ID.nl logo
Wat kun je tegenwoordig van een radio verwachten?
© Sony
Huis

Wat kun je tegenwoordig van een radio verwachten?

Luisteren naar de goeie ouwe radio, wie doet dat nog? Veel mensen verkiezen tegenwoordig streamingdiensten en draadloze speakers. De opkomst van digitale radio en veelzijdige toestellen blazen de radio echter nieuw leven in. Is het iets voor jou?

Vroeger was het makkelijk om uit leggen wat ‘radio’ precies was. Zo’n apparaat had vaak één functie: je af laten stemmen op een radiozender die via de lucht werd uitgezonden. Of als je het wat chiquer wilt stellen: via de ether. Een radio werd daarnaast vaak ingebouwd in audiotoestellen, zoals een AV-receiver of een compact muzieksysteem. Om die reden is de term ‘receiver’ in het leven geroepen: de versterker met een radiotuner of -ontvanger.

Ook lezen: De voor- en nadelen van een draadloze speaker

Tegenwoordig is de situatie totaal anders en wordt er vooral geluisterd via streamingdiensten als Spotify of Apple Music. Je zoekt daarmee een playlist op of je pikt een op maat gemaakt ‘radiostation’ mee. Sommige diensten, zoals Apple Music of Sonos Radio, bieden streaming radiostations aan, die worden samengesteld door een bekende artiest. De traditionele radiozenders hebben dus wel aardig wat concurrentie gekregen.

Toch is radio in de klassieke zin verre van dood. In de auto, maar ook in bedrijven en werkplaatsen wordt nog volop naar de radio geluisterd. Ook thuis blijft radio een makkelijke keuze als je snel wat muziek, nieuws en entertainment zoekt. Gewoon op de knop drukken en er speelt iets – lekker eenvoudig! Alleen wordt daarbij zelden voor een traditioneel toestel met een antenne gekozen.

Lekker radio luisteren?

Hier zit vast wel een leuk model voor je tussen!

Radio’s met een antenne zijn er zeker nog en bieden zo hun eigen voordelen. Radio via de ether is bijvoorbeeld gratis en beschikbaar op plaatsen waar wifi ontbreekt. Een radio met een accu heeft doorgaans een zeer goede autonomie. Het is ook heerlijk stressloos: gewoon luisteren naar wat de programmamaker bij het radiostation heeft samengesteld.

©Sony

Je zet een radio overal neer om van muziek te kunnen genieten.

DAB+

Luisteren via AM en FM kan nog altijd. Voorlopig tenminste, want geleidelijk worden deze oude analoge technologieën vervangen door nieuwe digitale tegenhangers, zoals DAB+. De komende jaren kun je nog wel verder blijven luisteren via de FM-band. Ondertussen wordt er wel aan die omslag naar DAB+ gewerkt en het meeste is al gebeurd. DAB+ heeft een kleiner bereik en zodoende moesten er meer zenders worden geplaatst. Inmiddels is een geschatte 97 procent van Nederland gedekt.

Dat DAB+ de toekomst is, blijkt uit een richtlijn van Europa over autoradio’s. Sinds eind 2020 moeten alle auto's worden uitgerust met een radio die DAB+ kan ontvangen. Nuttig op vakantie, want er zijn steeds meer Europese landen die FM-radio gaan afsluiten.

Grote voordeel is dat DAB+ veel minder plaats in het radiospectrum inneemt. In de ruimte van één analoge zender kunnen meerdere digitale zenders worden geplaatst. Bij een DAB+-uitzending krijg je ook nooit ruis te horen. Je hoort het radioprogramma kraakhelder, of anders helemaal niet – er is geen tussenweg.

De gebruikte digitale technologie biedt ook een goede geluidskwaliteit én je krijgt extra informatie mee. Zo kan de radio de naam van de artiest tonen waarvan je een liedje hoort. Het radiostation moet die informatie dan wel meesturen. Sommigen houden het op de zendernaam en eventueel de naam van het programma.

Om naar DAB+-radio te luisteren moet je een aangepaste radio hebben. Een oude analoge radio kan onmogelijk DAB+ ontvangen. Vroeger was er ook DAB, zonder het plusje achteraan. Dat is een oudere technologie die niet langer wordt ondersteund. Heb je zo’n oude radio liggen, dan zal het DAB+ wellicht niet kunnen ontvangen. 

©Philips

Ondanks de moderne techniek zijn DAB+-radio's ook te koop met een retro-jasje.

Internetradio

Radio luisteren kan ook via het internet. Fabrikanten zoals Sonos geven aan dat er via hun draadloze speakers zelfs heel veel naar internetradio wordt geluisterd. Er wordt vaak gekozen voor dezelfde Nederlandse zenders die voorheen via de antenne werden geconsumeerd. 

