ID.nl logo
Zo kies je de beste babyfoon
© africa-studio.com (Olga Yastremska and Leonid Yastremskiy)
Gezond leven

Zo kies je de beste babyfoon

Baby op komst? Een babyfoon mag in je baby-uitzet* niet ontbreken. Zo kun je je kindje goed in de gaten houden, ook als je zelf in een andere kamer bent. Er zijn behoorlijk wat opties. We helpen je zodat je een babyfoon kunt vinden die helemaal aan jouw wensen voldoet.

Babyfoon kopen? Dan moet je letten op een aantal factoren. In dit artikel leggen we daar alles over uit, zodat je daarna de beste babyfoon voor jou en je kindje kunt kiezen.

𝥷De verbinding die je wilt gaan gebruiken: DECT, FHSS, analoog, wifi 𝥷De uitvoering: alleen audio of ook video? 𝥷Wel of geen extra ouderunit? 𝥷Wel of geen nachtvisie? 𝥷Wel of geen extra's als huilalarm, temperatuurbewaking

Ook interessant voor jou: het artikel Kiezen voor een babyfoon met app.

Een babyfoon is een handig apparaatje waarmee je je baby in de gaten kunt houden. Vroeger kon je je baby alleen maar horen ("Huilt-ie nou? Ga eens kijken!"), maar tegenwoordig worden babyfoons ook uitgerust met camera’s en displays. De prijzen van babyfoons lopen uiteen van een paar tientjes tot honderden euro's. Voordat we daarom uitleggen welke opties je nu tot je beschikking hebt, is het wel goed om vooraf te bedenken wat je budget is. Je uiteindelijke keuze zal namelijk voor een deel ook daar vanaf hangen.

DECT, FHSS, analoog en wifi: kies de juiste verbindingsmogelijkheid

Om te kunnen bepalen waar een babyfoon aan moet voldoen, is het zaak dat je bedenkt wat je zelf het prettigst vindt (binnen je budget). Hoef je de baby alleen maar te horen en hem of haar niet per se te zien? Dan voldoet een audio-only model prima. Dergelijke modellen beschikken vaak over DECT- of FHSS-verbindingen en daar is in de basis niets mis mee. Dit zijn stabiele verbindingen, met een groot bereik en weinig tot geen storingen. Zo weet je dus altijd zeker dat je je baby kunt horen wanneer er wat is en dat er geen verbindingsproblemen zijn wanneer je niets hoort.

Er kleven aan DECT echter ook wat nadelen. Zo kun je zo’n systeem bijvoorbeeld niet uitbreiden met een camera. Ook kan dit communicatiesysteem straling veroorzaken, al is die kans zeer gering. Babyfoons die werken met Digital Enhanced Cordless Telecommunications hebben een soort eco-modus die stralingsvrij is, omdat ze werken op een lagere frequentie. Datzelfde geldt voor de versleutelde verbindingstandaard FHSS (Frequency Hopping Spread Spectrum). Hoewel de kans op problemen ontzettend klein en bijna nihil is, is dit wel belangrijke informatie om mee te nemen. FHSS is – in tegenstelling tot DECT – wél uit te breiden met camera’s. En dankzij de beveiligde aard van het systeem kan een hacker ook niet inbreken en meekijken of luisteren naar wat je baby doet.

Wil je helemaal geen kans hebben op straling – op wat voor niveau dan ook – dan kun je kiezen voor een babyfoon met een analoge verbinding. Dergelijke babyfoons bieden een helder geluid aan, maar hebben ook een hoge kans op storing op de lijn. Bovendien kun je later geen camera toevoegen. Wanneer je voor zo’n model kiest, neem er dan één met veel kanalen of storingen te voorkomen.

Tot slot kijken we nog even naar de babyfoon met wifi aan boord. Verschillende fabrikanten bieden vaak speciale versies van bestaande beveiligingscamera’s aan die beschikken over babyspecifieke functies, zoals een huilalarm. Het fijne aan dit soort systemen is dat je een onbeperkt bereik hebt en dat je niet altijd diep in de buidel tast wanneer je een simpeler model aanschaft. Je hoeft dan niet meteen een versie voor baby’s te kopen, maar dan kan het zijn dat je specifieke functies mist. Verder moet je ervoor zorgen dat je een stabiele internetverbinding hebt, anders krijg je niets mee.

©africa-studio.com (Olga Yastremska and Leonid Yastremskiy)

Babyfoon met audio of video?

