ID.nl logo
Tv direct na aankoop laten kalibreren: zinvol of niet?
© Nika - stock.adobe.com
Huis

Tv direct na aankoop laten kalibreren: zinvol of niet?

Sommige winkels bieden aan om je televisie te kalibreren voordat je hem mee naar huis neemt. Maar wat is kalibreren precies? Waarom is het (niet) nodig? Kalibreren heeft voordelen, maar zijn er ook nadelen?

In dit artikel lees je onder meer:

  • Wat is kalibratie van een televisie precies?
  • Waarom kalibratie belangrijk kan zijn voor een correcte weergave van films en series
  • Waarom nieuwe televisies niet direct goed zijn ingesteld voor thuisgebruik
  • Of kalibreren in de winkel nuttig is en in welke situaties
  • Welke beeldmodi je zelf kunt gebruiken voor een goede kijkervaring
  • Enkele misverstanden rond kalibratie en energieverbruik
  • Het standpunt van fabrikanten over kalibratie in de winkel

Tijd voor een nieuwe tv?

Bekijk hier de nieuwste modellen voor de beste prijs!

Wat is kalibratie? 

Als we in het geval van een televisie spreken over kalibreren, dan gaat het over het aanpassen van het beeld. Specifiek worden de kleurweergave en het verloop van zwart naar wit aangepast, zodat ze voldoen aan een internationale norm voor beeldweergave. Voor HDR-beelden is dat bijvoorbeeld 'ITU-R Recommendation BT.2100'. 

Waarom moet/wil je kalibreren? 

Als de maker van een tv-programma, tv-serie of film bepaalt hoe zijn werk eruit moet zien, doet hij dat op een gekalibreerde studiomonitor. Daar bepaalt hij (onder meer) hoe donker of licht een scène moet zijn, hoe de kleuren moeten zijn en of hij het beeld een tint wil geven om een bepaalde sfeer op te roepen. Soms gaat het dus niet om een realistische weergave (zoals voor een nieuwsuitzending), maar om artistieke expressie. 

Als kijker wil je dat het beeld van je tv zo nauw mogelijk aansluit bij dat van de studiomonitor. Zo zie je de film of tv-serie exact zoals de maker het voor ogen had. Dat is belangrijker dan je denkt. In een donkere nachtscène wil je wel alle schaduwnuances zien, maar het beeld mag niet te helder zijn. Kleuren voor een nieuwsuitzending moeten natuurlijk en realistisch zijn, maar de kleuren van een film kunnen daar opzettelijk sterk van afwijken, en dat mag je dan niet aanpassen. 

©PRI

Is een gloednieuwe tv dan niet correct ingesteld?  

Mijn nieuwe tv hoort toch gewoon correct beeld te geven? Waarom doet hij dat niet? Het antwoord is eenvoudig. Op de winkelvloer staan alle tv's ingesteld op een specifieke 'winkelmodus'. Die heeft als enige doel om de tv te laten opvallen naast die van de concurrenten. Dat betekent meestal veel te helder en veel te scherp beeld, overmatig veel contrast en veel te felle en intense kleuren.  

Je krijgt de tv trouwens niet in die modus uit de doos. Wanneer je thuis de installatie doorloopt, staat de tv standaard in de beeldmodus die ervoor zorgt dat het energieverbruik overeenkomt met wat er op het energielabel staat. Die modus zit al een stuk dichter bij een correct beeld, maar wijkt nog steeds iets af. 

Is kalibreren in de winkel nuttig? 

Ben je erg prijsbewust, laat je tv dan niet kalibreren, maar kies gewoon voor de correcte beeldmodus zoals verderop aangegeven. Houd daarnaast rekening met de relatieve kosten. Kost je tv 500 euro, dan is de meerwaarde van een kalibratie veel te klein. Koop je een high-end televisie van 2000 euro of meer, dan kan kalibreren een optie zijn. De relatieve meerkosten van een kalibratie zijn dan beperkt, terwijl het ervoor zorgt dat je het maximale uit je nieuwe toestel haalt. Niettemin kan het verschil met de juiste beeldmodus alsnog erg klein zijn.

