ID.nl logo
Emulator op je smartphone? Zo maak je legale back-ups van je games
Huis

Emulator op je smartphone? Zo maak je legale back-ups van je games

Met een emulator op je smartphone is het mogelijk games van verschillende arcadekasten, consoles en handhelds te spelen. Maar alleen wanneer je daar de juiste bestanden voor hebt, zogenaamde roms. Hoe kom je daar precies aan en hoe zet je die op je smartphone?

Als je op legale wijze games via emulators wilt spelen, moet je wel bereid zijn door een aantal hoepels te springen.

  • Wat zijn hierover de wettelijke regels?
  • Hoe maak je een back-up van je games aan?
  • Hoe weet de emulator waar de spelbestanden staan?*

Er is logischerwijs veel te doen omtrent het emuleren van games. Voor veel mensen is dit een grijs gebied, want mag er nu precies wel en niet volgens de wet? Veel hangt af van interpretatie. Zo is het gebruiken en het downloaden van een emulator wettelijk toegestaan. Met zo'n programma kun je immers spellen spelen die je zelf gemaakt hebt. Maar het downloaden van spelbestanden waar copyright op rust, dat mag natuurlijk niet. Máár... er bestaat momenteel geen precedent voor het aanleggen van back-ups van games die je zelf (fysiek) in bezit hebt.

Eigen games spelen

Dat is dus het punt van interpretatie; zoals het nu lijkt, mag je dat gewoon doen. Er is in elk geval geen wet die stelt dat dit illegaal is. Mits je de bestanden op je eigen computer houdt en niet (online) verspreidt. Want zelf spelbestanden met copyright distribueren mag niet. Dat zorgt er in elk geval voor dat er wat ruimte ontstaat als je met emulators aan de slag gaat. Dat kan al jaren op Windows en Android, waar handhelds hoogtij vieren, maar sinds kort ook op iOS. Apple moest de beperkingen op het systeem opheffen en sindsdien is er veel meer mogelijk.

©Wesley Akkerman

Voor sommige mensen is er daardoor een wereld van mogelijkheden geopend, waaronder dus het spelen van retrogames op hun smartphone. Met de juiste emulator aan boord kun je de beste games beleven vanaf de eerste lading arcadekasten tot en met de PlayStation 2 en Nintendo GameCube. Hoe moderner de hardware, hoe beter de prestaties. Maar de vraag is dan: hoe kom je aan die games? Downloaden van de slinkende groep romsites mag niet, dus ben je aangewezen op apparatuur waarmee je zelf reservekopieën kunt aanmaken.

Games met cartridges

Voor veel consoles en handhelds bestaan apparaten waarmee dat kan. Eigenaars van een Game Boy (of opvolgers Color of Advance) kunnen bijvoorbeeld hun games dumpen (zoals dat genoemd wordt) door gebruik te maken van de Epilogue GB Operator. Je sluit de accessoire aan op je computer, downloadt het bijbehorende programma en kunt vervolgens een legale back-up aanmaken van de games die je hebt. Zo heeft vrijwel elke spelcomputer een handige tool waarmee je back-ups aanmaakt. Toch blijft dat voor sommige consoles en handhelds een uitdaging.

Ten eerste is niet alles in Europese winkels verkrijgbaar. Je zult dus spullen moeten importeren, en daardoor kunnen de kosten best oplopen. Ook is het zo dat sommige populaire producten niet meer worden gemaakt of verkrijgbaar zijn, waardoor je bent aangewezen op de dure tweedehandsmarkt. Daarnaast bestaan er voor spelcomputers die met cartridges werken eenvoudiger oplossingen voor het rippen van games. Bovendien nemen die spelbestanden over het algemeen minder ruimte in beslag.

©PXimport

Hoe hoger de generatie, hoe lastiger

Als het aankomt op spelcomputers die beschikken over discs (cd's, dvd's of blu-rays), wordt het al een stuk lastiger. Niet alleen omdat die spellen meer ruimte in beslag nemen, maar ook omdat je nog meer kunst-en-vliegwerk moet uithalen. Voor het aanmaken van een GameCube-back-up heb je bijvoorbeeld een (omgebouwde) Wii nodig, of een pc die beschikt over een dvd-drive. Zodra je daar naar gaat googelen, kom je algauw uit in een konijnenhol van mogelijkheden – maar dat is deels ook wat deze hobby zo leuk maakt en houdt.

Op het moment van schrijven wordt er druk gewerkt aan goede emulators voor PlayStation 3, PlayStation 4 en verschillende Xbox-consoles. Daarom zul je online weinig goede informatie vinden over het aanmaken van back-ups voor deze spelcomputers.

Je zult dus goed moeten zoeken naar de middelen waarmee het mogelijk is legale kopieën van je games te maken, maar ze bestáán wel. Soms moet je daarvoor een console modden, maar aangezien de garantie toch al verlopen is, zal dat ook weinig risico opleveren. Lees je desondanks goed in van tevoren. Als je eenmaal de spellen geript en opgeslagen hebt, is het zaak dat je ze in de correcte mappen plaatst, zodat de emulator in kwestie 'weet' waar die de spelbestanden vandaan moet halen. Gelukkig is dit het makkelijkste taakje voor retrogamers.

Waar je de spellen kunt opslaan, dat is per emulator anders, maar over het algemeen is het mogelijk om gewoon één map aan te houden die op een microSD-kaart staat of opgeslagen is op de interne schijf. In de instellingen ga je vervolgens op zoek naar het pad voor de roms (de benaming verschilt per app, maar dat wijst zichzelf) en zodra je daarop tikt, kun je op zoek naar de map met spelbestanden. Geef aan dat je die map wilt gebruiken en de emulator doet de rest. Veel plezier!

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.