Wanneer je weet wat je wilt uitgeven en het type verbinding bepaald hebt, kun je gaan nadenken over de functies van de babyfoon. Wil je een model met alleen audio of eentje met zowel audio als video? Hoe uitgebreider de babyfoon is, hoe duurder het apparaat wordt. Als je kiest voor een babyfoon zonder camera, dan is het fijn wanneer zo’n versie beschikt over de optie om ruis op de achtergrond te filteren. Sommige modellen bieden zelfs een terugspoelfunctie en een thermometer aan, waardoor je je kindje nog beter in de gaten kunt houden.

Wil je toch liever een babyfoon met camera? Dan lijkt het aantal opties wellicht eindeloos te zijn. Maar laat je niet gek maken door wollige marketingblabla of premium functies waar je mogelijk niets aan hebt. Wanneer je een camera in de babykamer hangt die het bedje goed in de gaten houdt, dan heb je bijvoorbeeld helemaal geen pan- of tiltfuncties nodig. Met dergelijke functies kunnen camerasystemen in het algemeen bewegingen volgen. Maar als het goed is loopt de kleine nog niet en als dat wel het geval is, moet je eerst nog even een ander soort bed kopen, wellicht.

Waar de babyfoon wél over moet beschikken is goede nachtvisie. Kleur is niet nodig voor de bewaking; helemaal niet als je gewoon op het zwart-witbeeld goed kunt volgen wat er gebeurt. Met nachtvisie aan boord heb je ook geen lampje nodig op de babykamer, waardoor het kind gewoon ongestoord kan slapen.

Sommige babyfoons met camera hebben een zogenaamde ouderunit: een klein beeldscherm met een accu aan boord, dat je op de koffietafel of bankleuning kunt plaatsen waar je het kindje op kunt monitoren. Dat scherm springt dan aan bij beweging of geluid.

Het voordeel van zo’n extra unit is dat je niet heel de tijd je smartphone hoeft te pakken om te zien wat er gebeurt of speelt. Dat geeft ook wat rust, aangezien je niet steeds de app opent of notificaties binnenkrijgt. Het losse apparaatje zet je neer en zie je oplichten wanneer nodig. Dergelijke camera’s zijn zeer gevoelig en lichten dus vaker op dan eigenlijk echt nodig is, dus schrik niet als het schermpje aanspringt. Soms is de baby wat beweeglijk, maar dat betekent niet dat er wat aan de hand is. Op een gegeven moment leer je je eigen kind goed genoeg kennen om te weten of er iets speelt.

©Saklakova - stock.adobe.com

Welke babyfoon past bij jou?

In dit artikel hebben we een aantal eigenschappen van veelvoorkomende babyfoons besproken. Maar om te kunnen bepalen welke babyfoon nu echt bij jou past, hebben we nog een aantal handige tips op een rijtje gezet. Zo kun je voor jezelf achterhalen welke foon het beste voor jou is.

  • Let op het bereik van de babyfoon en houd daarin rekening met de grootte van je huis.

  • Houd rekening met stoorzenders. Analoge babyfoons profiteren van een grote hoeveelheid zenders, waardoor je een rustig kanaal kunt uitkiezen. Haal je er één met wifi in huis? Zorg dan voor een goede internetverbinding en eventueel een back-up (zoals 5G). DECT- en FHSS-modellen bieden een storingvrije ervaring aan.

  • Check of er een volumeregelaar is en of je de gevoeligheid van de babyfoon kunt aanpassen, zodat je niet om de haverklap wakker wordt.

  • Check van tevoren hoe vaak je een babyfoon of ouderunit moet opladen. Installeer je een camera? Kijk dan voor een model dat werkt met een stroomkabel en zoek er een centrale plek voor uit. En lees je ook vooral in hoe de babyfoon aangeeft dat de batterijen bijna leeg zijn.

  • Sommige babyfoons hebben temperatuurbewaking aan boord. Dat is geen overbodige luxe wanneer je geen losse thermostaat hebt staan in de babykamer: je kunt zo makkelijk in de gaten houden of het in de babykamer niet te warm of te koud wordt.

Vrijwel alle bovenstaande zaken zijn dingen die je van tevoren dient uit te zoeken. Maar er zijn ook wat zaken die je kunt doen wanneer je het product eenmaal in huis hebt staan. Test bijvoorbeeld al voordat je baby geboren is de ideale opstelling om te kijken of alles naar behoren werkt. Dat voorkomt na de geboorte stress. Check of de verbinding werkt, of het beeld goed is en of er ergens misschien storing op de lijn zit. Dan ben je helemaal voorbereid voor wanneer hij of zij arriveert – en dat is wel zo fijn.