Voor oled-tv’s is het mogelijk noodzakelijk om het toestel enige tijd in te spelen, zodat die een verversingscyclus doorgaat. Hoelang dat duurt, zal per merk verschillen, maar we horen van Philips toch een cijfer van vier uur als minimum. Houd er rekening mee dat je de televisie strikt genomen ook apart moet laten kalibreren voor SDR, HDR10 en eventueel Dolby Vision. Dat verhoogt de prijs vermoedelijk aanzienlijk. 

©Omkar - stock.adobe.com

Wat kan ik zelf doen? 

Je tv biedt een aantal beeldmodi, zoals Standaard, Levendig, Eco enzovoort. Elke fabrikant biedt daarnaast een Film-modus, al kan die soms ook Bioscoop- of Filmmaker-modus heten. Die beeldmodus levert vrijwel zeker al 90 tot 95 procent van het werk van een kalibratie. Lees daarvoor ons artikel over wat je zelf kunt doen om je tv te kalibreren

Fabeltjes

Nee, fabrikanten besparen geen kosten door je tv niet te kalibreren. Elke tv wordt tijdens de fabricage gekalibreerd op basis van metingen en statistieken. Daardoor ligt het resultaat van de Film-modus binnen bepaalde grenzen. Er is dus variatie mogelijk, maar die valt enorm mee. Voor een gegarandeerd perfect beeld moet je je toestel echter kalibreren. 

Je tv wordt niet energiezuiniger door hem te kalibreren. Ja, vergeleken met de winkelmodus is de kans dat je toestel zuiniger wordt erg groot. Maar vergeleken met de Eco-modus die standaard is ingesteld als je het toestel thuis installeert, is het mogelijk dat een gekalibreerd beeld juist meer energie verbruikt. Kortom, er zijn heel wat factoren die het energieverbruik beïnvloeden, en uiteraard heeft de kalibratie ook invloed, maar daar wordt de televisie niet gegarandeerd zuiniger van. Een vuistregel is: hoe helderder het beeld, hoe meer de tv verbruikt.

Lees ons artikel voor meer informatie over het energieverbruik van je tv.  

Fabrikanten aan het woord 

We hebben verschillende fabrikanten gevraagd of kalibratie in de winkel zinvol is. Vooralsnog kregen we alleen antwoord van Samsung. Mochten zich nog andere fabrikanten melden, dan voegen we hun reacties hier toe. 

Samsung: "Samsung zorgt ervoor dat zijn televisies met de beste beeldkwaliteit worden geleverd. Kalibreren is geen noodzaak voor een goede beeldkwaliteit. Het is een persoonlijke keuze van de consument om zijn televisie te (laten) afregelen, zodat de beelden exact zo worden weergegeven als de industriestandaard – zoals het door de regisseur of de studio is bedoeld."

▼ Volgende artikel
Column: A Knight of Seven Kingdoms is wat Game Of Thrones nooit durfde te zijn
© HBO Max
Huis

Column: A Knight of Seven Kingdoms is wat Game Of Thrones nooit durfde te zijn

Game of Thrones kennen we als een reeks brute, grootschalige verhalen, maar A Knight of Seven Kingdoms is het tegenovergestelde. Wat blijkt? Met een schattig, kleinschalig verhaal voelt Westeros alleen maar groter.

Het regent. Op een heuvel, onder een boom, zien we een kast van een vent in de weer met een schop. Een ridder, lijkt het. Hij graaft een graf. Tegelijkertijd praat de ridder in zichzelf: er is in de buurt een toernooi, en we kijken waarschijnlijk naar de winnaar. De muziek zwelt op, terwijl onze held vastberaden in de verte staart. De iconische Game of Thrones-muziek lijkt ons te gaan overspoelen, klaar om naar een prachtig geanimeerde intro te gaan. In plaats daarvan, knippen we naar een shot waarin onze held achter een boom staat te poepen.

