ID.nl logo
Gas besparen in huis? Dit kun je doen
© Daniele Mezzadri
Energie

Gas besparen in huis? Dit kun je doen

De temperaturen dalen en de gasprijzen lopen weer op. Geen ideale combinatie, vooral niet met een dynamisch contract. Maar ook met een vast contract is het slim om bewuster om te gaan met je gasverbruik. In dit artikel lees je handige tips om te besparen op verwarmen, koken en douchen.

Dit artikel in het kort: 🔥 Gas besparen op je verwarming 🔥 Gas besparen tijdens het koken 🔥 Gas besparen bij het douchen

Lees ook: Energiezuinig ventileren in de winter, hoe doe je dat?

De NOS meldde recentelijk dat de gasprijs in Nederland het hoogst is in ruim een jaar en dat de gasvoorraad in Nederland harder terugloopt dan in de rest van Europa. Dat betekent dat de gasprijs op korte termijn waarschijnlijk zeker niet zal dalen. Heb je een dynamisch contract, dan is letten op je verbruik dus heel belangrijk. Maar dat geldt ook wanneer je een vast contract hebt: de vaste prijs geldt alleen voor de hoeveelheid gas die je verbruikt. Andere kosten, zoals vaste leveringskosten en netbeheerkosten, kunnen namelijk wel periodiek aangepast worden (en aanpassen betekent meestal stijgen). Bij netbeheerkosten is het bovendien zo dat er gewerkt wordt met verschillende tariefgroepen. Lukt het je om onder de 500 kubieke meter per jaar te komen, dan betaal je bijvoorbeeld minder dan een huishouden dat tussen de 500 en 4000 kubieke meter per jaar verbruikt. Overigens ligt het gemiddelde in Nederland volgens het NIBUD op 1.110 m3, maar dat is helemaal afhankelijk van het type woning waarin je woont en van je gezinsgrootte. Daarnaast zijn er nog overheidsheffingen en btw. Energiebelasting betaal je per kubieke meter; de btw betaal je over alle onderdelen van je rekening. Hoe meer gas je verbruikt, des te meer je dus moet afdragen. Het loont dus om gas te besparen. Maar hoe doe je dat?

Verwarming: warmte waar je het nodig hebt

De meeste gasrekeningen worden bepaald door de verwarming. Toch kun je met een paar eenvoudige maatregelen je verbruik flink verminderen. Begin met kritisch kijken naar de temperatuur in huis. Veel mensen stoken hun woning warmer dan nodig is. Zet de thermostaat eens een graad lager. Trek een trui aan en leg een fleece deken op de bank voor extra comfort. Voor de nacht en momenten dat je niet thuis bent, kun je de temperatuur terugbrengen naar zo'n 15 tot 16 graden. Hiermee voorkom je onnodig gasverbruik.

Naast het verlagen van de temperatuur, is het slim om warmteverlies te beperken. Radiatorfolie achter je radiatoren helpt bijvoorbeeld om warmte terug de kamer in te reflecteren, in plaats van dat het via de muur naar buiten verdwijnt. Houd ook deuren gesloten tussen verwarmde en onverwarmde kamers, zodat de warmte in de juiste ruimtes blijft. Gordijnen spelen een belangrijke rol bij het vasthouden van warmte. Sluit ze zodra het donker wordt, maar zorg ervoor dat ze niet over je radiatoren hangen, want dan blokkeren ze juist de warmte.

Lees ook: Meer warmte voor minder geld? Dit moet je weten over radiatorfolie

Overweeg een slimme thermostaat om je verwarming efficiënter te regelen. Zo'n apparaat past de temperatuur automatisch aan op basis van je leefritme. Als je bijvoorbeeld regelmatig vergeet om de verwarming lager te zetten als je naar bed gaat of de deur uit gaat, doet de thermostaat dit voor je. Een slimme thermostaat kan ook inzicht geven in je energieverbruik, zodat je nog beter kunt sturen op besparingen.

Koken: kleine aanpassingen, groot effect

Hoewel koken minder gas verbruikt dan verwarming, kun je ook hier verrassend veel besparen. Een simpele manier is het gebruik van een deksel op de pan. Hiermee blijft de warmte in de pan, waardoor het water sneller kookt en je minder lang hoeft te stoken. Kies ook een pan die qua formaat goed aansluit bij de pit waarop je kookt. Als de pan te klein is, gaat er veel warmte verloren langs de randen.

Bij koken kun je ook slim gebruik maken van restwarmte. Zet de gaspit bijvoorbeeld uit zodra je water aan de kook hebt gebracht, en laat je pasta, rijst of aardappelen garen op de resterende warmte. Dit is niet alleen zuiniger, maar voorkomt ook dat je eten te gaar wordt. Voor wie verder wil gaan, is inductie koken een optie. Hoewel de overstap naar een inductiekookplaat een investering vraagt, biedt het voordelen op lange termijn. Inductie is efficiënter dan gas, omdat vrijwel alle energie direct wordt omgezet in warmte in de pan. Daarnaast is koken op inductie veiliger en is een inductiekookplaat gemakkelijker schoon te maken.

Lees ook: Energiezuinig koken: 6 tips om je rekening te verlagen zonder in te leveren op smaak

Douchen: minder tijd, meer besparen

Douchen is heerlijk, maar de hoeveelheid gas die nodig is om water te verwarmen kan behoorlijk oplopen. Daarom is het slim om kritisch te kijken naar je douchetijd. Als je één minuut korter doucht, kun je al aanzienlijk besparen. Zet bijvoorbeeld een timer in de badkamer om jezelf eraan te herinneren niet te lang onder de warme straal te blijven staan.

Een andere slimme investering is een waterbesparende douchekop. Deze mengt lucht met water, waardoor je minder water gebruikt zonder dat je daar eigenlijk iets van merkt. Hiermee verbruik je niet alleen minder water, maar ook minder gas om dat water te verwarmen.

Wil je nog verder gaan, dan kun je overwegen om een warmtepompboiler te installeren. Dit is een duurzaam alternatief voor de traditionele boiler. Een warmtepompboiler gebruikt elektriciteit in plaats van gas om water te verwarmen, en haalt daarbij warmte uit de lucht. Hoewel dit een grotere investering is, kan het op lange termijn veel gas en kosten besparen.

Besparen op je verbruik, niet op je wooncomfort

Gas besparen hoeft niet te betekenen dat je inlevert op comfort. Door slimmer met je verwarming, koken en douchen om te gaan, kun je zowel je energierekening verlagen als bijdragen aan een duurzamer huishouden. Begin met kleine aanpassingen, zoals het verlagen van de thermostaat, korter douchen of een deksel op je pan gebruiken. Naarmate je merkt hoe gemakkelijk het is om gas te besparen, kun je grotere stappen overwegen, zoals de overstap naar inductie of de installatie van een warmtepompboiler. Uiteindelijk maken al deze veranderingen samen een groot verschil.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.