ID.nl logo
Bloemen verwelken, schijfjes vergaan: conserveer gegevens van cd's en dvd's
© plus69 - stock.adobe.com
Huis

Bloemen verwelken, schijfjes vergaan: conserveer gegevens van cd's en dvd's

Heb je ooit cd’s gebrand om gegevens te archiveren of om de muziekbibliotheek van een vriend te kopiëren? Het slechte nieuws is dat deze gegevens op die oude schijven wellicht minder lang meegaan dan dat je had gehoopt. De cd, dvd en zelfs de blu-ray wordt met uitsterven bedreigd. Het goede nieuws: er zijn genoeg manieren om de gegevens te herstellen en toekomstbestendig te maken.

Schijfjes zijn minder lang houdbaar dan vroeger gedacht. Staan er belangrijke gegevens op? In dit artikel vertellen we je hoe je die data conserveert:

  • Muziek rippen
  • Films rippen
  • Software digitaliseren
  • Oplossingen voor onleesbare schijven

Dat klinkt als muziek in de oren! 7 onmisbare onderhoudstips voor plaatjesdraaiers

De cd’s en dvd’s die je zelf hebt gebrand en de muziek-cd’s of films op dvd die je ooit hebt gekocht, hebben niet dezelfde kwaliteit. Commerciële schijven zijn geperst. Hiervoor zijn gesofisticeerde machines en grote oplages nodig. Dit procedé is vergelijkbaar met de manier waarop vinylplaten worden gemaakt. De gegevens die professioneel gestempeld worden, krijgen een metalen coating die de gegevens beveiligen tegen het laserlicht van de optische lezer en beschermen tegen verontreinigde stoffen. Als je zelf een schijf brandt, dan is die metaalachtige coating er niet. Hierdoor blijft de chemische kleurstof die de data vastlegt erg kwetsbaar. Bovendien is die kleurstof onstabiel en begint die eigenlijk al vanaf dag één af te breken. 

Datarot

Commercieel geperste cd’s hebben een houdbaarheid van ongeveer 100 jaar, op voorwaarde dat er geen fouten in het productieproces voorkomen. De muziekcollectie die in de kast staat, is dus veilig. Bij het branden van een schijfje heeft men ook altijd een lange levensduur voorop gesteld. De schijf wordt na het branden gecontroleerd op fouten en we gaan ervan uit dat je de schijf telkens opbergt in het doosje. Toch controleren heel weinig mensen de gegevens die erop staan en dat begint zich nu te wreken. Aanvankelijk dacht men dat een gebrande schijf 10 tot 20 jaar zou meegaan. Nu blijkt die aanname veel te optimistisch. Bij schijven die je zelf brandt, en vooral cd’s, is er vaak na 2 tot 5 jaar sprake van uitval. Het merk, de manier waarop je met de schijven omgaat en de temperatuur waarop ze worden bewaard, bepalen de levensduur van een cd-r. Vooral bij een goedkoop merk is het risico op datarot groot.

©Сake78 (3D & photo) - stock.adobe.com

Gebrande cd-roms/dvd’s zijn gebaseerd op het principe dat je putjes en sleufjes in het gekleurde laagje brandt.

Extern optisch station

Ga dus op zoek naar de gebrande cd’s, dvd’s en blu-rays waaraan je gehecht bent. Misschien bevatten ze een oude muziekmix of een video van een bruiloft … Heb je niets meer om de gegevens in te lezen? Gelukkig kost de hardware niet zoveel. Een computer heb je al, maar het wordt steeds lastiger om een pc met een schijfstation te vinden. Kijk daarom of je thuis nog een oude laptop met een optisch schijfstation hebt liggen, of schaf een externe optische drive aan. Zorg dat het externe schijfstation compatibel is met het type schijven waarvan je de gegevens wilt redden. Over het algemeen zijn externe cd/dvd-schijfstations redelijk goedkoop (24 tot 60 euro), terwijl blu-ray-stations (110 euro) iets duurder zijn. We raden aan om voor een bekend merk te kiezen.

Heb je geen computer meer met een schijfstation, dan moet je een externe optische drive aansluiten.

Cd’s uitwerpen Om de cd’s/dvd’s uit te werpen, druk je op de Eject-knop van het optische station. Al heeft Windows ook een ingebouwde eject-functie om de schijflade naar buiten te duwen. Microsoft is wel vergeten een optie toe te voegen om de lade te sluiten. Dat moet je dus nog met de hand doen. Om de ingebouwde eject-functie te gebruiken, klik je met rechts op het pictogram van het optische station in Windows Verkenner. Kies de opdracht Uitwerpen uit het contextmenu. De lade komt naar buiten en je kunt de schijf erin plaatsen. Sluit vervolgens handmatig de lade.

Gegevensschijven

Wanneer je een gegevensschijf in het optisch station plaatst, zou die op de computer moeten verschijnen, net zoals ieder ander extern opslagapparaat of usb-stick. Dat betekent dat je de schijf kunt openen om alle gegevens te selecteren die je wilt behouden. Daarna sleep of kopieer je de data naar de gewenste bestemming. Dat kan een interne opslagdrager zijn of een externe schijf die op je computer is aangesloten. Als alternatief kun je een netwerkschijf gebruiken om de bestanden via het lokale netwerk te verhuizen.

Kopieer de bestanden van de cd naar een andere bestemming.