Watch on YouTube

De boodschap is duidelijk: de serie heeft schijt aan de verwachtingen die je van Game of Thrones hebt. De serie stond er ooit immers om bekend dat het brak met de conventies van mainstream fantasy. Nu de reeks daar inmiddels zelf toe behoort, is het aan A Knight on Seven Kingdoms om er weer een flinke draai aan te geven.

Een ridder van de heg

Nog een spin-off? George R. R. Martin is toch die schrijver die nooit schrijft? Tja, dat valt wel mee. Hoewel de beste man zich al tien jaar uit een hoekje probeert te schrijven met het langverwachte Winds of Winter, heeft hij een hoop andere verhalen in Westeros verteld.

Zo komen de verhalen van House of the Dragon uit het boek Fire and Blood, waarin we volgen hoe de Targaryen-familie zichzelf met generaties aan ruzies ten val brengt. Maar George R. R. Martin heeft de schaal ook wel eens flink verkleind: in het korte boek The Hedge Knight, dat nog stamt uit de vorige eeuw, volgen we een ridder en zijn schildknaap.

©HBO Max

Daarin volgen we de ridder Dunk - niet onze eigen Dunke, maar Ser Duncan The Tall. Hij is een ‘hagenridder’: een ridder zonder verwantschap aan een heer. Of, in andere woorden: een freelancer die, als hij niet werkt, in de heg mag slapen. Dunk blijft niet lang een zzp’er: hij ontmoet de kale stadsjongen Egg, die dolgraag zijn schildknaap wil zijn.

Vrede!?

De verhalen van dit geliefde tweetal bieden de basis van A Knight of the Seven Kingdoms. De twist? Er is vrede in Westeros - ja, het kan echt - en we volgen een nobody, dus er is ineens ruimte voor een gezellig, klein verhaal. Dat wordt gereflecteerd in de afleveringen: geen dik uur, maar een comfortabel halfuurtje.

©HBO Max

De ridder Dunk wil dolgraag bewijzen dat hij een eervolle ridder is, maar dat is in het brute Westeros best een uitdaging. Al helemaal als je een lompe lieverd als Dunk bent. Dan komt zo’n slimme, wereldwijze schildknaap als Egg ineens goed van pas.

Het wordt al helemaal lastig als je niet eens kan bewijzen dat je een ridder bent. Dan mag je namelijk niet eens meedoen aan een toernooi - eentje waarbij Dunk overigens zijn paard en zijn spullen kwijtraakt, mocht hij verliezen.

Meneer, mag ik meedoen?

Met dat toernooi wordt een van de Game of Thrones-clichés lekker op zijn kop gezet. In de oorspronkelijke serie zagen we in aflevering vier een heftig toernooi en House of the Dragon opende er zelfs mee: het is vaak een goede manier om zonder grote verhaalconsequenties te laten zien hoe gewelddadig Westeros is.

©HBO Max

In A Knight of the Seven Kingdoms komen we dat toernooi niet eens bínnen. Eerst moet Dunk maar eens bewijzen dat hij een ridder is, uitzoeken hoe zo’n toernooi werkt en een heer overtuigen hem te helpen - maar ook dansen, touwtje trekken en een poppenspel aanschouwen. Het is een fantastische stap terug van al die grootschalige oorlogen.

Doordat het verhaal zo’n piepkleine focus heeft, begin je om iedereen te geven: iemand die z’n paard verkoopt in A Knight of Seven Kingdoms is vele malen pijnlijker dan een draak die wordt doodgeschoten in Game of Thrones. We bevinden ons nog steeds in de brute wereld, maar het komt allemaal wat harder aan omdat we ook zien hoe grappig en gezellig het kan zijn.

©HBO Max

Een fossiele brandstof

Toch loopt ook A Knight of Seven Kingdoms een zeker risico. De kwaliteit van Game of Thrones kelderde toen de makers het bronmateriaal inhaalden. Ook die van House of the Dragon nam wat af, toen showrunner Ryan Condal besloot George R.R. Martin niet langer te raadplegen en de grote climax werd doorgeschoven naar het volgende seizoen.