Het is een interessante optie als je naar een radiozender wilt luisteren, maar niet wilt investeren in een echte radio. Internetradio luisteren kan namelijk op vele manieren: via een app op je smartphone of tablet, via de browser of via draadloze speakers en audiotoestellen. De bekendste aanbieder van internetradio is TuneIn, maar er zijn ook andere apps verkrijgbaar. 

Dankzij internetradio kun je ook in het buitenland probleemloos Nederlandse zenders beluisteren. Zelfs op de camping in de Ardèche.

Maar er zijn nog meer voordelen. Internetradio geeft je bijvoorbeeld toegang tot heel veel radiostations. Nagenoeg alle Nederlandse zenders zijn beschikbaar. Maar je kunt ook probleemloos naar buitenlandse zenders luisteren. Het maakt niet uit waar een station gevestigd is. Daarnaast zijn er ongelooflijk veel genrestations: van metal tot jazz, van klassiek tot techno.

De kwaliteit van het geluid hangt af van wat een radiostation aanbiedt. De audio wordt gecomprimeerd, bijvoorbeeld als een MP3-stream. Sommige zenders kiezen voor grote compressie, wat leidt tot minder goede geluidskwaliteit. Maar zo blijft het dataverbruik binnen de perken. Anderen zetten echter net in op een hoge kwaliteit. Je hebt zelfs audiofiele zenders die in cd-kwaliteit streamen.

Toestellen met internetradio geven je meestal eveneens toegang tot podcasts, al kan het wel handiger zijn om podcasts via een app te zoeken en te beluisteren.

Welke soort toestellen zijn er?

Op het gebied van muziek luisteren is er weliswaar veel veranderd, en toch zijn radio’s nog altijd in te delen in dezelfde types als decennia geleden. Er zijn compacte, draagbare modellen, grotere tafelradio’s en audiotoestellen die vaak ook andere muziekfuncties aan boord hebben.

Een kleine radio hoeft niet veel te kosten. Je vindt al toestellen vanaf 40 euro. Duurdere tafelradio’s kosten 100 euro, 200 euro of zelfs meer. Een knap design zal het prijskaartje nog iets hoger doen uitkomen. Let wel op bij heel kleine toestellen: een heel bescheiden speakertje zal niet veel geluid geven, en ook geen diepe bassen of hoge details. Wel prima om bij tijdens het tuinieren een voetbalwedstrijd te volgen.

De batterij in compacte radio's gaan vaak heel lang mee.

De compacte toestellen kun je makkelijk vervoeren. Ze hebben een ingebouwde batterij en zijn soms amper groter dan een smartphone. Wel wat dikker, want er zit natuurlijk een speaker in de behuizing. Compacte radio’s heb je in alle stijlen, inclusief stevige apparaten die je mee op reis kunt nemen of zelfs naar het bouwterrein.

Er bestaan nog wel ‘pure’ radio’s, maar de meeste apparaten bieden naast radio ook nog andere muziekopties. Veel voorkomend is bluetooth. Hiermee kun je een smartphone verbinden om muziek af te spelen. Iets duurdere radio’s geven je vaak de keuze tussen DAB+ en internetradio. Zo kun je kiezen welke optie bij jouw situatie past. Vaak zijn dat wel tafelradio’s.

Tafelradio’s zijn wat groter. Zoals de naam aangeeft, zijn ze eerder bedoeld om op een tafel of meubel te staan. Soms zijn ze voorzien van een handgreep om ze van een kamer naar een andere ruimte te verplaatsen. Er zijn tafelradio's die op batterijen kunnen werken, maar meestal komt er een netsnoer aan te pas. Qua design kom je veel verschillende ontwerpen tegen, maar er zijn wel opvallend veel retrodesigns te vinden. Zo kun je makkelijk een radio vinden die doet denken aan het toestel dat vroeger bij je grootouders stond te pronken.

©Lenco

Geen subtiele tiptoetjes, maar gewoon een grote ouderwetse draaiknop op deze radio.

Andere audiotoestellen, zoals een AV-receiver of een hifi-versterker met radio ingebouwd? Dat zie je steeds minder vaak. Soms wordt er alleen DAB+ aangeboden en ontbreekt de FM-tuner. Wat je dan wel hebt, is internetradio. Als een audioversterker streaming-functies heeft ingebouwd, dan is deze optie er ook altijd bij. Heeft een apparaat bluetooth, AirPlay of Chromecast, dan kun je op die manier ook internetradio afspelen vanaf een app op je smartphone. Kortom, er is altijd wel een manier om naar je favoriete zenders te luisteren.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.