Bekijk hier alle babyfoons

bij Bol.com

*Net als een sterilisator voor babyflesjes en speentjes

▼ Volgende artikel
Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard
Huis

Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard

Het Zuid-Koreaanse zou een shooter gebaseerd op Starcraft in ontwikkeling hebben voor IP-eigenaar Blizzard.

Dat claimt The Korean Economic Daily. Een team binnen Nexon dat gespecialiseerd is in shooters zou zich op dit moment volledig richten op de nog onaangekondigde game. De ontwikkeling zou nog niet lang geleden zijn gestart, en dus zou de shooter nog lang op zich laten wachten.

Verdere details zijn er nog niet, behalve dat Choi Jun-ho ook bij het project betrokken zou zijn. Hij maakte eerder de populaire Shinppu-mapmod voor Starcraft.

Starcraft

Er gaan al langer geruchten over een shooter gebaseerd op Starcraft. Vorig jaar meldde Bloomberg-journalist Jason Schreier al in zijn boek 'Play Nice: The Rise, Fall and Future of Blizzard Entertainment' dat Blizzard aan een shooter zou werken. Volgens Schreier is de shooter van Nexon echter niet gerelateerd aan de shooter van Blizzard - het zouden om twee afzonderlijke projecten gaan.

De Starcraft-reeks bestaat uit real-time strategygames. De eerste verscheen in 1998, en een vervolg kwam in 2010 uit. Blizzard heeft al vaker geprobeerd shooters gebaseerd op de Starcraft-franchise te maken, maar die werden vooralsnog altijd geannuleerd.

Mogelijke onthulling op Blizzcon

Voor het eerst in enkele jaren organiseert Blizzard op 12 en 13 december de Amerikaanse beurs Blizzcon, waar alles rondom de uitgever wordt gevierd. Het is mogelijk dat één van de hierboven genoemde shooters daar wordt onthuld.

▼ Volgende artikel
Review: Mario Tennis Fever is een leuke set
Huis

Review: Mario Tennis Fever is een leuke set

Je vraagt je bij elke Mario-sportgame toch weer af: bereikt het de highs van die oeroude Game Boy-games van Camelot, zoals Mario Tennis en Mario Golf)? Het antwoord is, wat mij betreft, steevast  ‘nee’. Maar tussen ‘perfect’ en ‘niet perfect’ zit nog altijd een breed spectrum aan kwaliteit. En Fever? Die nestelt zich moeiteloos aan de betere kant van dat spectrum.

De drie toernooien die deze game rijk is, daar ben je een uurtje zoet mee. Waarschijnlijk zonder een set te verliezen. De Adventure Mode? Een paar uurtjes meer dan dat, en hoewel ook die nergens uitdagend wordt vertelt het wel een vermakelijk verhaal over Mario en Luigi die als baby’s hun tennis-skills moeten oppoetsen vanwege… bijzondere redenen.

Er zijn ook drie Challenge Towers met allerlei unieke uitdagingen die eventjes vermaken. In mix-up vinden we tennis, maar dan met regels en omstandigheden die alleen het Mushroom Kingdom kan bieden, en dat was het wel zo’n beetje. Wie Mario Tennis Fever alleen speelt is een weekend zoet en heeft zich prima vermaakt. Maar sportgames zijn er, natuurlijk, om je competitieve aard los te laten op vrienden, familie, kroost of online uitdagers.

Leuk

Daarom wil ik het ook niet al te uitgebreid over die singleplayermodi hebben. Ja, Nintendo heeft z’n best gedaan. Ja, er is weinig aan te merken op de minigames en kleine tussenscènes die de Tennis Academy te bieden heeft en de ontwikkelaars verdienen het dat het hier even aangestipt wordt. Nooit sla je stijl achterover van briljante ideeën of concepten, en er wordt geen druppeltje zweet gemorst van de spanning. Maar ‘leuk’ is eigenlijk een perfect, allesomvattend begrip om deze kant van de game te omschrijven.

De echte graadmeter echter, is de kern van de gameplay. Hoe speelt het? Hoe diep gaat het? Hoeveel personages, gekke rackets en super-power-mega-skillmoves zijn er in dit pakketje gepropt en hoe verhouden die zich tot elkaar? Na mening middag ballen overslaan of in dubbelspel terugslaan met mijn zoontje van 9, zijn we eruit: Mario Tennis Fever heeft ontzettend lekkere gameplay.

Content is king

Content is in de eerste instantie de name of the game. Er zitten bijna veertig personages in de game, meer dan een dozijn verschillende banen en de hoofdattractie is de aanwezigheid van tientallen Fever-rackets, die elk hun eigen unieke skill met zich meebrengen. De bananentros die Donkey Kong een ‘racket’ noemt strooit bananen over de baan, met het vulkaanracket plopt er een (je raadt het nooit) vulkaan op uit de baan en het Thwomb-racket zorgt ervoor dat het iconische stenen blok uit de Mario-serie plots uit de lucht valt – hopelijk op een tegenstander. Een zogeheten Fever-shot is verder ook geen hogere wiskunde. Om de zoveel tijd is je metertje vol en ram je dat ding over de baan heen.

