ID.nl logo
Dit is de ideale temperatuur voor in huis
© Reshift Digital BV
Energie

Dit is de ideale temperatuur voor in huis

De verwarming wil je niet onnodig hoog hebben staan, maar tegelijkertijd wil je ook niet in de kou zitten. Te veel stoken zie je terug op je energierekening, en te weinig heeft weer impact op je comfort en luchtkwaliteit. Wat is dus eigenlijk de ideale temperatuur in huis?

Wat kun je van dit artikel verwachten?

  • Wat de ideale temperatuur in huis is
  • Welke temperatuur je aanhoudt als je niet thuis bent
  • Waarom luchtvochtigheid belangrijk is

Ook interessant voor jou: Zo blijf je onder het energie prijsplafond.

Aanbevolen temperatuur

De Wereldgezondheidsorganisatie adviseert als aanbevolen minimumtemperatuur in huis 18 graden, maar een optimale temperatuur ligt tussen de 19 en 21 graden. Dit betekent overigens niet dat het overal in huis even warm hoeft te zijn. Zo mag het in de gang en de kamers waar je niet verblijft best een graadje minder zijn, terwijl je in de woon- of eetkamer juist een iets hogere temperatuur wilt hebben. De keuken kun je gemakkelijk wat kouder houden, omdat er tijdens het koken extra warmte vrijkomt.

Ook de slaapkamer houd je het liefst wat koeler. Aan het begin van de nacht zakt je lichaamstemperatuur, maar deze veert weer op aan het einde van de slaapcyclus om je lichaam duidelijk te maken dat het tijd wordt om wakker te worden. Is het erg warm in je slaapkamer? Dan wordt dit proces mogelijk gehinderd, waardoor je soms niet in slaap komt of moe wakker wordt. Ben je een slechte slaper, vanwege koude voeten? Probeer deze dan lokaal te verwarmen met een lauwe kruik of warmtekussen. Teveel warmte kan ook hier een tegengesteld effect geven.

Lees ook: Dit bespaar je met een warmtedeken of -kussen.

Tip: Houd rekening met de plek van de thermostaat. In sommige huizen hangt deze vlak bij de tv, de koelkast of openhaard. Omdat er dan lokaal veel meer warmte bij de thermostaat komt, zal de werkelijke temperatuur in de woning lager liggen dan dat de thermostaat aangeeft.

De ideale temperatuur in huis is van verschillende persoonlijke factoren afhankelijk. Zo wordt aangeraden de thermostaat op 18 tot 22 graden te zetten voor pasgeborenen. Ouderen zullen het vaak prettiger vinden om minimaal 20 graden aan te houden. Ook is bekend dat mannen het over het algemeen minder snel koud hebben dan vrouwen, terwijl ook het postuur de temperatuurbeleving beïnvloedt.

Bij het bepalen van de ideale temperatuur spelen factoren als de grootte van de ruimtes, je cv-ketel en de buitentemperatuur ook een rol. Als het ’s winters heel koud buiten is, is het juist verstandiger om de verwarming iets hoger te zetten, zodat het niet te veel afkoelt in huis.

©murattellioglu - stock.adobe.com

De ideale temperatuur in huis ligt tussen de 19 en 21 graden.

Als je niet thuis bent

Als je niet thuis bent, is het niet nodig om je huis warm te houden. Bedenk namelijk dat elke graad meer zich direct op je factuur laat zien. Zet daarom de thermostaat wat lager, bijvoorbeeld op 15 graden. Hiermee kun je 140 euro per jaar besparen, zo blijkt uit onderzoek van Feenstra, een aanbieder van cv-ketels. Ook de thermostaat een uur voor vertrek omlaag zetten bespaart al gemiddeld 20 euro per jaar.

14 of 15 graden is prima voor s ’nachts. Houd je deze temperatuur aan, dan bespaar je daarmee ook al snel 80 euro per jaar.

Heb je vloerverwarming, dan wordt geadviseerd om het huis juist niet te veel af te laten koelen. Je gebruikt veel gas of elektriciteit om de vloer weer warm te krijgen. Het is dus verstandiger om een constante temperatuur aan te houden.

©Gian Krabbendam

Met een draadloos weerstation check je ook het weer buiten.

Kort samengevat:

  • De ideale temperatuur overdag ligt tussen de 19 en 21 graden, maar is afhankelijk van onder meer de kamergrootte, buitentemperatuur en persoonlijke voorkeuren.
  • Voor de nacht wordt een temperatuur aanbevolen van 14 tot 15 graden.
  • Heb je vloerverwarming? Laat je woning dan niet te sterk afkoelen.

Lees ook: Je woning verwarmen met lage temperaturen? Dat kan ook zonder vloerverwarming

Temperatuur en luchtvochtigheid constant houden

Alleen de thermostaat op de juiste warmte zetten is niet altijd voldoende om de temperatuur in huis op het gewenste niveau te krijgen of te houden. Zo kun je met een goede woningisolatie de warmte veel beter vasthouden, waardoor je meer controle krijgt over de temperatuur in huis (en daarmee op je energiekosten). Van huizen die gebouwd zijn tussen 1920 en 1980 is bekend dat de spouwmuren niet of nauwelijks zijn geïsoleerd, waardoor je tot wel 35 procent aan warmte kwijtraakt.

Niet alleen voor je energierekening, maar ook voor je gezondheid is het belangrijk om een constante temperatuur in huis te hebben. Is je huis slecht geïsoleerd en stook je nauwelijks, dan leidt dit vaak tot een hoge luchtvochtigheid en daarmee een lagere gevoelstemperatuur. Een lage luchtvochtigheid zorgt juist voor irritatie aan de ogen, neus en keel.

In dit licht is het dan ook niet verstandig om de thermostaat in de nacht helemaal uit te zetten, omdat je daar vochtproblemen door kunnen ontstaan. Zorg dus dat je de luchtvochtigheid op peil houdt. Vaak wordt een vochtigheidsgraad van 40 tot 60 procent geadviseerd bij een temperatuur van ongeveer 20 graden. Sommige thermostaten kunnen de luchtvochtigheid meten. En indien je zeker wil zijn van een goede luchtkwaliteit, kun je investeren in een hygrometer.

©PXimport

Met een Mi Air Purifier van Xiaomi meet je constant de temperatuur en luchtvochtigheid.

Thermostaatklok

Omdat het best een gedoe kan zijn om je huis op de ideale temperatuur te houden, is een thermostaatklok een aanrader. Daarmee zorg je ervoor dat de thermostaat ieder dag op een bepaald tijdstip op de gewenste warmte staat: bijvoorbeeld 15 graden in de nacht en 20 graden overdag.

Conclusie

Het is dus belangrijk om de temperatuur in huis constant te houden: voor zowel je gezondheid, als je welzijn en energiekosten. Wat de ideale temperatuur is in huis, hangt onder meer af van de kamergroottes, je persoonlijke voorkeuren en de buitentemperatuur, maar ligt over het algemeen tussen de 19 en 21 graden. Hiermee voorkom je vochtproblemen en houd je het comfortabel in huis. In de nacht kun je de thermostaat op 15 graden zetten. Laat je huis niet veel verder afkoelen, want dan kost het extra veel energie om je woning weer warm te krijgen.

Watch on YouTube

Meer video's van ID.nl zien? Abonneer je dan op ons YouTube-kanaal!

Weten of een warmtepomp bij jou past?

Doe de check op Kieskeurig.nl en je weet het binnen 5 minuten!
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.