ID.nl logo
Draagbare warmtepompen: om te verwarmen én te koelen
© sinenkiy.com.ua
Energie

Draagbare warmtepompen: om te verwarmen én te koelen

Een draagbare warmtepomp kun je inzetten om een kamer te verwarmen én om te koelen. Eén mobiele unit vervangt zowel de airconditioning als het verwarmingsapparaat. Daarom worden draagbare warmtepompen ook op de markt gebracht als omkeerbare draagbare airco’s. Ze zijn in ieder geval veiliger en energiezuiniger dan kleine ruimteverwarming zoals elektrische kacheltjes.

Zo’n mobiele warmtepomp kun je van kamer naar kamer rijden, want de meeste uitvoeringen zijn voorzien van handvaten en wieltjes. Ze zijn niet bedoeld om een volledig huis te verwarmen of af te koelen, maar regelen wel het klimaat in een zomerhuis, een studio, een bureau of een eenpersoonskamer.

©wstockstudio - stock.adobe.com

Een mobiele warmtepomp/airco heeft handvaten en meestal ook wieltjes.

Koelen en verwarmen

Iedere mobiele warmtepomp heeft een koelfunctie, maar niet iedere mobiele airco heeft een warmtepomp. Warmtepomp-airco's werken volgens dezelfde principes als elke andere lucht-lucht warmtepomp, maar alles zit in een relatief klein toestel. Tijdens de koelfunctie onttrekken ze warmte uit de binnenlucht om die buiten af te geven. Daarom zijn de meeste modellen voorzien van een afvoerslang en een aansluitstuk voor het raam. De mobiele warmtepomp levert dus warmte in de winter en verkoeling in de zomer. Net zoals de gewone warmtepomp genereert de mobiele versie extra energie. In ideale omstandigheden haalt de mobiele warmtepomp één deel energie uit het elektriciteitsnet om daarmee drie keer zoveel warmte te produceren. Ter vergelijking, een elektrische kachel produceert net zoveel warmte als hij opneemt uit het elektriciteitsnet.

WarmtebronVermogenVerbruikPrijs per uur*
Elektrische kachel2600W2600W2,05 euro
Mobiele warmtepomp2600W870W0,68 euro

*Gebaseerd op een gemiddelde kWh-prijs van 0,79 euro (november 2022) inclusief energiebelasting, ODE (opslag duurzame energie) en BTW.

Rendement van een mobiele warmtepomp

Het rendement van een mobiele warmtepomp (hier zie je er bijvoorbeeld eentje bij Amazon) is afhankelijk van zijn invoer, zeg maar de luchttemperatuur, het koelmiddel en de gewenste eindtemperatuur. In de meeste gevallen heeft de verwarmingsfunctie maar nut tot een buitentemperatuur van 5°C. Daaronder zakt het rendement enorm in. Bovendien zijn ze het meest efficiënt als ze een constante stroom koele of warme lucht kunnen produceren.

Hoe werken mobiele warmtepompen?

Zo’n toestel bevat net als de gewone warmtepomp een koelmiddel en een condensor. Om de kamer te verwarmen, zuigt een ventilator buitenlucht aan. Hij blaast deze lucht over spiralen die koudemiddel bevatten. Zo’n koudemiddel heeft een bijzonder laag kookpunt waardoor het koudemiddel in damp verandert. Deze damp gaat door spoelen in de condensor. Door condensatie stijgt temperatuur waarna de warme damp een andere set spiralen passeert. Een ventilator blaast de lucht over deze spoelen, zodat de warme lucht in de binnenruimte circuleert. Hierdoor wordt de kamer gezellig warm. Terwijl het koelmiddel afkoelt, stroomt de damp door een expander en wordt die opnieuw vloeibaar en hiermee is de cirkel rond. Voor de koelcyclus wordt de uitlaatwarmte van de condensor door een afvoerbuis naar buiten geleid.

Eén of twee slangen

Draagbare warmtepompen/airco’s zuigen dus lucht uit de ene zone en blazen die in een andere zone. De meest warmtepompen hebben één slang die naar buiten wordt gelegd. Het nadeel van dit systeem is dat er voortdurend lucht in de draagbare warmtepomp wordt gezogen. Hierdoor ontstaat er in de kamer een lichte onderdruk en wordt warme lucht in de zomer of koude lucht in de winter door de kieren van de deuren en ramen naar binnen gezogen. Deze units met één afvoerpijp zijn wel goedkoper. Het duurdere segment werkt met twee afzonderlijke slangen die achteraan het toestel zitten. Eén voor de afvoer en één voor de inlaat. In plaats van lucht uit de kamer te halen zoals een warmtepomp met één enkele slang, haalt deze warmtepomp met twee slangen zijn lucht van buitenaf. Om een grotere ruimte te koelen of om te verwarmen is de dubbelslangs-warmtepomp een betere oplossing. Deze draagbare toestellen kosten meer, verbruiken meer energie, maar zijn efficiënter.