Audio-cd’s

Als het om een audio-cd gaat, dan kun je de muzieknummers gewoon kopiëren. Of je gebruikt software om afzonderlijke nummers van de cd te rippen. Rippen betekent ‘losmaken van’. Op een Mac kun je hiervoor het programma Muziek (het vroegere iTunes) gebruiken. Windows-gebruikers kunnen kiezen voor Windows Media Player. Wil je de beste geluidskwaliteit behouden, kies er dan voor om de muziek naar een verliesvrij bestandsformaat te rippen.

Met Windows Media Player kun je audio rippen.

Opslagruimte nodig?

In een archiefkast kun je een hoop spullen kwijt

Verliesvrije muziek

Als je vroeger een cd hebt geript, dan is de kans groot dat je de nummers in het mp3-formaat hebt opgeslagen. Ben je een echte audiofiel, dan wil je je muziek zo natuurgetrouw mogelijk behouden en kies je het best voor het FLAC-formaat. FLAC staat voor ‘Free Lossless Audio Codec’. Dit verliesvrije audioformaat levert kleinere bestandsgroottes op in vergelijking met andere verliesvrije indelingen en geeft toch een perfecte kopie. FLAC klinkt dus beter.

Er zijn ontzettend veel cd-rippers. Wil je gratis software gebruiken, download dan Exact Audio Copy 1.6. Het duurt eventjes voordat je software hebt geconfigureerd, maar daarna is deze tool kinderspel. Exact Audio Copy maakt gebruik van AccurateRip; gegevens van andere gebruikers zorgen ervoor dat je eigen rips vrij van fouten zijn. Bovendien baseert de tool zich op vier verschillende metadatabronnen om de bestanden de juiste tags mee te geven.

Het FLAC-formaat is verliesvrij en biedt een uitstekende geluidskwaliteit.

Films

Films kunnen op dezelfde manier worden geript als audio-cd’s, maar ook hier heb je speciale software nodig. Voor niet-beveiligde dvd’s maak je eerst een map aan met de naam van de dvd. Laad de dvd in de optische lezer en open de bestanden op de dvd. Zoek nu naar de map met de naam Video_TS en kopieer deze map naar de map die je daarnet hebt aangemaakt. Vanaf nu kun je de filmbeelden afspelen op de computer.

We gebruiken graag de freeware HandBrake om films te rippen. Start HandBrake en selecteer het bronbestand; de map met de naam Video_TS. HandBrake zal vervolgens de informatie van de dvd laden. Kies de titel die de film bevat. Titels zijn de hoofdstukken van een dvd en meestal zal er een hoofdstuk zijn dat de film bevat. Let hierbij op de tijdsaanduiding, het langste hoofdstuk is meestal de film.

Het programma werkt met voorinstellingen. Kies de preset die overeenkomt met het medium waarop je de film wilt afspelen. Dit is het grote voordeel van HandBrake. Als je bijvoorbeeld de film op de iPad wilt bekijken, dan kun je dat hier vastleggen. Houd er wel rekening mee dat de kwaliteit van de originele dvd vrijwel altijd beter is. Klik op Start om het proces te beginnen. Coderen is behoorlijk arbeidsintensief en kan veel tijd in beslag nemen.

Dankzij de voorinstellingen rip je de films direct voor het medium waarop je de films wilt bekijken.

Software op schijfimages

Wie nog oude cd’s of dvd’s heeft om software te installeren, moet zich afvragen of het de moeite waard is om die nog te digitaliseren. Van de meeste toepassingen kun je namelijk het installatieprogramma via de website van de producent downloaden. Uitzonderingen bevestigen echter de regel en soms wil je toch echt een oude softwareschijf back-uppen.

De kans is groot dat je moderne computer deze niet kan lezen, maar het besturingssysteem zal de schijf nog steeds zien als een opslagmedium met gegevens. Maak in dat geval een image. Hiermee creëer je een digitale kopie van de gehele schijf, inclusief de bestandsstructuur en alle bestanden. Windows heeft geen ingebouwde tool om schijfimages te maken, maar er zijn voldoende gratis oplossingen, zoals het lichtgewicht ImgBurn 2.5.8. Met ImgBurn kun je een image maken van een schijf en ook een image op een schijf branden. Bovendien kun je van bestanden en/of mappen een image maken. Op de Mac kun je het ingebouwde Schijfhulpprogramma gebruiken.

Met ImgBurn maak je zowel een image van een schijf als omgekeerd.

Leesproblemen

Stop je de schijf in de optische lezer en er gebeurt niets, raak dan niet meteen in paniek. Vingerafdrukken, vuil en vet van je handen op het oppervlak van de cd/dvd kunnen de leesbaarheid beïnvloeden. Het kost niet veel moeite om de schijf schoon te maken. Neem een doorzichtige schaal of bakje waar de schijf in past en houd een microvezeldoekje bij de hand. We raden oplosmiddelen of sprays af. Zorg dat de schaal stofvrij is en doe er warm (geen heet) water en een beetje zeep in. Eventueel kun je in het sopje een beetje isopropanol toevoegen. Laat de schijf een minuut of twee in het sopje liggen met de onderkant naar boven gericht, zodat deze kant niet tegen de onderkant van de schaal komt. Haal daarna de schijf uit het sopje en spoel hem af onder warm water. Zorg dat er geen chemicaliën of zeep meer op de schijf achterblijven. Droog daarna het schijfoppervlak af met een droge, schone pluisvrije doek. Gebruik voorzichtig cirkelvormige bewegingen.

