ID.nl logo
Je leest het (hopelijk) goed: dit moet je weten over computerbrillen
© suebsiri@hotmail.com
Gezond leven

Je leest het (hopelijk) goed: dit moet je weten over computerbrillen

Als je dagelijks urenlang achter een computer zit, dan kunnen je ogen vermoeid raken. Om dit te voorkomen, kun je een computerbril nemen. Dit is een bril op sterkte die perfect is afgestemd op de afstand tussen jou en je beeldscherm. Wanneer heb je zo’n bril nodig? En wat zijn de voor- en nadelen ervan? In dit artikel gaan wij daar dieper op in.

👓Na het lezen van dit artikel weet je: Wat een computerbril doet en wat het verschil is met een normale bril |Wanneer je een computerbril nodig hebt | Wat de voor- en nadelen van deze brillen zijn.

Ook bekijken: 5 tips tegen ... Computerogen


Een computerbril is vergelijkbaar met een leesbril, alleen zijn de lenzen niet afgestemd op de afstand tussen je ogen en je boek, maar op de oogafstand tot je beeldscherm. Meestal gaat het dan om lenzen voor een afstand van 40 tot 100 cm, afhankelijk uiteraard van hoe ver je van je beeldscherm af zit. Er zijn ook brillen die zijn afgestemd op een grotere afstand, denk aan 4 meter, wat handig kan zijn als je vaak achter je laptop zit tijdens vergaderingen of presentaties en dus niet continu naar je scherm tuurt.

Een computerbril is wat anders dan een multifocale bril, omdat deze zich puur richt op korte en middellange afstanden. Bij multifocaal gaat het juist om een overgang van veraf naar dichtbij. Bij multifocale glazen moet je je hoofd vaak wat naar achteren kantelen om het beeld van dichtbij goed te kunnen zien, terwijl je bij een computerbril gewoon een neutrale stand behoudt. Dit voorkomt onder meer nek- en rugklachten.

Blauw schermlicht neutraliseren

Bij de aanschaf van een bril kun je ook kiezen voor een speciale coating, die het blauwe licht van beeldschermen neutraliseert. Hoewel het niet wetenschappelijk is bewezen dat het blauwe licht schadelijk is voor je ogen, ervaren sommige mensen minder klachten door een bril te dragen met een zogenoemde blauwlichtfilter. Wel bevestigen diverse onderzoeken dat frequent of langdurig schermgebruik in de avond samenhangt met verstoorde slaap. Werk je tot laat in de avond door achter je computer, dan kan een bril met blauwlichtfilter dus een aanrader zijn.

Bij goedkopere brillen komt het vaker voor dat de coating heel dun is aangebracht, waardoor je eigenlijk niet profiteert van de effecten van het blauwlichtfilter. Je moet echt een gele gloed zien, om de effecten van het blauwe scherm te minimaliseren.

©PXimport

Beeldschermen geven een blauw licht af, wat je slaap kan verstoren. Een bril met blauwlichtfilter kan een oplossing zijn.

Kritiek op blauwlichtfilter

Overigens is er ook kritiek op brillen met een blauwlichtfilter. Sommige experts vinden het niets meer dan een slimme marketingtruc. Bovendien zijn er zorgen dat de gele waas je perceptie van kleuren in de war brengt, maar dit is niet wetenschappelijk bewezen. Een blauwlichtfilter kan helpen, maar is dus geen wondermiddel.

Wanneer heb je een computerbril nodig?

Experts adviseren een speciale bril te overwegen als je na een werkdag regelmatig last hebt van prikkende of vermoeide ogen. Ook als je regelmatig last hebt van hoofd-, nek-, schouder- of rugpijn kan een computerbril een oplossing zijn.

Meestal spelen dit soort klachten pas bij een leeftijd van 40 jaar of ouder en als je vele uren per dag achter een beeldscherm zit. Het is overigens een misverstand om te denken dat alleen iemand met slecht zicht een computerbril nodig heeft. Iedereen kan er namelijk baat bij hebben.

Sommige kwaaltjes kun je vaak zelf al oplossen (of in ieder geval verminderen) door te letten op je gezondheid. Zorg er bijvoorbeeld voor dat je tijdens een werkdag even van je scherm weg bent. Experts adviseren om iedere 20 minuten even 20 seconden bij je beeldscherm weg te zijn. Blijf gehydrateerd om hoofdpijn te voorkomen en pas eventueel de instellingen van je beeldscherm aan. Zo hebben veel apps tegenwoordig een nachtmodus, waardoor je ogen meer rust krijgen.

Lees ook: Zo zet je alle apps automatisch in de nachtmodus op je smartphone

©PXimport

Zelf kun je vaak ook al wat kwaaltjes voorkomen. Je hoeft dus niet direct naar de opticien te rennen.

Kosten van een computerbril

In tegenstelling tot leesbrillen zijn (kwalitatief goede) computerbrillen vaak vrij duur in de aanschaf. Afhankelijk van de glazen, kunnen de prijzen variëren van 250 tot 400 euro. Er zijn goedkopere, generieke modellen te koop, maar die kunnen mogelijk niet het gewenste resultaat opleveren. Als je lang achter een computer zit, wil je bovendien dat de bril ook goed zit om irritatie te voorkomen. Het beste kun je dan ook naar een optiekwinkel gaan om je te laten adviseren.

In de Arbowet is opgenomen dat jouw werkgever verplicht is om oogklachten zo veel mogelijk te voorkomen en te beperken. Als uit oogonderzoek blijkt dat je een computerbril kunt gebruiken, dan dient je werkgever deze bril (gedeeltelijk) te vergoeden. Hoeveel je vergoed krijgt, verschilt per werkgever.

Een zorgverzekeraar kan een computerbril ook deels vergoeden, maar alleen als je een aanvullende verzekering hebt voor een bril of lenzen.

©Who is Danny - stock.adobe.com

Een computerbril kan aardig in de kosten lopen.

Conclusie

Een computerbril kan dus een oplossing zijn als je op een dag vele uren achter een beeldscherm zit en je geregeld last hebt van moeheid, prikkelende ogen, hoofdpijn of andere lichamelijk klachten. Werk je in de avonden door, dan kan een bril met blauwlichtfilter helpen bij het verbeteren van je nachtrust, al is dit geen wondermiddel. Met enkele simpele gezondheidstips kom je eigenlijk al een heel eind. Probeer af en toe even van je scherm weg te lopen en gebruik in de avond de nachtmodus om je ogen meer rust te geven, voordat je de aanschaf van een bril overweegt. Nog steeds last? Maak dan een afspraak met een opticien voor een oogtest.


▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.