ID.nl logo
Review: JBL Live 770NC is ongewoon gewoon
Huis

Review: JBL Live 770NC is ongewoon gewoon

Voor net geen 160 euro kun je nu de JBL Live 770NC-koptelefoon op de kop tikken. Hij beschikt over de JBL Signature Sound, bluetooth 5.3 en heeft fijne, actieve ruisonderdrukking. Maar is dit de beste keuze als zoekt naar betaalbare over-ears?

Uitstekend
Conclusie

Onderaan de streep moeten we opmerken dat de verschillen tussen de Sony WH-CH720N (zie verderop) en de JBL Live 770NC niet heel groot zijn. De Sony heeft betere, algemene audioprestaties door de indrukwekkende chipset, maar de JBL zit veel beter (en blijft lang lekker zitten). De JBL heeft daarnaast een veel langere accuduur, terwijl de actieve ruisonderdrukking van gelijkwaardig niveau is. Verder beschikken ze allebei over een handige equalizer en merken we dat de ruisonderdrukking geen negatieve invloed heeft op de audioprestaties (zoals bij Soundcore soms wel het geval is). Daarnaast is het fijn om te zien dat er ruimte gemaakt is voor een audiokabel (net als op de Sony), waardoor je dus niet helemaal afhankelijk bent van bluetooth. Maar daarin zijn de JBL en Sony ook gelijk. Beide modellen bieden bovendien multipoint aan, waardoor je ze aan twee apparaten tegelijkertijd kunt koppelen. Op het gebied van audio scoort de Sony net iets beter, terwijl de JBL het wint qua accuduur en comfort. Mocht je voor de JBL gaan, houd dan rekening met de bas – maar echt teleurgesteld zul je verder niet zijn in de audiokwaliteit.

Plus- en minpunten
  • Accuduur
  • Actieve ruisonderdrukking
  • Algemene audiokwaliteit
  • Draagcomfort
  • Equalizer in de app
  • Bekabeld en draadloos
  • Tegenvallende opberghoes
  • Flinke nadruk op bas
  • Oorkussens kunnen warm worden

Eerder dit jaar testte we op ID.nl de Sony WH-CH720N-koptelefoon. Dit is een prima over-ear die destijds een prijs had van 150 euro. In ongeveer dezelfde prijscategorie is nu de JBL Live 770NC beschikbaar, die net geen acht euro duurder is.

Beide koptelefoons hebben veel dezelfde eigenschappen, waardoor ze prima met elkaar te vergelijken zijn. Sony maakte eerder al indruk met audiokwaliteit, actieve ruisonderdrukking en accuduur, maar liet wat te wensen over op het gebied van draagcomfort, flexibiliteit en een gebrekkige opbergtas. Hoe brengt de JBL het ervan af?

Meld je aan voor het Koptelefoonwijzer Eindrapport 2024

Door het invullen van jouw naam en e-mailadres meld je je aan voor ontvangst van de Kieskeurig.nl Koptelefoonwijzer-resultaten. Tevens ben je ingeschreven voor de Kieskeurig.nl nieuwsbrief.

JBL Live 770NC zit lang lekker

In het algemeen zijn we in elk geval te spreken over het draagcomfort van de JBL Live 770NC. De horizontaal kantelbare oorcups oefenen weinig tot geen druk uit op het hoofd, omdat ze licht meeveren. De uitschuifbare band laat zich gemakkelijk bedienen, en trekt daarnaast niet heel hard aan je haren (maar als die net even verkeerd zit, voel je dat alsnog). De oorkussens zijn verder lekker zacht en warm (maar kunnen je oren soms net even te warm laten aanvoelen), maar kunnen ondertussen ruzie maken met je oorbellen. Dan moet je lang zoeken naar een comfortabele fit.

Hoewel het fijn is dat JBL op z’n minst een opbergzakje meegeeft, voelt dat tevens een beetje goedkoop aan. Niet dat bijvoorbeeld de opbergcase van betaalbare Soundcore-koptelefoons je-van-het zijn, maar die geven tenminste nog het idee dat de koptelefoon beschermd wordt.