Schone, pluisvrije doek nodig?

Deze afscheurbare microvezeldoeken zijn hier perfect voor

Er zijn ook programma’s die beweren dat ze beschadigde of onleesbare schijven kunnen herstellen. IsoBuster is er daar één van, maar die programma’s zijn meestal niet goedkoop. Bovendien weet je nooit zeker wat het resultaat is.

Leg de schijf eventjes in een sopje.

Dataherstelspecialisten

Als niets meer lukt, dan zijn er nog altijd de dataherstelbedrijven. Op hun websites beloven ze succesvol dataherstel in meer dan 95 procent van de gevallen, maar net zoals bij herstelsoftware krijg je geen garantie dat ze de gegevens op een beschadigde schijf daadwerkelijk tevoorschijn kunnen halen. Zulke bedrijven herstellen ook harde schijven, usb-sticks, ssd's en geheugenkaarten van telefoons of fotocamera’s.

We belden even met Attingo Datarecovery en kregen te horen dat klanten inderdaad regelmatig aankloppen met een cd of dvd waarop de familiefoto’s of -filmpjes verdwenen lijken te zijn. De prijs voor het herstel van een cd/dvd varieert volgens de zaakvoerder tussen de 300 en 600 euro per schijf. Het factuurbedrag is niet afhankelijk van de hoeveelheid data, maar van de complexiteit van het herstelproces. Gezien de prijs moet je jouw gegevens dan wel ontzettend belangrijk vinden.

De kosten van dataherstel zijn afhankelijk van de schade en de benodigde tijd en middelen om de gegevens te herstellen.

Veilig voor 1000 jaar?

De standaard-cd’s, -dvd’s en -blu-rays zijn niet meer geschikt voor archiefopslag. Anders is het met Millennial Discs of M-Discs. Deze schijven zijn verkrijgbaar in het dvd- en blu-ray-formaat. Op de doos staat ‘Lifetime Archival’. De producenten beweren dat deze optische schijven een houdbaarheid hebben van – hou je vast – 1000 jaar. Zijn er dan nog wel optische lezers of computers?

M-Discs hebben een rotsachtige datalaag en de gegevens worden letterlijk in deze laag geëtst. De M-Disc is in hoge mate bestand tegen oxidatie en heeft een smeltpunt van 200 tot 1000°C. Hierdoor is de schijf bestand tegen de krachtige laserstraal die gebruikt wordt bij M-Discs en zijn ze immuun voor datarot. De schijven zijn niet overdreven duur. Een doos met 15 M-Disc-schijven van 25 GB kost 100 euro. Je moet er wel voor zorgen dat je optische schijfstation compatibel is voor M-Discs. Conventionele dvd- en blu-ray-apparatuur kunnen wel M-Discs lezen, maar voor het graveren van de gegevens op de opslaglaag is een brander nodig die specifiek geschikt is voor M-Discs. We vonden branders van zo’n 122 euro die zowel dvd’s als M-Discs kunnen branden. Je kunt slechts één keer gegevens branden op een M-Disc, want dit opslagmedium is WORM (write once, read many times), of zoals het merk Millenniata zegt: “Write once, read forever”.

M-Discs zouden meer dan levenslang moeten meegaan.
▼ Volgende artikel
Je NAS veilig bereiken via een VPN-server, Tailscale of Cloudflare-tunnel
© ER | ID.nl
Huis

Je NAS veilig bereiken via een VPN-server, Tailscale of Cloudflare-tunnel

Wil je een NAS op afstand gebruiken, dan doe je dat liefst natuurlijk veilig. Bijvoorbeeld door een VPN-server op te zetten, of een tunnel met extra toegangscontrole. Hiervoor zijn diensten als Tailscale en Cloudflare heel geschikt. In deze masterclass nemen we de beste opties met je door. We leggen uit wat de voor- en nadelen zijn en hoe je ze kunt gebruiken in combinatie met een NAS.

Een NAS is breed inzetbaar en bij veel huishoudens de spil in het netwerk. Je kunt niet alleen je documenten centraal bewaren, maar ook bijvoorbeeld media streamen naar je tv, foto’s bekijken op je tablet en talloze extra toepassingen installeren. Heb je (een deel van) deze toepassingen ook af en toe op afstand nodig? Het openzetten van een poortje in de router of het gebruik van een reverse proxy kan daarvoor een prima optie zijn. Maar publieke toegang is niet altijd nodig. Er zijn betere opties als je vooral voor jezelf goed beveiligde externe toegang tot je NAS nodig hebt. Een eenvoudige optie is een cloudservice van de fabrikant, zoals Synology QuickConnect. Betere en veiligere opties zijn een VPN-server met een protocol als OpenVPN of WireGuard, Tailscale (dat op de achtergrond met WireGuard werkt) of een Cloudflare-tunnel. In deze masterclass leggen we uit hoe je ze gebruikt. Wat je kiest, hangt ook af van je doel. Bij elke optie behandelen we de eventuele beperkingen. Voordat je begint, is het ook verstandig de beveiliging van je NAS nog even door te lichten (zie kader).

