ID.nl logo
De huidige trends op gebied van muziek streaming
© Reshift Digital
Huis

De huidige trends op gebied van muziek streaming

Bijna iedereen streamt audio via Spotify, Apple Music, Deezer of een andere online muziekdienst. Vanwege de relatief hoge concurrentie zijn er op de achtergrond in streamingland vrijwel continu ontwikkelingen gaande. Zo overweegt Spotify om een budget-abonnement in te voeren, terwijl steeds meer aanbieders heil zien in het leveren van lossless- of zelfs hi-res-streams. Een update over de actuele ontwikkelingen rondom audiostreaming.

Muziekliefhebbers kunnen miljoenen nummers voor nop streamen. Zo bestaan er met Deezer Free en Spotify Free twee abonnementen om gratis naar online muziek te luisteren. Houd wel rekening met gesproken reclame en het ontbreken van functies. Zo kun je bijvoorbeeld niet onbeperkt nummers overslaan en offline muziek bewaren.

Vind je de stap naar een betaald abonnement van zo’n tien euro per maand te groot? Goed nieuws, want Spotify wil op termijn een budget-abonnement introduceren. Momenteel test de Zweedse muziekdienst de nieuwe abonnementsvorm bij een klein groepje gebruikers. Dit zogeheten Plus-abonnement kost ongeveer een dollar. Hierbij zijn er nog altijd reclameboodschappen te horen, maar abonnees krijgen wel toegang tot de meeste functies uit het reguliere Premium-abonnement.

Lossless en hi-res

Nog altijd leveren de meeste aanbieders bij het reguliere abonnement gecomprimeerde audiostreams aan hun luisteraars. Zo gebruikt Spotify bijvoorbeeld de Ogg Vorbis-codec in een maximale bitrate van 320 Kbit/s, terwijl Deezer hiervoor een beroep doet op de mp3-indeling. Voor de meeste draadloze hoofdtelefoons, soundbars, smart-tv’s, draadloze speakers en autoradio’s voldoen de gecomprimeerde streams prima. Hoewel er informatie uit de oorspronkelijke opnames is gehaald, kunnen luisteraars dat op de genoemde apparatuur over het algemeen niet of nauwelijks horen.

Bezitters van een audiosysteem met losse speakers hebben wél baat bij een hogere kwaliteit van audiostreams. Dergelijke systemen bevatten vaak ruime luidsprekers met meerdere audiodrivers. Die zijn in staat om meer details uit de opname weer te geven, zodat de muziek bijvoorbeeld dynamischer en voller klinkt. Aangezien steeds meer versterkers en receivers een (draadloze) netwerkaansluiting aan boord hebben, neemt daarmee de behoefte aan hoogwaardige audiostreams toe.

Tegen een meerprijs bieden Deezer en Tidal al enige tijd muziek in een kwaliteit van 16 bit/44,1 kHz aan. Deze lossless-streams zijn vergelijkbaar met de kwaliteit van cd’s. Tidal doet daar met een maximale hi-res-resolutie van 24 bit/192 kHz desgewenst nog een schepje bovenop, al zijn deze streams niet voor alle albums beschikbaar. Verder bieden Qobuz en Primephonic eveneens abonnementen met hi-res-audiostreams aan.

MQA-codec Eind 2014 introduceerde Meridian Audio met veel bombarie de MQA-codec. Deze codec maakt het mogelijk om audiobestanden in een hoge kwaliteit op te slaan, zonder dat hierbij de bestandsomvang enorme proporties aanneemt. Meestal gebruikt de codec hiervoor de veelgebruikte flac-bestandscontainer, waardoor de meeste (mobiele) apparaten het audioformaat ondersteunen. Ondanks de gunstige eigenschappen voor audiostreaming is er zeven jaar na dato slechts één online muziekdienst die audiostreams via de MQA-codec levert: Tidal. Abonnees herkennen de streams aan het Master-logo. Volgens de streamingdienst laten de zogeheten Tidal Masters het geluid horen zoals de artiest dat oorspronkelijk bedoeld heeft. Overigens is niet iedereen overtuigd van het MQA-formaat. Zo besloot Neil Young om een groot deel van zijn muziek van Tidal te verwijderen, aangezien de Canadese muzikant het geluid van MQA-streams ondermaats vindt.

