ID.nl logo
Philips introduceert nieuwe tv-line-up en technieken voor 2025
Huis

Philips introduceert nieuwe tv-line-up en technieken voor 2025

Philips nodigde ons uit in Barcelona om alle tv-nieuws uit de doeken te doen. We zagen de nieuwe line-up, en kregen extra info over de nieuwste technologie. Maar ook de verdere groei van Titan OS werd toegelicht.

Vorig jaar introduceerde TP Vision op het grootste deel van zijn tv-toestellen een nieuw smart tv-systeem, Titan OS. Die introductie kwam met flinke beloftes over gebruiksgemak maar onze eerste indruk van Titan OS liet zien dat het systeem nog moest groeien. En dat doet het ook. Zo is het app-aanbod sinds die review al uitgebreid met HBO Max. Viaplay en Apple TV zouden snel volgen, en ook het lokale app-aanbod zal verder groeien. Casting blijft een belangrijk alternatief, je zal daarvoor geen app meer moeten starten vanaf 2025-modellen. Ook Apple AirPlay 2 staat op de wenslijst, maar het is niet zeker dat dit er komt.

©Eric Beeckmans | ID.nl

De zoekfunctie, die in onze test nog behoorlijk de bal missloeg, is flink verbeterd. De zoekopdracht per genre werkt nu correct, en geeft aan hoeveel films en/of tv-series gevonden zijn. Klik je een resultaat aan, dan geeft Titan OS aan in welke streamingdiensten je het kan vinden. Later wordt het ook mogelijk om Alexa te kunnen gebruiken, en zoekopdrachten in verschillende stappen kunnen verfijnen.

©Eric Beeckmans | ID.nl

In de nieuwe Games-tab vind je het cloudgaming-aanbod van de cloudgamingdiensten Blacknut en Boosteroid. Ook het aanbod van FAST-kanalen zou verbeteren, maar aangezien er lokaal veel verschillen kunnen zijn, is het nog even afwachten of dat ook voor ons het geval zal zijn.

Line-up

Alle toestellen krijgen een nieuwe versie. Voor The One, Philips’ populaire qled-model. is dat de 9000-reeks. Voor The Xtra, Philips top miniled model, is dat de MLED950. Er komt ook een MLED910 die tussen The One en The Xtra gepositioneerd is.

Beeld: Line-up (Bron: TP Vision)

Bij de oled-modellen wordt de top aangevoerd door de OLED+950 die zijn status dankt aan de 9e gen P5 Dual AI-processor. De OLED+910 gebruikt een 9e gen P5 AI-processor maar heeft een Bowers en Wilkins audio-oplossing. De OLED810-reeks is het meest populaire oled-model en de OLED760 geldt als instap oled-tv.

Nieuwe en verbeterde oled-panelen

In de topmodellen, OLED+950 en OLED+910, gebruikt Philips een gloednieuw META 3 oled-paneel. Dat gebruikt niet langer microlenzen, maar heeft nieuwe oled-materialen die de piekhelderheid aanzienlijk verbeteren. Op een klein schermoppervlak (10%) kan het paneel tot 3700 nits leveren en op een volledig scherm zelfs 350 nits. Dat zijn aanzienlijke verbeteringen tegenover vorig jaar (3000/250). Bovendien zouden deze panelen energiezuiniger zijn.

Bron: TV Vision / Eric Beeckmans

De OLED810 (55, 65 en 77 inch) ziet een kleine verbetering, het piekwit gaat naar 1500 nits (1300 nits vorig jaar), maar het volledig wit beeld blijft steken op 200 nits (onveranderd). De 42 en 48 inch versies van de OLED810, en de volledige OLED760-reeks zien geen verbeteringen (1000/150 nits).

Nieuwe features

Dit jaar lijken er vooral verfijningen van bestaande functies te zijn doorgevoerd, maar er zijn ook een aantal nieuwe mogelijkheden te vinden.

Op alle OLED-modellen en de ML950:

Adaptive Intelligence: AI wordt al langer gebruikt voor onder andere scène-herkenning, upscaling en scherpteverbetering. TP Vision combineert dit met extra gegevens zoals real-time analyse van elk frame, metadata die de videobron aanreikt, het type content (HDMI of streaming bijvoorbeeld), de lichtsensor en allerlei informatie die het leert uit big data-analyse van zijn toestellen. Zo kan het de beeldkwaliteit nog gerichter verbeteren.

TP Vision / Eric Beeckmans

AI Adaptive Gamut: Uit de gegevens waarover TP Vision beschikt, blijkt dat ongeveer 95% van de kijkers naar SDR-bronmateriaal kijkt. Het ruimere kleurbereik van deze tv’s wordt daarbij niet benut. AO Adaptive Gamut maakt de kleuren van SDR-beelden rijker en intenser, maar beschermt de huidskleuren die anders erg onnatuurlijk zouden zijn. Zo benut je toch de volledige capaciteit van je toestel. Bovendien kan je via de instellingen zelf aanpassen hoe sterk het effect is.

Op de OLED810, OLED+910 en OLED950:

AI Auto Game detectie: Het was al mogelijk om profielinstellingen te maken van beeldinstellingen per spel, maar deze functie herkent games nu automatisch en past de beeldweergave hierop aan. TP Vision gaf geen details, welke games het herkent of hoe het dat doet.

HDR10+ Gaming: een optimale HDR-ervaring voor de games die het ondersteunen op NVIDIA en Intel GPU’s.

De OLED+950 is als enige uitgerust met een 9e generatie dual P5 AI-processor. Naast de features hierboven kreeg deze nog extra nieuwigheden:

Specular Enhancer: een beeldverwerkingstechniek die de helderste (spiegelende) details in HDR-beelden benadrukt.

Minimap zoom: gamers kunnen een deel van het beeld, zoals de minimap, vergroten en eventueel zelfs verplaatsen en de transparantie aanpassen.

De Schaduwverbeteraar, waarmee je donker tinten helderder maakt, heeft een groter bereik gekregen. Bovendien kan je het beeld inverteren, al geven we toe dat we niet goed zien wat daar de zin van is.

Ambilight, nu met een eigen interface

TP Vision nam de opvallende beslissing om Ambilight Plus, de nieuwe versie die 2D-patronen kan creëren, alleen nog maar aan te bieden op de MLED950, The Extra. Dat toestel mikt op gamers, zij krijgen de meest meeslepende ervaring. Vorig jaar werd Ambilight Plus op de OLED+959 geïntroduceerd. De opvolgers, OLED+950 en OLED+910 krijgen een vierzijdige Ambilight.

©Eric Beeckmans | ID.nl

Wat wel op alle modellen beschikbaar zal zijn, is de nieuwe interface voor Ambilight, Ambilight Suite. Daar kan je alle instellingen aanpassen en snel opties zoals Lounge, Sleep of Sunrise activeren. Alle Ambilight tv’s krijgen ook toegang tot een exclusieve Moments app. In die app maak je digitale foto-albums op basis van aangeboden sjablonen, eventueel tekst en muziek. Dat fotoalbum stuur je dan met een klik naar je Ambilight tv.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.