ID.nl logo
Het áller-, allergrootste misverstand over föhns (en nog een handvol feiten en fabels)
© drewsdesign - stock.adobe.com
Gezond leven

Het áller-, allergrootste misverstand over föhns (en nog een handvol feiten en fabels)

Het zou een vraag uit de quiz De Slimste Mens kunnen zijn: wat weet jíj over föhns? Er blijken namelijk de nodige misverstanden de ronde te doen over de haardroger. Wij zetten de bekendste feiten en fabels op een rijtje en ontkrachten meteen het allergrootste misverstand: föhnen is niet (we herhalen: níet) schadelijk voor je haar!

Is de föhn veel veranderd sinds hij ruim een eeuw geleden werd geïntroduceerd? Kun je een föhn die oververhit raakt beter maar meteen weggooien? Is föhnen slecht voor je haar? Kun je beter een handdoek gebruiken dan een föhn? Lees dit artikel en je weet het! Meteen naar het allergrootste misverstand? Klik dan hier!

Ook interessant voor jou: Van diffuser tot concentrator: de populairste opzetstukken voor je föhn (óók voor je Dyson!)

©Terence Mendoza - stock.adobe.com

✅ Feit: De föhn is veel veranderd
❌ Fabel: De föhn is veel veranderd

De eerste, handzame föhns verschenen in het jaar 1920 en wogen destijds zo’n negenhonderd gram. Dat is behoorlijk zwaar. Een smartphone weegt meestal niet meer dan tweehonderd gram, terwijl een laptop al gauw meer dan zeshonderd gram weegt. Zo heb je een beetje een referentiekader qua gewicht. Ook opvallend: het eerste model gebruikte slechts honderd watt, waardoor het alsnog heel lang duurde voordat je haar droog werd. Tegenwoordig hebben föhns een vermogen tot wel tot tweeduizend watt, waardoor je veel sneller kunt drogen én stijlen.

Sinds het eerste model van de föhn is er zowel veel als weinig veranderd. Het interne design is grotendeels hetzelfde gebleven. De veranderingen zitten hem juist in de gebruikte materialen, de buitenkant en de wattage. Het gebruik van plastic is doorslaggevend geweest voor het succes van het apparaat, omdat föhns daardoor veel lichter werden. Natuurlijk heb je tegenwoordig heel veel soorten föhns, die intern andere onderdelen hebben. Maar over het algemeen gebruik je hem nog altijd op dezelfde manier.

❌Fabel: Als een föhn te warm wordt, gaat hij kapot

Föhns kunnen oververhit raken. Wanneer dat gebeurt, hoef je niet meteen in paniek te raken - zeker niet wanneer je een föhn voor het eerst gebruikt. Dan kan het zijn dat je iets ruikt dat verbrand is. Heb je een oudere föhn en wordt deze wel erg warm of ruik je een schroeilicht? Controleer dan of het filter verstopt zit met haar of stof. Dat gebeurt vaker dan je denkt. Meestal is het een kwestie van even uitkloppen en schoonmaken en het probleem is opgelost. Verder doe je er goed aan om de stroomkabel niet te strak op te rollen, zeker niet wanneer de föhn nog warm is. Doe je dat wel, dan kan het gebeuren dat het apparaat tijdens het gebruik uitvalt.

©Surachetsh - stock.adobe.com

❌ Fabel: Je moet een föhn om de paar jaar vervangen

Een goede föhn kan soms tot jaren meegaan. Dat is afhankelijk van de kwaliteit en (dus) van de hoeveel geld die je eraan uitgeeft (zie ook ons artikel Wat zijn de verschillen tussen een goedkope en dure föhn?). Goedkopere föhns gaan bij dagelijks gebruik sneller kapot, omdat ze in vergelijking met duurdere modellen minder goed hun warmte kwijt kunnen .

©Micha Klootwijk Photography

En dan nu: het áller-, allergrootste misverstand over föhnen!

❌Fabel: Föhnen is slecht voor je haar

Soms wordt nog wel eens gedacht dat je haar drogen met een föhn ongezond haar oplevert. Hoewel het kán zijn dat je je haar beschadigt wanneer je de föhn niet goed of te vaak gebruikt (of geen hittebestendige producten in je haar doet), betekent dat niet dat je haar er altijd slecht vanaf komt wanneer je met je föhn aan de slag gaat. Sterker nog: föhnen is vaak een betere optie dan je haar ruw droogwrijven met een handdoek of wachten totdat de zon het werk afmaakt. Elke manier van drogen heeft zijn eigen voor- en nadelen, maar weet dat föhnen in de basis echt niet slechts is voor je haar.

✅ Feit: Je haar met een föhn drogen is beter dan drogen met een handdoek

Dat zo’n fabel de wereld in komt, is niet vreemd. Want vroeger gebruikten we ook geen haardrogers, toch? Hoe deden de mensen dat dan vroeger? Die gebruikten dus handdoeken (of iets wat daar heel lang geleden op leek). Maar uit onderzoek blijkt nu dat je haar rigoureus droogmaken met een handdoek juist schadelijk kan zijn. Het haar kan namelijk bros en breekbaar worden - helemáál wanneer je je haar tussen een handdoeksandwich propt en dan gaat draaien en trekken. Geloof ons: dat is hét recept voor gespleten haarpunten en dof en dor haar!

©denisval

🚨 P.S. Hoe je een föhn dan wél veilig gebruikt? Nou, zó!

Zoals gezegd: een föhn gebruiken kan echt geen kwaad. Ja, als je de temperatuur te hoog instelt wel, en ook wanneer je het apparaat de dicht op het hoofd gebruikt. Het beste is om altijd je tijd te nemen voor het drogen van je haar. Dat doe je door eerst met een handdoek voorzichtig het overschot aan water te absorberen en daarna door met een föhn, het liefst op een lage stand, de boel netjes droog te maken. Houd afstand, zo’n vijftien centimeter, en dan kan het helemaal niets misgaan. Ben je klaar? Zet de föhn dan nog even op de koudestand ( tip: bij Kieskeurig.nl kun je föhns filteren op de aanwezigheid van zo'n stand). Je haarschubben gaan namelijk openstaan door de warme lucht, waardoor je haar kan pluizen. Ook kan het haar z’n glans verliezen. Door even snel nog koude lucht door je haren te blazen, sluiten de schubben zich weer.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.