Optimale beveiliging voor je NAS

Bij het openstellen van je NAS is een goede beveiliging extra belangrijk. Ongeoorloofde toegang tot je NAS zul je altijd willen voorkomen. Gebruik altijd sterke wachtwoorden voor je gebruikersaccounts. Deactiveer bovendien de algemene accounts zoals admin en guest. Zet tweestapsverificatie aan. Hierbij wordt na het inloggen om een extra toegangscode gevraagd die je kunt genereren met een app op je smartphone. Op vertrouwde apparaten hoef je dat maar één keer te doen. Bij Synology vind je deze opties in je configuratiescherm, onder Beveiliging / Account. Je kunt kiezen voor welke gebruikers dit moet worden ingeschakeld. Bij QNAP ga je hiervoor in je configuratiescherm naar Systeem / Beveiliging. Open dan het tabblad Verificatie in 2 stappen. Maak ook gebruik van de ingebouwde firewall van je NAS, waarin je toegangsregels kunt instellen! In deze masterclass geven we daar tips voor. Zorg ten slotte dat je een goede back-upstrategie hebt voor de bestanden op je NAS.

Het is verstandig om tweestapsverificatie aan te zetten op je NAS.

Wat is een cloudservice?

Via een cloudservice kun je toegang tot een NAS vereenvoudigen door een soort tunnel op te zetten. Bij Synology heet dit QuickConnect, QNAP noemt het myQNAPcloud link. Hierbij wordt vanaf de NAS een uitgaande verbinding opgezet met een server, waardoor het firewalls omzeilt (ook die in je NAS!). De NAS geef je een herkenbare naam, ook wel QuickConnect ID of QNAP ID genoemd, die je ook gebruikt om te verbinden. Hierbij wordt eerst geprobeerd rechtstreeks verbinding te maken, wat ook het meest efficiënt is. Als dat mislukt, wordt de verbinding automatisch omgeleid via een relayserver, die als tussenpersoon het verkeer doorstuurt. De snelheid kan dan minder hoog zijn. We noemen hieronder alleen de dienst van Synology, omdat het een betere bescherming biedt en een betere reputatie heeft dan myQNAPcloud link. Zorg wel altijd zelf voor een goede basisbeveiliging. Overweeg veiligere methoden zoals een VPN of Tailscale. Het is veiliger en je bent niet afhankelijk van andere partijen (zoals een relayserver).

Diensten als myQNAPcloud link creëren een soort tunnel naar je NAS.

Synology QuickConnect

Bij Synology QuickConnect koppel je eerst je NAS aan een Synology-account. Daarna kun je een QuickConnect ID kiezen. Je NAS is daarna bereikbaar vanuit de Synology-apps of een browser via het adres https://quickconnect.to/ met daarachter de QuickConnect ID. Dit werkt ook bij een dynamisch ip-adres, dus je hoeft niet apart een Dynamic DNS-functie (DDNS) te gebruiken. Om QuickConnect te gebruiken open je Configuratiescherm. Ga dan naar Externe toegang. Zet een vinkje bij QuickConnect inschakelen. Hierna moet je je aanmelden met je Synology-account of een nieuw account maken. Vervolgens kies je een QuickConnect ID. Via de instellingen kun je nog kiezen of de relayserver mag worden gebruikt en welke toepassingen via QuickConnect toegankelijk zijn.

Via de instellingen kies je welke toepassingen toegankelijk moeten zijn.

Wat is VPN?

Door een VPN-server te installeren, heb je een ideale voorziening om op afstand je netwerk te bereiken en alle apparaten op dat netwerk, zoals je NAS, netwerkprinters en camera’s. Je installeert de VPN-server op één systeem, zoals een router, server, Raspberry Pi of je NAS. Bij Synology kun je bijvoorbeeld standaard met OpenVPN werken en QNAP ondersteunt het snellere WireGuard. We laten zien hoe je deze opties gebruikt. Na inloggen heb je volledige toegang tot je netwerk en alle toepassingen in het netwerk, alsof je rechtstreeks op het netwerk zit. Voor toegang tot bestanden op je NAS werken daarom alle protocollen als smb, nfs en WebDAV en toepassingen als Synology Drive en QNAP File Station. Je hoeft geen poorten in je router open te zetten, behalve een enkele poort naar de VPN-server.

Bij QNAP kun je standaard werken met WireGuard.

OpenVPN op Synology

Om je Synology-NAS als VPN-server in te zetten, kun je de toepassing VPN Server installeren via Package Center. Gebruik je een firewall, controleer dan of de benodigde poorten toegankelijk zijn. Bij de installatie kun je die aanpassing via een venster direct doorvoeren. Afhankelijk van het protocol moet je ook nog één of meerdere poorten doorsturen van je router naar je NAS. De toepassing ondersteunt PPTP, OpenVPN en L2TP/IPSec. Eigenlijk is vooral OpenVPN interessant. Het is veilig en stabiel, maar niet zo snel als WireGuard. Ook geeft het soms wat uitdagingen bij het opzetten van de verbinding.

Synology ondersteunt meerdere protocollen, waaronder OpenVPN.