Extra fijn is dat het gros van dit alles vrij te spelen is waar je maar wil. Laat je de singleplayermodi links liggen en speel je gewoon wat potjes tegen elkaar? Geen probleem, om de zoveel potten krijg je een nieuw racket, personage, of kleurtjes voor je favoriete tennissers.  

Watch on YouTube

Plak er een voldoende op

Enfin, tot zover de uitleg en alles wat hier te vinden is. Leuk spelletje, plak er een voldoende op en klaar, toch? Nou nee, want hoewel alles hierboven zijn eigen rol speelt, zijn het de diepere lagen daaronder die Mario Tennis  Fever tot grotere hoogten dan ‘plak er even een voldoende op’ stuwen. Al die personages? Die beschikken over hun eigen stats en eigenaardigheden. Wario laadt z’n powershots razendsnel op, Bowser Jr. legt veel meer precisie in z’n topspincurve dan anderen en Shy Guy slaat zijn topspins zonder gehinderd te worden door zijn positie op de baan.

En die banen? Die hebben elk hun eigen ondergrond, waar ballen anders op stuiteren en doorschieten, terwijl spelers zelf ook sneller of minder snel zijn, gebaseerd op het gras of het hardcourt waar ze op spelen. Die Fever-rackets? Oprecht allemaal een andere smaak. Ook daar merk dat extra stukje diepgang waar een wat luiere Mario-sportgame niet aan zou denken: wanneer je een Fever-shot terugslaat vóórdat op jouw zijde van het net landt, kun je met een stuit op de helft van de tegenstander zomaar eens het bijbehorende effect teruggeven. Prettig vervelend als je denkt die koter een modderplas op zijn helft te bezorgen, om ‘m vervolgens zelf om je oren te krijgen als hij de bal vakkundig over je heen lobt en ‘ie alsnog op jouw achterveld terecht komt. Een (modder)koekje van eigen deeg noemen ze dat geloof ik.

Mario Tennis Fever

Slide
Slide
Slide
Slide

Geen Lego, wel Duplo

Al die extra aandachtspuntjes en omstandigheden zijn ook nog eens gebouwd op een fundering van onkreukbare basisgameplay. Topspins, slices, curveballen, lobs en powershots: alles wat je van een tennisgame mag verwachten zit erin. De grote maar is alleen: het gebeurt allemaal zonder de nuance van een échte topgame. Vergelijk het een beetje met Lego en Duplo. Zelfde principe, zelfde soort blokken, maar iets vets bouwen met Lego hit net even anders dan iets vets bouwen met die grote Duplo-blokken. Zo verhoudt deze game zich ook tot de toppers uit het tennisgenre, zoals Virtua Tennis en Topspin. Is veelgevraagd, ik weet het, maar het is wel het verschil tussen goed of geweldig. En Mario Tennis Fever eindigt in het eerste kamp.

Is mijn zoontje naar school, dan heb ik namelijk geen enkele reden om Mario Tennis Fever verder te spelen. Zoals gezegd is al die singleplayercontent niet meer dan ‘even leuk’. En computergestuurde tegenstanders geven zelfs op het hoogste niveau nooit écht tegengas. Bovendien zijn de personages net te groot voor deze banen om het volgende niveau van verfijning te bereiken. Top, zo’n lob. Maar vanwege de dus relatief kleine banen blijft het geen zekerheidje dat je iemand ermee verschalkt die tegen het net aan staat. Aanzienlijke kans dat ie gewoon op tijd de achterlijn haalt, als ie ook maar een klein beetje inzicht heeft. Het zorgt ervoor dat Mario Tennis Fever een absoluut geslaagde game is, met heerlijke multiplayer. Maar wie de eindeloze diepgang en speeluren van, bijvoorbeeld, een Mario Kart World hier zoekt, staat sneller dan gewenst buitenspel. Oh wacht, verkeerd sport…

Mario Tennis Fever is vanaf 11 februari beschikbaar voor Nintendo Switch 2.

Goed
Conclusie

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Plus- en minpunten
  • Flinke hoeveelheid content en modi
  • Sterke basisgameplay
  • Uiteenlopende Fever-rackets
  • Nog altijd sterke multiplayer
  • Daagt je nooit écht uit
  • Diepgang niet eindeloos