Er zijn momenteel drie korte boeken rondom Dunk en Egg, waarvan dit eerste seizoen het eerste boek beslaat. George R.R. Martin zegt nog twaalf verhalen in zijn hoofd te hebben, maar volgens HBO-baas Casey Bloys moeten de seizoenen van A Knight of Seven Kingdoms jaarlijks verschijnen: dat klinkt goed, maar dan mag Martin wel even doorschrijven. Zijn verhalen voelen nu als een fossiele brandstof: het is een enorm waardevolle bron, maar die wordt niet echt meer aangevuld.

©HBO Max

Gelukkig lijken showrunner Ira Parker en George R.R. Martin goed bevriend. De schrijver heeft Parker een outline gegeven van de twaalf verhalen, dus in theorie kan de serie daarmee verder - maar laten we niet vergeten dat dit bij de laatste seizoenen van Game of Thrones óók het geval was.

Bombastisch gefluit

Toch verdient Ira Parker ons optimisme, want A Knight of Seven Kingdoms is een fenomenale toevoeging aan de wereld van A Song of Ice and Fire. Verhalen hebben contrast nodig: door het klein te houden, voelt de wereld groot. Door het lief te houden, komen de gemene momenten keihard aan.

©HBO Max

De muziek is hier een spectaculair voorbeeld van. De bombastische muziek wordt ons aan het begin als wortel voorgehouden, maar dat is het ook wel - in plaats daarvan moeten we het doen met een gezellig gitaartje, iemand die fluit en het gezang van de vogeltjes.

Als het balletje dan eenmaal gaat rollen, neemt de muziek toch een bombastischer formaat aan - maar op dat moment voelt het verdiend. En, het allerbelangrijkste: in die epische muziek zit óók gewoon nog dat schattige gefluit.

Afleveringen van A Knight of Seven Kingdoms verschijnen wekelijks op HBO Max.

▼ Volgende artikel
Doctor Sleep-regisseur gaat Stephen King-verhaal The Mist verfilmen
Huis

Doctor Sleep-regisseur gaat Stephen King-verhaal The Mist verfilmen

Mike Flanagan, die eerder onder andere de Stephen King-verhalen Doctor Sleep en The Life of Chuck verfilmde, gaat zich weer bezighouden met een film gebaseerd op een boek van de horrorschrijver. Ditmaal gaat het om The Mist.

Dat is opvallend, omdat The Mist in 2007 ook al verfilmd werd. Toen was het Frank Darabont die de film regisseerde, nadat hij eerder al naam maakte met Stephen King-verfilmingen The Shawshank Redemption en The Green Mile. De in 2007 uitgekomen verfilming van The Mist viel al goed in de smaak, dus sommige fans vragen zich dan ook af of het verhaal nog een verfilming nodig heeft.

Hoe dan ook is Flanagan tegenwoordig een expert op het gebied van Stephen King-films. Zoals gezegd heeft hij al bewerkingen van verhalen als The Life of Chuck, Doctor Sleep en Gerald's Game geleverd, en werkt hij ook aan een miniserie gebaseerd op Carrie. Daarnaast gaat hij de zevendelige Stephen King-epos The Dark Tower omtoveren tot een serie, al is niet bekend wanneer dat gaat gebeuren.

Over The Mist

Het in 1980 verschenen boek The Mist draait om een mysterieuze mist die een dorpje in zijn ban houdt. De mist maakt mensen niet alleen dood, er zitten ook allerlei monsters in die mist uit een andere dimensie. Overigens kwam tien jaar geleden ook een serie gebaseerd op The Mist uit, maar zonder veel succes. De eerdere verfilming uit 2007 wordt wel gezien als een succesverhaal - in ieder geval op kwalitatief gebied.

Mike Flanagan

Flanagan is overigens niet alleen bekend voor zijn verfilmingen van Stephen King-boeken. Hij heeft ook veel succes met zijn horrorseries op Netflix, waaronder The Haunting of Hill House, The Haunting of Bly Manor, Midnight Mass en The Fall of the House of Usher.