Activeren OpenVPN

Om OpenVPN te gebruiken open je VPN Server. Ga dan naar OpenVPN. Zet een vinkje bij OpenVPN-server inschakelen. Bij Dynamisch ip-adres zie je het subnet dat OpenVPN gebruikt. De verbonden clients krijgen een ip-adres in dat bereik. Bij Poort en Protocol zie je dat standaard udp-poort 1194 wordt gebruikt. Die poort moet je doorsturen van je router naar je NAS. Controleer of de poort toegankelijk is in de firewall van je NAS. Voor een goede balans tussen snelheid en veiligheid kun je bij Codering bijvoorbeeld AES-128-CBC kiezen en bij Verificatie de optie SHA256. De optie Compressie op de VPN-koppeling inschakelen mag uit, omdat het weinig snelheidswinst geeft. Zet de optie Clients toegang geven de LAN-server aan, zodat je andere apparaten in je thuisnetwerk kunt bereiken. Zet ook de optie Verifieer TLS auth-sleutel aan. Klik op Toepassen om de instellingen te activeren. Je kunt nu clients gaan configureren.

Bij OpenVPN kun je zelf nog enkele instellingen kiezen.

Profiel voor OpenVPN

Ga naar OpenVPN en kies Configuratie exporteren om het configuratiebestand te exporteren als zip-bestand. Hierin vind je een .ovpn-bestand dat je nodig hebt voor toegang. Je hebt ook een gebruikersaccount nodig bij het inloggen. Onder Rechten kun je aanvinken welke gebruikers toegang hebben en via welke protocollen. Maak eventueel een nieuwe gebruiker voor alleen de VPN-verbinding! Open het bestand VPNConfig.ovpn met een teksteditor. Omdat je de VPN-server extern wilt gebruiken, verander je in onderstaande regel YOUR_SERVER_IP naar je ip-adres van je internetverbinding of de hostnaam als je bijvoorbeeld Dynamic DNS gebruikt. Synology ondersteunt ook Dynamic DNS en geeft bijvoorbeeld een naam.synology.me-adres. Je kunt het activeren in je configuratiescherm onder Externe toegang / DDNS. Het gaat om deze regel:

remote YOUR_SERVER_IP 1194

Je ziet ook de onderstaande optie. Haal hier eventueel het commentaarteken weg als je wilt dat ál het verkeer, dus ook het normale internetverkeer, via de VPN-server gaat. Dat geeft minder goede prestaties, maar is wel veiliger als je bijvoorbeeld een openbare wifi-hotspot gebruikt. Dit is de regel waar je het commentaarteken weg kunt halen:

#redirect-gateway def1

Gebruik dit profiel om verbinding te maken vanaf andere apparaten. Zet hierbij de optie aan dat zonder certificaat verbinding mag worden gemaakt.

WireGuard op QNAP

We zullen laten zien hoe je WireGuard op je QNAP-NAS gebruikt in combinatie met een Windows-client. Voor meer informatie over WireGuard en het opzetten van een aparte VPN-server verwijzen we je naar een eerder artikel dat je kunt lezen via www.kwikr.nl/wgvpn waarin dat uitgebreid aan bod komt. Zorg bij QNAP dat de toepassing QVPN Service is geïnstalleerd via App Center. Open dan de toepassing en ga naar WireGuard. Zet een vinkje bij WireGuard VPN-server inschakelen. Vul een naam in achter Servernaam. Klik achter Persoonlijke sleutel op Codeparen genereren. Noteer de waarde bij Openbare sleutel: die is straks nodig bij de configuratie van clients. Achter Luisterpoort zie je de poort (udp) die je moet doorsturen in de router. Bij DNS Server vul je een openbare DNS-server in (zoals 8.8.8.8) óf een DNS-server in je lokale netwerk. Klik op Toepassen om de instellingen te bewaren. Klik op Peer toevoegen. Hier kun je clients toevoegen (zie volgende stap).

De instellingen voor WireGuard bij een NAS van QNAP.

Client instellen

Elk apparaat dat verbinding met WireGuard maakt, is een zogenoemde peer. Voor het toevoegen van een apparaat kies je bij QNAP de optie Peer toevoegen. Vul een herkenbare naam in. De waarde bij Openbare sleutel komt bij deze ‘peer’ vandaan, die gaan we nu eerst instellen. Installeer en open de Windows-client en kies de optie Add Empty Tunnel. Er worden een privé- en openbare sleutel gegenereerd. Er opent een configuratiebestand met de privésleutel waarin je onder andere deze twee regels ziet:

[Interface]

PrivateKey = +MSQ3D2+M71SotRrWC3hnPyzYSTWNuaxWwc920=

Vul deze configuratie verder aan zoals in het voorbeeld hieronder. Bij Address kies je een vrij ip-adres binnen het VPN-subnet, dat nog niet door een andere peer wordt gebruikt. Je kunt dit voor elke client ophogen, dus 198.18.7.2/32, 198.18.7.3/32, en zo verder. Belangrijk is dat je bij PublicKey de openbare sleutel die QNAP laat zien invult. Bij Endpoint vervang je ipadres door het ip-adres (of de hostnaam) van je internetverbinding thuis. Dit is de configuratie die je moet aanpassen:

[Interface]

PrivateKey = +MSQ3D2+M71SotRrWC3hnPyzYSTWNuaxWwc920=

ListenPort = 51820

Address = 198.18.7.2/32

DNS = 1.1.1.1

[Peer]

PublicKey = KsCc+cRucH4F8T3VdyatvZXjqvunEerBZapulE=

AllowedIPs = 0.0.0.0/0

Endpoint = ipadres:51820

Bewaar de configuratie met Save. Kopieer nu de waarde bij Public key van deze client. Je leest deze af in het hoofdvenster van WireGuard (zorg dat de bewuste tunnel is geselecteerd). Plak deze in QNAP bij Openbare sleutel bij de configuratie van deze peer. Je kunt nu verbinding maken met je Windows-client!