Verder heeft de 770NC fysieke knoppen die je zonder te kijken kunt bedienen, maar ook aanraakgevoelige oppervlakten waarmee je bijvoorbeeld de muziek pauzeert of een stemassistent aanspreekt. Dit activeer je redelijk snel, ook wanneer je de koptelefoon verzet of af wil doen. En dat kan soms een beetje irritant zijn.

Onderdelen waar we echt heel blij van worden, zijn bijvoorbeeld de lange accuduur van zeventig uur. Dat aantal haal je gemakkelijk wanneer je geen actieve ruisonderdrukking gebruikt. Doe je dat wel, dan heb je alsnog 44 uur luisterplezier. Dat is een behoorlijke prestatie op dit prijsniveau. Bovendien brengt vijf minuten opladen minimaal drie uur luisteren, waardoor je snel weer vooruit kunt. Daarnaast is er een usb-c-poort voor het opladen én kun je een audiojack aansluiten, waardoor je hem dus ook zonder accu kunt gebruiken. Dat maakt de JBL Live 770NC heel veelzijdig.

Nadruk op de basweergave

Zoals wel vaker bij JBL-producten het geval is (maar bijvoorbeeld niet bij de Authentics 300), ligt bij de audiokwaliteit de nadruk op de bas. Daardoor klinkt muziek in elk geval warm en zwaar, wat vooral fijn is bij elektronische en popmuziek. Zo’n zwaardere baslaag is niet welkom in elk genre, maar als je al JBL-koptelefoons gewend bent, dan weet je wat je van die Signature Sound kunt verwachten. Ondanks dat kan muziek ook helder en breed klinken, maar dat verschilt echt per nummer. Met de equalizer in de app kun je gelukkig het geluid afstemmen op wat je persoonlijk prettig vindt.

Binnen die app tref je nog een aantal handige opties aan, zoals ondersteuning voor ruimtelijk geluid. Dat onderdeel kun je daarnaast verder afstemmen op films, muziek en games. Vooral bij muziekweergave kan het geluid dan opeens heel anders klinken dan je gewend bent, omdat het gros van de tracks daarvoor niet geoptimaliseerd is. De ervaring gaat er niet altijd op vooruit, waardoor we de optie vrijwel niet gebruikt hebben na het testen. Voor games en films kan dit wel een toegevoegde waarde hebben, aangezien je dan heel goed meekrijgt wat er om je heen gebeurt.

Verder kun je per aanraakpaneel instellen wat het moet doen, kun je de balans tussen links en rechts aanpassen (handig voor als het ene oor net iets minder hoort dan het andere) en kun je zelfs een volumebegrenzer activeren. Er is helaas geen automatische optie die het geluid pauzeert wanneer je de JBL Live 770NC afzet; zo’n detectiemogelijkheid heeft de headset niet.

Tot slot zijn we enorm tevreden over de actieve ruisonderdrukking. De JBL Live 770NC houdt heel veel geluiden buiten de deur, waardoor je je optimaal kunt concentreren of afsluiten – zonder nadelige invloed op de audio.

JBL Live 770NC kopen?

Onderaan de streep moeten we opmerken dat de verschillen tussen de eerdergenoemde Sony en de JBL Live 770NC niet heel groot zijn. De Sony heeft betere, algemene audioprestaties door de indrukwekkende chipset, maar de JBL zit veel beter (en blijft lang lekker zitten). De JBL heeft daarnaast een veel langere accuduur, terwijl de actieve ruisonderdrukking van gelijkwaardig niveau is. Verder beschikken ze allebei over een handige equalizer en merken we dat de ruisonderdrukking geen negatieve invloed heeft op de audioprestaties.

Daarnaast is het fijn om te zien dat er ruimte gemaakt is voor een audiokabel (net als op de Sony), waardoor je dus niet helemaal afhankelijk bent van bluetooth. Maar daarin zijn de JBL en Sony ook gelijk. Beide modellen bieden bovendien multipoint aan, waardoor je ze aan twee apparaten tegelijkertijd kunt koppelen. Op het gebied van audio scoort de Sony net iets beter, terwijl de JBL het wint qua accuduur en comfort. Mocht je voor de JBL gaan, houd dan rekening met de bas – maar echt teleurgesteld zul je verder niet zijn in de audiokwaliteit.


▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.