Apple Music Lossless

©PXimport

Aanbieders als Deezer en Tidal hanteren duurdere abonnementen voor het leveren van lossless- of hi-res-audiostreams. Apple Music gooit het over een andere boeg. Sinds afgelopen voorjaar hebben abonnees met een standaardabonnement van 9,99 euro per maand toegang tot zo’n 75 miljoen nummers in lossless- en hi-res-kwaliteit. Daarmee is Apple momenteel de goedkoopste aanbieder van hoogwaardige audiostreams. Hiervoor gebruikt de Amerikaanse multinational zijn eigen Apple Lossless Audio Codec (ALAC). De beschikbare geluidskwaliteit varieert van 16 bit/44,1 kHz tot maximaal 24 bit/192 kHz.

Naar verluidt introduceert marktleider Spotify in het najaar lossless-audiostreams in een kwaliteit van 16 bit/44,1 kHz. De vraag is of de Zweedse muziekdienst hiervoor een duurder hifi-abonnement in het leven roept of het lossless-aanbod beschikbaar maakt voor Premium-abonnees.

Dolby Atmos-ondersteuning

Steeds meer audiovisuele apparatuur ondersteunt de weergave van Dolby Atmos. Via surround- en hoogtekanalen genieten luisteraars daarmee van een ruimtelijker geluid. Tidal speelde eind 2019 als eerste in op deze trend door bepaalde albums in een Dolby Atmos-audiospoor aan te bieden. Vorig jaar volgde nog een extra update, waardoor de functie inmiddels op een behoorlijk aantal apparaten werkt, zoals geschikte smart-tv’s, soundbars en de Apple TV 4K. Overigens is deze luisterfunctie alleen beschikbaar voor leden met een Tidal HiFi-abonnement van 19,99 euro per maand.

In navolging van Tidal voegde ook Apple Music afgelopen voorjaar ondersteuning voor Dolby Atmos toe. Een belangrijk verschil is dat abonnees hiervoor geen duurder abonnement nodig hebben. Een minpunt is dat de luisterfunctie niet breed beschikbaar is, want hij werkt alleen op bepaalde apparaten van Apple en Beats. Daarnaast kun je er ook op geschikte Android-toestellen mee uit de voeten.

©PXimport

Compressie via bluetooth

Veel luisteraars zweren bij hun bluetooth-hoofdtelefoon. Begrijpelijk, want via draadloze overdracht luister je comfortabel naar afspeellijsten van je favoriete muziekdienst. Je hebt geen last van bungelende snoertjes, terwijl de betere draadloze koptelefoons omgevingsgeluiden dempen via actieve ruisonderdrukking.

Voor audiopuristen die lossless- of hi-res-streams afspelen, kent bluetooth helaas een groot nadeel. Het bronmateriaal is misschien wel van een hoge kwaliteit, maar bluetooth past naderhand evengoed compressie toe om de bandbreedte te reduceren. Hierbij is er dus sprake van audioverlies. Weliswaar komen er geregeld nieuwe bluetooth-codecs (bijvoorbeeld aptX) uit die de oorspronkelijke opnames minder aantasten, maar desondanks belanden er altijd audiogegevens in de prullenbak. 

Luister daarom bij voorkeur via een bekabelde verbinding naar lossless- of hi-res-audiostreams. Overigens vereist de weergave van hi-res-muziek specifieke geluidsapparatuur, zoals een externe DAC of hoofdtelefoonversterker.

Onderscheid zoeken

Naast een breed muziekaanbod proberen streamingdiensten zich met andere audiovormen van concurrenten te onderscheiden. Spotify heeft bijvoorbeeld een groot aanbod met Nederlandstalige podcasts, terwijl Apple Music met Beats 1 een eigen radiostation beheert. Deezer heeft een apart kanaal met Nederlandse luisterboeken en Tidal zendt geregeld livestreams uit. Kortom, er valt bij elke online muziekdienst genoeg te ontdekken. Vergelijk hier muziekstreamingdiensten met elkaar.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.