Voltooi de configuratie voor de Windows-client voor WireGuard.

Firewall instellen voor je NAS

Een firewall op je NAS biedt extra bescherming. Bij Synology open je daarvoor Configuratiescherm. Ga dan naar Beveiliging en open het tabblad Firewall. Zet een vinkje bij Firewall inschakelen en kies Toepassen. Bij Firewallprofiel kun je een profiel kiezen of bewerken. Kies Regels bewerken om het huidige profiel aan te passen. Begin met een regel die alle apparaten op het lokale netwerk toestaat. Kies bij die regel bij Poorten de optie Alles. Bij Bron-IP kies je Specifiek ip. Klik daarachter op Selecteren en kies Subnet. Je moet hier het netwerkbereik van je router kennen. In veel gevallen is dat iets als 192.168.1.0 met subnetmasker 255.255.255.0. Dit omvat dan alle adressen van 192.168.1.0 t/m 192.168.1.255. Voeg hierna nog specifieke regels toe voor toepassingen die van buitenaf toegang moeten hebben. In dit voorbeeld staan we bijvoorbeeld SSH toe vanaf een bepaald ip-adres. Heel belangrijk is dat je als laatste een regel toevoegt die alles blokkeert. De regels worden namelijk van boven naar beneden doorlopen en bij de eerste match stopt de verwerking. Het configuratiescherm van QNAP biedt ook een firewall, maar dat is meer een soort toegangsfilter. Voor uitgebreidere opties kun je QuFirewall installeren via App Center.

Het is raadzaam om de firewall op je NAS te gebruiken voor toegangsbeperking.

Wat is Tailscale?

Met Tailscale kun je een virtueel privénetwerk maken tussen al je apparaten. Dit gebeurt op basis van identiteit, met bijvoorbeeld een standaard Google-account voor autorisatie. Je kunt alle toegevoegde apparaten benaderen via een intern ip-adres of de toegekende hostnaam. Tailscale gebruikt dezelfde technologie als WireGuard, wat het snel, veilig en betrouwbaar maakt. Je hebt geen centrale server nodig en hoeft ook geen poorten in je router open te zetten. Wel moet je elk apparaat in principe afzonderlijk aan je privénetwerk toevoegen. Dat is eenvoudig, ook voor een NAS, zoals je hieronder ziet. Als alternatief kun je Tailscale ook op één apparaat in je netwerk installeren en dat apparaat als subnetrouter instellen, zodat je via dat ene systeem toegang hebt tot alle andere apparaten in je netwerk. In dat geval hoef je Tailscale niet op elk afzonderlijk apparaat te installeren. Meer uitleg over Tailscale vind je in dit artikel.

Met Tailscale kun je een privénetwerk voor je apparaten maken.

Eerste stappen

Ga naar https://tailscale.com en kies de optie Get started. Log in met een van de ondersteunde identiteitsproviders, bijvoorbeeld een standaard Google-account of een van de andere opties. Hierna wordt automatisch je Tailscale-netwerk, of kortweg tailnet, gemaakt. Dat is een soort privé-VPN-netwerkje waar jouw apparaten deel van uit gaan maken. Als je op een ander apparaat inlogt met datzelfde account, is het bereikbaar vanuit je andere apparaten in dit tailnet. Een gratis account ondersteunt tot drie gebruikers en honderd apparaten.

Log in bij Tailscale met bijvoorbeeld je Google-account.

Apparaten toevoegen

Het toevoegen van apparaten is eenvoudig. Het volstaat om de software te installeren en in te loggen met dezelfde identiteitsprovider. Om Tailscale bijvoorbeeld op een iPad te gebruiken, installeer je eerst de toepassing via de App Store. Hierbij wordt een VPN-configuratie voor je iPad gemaakt. Daarna log je in en zie je een lijst met apparaten in je privénetwerkje, waarbij je ook de namen af kunt lezen.

Op een iPad maakt Tailscale een VPN-profiel aan.

Tailscale op je NAS

Je kunt Tailscale ook op een NAS installeren. Bij Synology zoek je daarvoor in Package Center naar Tailscale. Bij QNAP kun je in App Center terecht. Installeer en open de toepassing. Er wordt gevraagd om in te loggen, waarbij je weer hetzelfde account als hiervoor gebruikt. Zet daarna de verbinding op via Connect. Als je nog een keer de Tailscale-app opent, kun je details zien over het bewuste apparaat, zoals het ip-adres en de hostnaam die je kunt gebruiken om verbinding te maken.

Tailscale is als pakket beschikbaar voor Synology en QNAP.

Wat is een Cloudflare-tunnel?

Bij een Cloudflare-tunnel installeer je op één systeem in je netwerk (bijvoorbeeld je NAS) een klein programma, dat van binnenuit een versleutelde verbinding opzet naar Cloudflare. Daarna kun je toepassingen individueel toevoegen die deze tunnel mogen gebruiken. Daarbij kun je elke toepassing een eigen subdomein geven, zoals nas.domein.nl voor je NAS. De tunnel laat geen netwerkprotocollen zoals SMB en NFS door en WebDAV is een uitdaging. Het is vooral bedoeld voor webverkeer. Je kunt incidenteel wel bijvoorbeeld DS File gebruiken, voor het browsen door je bestanden en kleine uploads of downloads.

Bij Cloudflare kun je gratis een tunnel opzetten voor toegang op afstand.