De slangen worden aan de achterzijde aangesloten.

Hoe mobiel zijn ze?

Het gewicht is afhankelijk van de capaciteit. De grootste modellen, voor een kantoor of een grote slaapkamer, kunnen tot 90 kilo wegen. Er zijn twee personen nodig om ze te verhuizen. De kleine modellen, die maximaal een kamer van 32 m2 kunnen verwarmen, wegen slechts 16 kilogram. Afhankelijk van hoe groot de kamer is die je wilt verwarmen en koelen zal zo’n draagbare warmtepomp tussen de 400 en 800 euro kosten voor een redelijk efficiënt model. Hoe hoger het rendement, hoe duurder de warmtepomp - maar ook hoe minder elektriciteit hij verbruikt.

Voordelen en nadelen

Zo’n mobiel toestel is verplaatsbaar, neemt weinig ruimte in beslag, kan kamers verwarmen en koelen, zuivert de lucht en vermindert het vochtgehalte in de kamer. Bovendien is de installatie eenvoudig. De ingebouwde thermostaat houdt automatisch de ingestelde ruimtetemperatuur aan. En het is mogelijk om deze warmtepompen te bedienen met spraakopdrachten van Google Assistant en Siri Shortcuts.

Nadeel: het apparaat moet in de buurt van een raam worden geplaatst. Ook mobiele warmtepompen zijn niet geruisloos, maar ze zijn stiller dan de traditionele airco’s of warmteblazers. Het enige dat je kunt verwachten is het geluid van een draaiend ventilator of gepruttel van koelmiddel dat door de spoelen gaat.

Plaatsing van een draagbare warmtepomp

Voor een goede luchtstroom plaats je het apparaat op minstens een halve meter van de muur van of een groot meubilair. Zorg ervoor dat hij niet verstopt zit achter meubels, planten of gordijnen. Zet hem niet in het volle zonlicht. Een warmtepomp die in de zon staat, moet harder werken om een ruime te koelen. Een ander montagevereiste is de opstelling van de raamkit. Er wordt een paneel in het raam geplaatst waarin de afvoerslang wordt geplaatst. De openingen worden gedicht met schuimafdichting.

📱 TIP Ook mobiele warmtepompen hebben controllers die via het internet kunt besturen met een app op je telefoon. Op die manier kun je een studioappartement voorverwarmen voordat je van het werk vertrekt.

Weten welke warmtepomp bij jou past?

Doe de check op Kieskeurig.nl en je weet het binnen 5 minuten!

Schoon en veilig

Warmtepompen hebben nauwelijks onderhoud nodig. Ze zijn gemakkelijk schoon te maken met een stofzuiger. Draagbare warmtepompen zijn ook veel veiliger dan straalkacheltjes en andere kleine verwarmingsapparaten. Een warmtepomp werkt immers niet op verbranding en de componenten worden nooit echt heet. Zo’n toestel is een duurzame optie voor ruimteverwarming, omdat het geen fossiele brandstof verbrandt en omdat het elektriciteitsnet steeds meer afhankelijk wordt van hernieuwbare energie.

Capaciteit

Met een verwarmingscapaciteit van 2,9 kW kun je ruimtes tot maximaal 38m² gasloos verwarmen. Het vermogen om te koelen ligt trouwens iets hoger dan het vermogen om te verwarmen. De koelcapaciteit van een airco/warmtepomp wordt in Europa uitgedrukt in BTU (British Thermal Units) of in BTUh (BTU per uur). 1 BTU is de hoeveelheid warmte die nodig is om de temperatuur van één pond water met één Fahrenheit te verhogen. Hoe hoger de BTU, hoe hoger het koelvermogen. Om de vereiste BTU te kennen, vermenigvuldig je de oppervlakte van de kamer met 25. Is de oppervlakte 80 vierkante meter, dan heb je 2000 BTU nodig. Ook de hoogte speelt natuurlijk een rol. Kamers met een hoog plafond hebben een grote hoeveelheid lucht die gekoeld moet worden. Hierbij kan onderstaande tabel helpen.

VolumeBenodigde capaciteit
100 tot 150 m35.000 BTU per uur
150 tot 250 m36.000 BTU per uur
250 tot 300 m37.000 BTU per uur
300 tot 350 m38.000 BTU per uur
350 tot 400 m39.000 BTU per uur
400 tot 450 m310.000 BTU per uur
450 tot 550 m312.000 BTU per uur
550 tot 700 m314.000 BTU per uur

Meer warmtepompen?

Lees alle artikelen in ons dossier!
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.