight of Seven Kingdoms is wat Game Of Thrones nooit durfde te zijn
© HBO Max
Huis

Column: A Knight of Seven Kingdoms is wat Game Of Thrones nooit durfde te zijn

Game of Thrones kennen we als een reeks brute, grootschalige verhalen, maar A Knight of Seven Kingdoms is het tegenovergestelde. Wat blijkt? Met een schattig, kleinschalig verhaal voelt Westeros alleen maar groter.

Het regent. Op een heuvel, onder een boom, zien we een kast van een vent in de weer met een schop. Een ridder, lijkt het. Hij graaft een graf. Tegelijkertijd praat de ridder in zichzelf: er is in de buurt een toernooi, en we kijken waarschijnlijk naar de winnaar. De muziek zwelt op, terwijl onze held vastberaden in de verte staart. De iconische Game of Thrones-muziek lijkt ons te gaan overspoelen, klaar om naar een prachtig geanimeerde intro te gaan. In plaats daarvan, knippen we naar een shot waarin onze held achter een boom staat te poepen.

Watch on YouTube

De boodschap is duidelijk: de serie heeft schijt aan de verwachtingen die je van Game of Thrones hebt. De serie stond er ooit immers om bekend dat het brak met de conventies van mainstream fantasy. Nu de reeks daar inmiddels zelf toe behoort, is het aan A Knight on Seven Kingdoms om er weer een flinke draai aan te geven.

Een ridder van de heg

Nog een spin-off? George R. R. Martin is toch die schrijver die nooit schrijft? Tja, dat valt wel mee. Hoewel de beste man zich al tien jaar uit een hoekje probeert te schrijven met het langverwachte Winds of Winter, heeft hij een hoop andere verhalen in Westeros verteld.

Zo komen de verhalen van House of the Dragon uit het boek Fire and Blood, waarin we volgen hoe de Targaryen-familie zichzelf met generaties aan ruzies ten val brengt. Maar George R. R. Martin heeft de schaal ook wel eens flink verkleind: in het korte boek The Hedge Knight, dat nog stamt uit de vorige eeuw, volgen we een ridder en zijn schildknaap.

©HBO Max

Daarin volgen we de ridder Dunk - niet onze eigen Dunke, maar Ser Duncan The Tall. Hij is een ‘hagenridder’: een ridder zonder verwantschap aan een heer. Of, in andere woorden: een freelancer die, als hij niet werkt, in de heg mag slapen. Dunk blijft niet lang een zzp’er: hij ontmoet de kale stadsjongen Egg, die dolgraag zijn schildknaap wil zijn.

Vrede!?

De verhalen van dit geliefde tweetal bieden de basis van A Knight of the Seven Kingdoms. De twist? Er is vrede in Westeros - ja, het kan echt - en we volgen een nobody, dus er is ineens ruimte voor een gezellig, klein verhaal. Dat wordt gereflecteerd in de afleveringen: geen dik uur, maar een comfortabel halfuurtje.

©HBO Max

De ridder Dunk wil dolgraag bewijzen dat hij een eervolle ridder is, maar dat is in het brute Westeros best een uitdaging. Al helemaal als je een lompe lieverd als Dunk bent. Dan komt zo’n slimme, wereldwijze schildknaap als Egg ineens goed van pas.

Het wordt al helemaal lastig als je niet eens kan bewijzen dat je een ridder bent. Dan mag je namelijk niet eens meedoen aan een toernooi - eentje waarbij Dunk overigens zijn paard en zijn spullen kwijtraakt, mocht hij verliezen.

Meneer, mag ik meedoen?

Met dat toernooi wordt een van de Game of Thrones-clichés lekker op zijn kop gezet. In de oorspronkelijke serie zagen we in aflevering vier een heftig toernooi en House of the Dragon opende er zelfs mee: het is vaak een goede manier om zonder grote verhaalconsequenties te laten zien hoe gewelddadig Westeros is.

©HBO Max

In A Knight of the Seven Kingdoms komen we dat toernooi niet eens bínnen. Eerst moet Dunk maar eens bewijzen dat hij een ridder is, uitzoeken hoe zo’n toernooi werkt en een heer overtuigen hem te helpen - maar ook dansen, touwtje trekken en een poppenspel aanschouwen. Het is een fantastische stap terug van al die grootschalige oorlogen.

Doordat het verhaal zo’n piepkleine focus heeft, begin je om iedereen te geven: iemand die z’n paard verkoopt in A Knight of Seven Kingdoms is vele malen pijnlijker dan een draak die wordt doodgeschoten in Game of Thrones. We bevinden ons nog steeds in de brute wereld, maar het komt allemaal wat harder aan omdat we ook zien hoe grappig en gezellig het kan zijn.

©HBO Max

Een fossiele brandstof

Toch loopt ook A Knight of Seven Kingdoms een zeker risico. De kwaliteit van Game of Thrones kelderde toen de makers het bronmateriaal inhaalden. Ook die van House of the Dragon nam wat af, toen showrunner Ryan Condal besloot George R.R. Martin niet langer te raadplegen en de grote climax werd doorgeschoven naar het volgende seizoen.

Er zijn momenteel drie korte boeken rondom Dunk en Egg, waarvan dit eerste seizoen het eerste boek beslaat. George R.R. Martin zegt nog twaalf verhalen in zijn hoofd te hebben, maar volgens HBO-baas Casey Bloys moeten de seizoenen van A Knight of Seven Kingdoms jaarlijks verschijnen: dat klinkt goed, maar dan mag Martin wel even doorschrijven. Zijn verhalen voelen nu als een fossiele brandstof: het is een enorm waardevolle bron, maar die wordt niet echt meer aangevuld.

©HBO Max

Gelukkig lijken showrunner Ira Parker en George R.R. Martin goed bevriend. De schrijver heeft Parker een outline gegeven van de twaalf verhalen, dus in theorie kan de serie daarmee verder - maar laten we niet vergeten dat dit bij de laatste seizoenen van Game of Thrones óók het geval was.

Bombastisch gefluit

Toch verdient Ira Parker ons optimisme, want A Knight of Seven Kingdoms is een fenomenale toevoeging aan de wereld van A Song of Ice and Fire. Verhalen hebben contrast nodig: door het klein te houden, voelt de wereld groot. Door het lief te houden, komen de gemene momenten keihard aan.

©HBO Max

De muziek is hier een spectaculair voorbeeld van. De bombastische muziek wordt ons aan het begin als wortel voorgehouden, maar dat is het ook wel - in plaats daarvan moeten we het doen met een gezellig gitaartje, iemand die fluit en het gezang van de vogeltjes.

Als het balletje dan eenmaal gaat rollen, neemt de muziek toch een bombastischer formaat aan - maar op dat moment voelt het verdiend. En, het allerbelangrijkste: in die epische muziek zit óók gewoon nog dat schattige gefluit.

Afleveringen van A Knight of Seven Kingdoms verschijnen wekelijks op HBO Max.