Domein registreren

Log in bij Cloudflare met een bestaand account of maak een nieuw gratis account. Registreer een domeinnaam via Add / Register a domain of voeg een bestaand domein toe via Add / Connect a domain. In dat laatste geval moet je de DNS-instellingen bij je huidige provider aanpassen, zodat de nameservers naar die van Cloudflare verwijzen. Afhankelijk van de extensie betaal je bij Cloudflare vanaf zo’n 6 dollar per jaar (circa 6 euro) per domein. Je kunt een domein eventueel direct voor meerdere jaren registreren of voor automatische verlenging kiezen. Betalen kan met creditcard of PayPal. In je dashboard vind je je domein terug onder Domain registration / Manage domains.

Registreer tegen lage kosten een domein bij Cloudflare.

Tunnel voorbereiden

Ga via het menu aan de linkerkant naar Zero Trust. Klik dan op Networks en kies Tunnels. Klik op Create a tunnel. Selecteer de optie Cloudflared. Geef je tunnel een naam. Vervolgens moet je een zogeheten connector installeren op één systeem in je netwerk om een tunnel te maken. Alle toepassingen die je straks via de Cloudflare-tunnel gaat publiceren, moeten bereikbaar zijn vanaf dat systeem. Dat is meestal alleen een probleem bij gescheiden netwerken of strikte firewallregels. Installeer Cloudflared volgens de instructies op een systeem dat altijd aanstaat. Dat kan een server of Raspberry Pi zijn, maar óók je NAS, zoals we hieronder toelichten. Hierna komt de tunnel automatisch online.

Maak een tunnel via de website van Cloudflare.

Tunnel op Synology-NAS

Voor de installatie op een NAS heeft Cloudflare geen instructies, maar de procedure is relatief eenvoudig. Kopieer de opdracht die je ziet bij bijvoorbeeld de Windows-installatie en plak deze in een editor. Je ziet hierin een lange string van 184 tekens die meest begint met eyJh…. Dat is de benodigde token. Om Cloudflared op een Synology-NAS te installeren open je Package Center. Ga naar Gemeenschap en kies Cloudflare Tunnel. Klik op Installeren. Nu wordt om de token gevraagd. Je hoeft geen geavanceerde opties te kiezen. Na het voltooien van de installatie is je tunnel klaar voor gebruik.

Vul de token in bij de installatie van de software op je Synology-NAS.

Tunnel bij QNAP

QNAP biedt geen softwarepakket, maar je kunt Cloudflare wel vrij eenvoudig via Docker configureren en starten. Het is het makkelijkst om met Docker Compose te werken. Installeer indien nodig Container Station en open het programma. Ga dan naar Toepassingen en klik op Maken. Bij Naam van de toepassing vul je een herkenbare naam in, zoals cloudflared. Bij YAML-code vul je de onderstaande code in. Achter TUNNEL_TOKEN vul je uiteraard jouw token in. Klik dan op Maken om de tunnel te maken. Dit is de benodigde code:

version: "3"

services:

  cloudflared:

    image: cloudflare/cloudflared:latest

    container_name: cloudflared

    restart: unless-stopped

    network_mode: "host"

    command: tunnel run

    environment:

      - TUNNEL_TOKEN=eyJh...

Bij QNAP kun je Cloudflared het beste via Docker installeren.

Toepassing toevoegen

Je kunt nu elke toepassing via de tunnel beschikbaar maken met een uniek subdomein. Om zo’n zogeheten route aan te maken, ga je binnen Zero Trust naar Networks / Tunnels. Bij Status geeft het systeem als het goed is aan dat de tunnel gezond is. Open het menu (via de drie puntjes) en kies Configure. Ga dan naar het tabblad Published application routes. We nemen de webinterface van een NAS die lokaal bereikbaar is op https://10.0.10.200:5001. Bij Subdomain vul je bijvoorbeeld nas in. Bij Domain kies je een domein. Bij Type kiezen we HTTPS en bij URL vullen we 10.0.10.200:5001 in. Bij de optie HTTPS moet je oppassen. De NAS heeft in ons geval geen echt certificaat. Daarom is het belangrijk om onder Additional application settings / TLS de optie No TLS Verify aan te vinken. Cloudflare zal dan negeren dat het certificaat niet ondertekend is. Klik op Save. Er zal automatisch een DNS-record worden gemaakt en je kunt vrijwel direct op afstand je NAS benaderen.

We maken een route voor de NAS.

Extra beveiliging bij Cloudflare

Na het openstellen van een toepassing via een subdomein kan in feite iedereen die dat adres kent de toepassing benaderen, zoals de webinterface van je NAS. Of ze ook binnenkomen, hangt af van je beveiliging. Een NAS kun je zelf extra beveiligen, bijvoorbeeld met tweestapsverificatie. Maar je kunt toegang óók beperken via Cloudflare zelf. Je kunt bijvoorbeeld regelen dat alleen jij bij de tunnel mag, via een tijdelijke code die je per e-mail ontvangt, of door te verplichten dat je eerst moet inloggen met een specifiek Google-account.

▼ Volgende artikel
Actieve versus passieve speakers: welke luidsprekers passen bij jou?
© jipen
Huis

Actieve versus passieve speakers: welke luidsprekers passen bij jou?

Twijfel je tussen actieve en passieve luidsprekers? Het verschil zit in de versterker. In dit artikel leggen we uit wat de voor- en nadelen zijn, zodat je precies weet welk systeem het beste klinkt in jouw woonkamer. Geen gedoe, gewoon helder advies.

Als je op zoek bent naar beter geluid, vliegen de termen je om de oren. Het onderscheid tussen actief en passief is misschien wel de belangrijkste technische keuze die je moet maken, maar wordt vaak onnodig ingewikkeld gemaakt. Veel mensen denken dat het puur om geluidskwaliteit gaat, terwijl het vooral draait om gebruiksgemak en apparatuur. Na het lezen van dit stuk weet je precies of je voor alles-in-één gemak moet gaan of voor de vrijheid van losse componenten.

De kern: waar zit de krachtbron?

Het technische verschil is eigenlijk heel simpel: het draait allemaal om de locatie van de versterker. Een luidspreker kan namelijk geen geluid maken zonder stroom en aansturing.

Bij een actieve speaker is de versterker ingebouwd in de behuizing van de luidspreker zelf. Je herkent dat direct aan de achterkant: er zit een stroomkabel aan die het stopcontact in moet, en vaak knoppen voor volume of toonregeling. Je sluit je telefoon, pc of platenspeler direct aan op de speaker.

Bij een passieve speaker zit er géén elektronica in de kast die het geluid versterkt. De speaker heeft geen stekker voor het stopcontact, maar alleen aansluitingen voor luidsprekerdraad. Je hebt altijd een losse versterker of receiver nodig die het signaal krachtig genoeg maakt voordat het naar de speaker gaat. Een veelvoorkomend misverstand is dat 'passief' betekent dat ze slechter of zwakker zijn. Integendeel, de allerduurste hifi-systemen zijn bijna altijd passief.

©jipen

Wanneer is actief de slimste keuze?

Kies voor actief als je houdt van een opgeruimd huis en gebruiksgemak (dit soort speakers zijn meestal plug & play). Omdat de fabrikant de ingebouwde versterker helemaal heeft afgestemd op de luidspreker, ben je verzekerd van een goede match zonder dat je technisch inzicht nodig hebt. Dit is bij uitstek geschikt voor minimalisten die geen losse apparaten of een wirwar aan kabels in de woonkamer willen. Een soundbar is hier het bekendste voorbeeld van; dat is bijna altijd een actieve speaker. Ook voor een werkplek of gaming-setup op een bureau is dit de standaard, omdat je ze direct in je pc plugt zonder tussenkomst van een extra apparaat. Daarnaast zie je deze techniek terug in slimme multiroom-systemen met wifi of bluetooth (zoals die van Sonos), waarmee je direct vanaf je telefoon muziek streamt.

De beperking van alles-in-één

Het grote nadeel van actieve speakers is dat je vastzit aan het totaalpakket. Gaat de versterker in de speaker kapot? Dan doet je hele luidspreker het niet meer, ook al zijn de speaker-units zelf nog prima.

Daarnaast ben je minder flexibel in de toekomst. Bij passieve systemen kun je over vijf jaar besluiten om alleen een nieuwe versterker met de nieuwste streamingfuncties te kopen, terwijl je je geliefde speakers behoudt. Bij een actief systeem moet je bij veroudering van de software of aansluitingen vaak meteen de hele set vervangen. Daarnaast is het uitbreiden van een stereoset naar een volledige thuisbioscoop met actieve speakers vaak lastiger of beperkt tot één specifiek merk.

©Aboltin

Wanneer moet je absoluut niet voor actief kiezen?

Er zijn specifieke situaties waarin je een actief systeem beter links kunt laten liggen. Als je bijvoorbeeld al een prima werkende versterker of receiver hebt staan, is het zonde van je geld om actieve speakers te kopen. Je betaalt dan immers dubbel voor versterking die je niet gebruikt.

Ook als je speakers wilt wegwerken in het plafond of de muur is passief de enige logische route. Je wilt namelijk geen stroompunten bij elke inbouwspeaker aanleggen, en je kunt sowieso niet makkelijk bij de elektronica als er eenmaal iets stuk gaat.

Tot slot kun je in grote ruimtes, zoals een hal of showroom, beter met passief draad werken. Luidsprekerkabels zijn over lange afstanden veel makkelijker te trekken en te verlengen dan de combinatie van stroom- en signaalkabels bij actieve speakers.

Check je kabels en je kastruimte

Om de knoop door te hakken, kijk je eerst goed naar je eigen situatie. Heb je in je tv-meubel ruimte voor een los apparaat van ongeveer 44 cm breed (de standaardmaat voor receivers)? En vind je het leuk om zelf je set samen te stellen? Dan is passief jouw route naar topgeluid op maat.

Heb je daarentegen geen zin in gedoe, wil je met één afstandsbediening klaar zijn en heb je een hekel aan zichtbare apparatuur? Dan is een actief systeem of een actieve set boekenplank-speakers de moderne oplossing die je zoekt.

Kortom: eenvoud versus controle

Het verschil tussen actief en passief is een keuze tussen gemak en flexibiliteit. Actieve speakers bieden een alles-in-één oplossing: stekker erin en spelen, ideaal voor wie weinig ruimte of geduld heeft. Passieve speakers vereisen een losse versterker, maar geven je de vrijheid om je systeem oneindig aan te passen, te repareren en te upgraden. Kijk dus niet alleen naar het geluid, maar vooral naar hoeveel apparaten je in huis wilt halen.